20/05/2017 Jan Fokke Oosterhof

De Rocky Mountainbike Marathon Willingen 2017; 54k blubberbiken

24 mei 2017 – Zoals ieder jaar rijd ik de marathon omdat mijn vader in het Duitse Sauerland woont. Dit jaar nodig ik een groep vrienden uit die regelmatig het asfalt onveilig maakt in de Randstad, mannen-van-een-zekere-leeftijd-in-lycra. Wederom zullen ze nu in hun speelpakjes in Duitsland aan de start verschijnen.

Rob van P, 1x gemountainbiked van de supermarkt naar huis. Je zou hem een debutant kunnen noemen.

Erik de B alias Oubidoubi, een gedegen lijf, lengte 1,80 meter, gewicht onbekend en 1x op de MTB in Nijmegen op een door mij georganiseerde training. Hij zou ook als debutant betiteld kunnen worden.

Marcel de B alias Smeagol, een perfect gesoigneerde, fabelachtig-op-de-fiets-zittende coureur. Veel MTB-ervaring maar een pijntje aan de knie, iets met 40+ net als ondergetekende. Het lichaam hapert soms.

Kees K, voor mij nog onbekend, maar de tekst op zijn startnummer spreekt boekdelen ‘EPO4EVER’. Het verklaart zijn onmetelijke kuiten en voor aanvang zijn we reeds geïmponeerd van zoveel machtsvertoon. Hij neemt het startnummer van de vriendin van vaders over. Zij heet Bonneke en meteen dopen we hem om tot Bommeke.

De hoofdrolspelers zijn geschetst, let the games beginn!

Vrijdag regent het. Niet een uurtje, niet een halve dag, maar de hele dag. Zaterdag is race day en dan belooft het goed te worden, maar de regen van vandaag zal zijn slopende werk doen.

Zaterdag. Om 7.30 melden we ons in het startvak na een koude rit op de fiets van Usseln naar Willingen waarbij meteen snelheden van boven de 65 kilometer per uur worden gemeten. Het belooft wat! Na het startschot zien we binnen minuten de licentierijders aan de hemel naar de top klimmen, alsof het geen moeite kost. Dit is het terrein waarop Bart Brentjes zich menigmaal heeft laten gelden. Vol ontzag staan we met gapende schedels omhoog te staren. Het doet me denken aan een citaat van de geweldige schrijver Ilja Leonard Pfeijffer uit zijn vermakelijke boek ‘De filosofie van de heuvel’. Als totale non-sporter rijdt hij op een oldscool-racefietsje van leiden naar Rome. Zijn adagium: ‘Een helling is ook maar een plat vlak onder een bepaalde hoek’. Het relativeert en geeft te denken.

Erik heeft koppijn. Het moet de angst zijn die hem uitholt. Collectief hebben we gisterenavond hem geprobeerd bang te maken tijdens het diner met oneindige klimmen, peilloze afgronden en gruwelijke afdalingen. Hij kijkt als een oorwurm en slikt twee Ibuprofen.

Gezien de regen en weersvoorspellingen is het dit jaar aanmerkelijk rustiger dan andere jaren. Als onze start van 8 uur nadert, zwelt de muziek aan en nemen kriebels toe. Is het Rampstein die daar klinkt? Zij die gaan sterven groeten u…

Dan het schot. Langzaam komt de nerveuze meute in beweging. De eerste kilometers gaan over het asfalt door Willingen. Meteen worden snelheidsrecords gezet, al zitten er nu reeds amateurs aan de remmen. Afblijven, fikken er vanaf!

Het dorp uit volgt meteen de eerste klim, beginnend op asfalt, overgaand op grindweg, continuerend in bospad, culminerend in single-track. Het tekent ook de lengte. Meteen begin ik in te halen. Ieder jaar start ik ontspannen achterin en vreet als een pacman van achteruit het veld op om ergens halverwege te eindigen. Om me heen gaan hartslagen direct hoger en het is een pandemonium van gehijg. Met name de zwaarder gebouwde strijders moeten het ontgelden. Ik volg een groep bikers uit Ruurlo. Gestaag vreten we ons door het veld omhoog.

Eenmaal boven volgen drassige single-tracks en smalle geulen. Inhalen is niet echt een optie dus. Behouden volgen is het devies. Een eerdere editie zat hier een Duitser achter me die bulderde: ‘Wenn jeder rechts fahrt, kann ich links überholen!’ Mijn kompannen manen me dat Duitse humor niet bestaat, in dit geval zeker waar, al moesten we allerhartelijkst om hem lachen.

Op ongeveer 10 kilometer volgt ‘DE AFDALING’. Dit jaar is hij zo mogelijk nog erger. Steil door geulen door de blubber naar beneden, waar de fotografen gestrekt klaarliggen om je ‘te pakken’. Het devies: Blijf met je poten van de remmen af! Aldus laat ik me behoedzaam gaan, rem slechts lichtjes bij en hang met het lichaam achter mijn zadel. De fiets vindt zijn spoor. Hier onderscheiden the boys zich van the men en wordt snel duidelijk wie wél en wie niet kunnen fietsen. Behendig manoeuvreer ik tussen de gevallenen door als ik gelijktijdig zowel links als rechts mensen voorbij zie vliegen, zonder fiets. Ze hebben 100% de remmen dichtgeknepen, niet handig. Spijtig genoeg vallen ze in mijn baan en moet ik me ook laten vallen. Tweemaal zijwaarts op de heup. Nu, twee dagen later, wordt een en ander gestaag blauw en geel en groen. It’s all in the game! Spijtig is de brancard rechts in het bos, omringd door mensen van de bergreddingsdienst, hopen dat alles goed komt…

Daarna is het alle expertise uit de kast. Het parcours laat zich kenmerken door spoorvorming, spekgladde blubber en prachtige plassen. Die laatste pak ik als trailrunner natuurlijk vol mee. Het levert me tientallen posities op. Op 15 kilometer staat vaders bij een wegoversteek te fotograferen. Snel een reepje om de energie aan te vullen. Hier ben ik nog onder de illusie dat ik de middenafstand van 95 kilometer ga volbrengen, al bemerk ik nu reeds dat dit de zwaarste editie tot nu toe is. Ik moet constant druk houden op de pedalen, ook op de vlakke stukken. Iedere meter moet bevochten worden.

Er volgt weer een juweel van een klim die ik volbreng in het wiel van een medestrijder. Wiel-aan-wiel banen we ons een weg door het veld, van links naar rechts manoeuvrerende om in te halen. Op 25 kilometer volgt de drinkpost. Geen vader aldaar, dus na twee glazen sportdrank en een banaan vervolg ik meteen mijn weg.

Stiekem voel ik de benen wel heel erg. De bewustwording dat 95 kilometer er niet in zit, is niet meer latent aanwezig, maar in volle besef doorgedrongen. Zelfs de 54 kilometer is vandaag een uitdaging van formaat.

Vrijwel alles gaat in het laagste verzet, ook de vlakke stukken. Bijschakelen doet pijn en de stammetjes zijn 100% verzuurd tot aan kramp toe. Later hoor ik dat Smeagol vanwege zijn knie vanaf de drinkpost over het asfalt is teruggereden. Oubidoubi en Rob rijden volgens intimi iets achter de bezemwagen en Rob kan er nog een grijns uit toveren. Erik zit achterstevoren op zijn fiets om zijn moeder te roepen, om Herbert D te citeren.

Vanaf 30 kilometer begin ik oprecht krachttermen te uiten en vervloek ik mijn huurfietsje waarvan het zadel steeds wegzinkt in het frame en vanwege het feit dat hij maar 21 versnellingen heeft en geen motortje. In dat kader kijk ik die avond op bed alle filmpjes over ‘doped bikes’. Hilarisch, vooral het exemplaar met Hesjedahl.

Vanaf hier deel ik het aankomende stuk in mijn hoofd op in etappes die ik moet zien te overwinnen. Segmenten die ik 1-voor-1 doorworstel. Ik hang ver voorover over mijn stuur in de hoop ergens in de goot mijn 6e of 7e adem te vinden. Fok, wat is dit zwaar! De fiets lijkt wel vastgezogen in de drek die je niet lijkt te willen laten gaan. Obbe Heinen van de Leidse Hardloopwinkel haalt me met brede grijns in. Shit, wat zit die kerel er fris bij! Later blijkt onze maat Pascal Noort in een schamele 6,5 uur de 130 kilometer te hebben gerond. De held! Als ik na de finish met hem bijklets, maant hij me: ‘Het geheim zit volledig in de bandenkeuze, Jan! Daar moeten we nog eens een biertje op drinken.’ Het stemt me oprecht vrolijk; het ligt dus niet aan mij, maar aan mijn banden! Had ik al gezegd dat ik prima kan montainbiken, het alleen zelden doe? Allemaal excuses, externe justificatie zoals de NS altijd vertraagd is ‘op last van de politie’. Het is gewoon loodzwaar vandaag en ik ben er nauwelijks tegen opgewassen. Ik besluit voor eens en voor altijd om volgende edities op semi-slicks te rijden en niet meer op zuigende rupsbanden. Ik reed eerder 3.30 op slicks en nu een schamele 4.41.

Als ik op het terras zit met een grote pot bier, sluit al snel een gedouchte Marcel aan die ondanks zijn asfalt-detour toch 45 kilometer op de teller heeft staan. Na 6,5 uur sluiten ook Rob en Oubidoubi aan. Rob kijkt als een aangeslagen vis op het droge, Erik als de oorwurm van vanochtend. Maar dat verandert snel als de heren met een pot bier het proces van herstel inzetten. Ze hebben het prima naar de zin gehad en Erik is na zijn start helemaal bijgetrokken. Sportmannen met een gedegen basis, respect voor deze MTB-leken die er toch mooi 54 kilometer doorheen hebben geramd. Ze waren weliswaar langzamer dan de 1e op de 130 kilometer, maar het leert ons één ding: alles is relatief.

Volgend jaar weer, op semi-slicks. Om mijn ZEN-wijsheid te etaleren: beter beheerst glijden, dan krampachtig controleren.

Wordt vervolgd!

 

CONTACT | COFFEE

Aarzel niet en zoek even contact!