15/01/2006 Jan Fokke Oosterhof

Artikel IJs Magazine; de Alternatieve 11stedentocht in Oostenrijk

Coaching op de Alternatieve 11stedentocht in Oostenrijk

Zomer 2007 – bijdrage verschenen in IJs Magazine (nr. 6, jaargang 2) voor trainers, instructeurs en schaatsers. – De alternatieve Elfstedentocht schaatsen op de Weissensee, dat zat er dit jaar niet in. Daarom ging ik (coach, hardloper maar geen schaatser) met mijn schaatsende vriendin naar de Alternatieve Elfstedentocht in Zweden: de Orsa200K. Hoe bereidden wij ons voor op deze helletocht?

Mijn vriendin wil dolgraag de alternatieve Elfstedentocht schaatsen op de Weissensee. Ik ga mee als coach. Ik schaats niet, ik loop, liefst hard. We reizen af naar Oostenrijk, maar staan net als Bart Veldkamp en zijn Kenianen beteuterd voor een dichtgesneeuwd meer. Treurnis en drama alom, edoch mijn motto: denk niet in problemen maar in oplossingen. ‘Wij gaan naar Zweden!’, roep ik tegen mijn vriendin, ‘voor de enige alternatieve Elfstedentocht aldaar, de Orsa200K. Een droom moet worden gerealiseerd!’

Nu zit ik midden in de organisatie van een Zuidpoolexpeditie, dus ik heb geen cent te besteden. Ik benader daarom SportCity, de sportschool waar mijn vriendin zich een jaar lang uit de naad heeft getraind, om een duwtje in de rug. Daarnaast benader ik het magazine IJS met de vraag om een steuntje in de rug, zodat ik mijn vriendin in Zweden kan coachen. ‘Is goed’, zegt eindredacteur Leo Klaver, ‘schrijf maar een artikel en kom terug met zoveel mogelijk foto’s van mensen die zwoegen en lijden en tegelijkertijd plezier hebben’. Zo gezegd, zo gedaan.

We bellen met Almgrens Travel, dé organisatie die schaatsreizen naar Zweden organiseert, met stuurman Guus aan het roer. We krijgen uitgebreide informatie en boeken snel onze reis en overnachtingen tegen minimale kosten. Enkele dagen voor vertrek belt Guus me op: ‘beetje moeilijk om op tijd met de trein in Orsa aan te komen op de dag dat je aankomt; ik zet een bus voor jullie klaar, moet je wel tussen Bart en zijn Kenianen zitten’. Vriendin ligt dubbel. Donderdag om elf uur in de ochtend vertrekken we richting vliegveld Düsseldorf Weeze. We hebben vliegtickets geboekt bij Ryan Air naar Stockholm Skavsta. We hebben de vrijdag om te acclimatiseren en een felbegeerd startnummer te bemachtigen. Zaterdag is de dag van de wedstrijd.

Op Stockholm Skavsta geen bus, maar twee huurauto’s. De Kenianen blijken reeds in Orsa te vertoeven. We stappen in bij Wouter Janse die ons tijdens de rit meedeelt dat hij de trotse uitvinder is van de ‘elastiekjes’. Ik als hardloper kijk verdwaasd: schaatsen die klappen en elastiekjes? Wouter vertelt trots: de Zweedse klapschaats blijkt door een veertje in te klappen, maar het laatste stukje klapt hij niet. Bij elke nieuwe slag moet bij de inzet de schoen eerst een stukje ‘indalen’ voordat hij op het ijzer klapt. Dit geeft de schaatser een instabiel gevoel en daarnaast zorgt dit voor het kenmerkende ‘klompengeluid’. Willi Wouter Wortel kwam met een oplossing en vroeg direct octrooi aan: een elastiekje tussen schoen en ijzer, dat het ijzer ook het laatste stukje doet klappen. Ik ben sprakeloos van zoveel vernuft. De schaats blijkt geëvolueerd sinds ik de laatste keer op mijn Friese doorlopers stond. Wat hardlopers, fietsers, maar vooral ook schaatsers verbindt, is de ijdelheid als het om het materiaal gaat, concludeer ik. Niets wordt aan het toeval overgelaten.

Na vier uur rijden, worden we enthousiast opgevangen in het Kungshaga hotel door Guus. Enkele drankjes verder zijn we op de hoogte van alle intimite details: de tractor die het ijs prepareerde, is deze week door het ijs gezakt en men is er pas gisteren weer in geslaagd hem eruit te halen. Het zal moeite kosten de sneeuw tijdig te ruimen. Vriendin en ik hebben een gedeelde Weissensee-flashback. Het zal toch niet waar zijn…

De volgende ochtend bij het inrijden, blijkt gelukkig dat de organisatie de reservetractor uit de kast heeft getrokken. Er wordt hard gewerkt en beetje bij beetje wordt het geprepareerde ijs langer en breder. Het gonst van de hoop in het hotel. Ik probeer als loper te doorgronden wat schaatsers drijft en bindt, en ben daar snel uit: een gezamenlijke passie voor natuur, maar bovenal IJS. De schaatsers komen laconiek en luchtig over, maar daaronder gaat een onbedwingbare ijsbehoefte schuil die gepaard gaat met de benodigde terminologie. ‘Is het sneeuwijs Guus?’, vraagt een deelnemer. ‘Nee, het is een knalharde snelle zwarte plaat’, antwoordt Guus. Al snel ben ik ingewijd in het ijsjargon en begint de onderbuik te kriebelen. Ik wil dit ook. Na mijn laatste schaatspogingen in 1985 blijkt de stugge, zwarte, leren Noor met het ‘schapenzooltje’ en de klinknagels die in je voetzool priemen, vervangen door sexy Zweedse klappers. Ik besluit meteen (impulsaankoopje) dat ook ik ze nodig heb, al is het maar voor mijn imago, met ijzers van minimaal 55 centimeter.

Bij het inrijden schiet ik direct veel foto’s. Eén ding valt me op: het is koud. Ik voel het vocht achter mijn schedel langzaam opvriezen, hetgeen zal samenhangen met de hoeveelheid haar die mijn hoofd (nog) opsiert. Ik hoop maar dat het morgen iets warmer is. Het meer is uitgestrekt en weids. Het lokale tijdschrift meldt zeer beeldend: ‘…Nyköping’s archipelago is one of the most beautiful in the World. Beauty is in the eye of the beholder, but for anyone with ice on the brain, Nyköping is like Mecca, a place to make a pilgrimage to…’. Nu vind ik het hier mooi, maar dat gaat me iets te ver. Ik lees geïnteresseerd verder: ‘…The interest in long-distance skating has continued to rise in recent years. The reputation of the good ice on lake Orsa has even reached the Netherlands. Every year a group of Dutch skaters comes to stay at Kungshaga Hotel & Restaurant to join the guided tour on the ice…’. Typisch dat er melding wordt gemaakt van een group of Dutch skaters, maar het is de waarheid. Op deze tocht komt een handvol Hollanders af, een enkele Noor of Zweed, maar dan houdt het echt op. Meteen moet ik nu mijzelf onderuit halen en constateren dat er dit jaar ook een blik Kenianen is opengerukt. Het verbaast me overigens hoe onwaarschijnlijk veel er over Bart en de Kenianen gesproken wordt. Wat is er zo bijzonder aan hun exercitie vraag ik mij af, maar meteen bedenk ik me dat wij, lopers, niet opkijken als Bart met een aantal Kenianen bij een hardloopwedstrijd aan de start verschijnt gezien de Keniaanse dominantie op de lange afstanden, maar als vier donkere Kenianen in deze wereld van wit de kop opsteken, vormt dit gespreksstof. Eén van de gasten merkt op ‘de Kenianen krijgen zoveel aandacht dat ze oplichten van het inflitsen’.

Wedstrijddag, ontbijt. Het gonst in de eetzaal van het Kungshaga hotel. De lucht is geladen. Mijn vriendin stapelt de bammetjes tot kinhoogte, ze heeft er duidelijk zin in. Naast me zie ik Ad de Kort ineengedoken zijn potje wegpeuzelen. Gisterenavond vroeg hij me om ook hem te coachen. ‘Prima!’, was mijn reactie, maar ik ben hier voor mijn prima donna, de rest is bijzaak.

Met busjes en huurauto’s verlaat de hele kudde het hotel richting start. Kleine straaltjes licht aan de einder, verder aardedonker. Waar vind je een parkeerplaats op het ijs? Hier dus! Overal schaatsers in felgekleurde pakjes, rumoer, spanning, het kriebelt, zelfs bij ondergetekende verdwaalde hardloper.

Vriendin bindt haar ijzers onder, al gaat de term binden bij de felgekleurde hippe Zweedse muiltjes al lang niet meer op. Ontspannen rijdt ze in, terwijl ik kiekjes schiet van de meute met als centraal element een nerveus camerateam en vier groen-rode Kenianen die out of place zijn. De andere schaatsers laten het gelaten over zich heenkomen; Hollandse nuchterheid siert hen, bovendien zijn ze hier met een missie. Later blijken een aantal rijders de Keniaanse viereenheid te mijden vanwege het immer aanhoudende lawaai van de snowcats van de filmers. Ze zijn hier voor natuurijs, voor rust.

Dan is het zover. Nerveus gepopel, een déjà vu: hardlopers zijn net zo gretig vlak voor de start als schaatsers. Een subtiele knal en 65 raspaardjes verlaten de blokken. Collega-fotograaf Fred waagt het zich op de knieën in de startende massa te begeven; een pro. Ik schiet mijn kiekjes wel lafjes van opzij. Aan de einder slechts wit, onderbroken door een lange sliert zwarte poppetjes, zwierend in cadans, schaatsen zoals schaatsen bedoeld is. Hardlopen laat hier verstek gaan.

De snowcats krijsen achter de massa aan. Een handvol supporters blijft achter in de koude, een hele dag, zonder een onvertogen woord. Ook wij zijn bikkels. Na een krap half uurtje doemt de kopgroep al weer op achter een in het ijs verzonken eilandje met sparren. Een grote groep met onder hen de aimabele winnaar van vorig jaar Jan Aalbers, de eerste dame Jopie van Wegen (die later overall maar liefst op de vierde plaats eindigt, ondanks ziekte), de 70 jarige schaatslegende Jan Roelof Kruidhof en Ad de Kort, sinds gisteravond gepromoveerd tot mijn protégé. Met een noodgang zwieren ze voorbij. Foto’s schieten is geen sinecure en ik moet mijn uiterste best doen om de felgekleurde voorbijflitsende frontmannen op de gevoelige plaat te vereeuwigen.

Enkele minuten later mijn vriendin. Ik herken haar van verre aan de slag, de verbeten blik van een roofvogel die naar z’n prooi loert en de – volgens een enkeling – (te) lange ijzers waar ze op rijdt, maar liefst 50 cm. Het mag de pret niet drukken, een grijns van oor-tot-oor siert haar blozende wangen nu ze op écht natuurijs staat na het Weissensee-debacle. Ze trapt nog eens flink met de klappers ter bevestiging van het feit dat er echt een vijftig centimeter dikke ijsplaat ligt. Ik voel enorme aandrang met haar mee te rennen; ik wil ook schaatsen!

Bij de verzorgingspost staat een schattig Zweeds dametje met twee vlechten aan haar muts die langs haar hoofd bengelen. Uiterst geduldig voorziet ze iedereen van warme sportdrank en bananen. Er staat eveneens een dame op worstjes van de Aldi te knagen. ‘Professionele voedingssupplementen’, murmelt ze. Ik lach, wij hardlopers doen het met Squeezy gelzakjes met voldoende brandstof voor ruim een uur duursport. Dit volstaat ook en past bij het schaatswereldje.

Rondje-na-rondje krassen de ijzers, of is het klappen? De supporters klappen ook, onvermoeid. Elke ronde sta ik met vloeibare voeding of warme drank klaar voor mijn protegé Ad. Ik wurm steeds op het laatste moment met mijn koude handen de dopjes van de flesjes en ren met hem op zodat hij de buit in zijn wollen handschoenen kan ontvangen.

Vriendin ondertussen schaatst 100 kilometer grijnzend in de rondte, maar dan volgt een hagelstorm. De blosjes worden paars, de grijns verwordt tot grimas. De enkels spelen op. Inmiddels wordt duidelijk dat de ijscondities erbarmelijk zijn, de term ‘vaargeulenijs’ doet z’n intrede. Vannacht is er hard doorgewerkt door de organisatie en er is een ronde van tien kilometer geprepareerd. Daar waar vorige week nog de ‘hoofdtractor’ door het ijs zakte, is nu met man, macht en hulpmaterieel een inhaalslag gemaakt. Edoch, al komt iedereen goed beslagen ten ijs, het ijs houdt niet over. Ik hoor van enkelen dat schaatslegende Jan Roelof Kruithof opmerkt dat hij nog nooit een 200 kilometer geschaatst heeft op zulk slecht ijs. Dit vermeld ik om te benadrukken hoe slecht de omstandigheden zijn. Kruithof is één van de beroemdste Nederlandse lange afstandrijders uit de jaren ‘70 en ’80. In 1985 en 1986 was hij de grote favoriet voor de overwinning in de Elfstedentocht. Hij heeft zeker zes grote 200 kilometer wedstrijden in Canada, Finland en Noorwegen gewonnen.

Na nog een rondje achter de brede rug van schaatser Chris is de maat voor vriendin vol. Ik wacht beide op met twee warme hotdogs, maar het mag niet baten. Ondanks de enorme ijzers waarmee ze relatief eenvoudig door de vaargeulen traverseert, zijn de klappen haar teveel geworden. Gelukkig is ze maar één enkele keer tegen het ijs gegaan in tegenstelling tot Chris die elke ronde wel een keer onderuit kegelt. De koek is op, de enkels ook…

120 kilometer staat op de teller. Schaatstranen sieren haar afgetrainde bekkie.

Een paar ronden later komt Ad over de finish. Ontroerd en eveneens in tranen bedankt hij me voor het coachen. Een derde plaats op een alternatieve Elfstedentocht, waarmee een droom van hem is uitgekomen. Hij overhandigt me later als herinnering een Dalarnapaard, een houten paard waar de streek hier bekend om is. Nog geen drie dagen later zou ik een email ontvangen van zijn dochter die me eveneens uitvoerig dankt voor zijn euforische terugkeer van het Zweedse schaatsavontuur. De 70-jarige marathonlegende Jan Roelof Kruithof eindigt, ondanks een stevige valpartij en een nog te opereren knie, op een knappe 6e plaats. Zijn neus en kin zitten onder het bloed en wij persmuskieten (lees: ramptoeristen) schieten toe. Niet veel later finishen ook Bart en de vier Kenianen hand-in-hand. Een prestatie van formaat die gepaard gaat met bijbehorende ontlading. Dit wordt vriendin teveel. Krokodillentranen op een schaatsersgelaat. Ik sla een arm om haar heen en we druipen af richting Kungshaga hotel voor een biertje.

Besluit

Als hardloper was het een genot om onder deze atleten te verkeren, voor mij de elite onder de natuurijsschaatsers, gezien de ijscondities. Van de 65 gestarte atleten, rijden 26 de tocht van 200 kilometer uit. Ik heb tien uur lang met veel plezier het schouwspel gade geslagen en kan niet anders dan constateren dat onder deze omstandigheden elke schaatser die aan de start verschijnt, het respect verdient van deze verdwaalde hardloper.

Ik moet concluderen dat schaatsen niet onder doet voor hardlopen. Wat mij betreft is het ijs gebroken, volgende keer ben ik erbij!

Informatie over de tochten:

www.orsa200k.se, de 200 km tourtocht

www.swedenestate.net/createsite/page/createpage.asp?b_id=779&pg=22www.frilufts.se/mora/is/, schaatsen rond lake Siljan

www.siljanskrinnet.se, langeafstandswedstrijden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CONTACT | COFFEE

Aarzel niet en zoek even contact!