08/08/2017 Jan Fokke Oosterhof

De Eiger Ultra Trail 2017 (101k/ 6.700hm); grenzen verlegd en gevonden

De Eigertrail. Een half jaar naartoe geleefd. Geen specifieke voorbereiding. Wel: een internationale mtbwedstrijd, het Innsbruck trailfestival, 24uur non stop wandelen, een 2 daagse adventurerace in Schotland met bepakking en een triatlon met mensen met een verstandelijke beperking. Misschien wel belangrijkst: een week in Zwitserland en vele liften(op hoogte). Goed geacclimatiseerd dus. En zo begin ik mijn langste afstand met meeste hoogtemeters tot op heden, 101k met 6700hm. Voor de leek: ik ben geen klimmer, een reële uitdaging dus!

Om 4 uur sta ik netjes in het vak met Edwin Castelein en Hans Niemeijer. Tassen voor de halfwegpost ingeleverd en we staan popelend in het vak. Vriendin maakt nog enkele foto’s als het aftellen begint. Het eindigt met een kanonschot; nu is oprecht heel Grindelwald wakker. Dat blijkt want als we 200m verder zijn staat Christian tot grote hilariteit in zijn boxer op het balkon. We brullen en de start is vrolijk.

Ik haal met hans direct de nodige lopers in. Als ik moet plassen ben ik bang hem kwijt te zijn maar niet veel later ontstaat een dikke opstopping bij een smal bospad en haal ik hem meteen bij via het gras. Een enkeling gebruikt deze methode om iedereen in te halen, het leidt tot luid boegeroep. Er volgt een ellenlange klim van 1.500m via smalle trails. Inhalen is geen optie dus in lange optocht marcheren we omhoog. De benen voelen goed na mijn acclimatisatieweek.

Halverwege de klim links van on s een kudde geiten. Ze worden door de hoeder op onze trail gemanoeuvreerd. Al snel hebben Hans en ik er tien achter ons aan. De rest blijft achter en blokkeert het pad. Erachter een flinke groep trailers samengeklonterd. Wij hebben lol en met de geiten in de benen geven we gas. We leiden ze weg van de kudde en de beste man zal dagen naar zijn geiten moeten zoeken. Bijzonder wordt het als uit het dal en heli omhoog komt en ons in volle galop filmt met geiten. Highfive. Mooi beeld. Na een week liften de twijfel of ik het weer zal proberen op een geit. Ik laat het. Geiten stinken wel concluderen Hans en ik.

Eenmaal boven start de werkelijke race. Via brede paden draven we richting First. De zon is op en de Eigerwand baadt in het licht en lijkt op ons toe. Na First volgt een lusje met kniekrakend steile afdalingen. Dit gaat vast opspelen on de bovenbeentjes! Samen met een andere Hollander rennen we gedrie naar Bort, een punt waar je van gondel kan overstappen. Via het bos klimmen we terug als ik opeens, tussen de bomen in een wolk van insecten knal en door een wesp wordt gestoken. Snel verwijder ik de angel aangezien ik licht allergisch ben.

Er volgt een lange klim terug naar First. We zigzaggen langs de flank omhoog en tot aan de einder zie ik mijn voorlopers de lucht ingaan. Eenmaal boven gaan we rechtsaf via een ingenieus stalen bouwwerk om de bergtop heen. Een rasterwerk van een meter breed en hangt aan de berg en via de gaatjes zien we tussen onze voeten door de immense afgrond. Ik ben bang dat mensen met hoogtevrees hier niet langs kunnen. Gelukkig heb ik enkel een gezonde angst te pletter te storten, zo concludeerde de dienstdoende officier toen ik mijn dienstkeuring volbracht. Even later wordt het een graadje erger als we over een stalen hangbrug dansen terwijl die brug meedanst. Ik ben geen fan!

Om de hoek de tweede Verpflegungsstelle. Na First volgt een gematigd stuk over mooie paden. We daveren tussen meertjes door en via heerlijke paden draven we naar de meest gevreesde klim, de Faulhorn, van 2.100m naar 2.680m, het hoogste punt van de race. Ik heb een dip en klim rustig in mijn eigen tempo achter een uitlopende Hans aan. Plots haalt Christian me in op zijn 51k en niet veel later ook Heleen Plaatzer die zoals altijd op haar voorvoetjes door het hooggebergte danst.

De Faulhorn biedt soelaas met cola en repen waarna Hans en ik snel een aantal selfies maken met een brullende heli achter ons. Vanaf hier denderen we door keienvelden naar de noordkant van de bergen met uitzicht op de uitgestrekte Brientzersee die felblauw afsteekt tegen de Brientzergrat. Dit is trailen tegen een magnifiek decor van ruige bergen en kammen. Hans en ik zijn goede dalers en we vliegen over dit deel van het parcours, menigeen passerend.

In Egg snel een cola en door naar de Schynige Platte. Op dit deel veel verdwaasde wandelaars die enigszins in het nauw gedreven de horde ultralopers laten passeren. Weinig andere paden hier die soelaas bieden. Een totaal andere begroeiing hier met meer graniet en een drogere aanblik. De Schynige Platte luidt een ellenlange afdaling in richting Berglaunen, een soort van halfwegpunt op 53 kilometer.

We nemen hier de tijd om pasta te eten en ik vernieuw de pleisters op mijn linkervoet. Aangezien ik links geen voorste kruisbanden heb, ontstaat tijdens langere races een drukpunt dat ik moet ontlasten met pleisters met een uitsparing. Speciaal voor dat doel loop ik tevens 101 kilometer met een extra linkerschoen op mijn rug. Mijn race mag immers niet stuk lopen op een stressfractuurtje. Hoe wrang is het dan als niet veel later mijn rechterschoen uit elkaar valt….

Meteen na de pleisterplaats volgt een lange geleidelijke klim naar Wengen. Via asfalt gaat hij over in een grindweg naar singletrack. Mijn klimreserves zijn tanende en ik heb steeds meer moeite om Hans te volgen. Hans heeft meer en langere trails gedaan dan deze en is een klimmer pur sang. Ik heb wat met moeite mijn vadsige lijf 6,7 kilometer omhoog te leuren. Het laatste stukkie naar Wengen is afdalen en we horen in de verte de speaker in Wengen al brullen. Ze hebben er hier en feestje van gemaakt.

Als ik op de trap plaatsneem bij de post blijkt mijn rechterschoen een prachtige scheur te vertonen van voorvoet tot hiel. Oops… Herstelwerkzaamheden gewenst. Met sporttape zwachtel ik mijn schoen zorgvuldig in. Een vreemd aangezicht alsof mijn halve voet soort van in het verband zit. De dame bij de post maant me voorzichtig te doen aangezien het glad kan zijn. Ik zie op tegen de laatste turboklim van vandaag met alle hoogtemeters in de benen. Gestaag klim ik in eigen tempo omhoog en al snel is Hans uit het zicht verdwenen. Er komt geen eind aan deze klim ondanks het feit dat we het bouwwerk op de top, Mannlichen, al bij aanvang zien liggen. We zigzaggen omhoog tussen de houten hekwerken die lawines moeten voorkomen. Na een slopende klim van 1.280 naar 2.300m heb ik mijn derde jasje wel uitgetrokken. Hans is al een half uur boven en appt met dat hij het koud heeft.

Snel drink en eet ik wat en trek een bodywarmer aan. Gauw weer op pad alleen al om warm te worden. Het is einde middag en schaduwen beginnen te vallen. Er volgt en prachtige brede afdaling langs de flanken van de Tschugen die we op volle snelheid nemen, zo mogelijk het snelste deel van onze race. Bij de post Kleine Scheidegg valt de schemering in en is het beste er bij mij wel af. We zitten op 75k en de schemering valt in. In een grote loods krijgen we bouillon en hete thee met veel suiker.

Ik neem mijn tijd. We zitten goed in de race, hebben en aantal uren speelruimte opgebouwd ten aanzien van de cutoff times. Ik trek lange tight aan, windjack en muts en tape opnieuw mijn schoen in. Ik heb last van koude rillingen en voel me niet heel florissant. Hans moet steeds langer wachten maar verkiest toch samen boven alleen, wat ik gezellig vind maar hij is oprecht sneller dan ik en houdt in. Toch blijft hij zodat we samen het donker in gaan onder de dreigende Erigerwand.

Als ik me herpakt heb gaan we weer op pad. Meteen draaien we een weiland in. We zien in de verte treinstation Eigergletsjer. Om daar te komen moeten we om de bult heen traverseren om, eenmaal uit het zicht, via de morene omhoog te klimmen naar het station. Het nare van morenes is dat ze akelig steil omhoog gaan. Hier doe ik mijn vierde jasje uit. Er is niet veel Fokkie meer over als ik op het station aankom. Gelukkig volgt nu de trail onder deEigetwand door.

Het is inmiddels aardedonker en zo vliegen we met onze hoofdlampjes langs de wand. Ik krijg ondertussen een appje van zuslief: ‘Ik ga weer slapen, toi toi toi en rust goed uit na afloop! Liefs’. Twee werelden waar niet alleen 1.000 kilometer tussenzit. Het is een technische afdaling onder de monstrueuze noordwand die beklommen werd door roemruchte klimmers als eerstbeklimmers Anderl Heckmair, Wiggerl Vorg, Fritz Kasparek en Heinrich Harrer die in 1938 in drie dagen de top bereikten. De onlangs overleden Ueli Steck deed de klassieke Heckmairroute op 16 november 2015 in 2 uur en 22 minuten en 50 seconden. Wij rennen onder deze route door en als het nog licht was geweest hadden we zicht gehad op het eerste, tweede en derde ijsveld, de Hinterstoisser Traverse, de Witte Spin, het Dodenbivak. Een plek waar klimhistorie geschreven is.

Onderweg pikken we een oude dame op met wie we al een aantal uren stuivertje wisselen. Ze is niet helemaal scherp meer en vraagt zich af of ze nog wel op de route zit. Niet nodig want echt overal staan met verf grote de en zilverkleurige strippen die oplichten in de straal van je hoofdlamp. Ik heb het inmiddels beurtelings warm en koud en voel mee hondsbroerd. Na een voor mijn gevoel veel te lange afdaling zien we eindelijk de post Alpiglen onder ons liggen. Ik laat de andere twee begaan en doe zeker en kwartier extra over dit laatste stukje.

Het is alsof de Eiger stelselmatig de laatste energie uit me heeft geperst. De torenhoge Faulhorn, de klim naar Wengen, de gruwelijke klim naar Mannlichen, de morene naar Eigergletscher en de 18 uren hebben hun sporen nagelaten. Mijn tank is leeg op 87 k en 6.000 hoogtemeters. Dat is het leuke aan grenzen opzoeken; soms kom je ze tegen in het proces. Eigenlijk is er gebeurd waar ik bang voor was. Het hele systeem weigert nog langer ook maar 1 meter te vechten tegen de zwaartekracht en met een lege tank sta ik onderaan mijn laatste klimmetje van 700 meter. Gelukzalig kap ik ermee. Grens gevonden! Waar voor mijn geld. Deze jongen is na 6 kilometer klimmen op. Met de kanttekening dat ik daarna ruim een week ziek ben waarbij je je afvraagt of dat door de race komt of had ik al voor de race iets onder de leden.

Er is maar één manier om dat uit te vinden!

Hans bedankt voor een fijn rondje hollen, je bent een raspaard!

Een woord van dank aan mijn sponsors.

Olight H1R Nova hoofdlamp

Adola heeft mij voorzien van haar nieuwe, uiterst slimme, hoofdlamp. De Olight H1R Nova is een nieuwe zaklamp en hoofdlamp in één. Tot op heden heb ik hem ook als zodanig ingezet. Zaklamp in de tent als ik in het basiskamp ben en hoofdlamp tijdens de trails. Hij is eenvoudig op te laden via een magnetische aansluiting via usb met als voordeel dat je hem aan een laptop, autolader of iPodstekker kan hangen en dat je niet meer loopt te klungelen met batterijen. Deze hoofdlamp geeft ook nog eens enorm veel licht af waardoor je op een technische trail zonder moeite je weg vindt. Ik heb met name profijt gehad tijdens de technische afdaling aan de voet van de Eigerwand die ik vermoeid, na ruim 18 uur trailen, moest volbrengen. Via een makkelijk te bedienen knop zijn zes lichtstanden in te stellen met een maximum van 72 meter. Op de hoogste stand houdt de accu het 12 uur vol. Dat laatste heb ik nog niet getest, maar dat gaat er zeker van komen. Prettig is ook het gewicht van 51 gram waardoor hij niet op je hoofd gaat dansen als je een helling afraast. Ik vind het in alle opzichten een 100 procent verbetering ten opzichte van alle hoofdlampen die ik tot op heden heb gebruikt tijdens trails, hikes en expedities; kwaliteit, gewicht, functionaliteit en degelijkheid.

Meer informatie en bestellen: https://olightworld.com/led-flashlights/all-flashlights/olight-h1r-nova

Black Diamond Distance Carbon Z poles

CJ Agencies heeft mij voorzien van een paar Black Diamond Distance Carbon Z poles. Dit zijn veelgebruikte poles in het trailwereldje en ook Hans loopt ermee. In mijn ogen hebben ze drie duidelijke voordelen. Ze zijn eenvoudig en snel in en uit te vouwen wat zeker bij een afwisselende trail prettig is omdat je op lange rechte stukken geen gebruik maakt van de poles. Aangezien de poles uit drie delen bestaan, zijn ze klein op te vouwen. Dan zijn ze ook nog eens superlicht (280 gram) waardoor ze niet gaan dansen op je rug. En het belangrijkste: ze zijn oerdegelijk. Het feit dat de poles bij Hans en bij mij na een (bijna) 100 kilometer lange trail beide nog intact zijn, zegt voldoende.

 

Hans Niemeijer en ik in beeld op 2 min 10

Met de duim omhoog door Zwitserland, ofwel Eigertrail hoe kwam ik er?

Liften is leuk. Ga je met een georganiseerde reis op pad dan kan het alleen misgaan. Bij liften ga je uit van het slechtste scenario en kan het alleen meevallen. Iedere lift is een cadeau. En zo stond ik vanochtend in Zwitserland bij Val Sinestra een dal in het oosten. Het doel de Eiger, 452k naar het westen.

Mijn eerste lift dient zich aan na 10 minuten. Een knoestige kerel met dito hond en grijze baard laat me instappen in zijn grote terreinwagen. Hij blijkt overal geweest en organiseert woestijnreizen voor groepen. Bijna gaat hij met pensioen en dan gaat hij al zijn dagen vullen met wildernistrips met zijn hond. We kletsen honderduit en hij zet me eruit aan de voet van de albulapas 60k verder waar ik ooit de swiss alpine marathon liep.

Ik steek mijn duim op en Rainer stopt meteen… hij heeft net vrouw en oudste dochter afgezet voor een padvinderkamp. Beide gaan koken voor 50 personen. Hij scheurt met me over de pas en schrikt van motorrijders die te ver naar binnen komen. Hij heeft er ooit een door de ruit gehad met dodelijke afloop. Zelf was hij er bijna ook niet meer. Gelukkig wel want deze kletsgrage man zet me eruit in Lenzerheide waar en Weltcup wedstrijd downhil plaatsvindt. Ik heb er geen oog voor.

Na een Zwitsers biertje duik ik in het meer. Als het dreigt te gaan regenen hervat ik mijn wild geraas aan de andere kant van het dorp.

Meteen stopt een oude dame die nooit lifters meeneemt maar met me te doen heeft. Ze is de hele weg aan het bedenken waar ze me er het bete eruit kan zetten. Het wordt tankstation Chur… de schat.

In de regen stopt de 4e auto met een sympathiek stel. Zij neemt alleen nooit kerels mee. Deed ze wel tot ze en keer betast werd. Ik snap haar angst. Gelukkig heeft ze er duidelijk lol in om wel iemand mee te nemen met vriend aan haar zijde. Ze droppen me op een goede plek voor het postkantoor in Ems. Meteen neemt en opgeschoten knul me me. Hij gaat naar de sportschool en vindt het superGeil dat ik lift. Eigenlijk vindt hij ALLES superGeil… Met een noodgang racet hij naar de kruising met de snelweg en zet me af bij de bushalte. Teveel kruising voor de boeg dus ik loop en kwartier tot het dorp Tamins.

Een hoge ambtenaar van de stad Ilanz is de derde die passeert. Hij vertelt me honderduit over alle gebouwen dorpen en eigenaardigheden. Hij zet me eruit in zijn stad voor een uitstekend hotelletje. Ik mag zijn naam noemen en krijg spotgoedkoop een kamer.

Liften is een cadeau. Tussen 8.30 en 15.30 overbrug ik de helft van de 452k met omwegen over prachtige bergpassen, local inside information en een koude duik. Lovin it.

Gisteren zette mijn laatste liftgever me af in Ilanz. Hij was ‘ein wichtiger Beambter des Vorsatz’ en beval me zijn Stadt met 2.500 inwoners aan. Een avondwandeling leert me dat er 4 op straat zijn. Ze laten de hond uit. Hij vertelde me gisteren al dat Zwitserland een probleem heeft. In sommige dorpen is 80% van de woningen een 2e woning. Alleen bewoond in de winter; in de zomer gesloten luikjes. Niet voor niets is er in heel Zwitserland een wet aangenomen dat er geen 2e woningen meer mogen worden gebouwd (tenzij het aantal onder de 20% ligt maar dat is nergens het geval). Ook de lokale bar lonkt niet. De mannen die aldaar de dienst uitmaken, worden niet door de ooievaar gebracht maar groeien tussen de bomen. Ik ken dat van een eerder bezoek aan het oord Sallanches; je zit op terras te eten en ze gaan tussen de tafeltjes in de goot staan plassen. Rauw volk voor wie zelfs ik een petje af doe.

Veel woorden om duidelijk te maken dat Ilanz een troosteloos oord is. Een gat waar toeristen verdwijnen en huurauto’s worden teruggevonden. Een zogeheten Geistesord ofwel spookstad. Daarom is het goed dat er een station is, dan Kun je vluchten. Gelukkig werkt liften ook en aldus maak ik mijn opwachting na een stevige kopkoffie. Ciao Ilanz

Na een paar minuten stopt liftgever 1. Een vriendelijke oude dame. Als ik opmerk dat het toch bijzonder is dat ze een grote kale lelijke vent meeneemt, kaatst ze terug: och ich denke gar nicht daruber nach. Ze neemt me weer een stukje verder het dal in naar Tavanas en zet me bij een benzinestation af.

Vrijwel direct stopt en Italiaans stel met een rode Fiat 500. Ik neem achter haar plaats en krul mijn rugzak op schoot. Fabio rijdt als een coureur en al snel heb ik door dat ik mee ben voor ballast en wegligging. Gedrie hangen we tegen in de bochten en in luttele minuten sta ik in Disentis/ Muster waar zij de Passo del Lucomagno naar het zuiden pakken en ik de Oberalppas in het westen. Zij zet haar genagellakte voetjes weer op het dashboard en zwaait voor de foto. Fabio niet; die geeft gas, BAM de pas op.

Ik loop het dorp door en ga bij een mooie open strook staan. Wat gaat het weer heerlijk makkelijk vandaag. Ik denk dat het door mijn roodwitte shirt komt. Regel 22 van liften is immers: ga niet in zwart. Combineer het met regel 13: altijd glimlachen of een deuntje fluiten, en regel 34: je rugzak prominent in beeld want je bent immers ongevaarlijk Bergsteiger… en je bent zo weg. Ik mis enkel de schooone deerne aan mijn zijde (Regel 1) en desalniettemin…

Een kerel met een elektrische auto stopt. Hij is net zo bedeesd als zijn auto en rijdt als een geriatrische rollatorkwibus. Gelukkig is het rustig en zo sukkelen we over de Oberalppas en de Furkapas. Spectaculaire vergezichten en scherpe S-curven. Mijn kompaan gaat 4000-ers klimmen in Saasfee. Even overweeg ik langer met hem mee tree cruisen maar dan moet ik 200km verder liften totaal om het Berner Oberland heen en dan ga ik toch liever in een meer liggen of een stuk kuieren. Aldus passeren we de Rhonegletscher waar de Rhone ontspruit en drinken we samen een kop koffie in hoe kan het ook anders… Gletsch alwaar ik de Grimselpas over moet en hij niet. Op het terras 7 Ferrari’s en ik moet hem beloven met een van de bestuurders aan te pappen en dat mijn laatste lift te maken…

Als ik in een buitje de duim weer opsteek, stopt een jonge knul. Op zijn achterbank liggen geordende stapeltjes klimspullen. Dat is nu voorbij. Ik jank mijn rugzak er overheen; einde orde. Hij blijkt Bergfuhrer en gaat met een groep mensen uit noord Duitsland een cursus doen. Vanaf het laatste stuwmeer na de grimselpass klimt hij naar de Bachlitallhutte. Ik overweeg hem te volgen maar neem een prachtig pad het dal in. Zo wandel ik zwierend over houten bruggetjes door Handegg alsmaar dichter naar het lonkende Grindelwald…

“Een man
Hij maakt het niet waar
Want er is geen plan
Hij is al daar

Waar hij is geweest
of is gekomen
Geen tekening
enkel dromen

Een man
Waar kwam hij vandaan
Gaat hij heen
of is hij blijven staan

Waar dan ook
Hij komt wel boven Jan
Of hij is er al
want er is geen plan

Mijn laatste lift was de Bergfuhrer. Ik laat hem achter en steek het dal over via de gigantische stuwdam met daarachter een mintgroen meer. Aan de andere kant moet hij rechtdoor de berg op naar zijn berghut. Ik buig rechtsaf en volg het dal via een fantastisch pad van keien, mos en platen van graniet. Onderweg een helikopter die af en aan vliegt met tonnen cement voor de hut boven. Ware vliegmanskunsten gezien de hoogspanningskabels.

In Handegg een pittoresk hotelletje aan de weg waar ik een klassieke Flammkuchen eet. Na weer een half uurtje lopen begint het te miezeren en steek ik de duim weer op. Opa en oma stoppen en verontschuldigen zich dat ze me maar tot Guttannen kunnen meenemen. Ze hebben zojuist met riek en zeis en stuk land bewerkt. Vitaal bergvolk.

Guttannen is een prachtig dorp in de vallei met oude donkerhouten chalets. Een rustieke oase. Google leert me dat het Babaerhotel niet duur is dus neem ik mijn intrek in een volledig houten kamer met dito bed en kast. Alles maar dan ook alles dat je doet heeft kraken als gevolg. Zoals het hoort.

Ik koop een fles wijn en zijg neer op een stenen bruggetje net buiten het dorp. Groene almen, koeien met enorme bellen, klaprozen alom, een stroompje dat onder me door klettert en frivole vogels fluiten. Who needs tv when you got this.

Ontspannen staar ik naar de chalets en vraag me af of ik hier gelukkig zou zijn. Het klinkt altijd idyllisch een chalet in de bergen maar je neemt altijd jezelf mee. Ook hier regent het en kan het grauw zijn. Toch heerst er wel immense rust. Uren zit ik er gewoon het berglandschap in me op te nemen. En de geur van een houtvuur in de bergen… beter dan dat is er niet. Als het gaat regenen zet ik me op de grond onder een afdak en hoor de gigantische druppels tegen het asfalt kletsen. Alle stof uit de lucht en frisse geuren daarvoor in de plaats. De wolken tekenen donkerblauw af tegen de inktzwarte bergen. Langzaam komen de wolken dichterbij rollen. Plukjes aan de onderkant verraden het op handen zijnde onweer. De eerste ontlading geeft een onwaarschijnlijke klap met daarna een roldonder die over het dorp klinkt. Nu gaan de registers pas echt open. Water spat kniehoog terug van het asfalt, de elementen gaan tekeer. Machtig mooi.

Na een ontbijt met Zwitserse kazen en worst wandel ik het dorp uit op weg naar Innertkirchen. De zon komt net boven de bergkammen uit en de natte almen schitteren voor het oog. Na twee uur lopen een klein restaurant met pittoresk terras dat om Milchkaffee vraagt. Daarna gaat de duim weer omhoog.

Bij het restaurant stopt een auto met… opa en oma. Ze schaterlachen en slaan zich op de knieën: bist du bis hier gekommen seit gestern!? De lolbroeken.

Veel verkeer is er niet dus ik ben blij dat de postbode me meeneemt in zijn rode autootje. Pakketten voor achter om naast onder en boven me. Ik ben dus wel op mijn plek, ik ben ook een pakket immers. In Innertkirchen zet hij me af en vrijwel meteen stopt een dikke Mercedes. Hij is – uiteraard – Baufuhrer en overziet grote wegwerkzaamheden op de Grimselpas. Hij is onderweg naar Thun. Dat komt me prima uit want de vriendin rijdt vanmiddag aan en komt daarlangs. Bovendien ligt het aan de ThunerSee en heb ik wel zijn om me onder te dompelen in azuurblauwe bergmeren. Hij rijdt speciaal voor me langs het meer over de ‘kustweg’ en zet me af bij een park met mooie rustige standjes alwaar ik inderdaad mijn derrière in een bergmeer dompel met uitzicht op het Eigerdal en besneeuwde gletsjers. Grindelwald, ik kom…

In Thun pikt vriendin me op. Ze is voorspoedig hierheen gereden vanuit Nederland. Na een half uur zijn we in Grindelwald… eindelijk na tweeëneenhalve dag liften einddoel bereikt. De 101k Eigertrail awaits us.

We slaan ons kamp op op camping gletscherdorf. In de ochtend pakken we de gondel naar Pfingsteck. Van daar (1.328m) lopen we naar de Schreckhornhutte op 2430m. Een mooie acclimatisatietocht die we extreem rustig doen met onze poles om de pijn in de Oberschenkeln te minimaliseren. We willen natuurlijk geen 6.700m klimmen met spierpijn bij de start. Dat hoeft niet persé.

Via een prachtig pad wandelen we de bergwand op tussen de Eigerwand en de Schreckhorn. De gletsjer heeft een immens diepe kloof uitgesleten. Vanuit Grindelwald ziet het er ondoordringbaar uit maar eenmaal boven blijken paden tegen de wanden te plakken.

In exact een uur wandelen we van Pfingsteck naar Berghaus Baregg, een prachtige berghut met pittoresk terras dat uitkijkt op meerdere gletsjers die aan de achterzijde van de Eiger afdruipen. Het panorama is van buitencategorie en we zijn 360 omringd door dreigende steenmassa’s. Aardig ook de bordjes: goed luisteren misschien hoor je wel stenen vallen… haha, bemoedigend.

De allervriendelijkste huttenwaard zegt dat het weer vandaag slecht zou zijn in tegenstelling tot de hemelsblauwe luchten boven ons. Hij heeft er vertrouwen in en denkt dat we er 3 a 3,5 uur over doen naar de Schreckhornhutte. De opmerking dat er 3 ladders, kabels, kettingen en smalle paadjes zijn doen ons even aandachtig luisteren. Met name vriendin aangezien dit haar 2e serieuze bergwandeling ooit is… we gaan het zien.

Het pad is uitstekend en loopt parallel aan de wand gestaag doch zeker omhoog. Ergens achterin de kom moeten we linksaf richting weer een andere gletsjer waar de hut naast staat. Precies op de hoek staat een groen tentje waarin een kerel met ontbloot bovenlijf ligt te doezelen. We knikken hem vriendelijk gedag om later van de huttenwaard te horen dat hij de wereldberoemde Thomas Ullrich is. Bergbeklimmer en poolreiziger die in zijn eentje Antarctica deed. Nu doet hij een leuk projectje, via een bepaalde breedtegraad doortrekt hij in 60 dagen heel Zwitserland. Gisteren heeft hij de Eiger beklommen, is daarna in onze kloof afgedaald door ab te seilen. Het lukte hem in de avond niet om met zijn maat de wilde rivier over te steken. Vanochtend zijn ze er wel in geslaagd. De maat moest daarna af buigen n voor herstel want hij loopt zaterdag met als ik de 100.

Nu ligt Thomas in de tent te wachten op een nieuwe maat. De waard van het Berghaus heeft hem uitgenodigd voor een kop koffie maar helaas… dat is meer dan 500m van zijn lijn. Zelf opgelegde regels. Ik krijg de onbedwingbare neiging om naakt voor zijn neus te gaan dansen met bier en Bratwurst… op 501m, maar dat zal aan mij liggen. Zijn project laat maar weer eens zien dat je tegenwoordig nergens meer mee kunt opvallen.

Ueli Steck rende de Eiger op in 2.5 uur. Hij deed het nogmaals met klimmer en trailrunner Kilian Jornet. Ook beklom hij vanaf deze hut de Eiger … en daalde af… en beklom de Monch… en daalde af… beklom de Jungfrau… en daalde af… in 16 uur!

Ook beklom hij non-stop met een jongere klimmer alle 4000ers in de Alpen terwijl hij alle vervoer ertussen ongemotoriseerd deed. Afdalen deed hij soms met parapente tot zijn jongere metgezel hier naast de hut crashte en hard met billen en benen de grond raakte. Onze huttenwaard was erbij. Er kwam een fysio naar de hut maar voor de beste knul was het project over. Met donker zwart bovenbeen strompelde hij naar het dal. Ueli vond en nieuwe partner en maakte het project af. Tegen onze waard zei hij: es ist wichtig nicht immer on the edge zu gehen. Spijtig genoeg is deze klimmer van buitencategorie omgekomen op de Lhotse, terwijl hij daar voor zijn doen niet on the edge ging. Je kunt op dat niveau maar 1x een foutje maken.

Wij maken geen fouten vandaag. We klimmen door naar 2.100m als de wand wel heel exposed wordt en kettingen, afgronden en ladders ons pad kruisen. Dit is voor vriendin niet direct aanleiding om te draaien maar ik moet haar weer veilig beneden krijgen en naar beneden is vaak lastiger dan omhoog. Het adagium ‘De top is slechts halfweg’, indachtig keren we om een besluiten in Berghaus Baereg onze nacht door te brengen bij eerder genoemde waard.

Het is een heerlijke gastheer die zijn vak verstaat: Jan, wunschest du noch irgendetwas?, vraagt hij totaal uit het niets, mij verbouwereerd achter latend van zoveel gastvrijheid. Navraag leert dat hij deze hut al 11 jaar beheert. Hij pacht hem voor 20.000 chf voor 5 maanden. Eerder had hij 20 jaar een hut op 2.760m die groter was en die hij pachtte voor 70 tot 90.000 chf per jaar. Het geeft een beeld van dit beroep en stemt tot denken. Als iemand na 31 jaar nog steeds met zoveel glimlachen zijn werk doet, gaat er iets goed…

CONTACT | COFFEE

Aarzel niet en zoek even contact!