12/06/2005 Jan Fokke Oosterhof

Debuutmarathon in Leiden

Op 12 juni 2005 loop ik in de voorbereiding op de 78-kilometer lange Swiss Alpine Marathon mijn eerste officiele marathon in Leiden. De column die ik erover schreef was getiteld: Lijden met een grote L tijdens de lijdensweg genaamd Leiden Marathon.

13 juni – Ai caramba! Kramp. Wakker. Het zuur in de benen is niet van de lucht. De pijnlijke consequentie van het lopen van een marathon. Gisteren ging het nog wel, vandaag is erg pijnlijk en aan de dag van morgen wil ik niet denken. Zojuist mijn atletenpagina op www.leidenatletiek.nl bijgewerkt met een pr op de halve marathon (1.32.56), een pr op de hele marathon (3.16.09)  en een foto waarop ik in de hekken hang, ongeveer 1 minuut na mijn finish. Net of ik gevangen zit achter tralies op de foto, terecht want welke idioot loopt op zijn vrije zondagmiddag een marathon! Na de 42,2 kilometer van gisteren weet ik het zeker: hardlopers zijn doodlopers en die moet je tegen zichzelf beschermen.

12 juni – Na het douchen marathonontbijt: 2 krentenbollen, 10 norittabletten (just in case), 2 powerbars en ruim 1 liter sportdrank. De zenuwen in de buik, gezonde wedstrijdspanning. Wat moet ik verwachten? Waar begin ik aan? Val ik uit? Maar vooral: loop ik sneller dan Marcel met zijn respectabele 3.28 op de Marathon? Joost mag het weten! (Joost weet echter van niks en denkt dat ik de 5 kilometer of de halve marathon ga lopen). Dat zijn zo de vragen die opborrelen bij een debuterende marathonloper.

Op het fietsje naar de wedstrijd waar het reeds een drukte van jewelste is. De oplettende speaker in de persoon van Teun de Reede pikt me direct uit het publiek en attendeert iedereen op de Swiss Alpine Marathon en het feit dat Joost, Marcel en ik elkaar op slinkse wijze te slim af proberen te zijn met geheime trainingen en ultraduurloopjes. Joost heeft geen idee van onze marathonaspiraties, wij hebben er op onze beurt geen idee van wat Joost allemaal in petto heeft. Een ding is zeker: stilzitten doet hij niet. Je valt ten slotte niet zomaar 10 kilo af in 10 weken. Hij roept dat hij 11 a 12 keer in de week traint, maar we roepen allemaal dingen in de psychologische oorlogsvoering om elkaar de stuipen op het lijf te jagen. Edoch het smalle bekkie – van de man die ooit bollie werd genoemd – en de loshangende kleding doen het ergste vermoeden: een man in vorm.

De start van de marathon verloopt ietwat rommelig omdat de startvakken niet overal even duidelijk zijn aangegeven. Het gevolg is dat de hele en halve marathonlopers tussen de massa 10-kilometer lopers staan. Sta je ten minste vooraan als de hele meute is opgehoepeld, is de alomtegenwoordige constatering. Wanneer de 10-kilometerlopers aan de horizon verdwenen zijn, sta ik dan ook op rij 3, netjes vooraan tussen de 5-kilometerkanonnen. De start is druk, ik moet moeite doen om op de been te blijven. Je vraagt je af wat een aantal ‘atleten’ hier voorin doet, de Kinderloop was toch vanochtend? Als een ware evenwichtskunstenaar weet ik overeind te blijven. Ongeveer 2 kilometer na de start moet ik – zoals gepland – naar het toilet. Ik heb bewust zoveel sportdrank gedronken dat ik overloop. Beter zo dan andersom, net als in de bergen waar het motto is ‘a happy mountaineer pisses often and clear!’ Ik zoek een slootje uit en vul het bij.

Bij station Lammenschans ontstaat lichte paniek. De 5-kilometerlopers moeten rechtsaf en de atleten van de langere afstanden gewoon rechtdoor. Enkele lopers lopen verkeerd en worden door de enthousiaste supporters zo HARD toegeschreeuwd dat ze enkele tellen later rechtsomkeer maken en met de staart tussen de benen terugrennen.

Het parcours kent een aantal bruggen en viaducten waar ik gretig gebruik van maak om van paslengte te veranderen. Door het monotone lopen op asfalt verzuren de stammetjes veel sneller dan in het bos of op heuvelachtig terrein. Een les die we getrokken hebben uit de monstertrainingen in Duitsland en vervolgens de Marathoorn op de geasfalteerde dijken bij Hoorn. Ook bochten gebruik ik om even aan te zetten en de beentjes anders te belasten.

Bij de doorkomst in Zoeterwoude is het één groot feest. De band speelt, de supporters schreeuwen en de sponzen zijn overvloedig aanwezig. Een man heet me welkom in zijn dorp, terwijl een scherp, jong meisje me vraagt waarom ik dit doe. Een – gezien de omstandigheden – uiterst relevante vraag. Tijd om haar te antwoorden heb ik niet, wèl heb ik nog 30 kilometer voor de boeg om over haar woorden na te denken. De 5 kilometer gaat in een knappe 21.19, de 10 kilometer in exact 42.30. Constant dus, maar bovenal HARD!, 3-uurstempo zeg maar. Verval kan niet uitblijven.

De eerste 15 kilometer gaan rap voorbij. Daarna kijk ik al uit naar de doorkomst op de Breestraat, waar honderden mensen staan te juichen. Je kan wel zeggen dat het je niets doet, maar da is natuurlijk nie waar! Ik versnel en jakker in een rap tempo de laatste 5 kilometers van de eerste halve marathon erdoorheen, opgejaagd door de atleten die gaan finishen op de halve marathon. Gewoon meeaccelereren, je moet een wedstrijd maken of breken is het devies.

Doorkomst op de halve marathon: 1.32 hoog. Leuk om zo over de Breestraat te draven. Ergens aan de rechterkant scandeert iemand mijn naam. Er zijn meer ‘Jannen’ dus ik veronderstel dat een andere Jan in mijn buurt loopt. Later hoor ik dat het Linda van Driel is, traithlontalent, met wie ik sinds kort train. Na de Breestraat volgen de Douzastraat en de Herenstraat, drukke stukken met veel enthousiaste supporters, op TV West noemen ze dit niet voor niets de gezelligste marathon van Nederland. Ik vlieg!

Na de Herenstraat is het opeens rustig, je valt in een leegte. Geen supporters, geen halve-marathonlopers, opeens loop je alleen. 200 meter voor me zie ik een man rennen. Ik focus me op zijn hielen en bijt me erin vast. Maar liefst 10 kilometer heb ik nodig om bij hem in de buurt te komen, maar dan…KETCHING!, de man met de hamer, zeg maar MOKER. Nog 10 kilometer te gaan en zelfs wandelen in de meest simpele vorm doet pijn. Niet dat je een beetje stijf bent ofzo, nee elke pees en spier probeert je op eigen wijze aan het verstand te brengen dat het een beetje over is zeg maar…

Hardlopen, wandelen, ‘hard’lopen, schuifelen, joggen, strompelen. Ik probeer in etappes van 500 meter verder te gaan. Het is géén optie. Waarom doe ik dit ook al weer? De woorden van het kleine – analytisch sterke – meisje uit Zoeterwoude spoken door mijn hoofd. Mijn benen zijn zuur en krampen, mijn tepels zijn stuk geschuurd met bloedstrepen in mij shirt tot gevolg, ik heb een droge mond, mijn billen staat strak van het melkzuur en mijn hoofd heeft er al helemaal geen zin meer in. Hier is geen zout tegen opgewassen, de psyche is geknakt (zie voor de aanwendingsmogelijkheden van keukenzout tegen het knakken van de psyche deel 2 van deze serie artikelen). Dit is lijden in Leiden met een grote L.

Om me heen zie ik gelukkig ;-)) dat ik niet de enige ben die pijn heeft. Het is een spel van inhalen en ingehaald worden dat niets te maken heeft met het vermogen om sneller te rennen dan je tegenstander, als wel met de noodzaak te strompelen wegens ongecoördineerde spierspasmen. Op 34 kilometer haalt een loper me in die klaarblijkelijk al enkele kilometers op mijn hielen heeft gezeten – ook hij beet zich vast in mijn hielen zoals ik me vastbeet in die van mijn voorganger (Leiden Marathon; parade der hielenbijters). ‘Wat loop je mooi’, zegt hij, ‘moet je die stumper daar voor ons zien, t ziet er niet uit!’. Dat kan dan wel wezen denk ik bij mijzelf, maar je zegt het juist, hij zit vòòr ons en gaat harder. Liever lelijk en hard en dus sneller thuis, dan technisch mooi en traag en dus een langere lijdensweg. Mijn medeloper biedt me 2 kilometer soulaas totdat ik wederom in wandeltred verval.

Wat kan 6 kilometer dan VERSCHRIKKELIJK lang zijn… Meter na meter sleep ik me voort denkend aan de eerste 30 kilometers die zo makkelijk gingen. Ik was zelfs zo snel dat mijn ouders – mijn trouwste supporters – zich nog op een terrasje bevonden toen ik langsvloog over de brug bij het Lammenschansplein. Een lot dat me vandaag vaker beschoren was: Erik van Putten, de fysiotherapeut van Leiden Atletiek wilde me bij de finish aanmoedigen en was keurig aanwezig om me in 3 en een half uur te zien finishen, hij liep me zelfs tegemoet, om te moeten constateren dat ik reeds lang gefinished was. Van je toeschouwers moet je het hebben.

Tijdens de laatste etappe van het drama passeer ik Paul Kamphuis, waarmee we binnenkort gaan trainen in België. Hij zwaait met de vuist en schreeuwt dat het goed gaat. Ik knik van ja – niet volledig overtuigd van dit feit –en reclameer dat ik zo ongeveer in 3.15 uur moet kunnen finishen, tot mijn kuit uitgerekend voor zijn neus een volstrekt falen laat zien door in een stuiptrekkende kramp te schieten. Ik kijk naar beneden en zie mijn kuit zelfstandig samentrekken en ontspannen… Dat kan de bedoeling niet zijn. Koortsachtig begin ik te rekken. De enige èchte kramp gedurende de wedstrijd en dat voor de neus van Paul Kamphuis – een ultraloper – die hier vast nooit last van heeft.  Hij zal zich verkneukelen om de groentjes waarmee hij aan de start staat in Zwitserland. Dit krijgen we vast nog weken onder de neus gewreven.

Gedurende deze laatste kilometers dreigen de binnenzijden van mijn bovenbenen bij elke oneffenheid, bocht of stoeprand zelfstandig te gaan krampen. Ik beweeg mij dientengevolge voort als een nijlpaard op een dunne glasplaat (om de volstrekte zinloosheid van mijn krampontwijkend gedrag aan te geven). ‘Kleine pasjes’, roepen de mensen uit het publiek als ik bij een onverwachte beweging een schrikachtige stuiptrek laat zien vergezeld door een grimas. Steeds vraag ik mijzelf af of de pijn en de krampen nu komen van ‘lang’ lopen of van ‘hard’ lopen. Moet ik nu straks op de 80 kilometer zo snel mogelijk zo ver mogelijk zien te komen tot het vlammetje uitgaat, of moet ik heel rustig – onder het genot van relatief minder pijn – de wedstrijd ingaan? Een interessant vraagstuk dat doet denken aan Himalayaexpedities: een langere expeditie betekent méér dragers, betekent méér eten mee, betekent weer méér dragers. Of kiezen voor een korte bulletexpeditie met het risico dat je zonder eten komt te zitten vlak voor het einddoel? Mmm, als ik weer ben bijgekomen ga ik me hier nog eens over buigen.

De laatste 2 kilometer maan ik mijzelf gas bij te geven. Het maakt nu toch niet meer uit. Het houten bruggetje bij de molen doet me vooruitzien naar de bergpas op 2760 meter in Zwitserland die ongetwijfeld net zo zwaar zal aanvoelen. De haag met mensen maakt veel goed. De laatste 400 meter weet ik er nog iets uit te stampen dat verdacht veel lijkt op hardlopen. Reeds in de verte zie ik loopmaat Marcel staan met zijn digitale camera. Na een knik van herkenning kijkt hij angstig om naar de klok om te constateren dat zijn marathontijd werkelijk verbrijzeld gaat worden met maar liefst 12 minuten. Zijn wraak bestaat uit het nemen van enkele foto’s van mijn verwrongen kop in de minst elegante poses.

Eenmaal over de finish – dat wil zeggen na het verlossende piepje van mijn chipje – is zwalken het enige dat resteert. Uitgeput val ik in de armen van Mok Scheffer – één van de gezichten achter de Leiden marathon – die daar staat om de lopers op te vangen die er het ergste aan toe zijn. Verschrikt kijkt ze me aan en vraagt of het wel gaat. ‘Fantastisch’, reclameer ik, ‘euforisch voel ik me’. Om maar niet te zeggen dat ik volstrekt stoned ben van de endorfine en de verleiding bovendien groot is om me meteen op de biertap te storten die achter haar opdoemt. Toch nog maar even wachten met koolhydraten stapelen en via Mok waggel ik de hekken in, waar opeens mijn ouders weer opdoemen, die hier wèl op tijd zijn.

De digitale camera klikt en legt de drie beelden vast waarop ik in de hekken hang en waarvan er een op mijn atletenpagina op www.leidenatletiek.nl prijkt. Uiteraard is dat de foto waar ik het meest verlept op sta. Uit de drie vlak na elkaar genomen foto’s – 1 minuut tussenpauze – blijkt echter een wonderlijk snel herstel. Eigenlijk viel het achteraf bezien allemaal wel mee.

Het was zelfs wel een beetje genieten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CONTACT | COFFEE

Aarzel niet en zoek even contact!