17/02/2018 Jan Fokke Oosterhof

Een trailer op de 136k-lange Walk of Wisdom; Pelgrimage op een bed van ijskristallen

Al sinds de lancering op 21 juni 2015 staat hij in mijn bucketboek, het non-stop rennen van de Walk of Wisdom, een 136-kilometer lange pelgrimsroute. Een pelgrimsroute met mijn eigen stad Nijmegen als basis, die losstaat van specifieke religies en draait om de wijsheid van het leven. Op de route kun je nadenken over je leven en je plaats in het grotere geheel. Met mijn bedrijfsnaam Bestaansverwondering kan ik dat natuurlijk enkel toejuichen en vanaf de lancering voel ik een speciale verbinding met dit initiatief. Mijn gevoel van verbinding wordt enkel versterkt als ik vlakbij de start- en finishlocatie – de Stevenskerk – een kop koffie drink met initiatiefnemer Damiaan Messing.

Hij merkt op dat hij een zoektocht naar zingeving waarneemt in de maatschappij en dat dit soort pelgrimsroutes ontzettend populair zijn. In 2017 lopen bijna 300.000 mensen de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela, vijftien keer zoveel als tien jaar geleden. Onder hen 3.600 Nederlanders en ook dat aantal groeit. De route voert langs rivieren, heuvels, bossen en oude cultuurlandschappen rond Nijmegen en knoopt mooie gebieden als de Ooijpolder, de N70-stuwwal, het Reichswald en de Hatertse Vennen aan elkaar. Het is een wandeling van vier tot acht dagen die start en finisht bij de Stevenskerk in Nijmegen. Daarmee wil de route uitdragen dat de weg belangrijker is dan het doel en dat je uiteindelijk weer terugkomt daar waar je begon. Bij mij maakt het feit dat ik een rondje loop en nergens heen ga ’s ochtends om drieuur in de koude een weifelende sensatie los van ‘waarom deed ik dit ook alweer’.

Damiaan vindt het mooie aan een pelgrimstocht het op zoek gaan naar jezelf en je tijdelijk afsluiten van de wereld en de dagelijks beslommeringen. Ik vertel Damiaan over mijn gevoel dat ik deze pelgrimsroute graag wil rennen, een a-religieus rondje om de kerk. Hij is enthousiast en in het zonnetje delibereren we over het leven, een mooie ontmoeting. Damiaan vindt dat ieder de route op zijn eigen manier moet kunnen lopen, de een in een week en anderen in etappes verdeeld over verschillende weekenden. Enkele weken later lees ik een reportage over de Walk of Wisdom in de Volkskrant getiteld ‘De weg naar inkeer voor iedereen’ waarin Damiaan melding maakt van mijn intentie: ‘er is iemand die de tocht in één dag rennend wil afleggen’. Als ik Damiaan later nogmaals spreek blijkt hij reacties op die passage te hebben gehad in de hoek van ‘weerstand’ en ‘afkeer’. De Walk of Wisdom is volgens velen immers een tocht van bezinning. Damiaan vraagt hoe ik daarin zit. Ik vertel hem dat volgens mij juist een kenmerk van een pelgrimstocht boetedoening is en daarmee nederigheid. Ik wil mijn tocht volbrengen en totaal afgemat, nederig de Stevenskerk in de verte zien opdoemen. Bovendien is het hardlopen juist een manier om je hoofd leeg te maken zodat gedachten kunnen komen en gaan. Was het niet Kierkegaard die zei ‘Er is geen probleem zo groot, dat ik er niet van weg kan lopen’. In mijn geval rennen. Het neemt de ruis weg en maakt ervaringen en gevoelens puur. Ik ben niet op zoek naar een FKT (fastest known time) en heb niet de ambitie iets neer te zetten. Dit nog los van het feit dat ‘grote hardlopers’ hier in hun vuistje om zullen lachen. Een tijd is niet aan de orde. Het wordt gewoon mijn langste (on)bezonnen training.

Sterker nog: ik wil mijn tijd nemen voor alle rituelen die onderweg zijn ontstaan: jezelf reinigen in de Bisonbaai, een boodschap achterlaten in het Mariakapelletje halverwege, een steentje achterlaten op het Kitty van der Wijzen-plein en een lap achterlaten in de Koortsboom. Ik heb geen doel, ik ervaar, ik beleef en bezin, ik presteer zonder gewin. Ik ren zonder haast; dat is mijn pelgrimstocht.

De avond voor vertrek bezoek ik de Runsupplies-hardloopbeurs. Als hardloper en looptrainer kun je immers een heuse hardloopbeurs in je eigen stad niet voorbij laten gaan zonder een kijkje te nemen. Het is in het industriële-Honigcomplex en ik verwacht een beurs met veel standjes met interessante producten. Dat valt ronduit tegen. Ik wandel vijf minuten rond en dan heb ik het gezien; een looppatroon-analyse van een schoenenmerk, twee standjes met sportvoeding en de lokale Runnersworld die een spandoek aan het ophangen is. Ik schud enkele bekenden de hand en maak me uit de voeten. Een goed excuus om een beetje bijtijds onder de wol te gaan voor mijn nachtelijke escapade. Maar niet voordat ik uit nostalgisch oogpunt een flinke maaltijd wegstouw bij het lokale Griekse restaurant Dionysos waar Andreas de scepter zwaait. Eerder sponsorde hij mijn project ‘Vierdaagse met MS’ gezien zijn verleden als (top)voetballer. De nostalgie zit hem voor mij echter meer in de Griekse taferelen rondom de Spartathlon waar ik coachte. Mooie herinneringen aan topsport tegen een heroïsche achtergrond.

Met een volle buik duik ik om tien uur het bed in, maar niet nadat ik Damiaan op de hoogte stel van mijn plannen met een sms. Uit Facebook maak ik op dat hij zich in Portugal bevindt om de mogelijkheden voor een Walk of Wisdom aldaar te verkennen. Hij wenst me een fijne tocht.

Ik zet wekkers om 1.30 uur, 1.32 uur en 1.34 uur, zodat ik om twee uur bij de Stevenskerk kan zijn. Uiteraard kan ik de slaap niet vatten. Na ettelijke uren wakker liggen, gooi ik er om 00.23 uur maar een film tegenaan, zodat ik afgeleid ben en wellicht nog een uurtje slaap meepak. Niet dus. De vrieskoude in combinatie met duisternis lonkt niet en dus blijf ik warmpjes liggen en kijk de film Transsiberian met Woody Harrelson. Het thema van de film – Siberische toestanden – draagt niet bij aan mijn drang deze expeditie te starten. Als om drie uur echter de film is afgelopen, is er geen enkel excuus meer om te blijven liggen. Ik spring op, pak mijn rugzak in, trek een warme tenue aan en spring op mijn fietsje richting de kerk.

Bent u een duiker?

Eenmaal op locatie dronken stappers die me aanzien voor een duiker. Verbijsterd vraag ik waarom. ‘Die flessen op je borst’. ‘Heb je ooit een duiker met zuurstofflessen op zijn borst gezien?’, pareer ik. Ze krabbelen het achterhoofd en vragen wat ik dan ga doen. Ik leg uit en krijg terug: ‘Ah jij bent zo’n ultraloper!’, waarna ze terplekke door de knieën gaan en respect betuigen. Daarna verdwijnen ze zwaaiend in hun huisje tegenover de kerk.

Ik film de kerk, het display van mijn klokje – 3.46 uur – en ga op pad, mijn queeste tegemoet. Ik werk me door de stad, tussen feestende jongeren door, die in diverse gradaties van dronkenschap verkeren. Bij het Valkenhof een korte stop. Het borstbandje van mijn rugzak is losgebarsten. Een zwakke plek bij deze rugzak waarvoor ik reeds was gewaarschuwd. Ik stop de drinkflessen in de rugzak en knoop het bandje provisorisch aan elkaar. Nu word ik in ieder geval niet meer voor een duiker aangezien.

Bij de Nijmeegse brug wordt het nog stiller en steek ik via de spekgladde voetgangersbrug de Ooijpolder in. Deze polder wordt fel bezongen door de échte Nijmegenaren, maar ik heb er niets mee. Na 25 jaar wonen in Leiden en tien jaar in Nijmegen durf ik te stellen dat de polders in het groene hart – Hazerswoude, Stompwijk, Zoeterwoude – vele malen mooier en afwisselender zijn dan deze rechttoe-rechtaan-graslanden. Gelukkig merk ik er niets van want ik loop vannacht in de verlichte bubbel van mijn hoofdlamp. Toch start ik hier met tegenzin. Vervuilde grond is hier afgegraven, her en der wat verdwaalde huizen en/ of woonboten en de energie is hier niet lekker (sprak de hoogsensitieve hardloper in mij).

Parallelle werelden in een bubbel van ijskristallen

Gelukkig valt meteen op dat ik me voortbeweeg in een verlichte bubbel van glinsterende ijskristallen die met me meebeweegt. Werkelijk alles is verijst, wit en glimt in mijn stralen. Mijn eerste associatie is de zilverkleurige slinger waarmee we vroeger de kerstboom versierden en die overal glimmende rafels achterliet. Het is lopen in een glimmende discobal, een wondere wereld van blingbling vertroebeld door mijn rokende ademteugen.

Naast me diverse parallelle werelden. Zo loop ik het eerste half uur richting de Bisonbaai met aan mijn linkerzijde een duwbakcombinatie die tegen de stroom van de Waal in beweegt. Ik ben sneller. Wat zal er door het hoofd van de stuurman/ -vrouw gaan bij het zien van een dansend lichtje in de uiterwaarden aan stuurboordzijde op dit tijdstip. Hoe blijft zo’n man of vrouw wakker en voorkomt een immense catastrofe als zes duwbakken zich een weg in de oever boren. Dat zijn zo overpeinzingen terwijl je aan je eigen stuurboordzijde huizen ziet waar de verlichting nog brandt en mensen dansen en feestvieren, zich totaal niet bewust van jouw aanwezigheid. Om daarna in het licht van je hoofdlamp twee priemende gele ogen te signaleren. Géén wolf, maar een zwarte kat staart vanonder de coniferen naar deze eenzame hardloper en denkt er vast het zijne van. Hoe blijft dat beest in hemelsnaam warm, gaat dan weer door mij heen, terwijl mijn glinsterbubbel zich alweer verwijdert. Bootslui, feestvierders, dieren en één eenzame hardloper delen de duisternis.

Het spook op de dijk

In de stilte geniet ik en ik voel me minder ongemakkelijk dan ik op me voorhand had voorgesteld bij deze Ooijpolder. Benieuwd hoe het aan het einde van de dijk bij Weurt zal zijn op kilometer 129. Verschillende lopers uit mijn loopgroepen hebben onafhankelijk van elkaar verklaard, achtervolgd te zijn door het spook-van-de-dijk. Tijdens het lopen aldaar hijgt hij in je nek. Je kijkt om en… er is niemand in velden of wegen te bekennen. Ik wil daar nu even helemaal niet mee bezig zijn en focus me op de ondergrond.

Verijsde karrensporen, glinsterende molshopen-van-ijs, oneffen bermen en continu wobbel ik met zwikkende enkels en voel harde, opgevroren modder tegen mijn voorvoeten slaan. Ik loop op eieren, in een poging niks te verzwikken. Terplekke besluit ik het kroepoeklopen te noemen, waarbij enkels kraken als brekende kroepoek. Goed voor het moyenne is het in ieder geval niet.

Via een klaphekje steek ik een dijk over, steeds speurend naar witte stickers met de zaailing erop die me bevestigt dat ik nog op de juiste route zit. Als beloning voor deze tocht ontvang je een speld met de beeltenis van deze zaailing. Het icoon verbeeldt een mens vormgegeven als plantje in het verlengde van de gedachte erachter: Ieder mens is een zaailing van Moeder Aarde, ieder mens draagt een verantwoordelijkheid voor de wereld om hem of haar heen.

Dolen in duisternis

Ik moet linksaf, een steile trap op bij een uitkijktoren en ‘meteen rechts een overwoekerd paadje door de struiken in’. Bijna op de tast waad ik door bosjes. Geen idee waar ik ben. Geen idee van richting. Voor mijn gevoel loop ik hier van de Waal af, maar ik hoor voor me het geluid van de duwbakcombinatie van eerder. Dolen in duisternis.

Overal om me heen het gegak van ganzen. De Bisonbaai waar ze hun onderkomen vinden. Bij restaurant Oortjeshekken loop ik over de dijk. Dit is het meest magische deel van mijn tocht. Doodstil, zware koude ochtendlucht, werkelijk alles om me heen glinstert als ik rechts van me twee gele oogjes ontwaar. Ik houd stil en sta vervolgens in doodse stilte een minuut lang roerloos oog-in-oog met een klein hertje dat in een tuin ergens van staat te knabbelen. We staan en staren elkaar aan. Een spaghettiwestern. Waar is Ennio Morricone?

Niet veel later door een klaphek het grasland in. Over smalle, enkelbrekende, opgevroren dijkjes ploeg ik voort. Prachtig, maar waar ben ik? Ik moet overdag eens met mijn vriendin hier terug, als ik het ooit weer weet te vinden. Via het erf van een boerderij en een smal poortje kom ik op de weg. Rechts het prachtige kerkje van Persingen dat ik ken uit eerdere wandelingen hier. Langzaam werk ik me terug naar Nijmegen, naar de Stuwwal, naar de N70-wandelroute, een wandelroute die is opgericht in 1970, het jaar van de natuur en die het decor vormt van de jaarlijkse N70-trail. In 2017 volbracht ik daar voor het eerst de marathonafstand, drie rondjes van 13,5 kilometer met ieder 450 hoogtemeters. Een heuvelachtig gebied dus, dat ik goed ken.

Voordat ik daar aankom, stuit ik op het veerpontje dat ik zelf moet bedienen. Het water is spiegelglad en overal gakken de ganzen in riet dat wiegt in de duisternis. Het draaien aan het wiel biedt een welkome fysieke inspanning waardoor ik warm blijf. Het pontje komt in beweging terwijl ik wolk na wolk uitblaas tegen de koude lucht. Via een smal graspaadje ren ik naar de N325 die tussen Duitsland en Nijmegen loopt met daarover de steile voetgangerbrug die zelfs in de duisternis fel afsteekt tegen de omgeving. Ik kan me deze brug nog voor de geest halen uit een eerder avontuur. Met vriend Peter fietste ik eens non-stop 345 kilometer op twee oude mountainbikes van Usseln (Sauerland) waar mijn vader woont, naar mijn huis in Nijmegen. Na ruim 19 uur fietsen was deze brug zo ongeveer de poort naar de Hemel in het licht van mijn allesverzengende zadelpijn.

Aan de overzijde van de weg beginnen de hoogtemeters. Fijne afwisseling voor mijn stramme stammetjes. Zo nu en dan schrik ik van het naargeestige geluid van een uil. Ik heb het niet veel gehoord, maar zo in de duisternis klinkt het onheilspellend. De Elyzeese velden en de smalle trails zijn zelfs in de duisternis prachtig. Bij pannenkoekenhuis De Duivelsberg een korte stop waar ik een donut naar binnen werk, drink en mijn dikkere windstopper-handschoenen aantrek. Dit zijn de koudste momenten in een etmaal, nét voor de zon zich laat zien. Het verbaast me hoe lang het duurt voor het eerste licht zich aan de einder toont.

Vol goede moed continueer ik en rond het weiland waar Nederland en Duitsland elkaar kussen bij de grenspalen. Via de heksenkuil, een plek waar zich in het verleden bloederige taferelen hebben afgespeeld, steek ik de Oude Kleefsebaan over naar het Holthhurnse Hof. Hier ontdekte ik eerder prachtige plekjes in het kielzog van looptrainer en trailbuddy Hans Dickhout, met wie ik lange duurlopen afwerkte. Langzaam komt links van me het eerste licht op als ik de bossen uitloop richting Kranenburg. Heerlijk om eindelijk weer iets te zien en buiten mijn beperkte bubbel te treden. Ik ben nu 3,5 uur onderweg en ik snak naar een horizon.

Reuring aan de rafelranden van het leven

De glooiende weilanden zijn wit en voor me een recht karrenspoor zo ver het zicht reikt met ernaast één eenzame boom. Ik heb een zwak voor alleenstaande, eenzame bomen. Ik krijg er inspiratie van om te schilderen, tekenen, schrijven en dichten. Knoestige bomen die zelfs bij stormen van windkracht tien de rug recht houden, uit de rij stappen en overeind blijven. Het raakt aan twee begrippen die een rol spelen in mijn leven, ‘Rebel’ en ‘Don Qui Chotte’ in zijn strijd tegen de windmolens (van de bureaucratie). Ik houd stil, adem een paar keer diep en neem de aanblik in me op. Ochtendgloren en avondgloed zijn de mooiste momenten in een etmaal. Reuring ontstaat in de overgangsfasen van het leven, de rafelranden.

De eenzame wolf gespot

Niet veel verderop word ik achterop gereden door een invalidenvoertuig. Even gaan we na een korte ‘guten Morgen’, zwijgzaam samen op, waarna hij uit het zicht verdwijnt. Rechts van me de Groesbeekse bossen, links het Reichswald. Opeens rechtsvoor me een sluipend dier in het weiland. Ik ben bijna zeker dat het een wolf is. Ik moet hier afslaan een weiland in maar loop verder door om dichterbij te komen. Het dier is te ver, ik kan net niet ontwaren om welk dier het gaat, maar een zwarte vorm sluipt behoedzaam door het witte gras richting een aantal schapen.

Na ongeveer 33 kilometer het Reichswald, het enige stuk van de route dat niet gemarkeerd is omdat er geen vergunning is gekregen voor zaailingstickers in het woud. Je loopt hier op het routeboekje, hetgeen uitstekend gaat want er is veel zorg een aandacht besteed aan het boekje. Een hebbedingetje voor iedere Nijmegenaar. Ik draag het op de borst in een van mijn flessenhouders en grijp er voortdurend naar om me te behoeden voor extra, foutieve kilometers.

Trailen in chaos

Op een bankje tegen het Reichswald een korte film- en eetpauze. Ondanks de snelle herstart zijn mijn handen binnen de kortste tijd verschrikkelijk koud geworden. Armenzwaaien helpt vrijwel niet en dus versnel ik bergop om de circulatie te verbeteren. Ik pak nog een bodywarmer uit mijn rugzak om mijn kippenborst te warmen. Het Reichswald laat zich kenmerken door lange, rechte bospaden. Deze walk knoopt een aantal van deze paden aan elkaar. Een genot om door deze oude bossen te trailen in de ochtendstilte. Ook hier overal sporen van de recente storm. Op een punt zelfs tientallen bomen die kriskras over elkaar zijn gevallen, een ravage. Ik baan me een weg door de chaos, bukkend, kruipend en klimmend om een paar honderd meter verderop het pad terug te vinden.

De stilte werkt nu bevrijdend in plaats van de beklemmende stilte in de duisternis. Moederziel alleen trailen in een ontwakend bos waar de vogels piepen om het hardst. Het is een bijzondere ervaring. Net voor het einde van het woud stuit ik op vier andere trailers. Ik klamp me aan ze vast, even niet alleen en wat aanspraak. In plaats van de korte route langs de bosrand te volgen, trail ik achter ze aan, enkele hellingen aan elkaar rijgend. Gevieren rammen we door de blub en kruipen onder laaghangende stammen door. Ik verwonder me over één ding: ik dacht door de vele uren en de koude mijn snelheid te zijn verloren, maar ik blijk makkelijk de vier lopers te kunnen volgen ondanks mijn rugzak van 8 kilo. Het geeft moed. Ze wijzen me uiteindelijk de weg naar eetcafé De Diepen en wensen me succes.

Vogelringen rijgen

Het café blijkt nog gesloten, dus ik mis mijn eerste vogelringetje. Als bewijs van inschrijving krijgen pelgrims immers een leren schoenveter met een persoonlijke vogelring met jaartal van hun Walk of Wisdom en hun inschrijfnummer, in mijn geval 1542. Tijdens het lopen verzamel je nog 11 andere kleuren vogelringen die je in de diverse gemeenten onderweg kunt ophalen bij geselecteerde adressen. Niet getreurd edoch want enkele kilometers verder bevindt zich reeds het volgende adres, pannenkoekenhuis Den Tol in Plasmolen. Uiteraard is die ook dicht. Via de St. Jansberg laat ik dit prachtige, glooiende deel van de route aan me voorbij gaan. Ik merk wel dat de koude veel energie van me vraagt en dat mijn energievoorraad aan het opraken is. Tijd voor een fundamentele stop om voorraden en energiereserves aan te vullen. Ik had een ontbijt van eieren-met-spek op mijn netvlies staan, maar echt alles is gesloten of er zijn simpelweg geen voorzieningen.

A happy mountaineer pisses often and clear

Via de Mookerheide daal ik af. Een passant vertelt me dat ruim een kilometertje verderop een Albert Heijn zit. Dat stemt me positief want ik kan daar meteen weer de route op zonder extra kilometers te hoeven maken. Ik drink twee flesjes AA-drink, een flesje cola en eet vier gesuikerde donuts en een Twix. De kleur van de urine eiste dit gezien het adagium ‘a happy mountaineer pisses often en clear’. Dat deed ik al even niet meer…

Na de onderbreking jaag ik door naar Jachtslot Mookerheide. Ik weet dat het slot momenteel leegstaat, maar er moet een houten schuur op het terrein zijn met een vogelhuisje waar ik mijn volgende ring kan bemachtigen. Ondanks naarstige zoekacties en het binnenstebuiten keren van de schuur, geen vogelringetje. Door dus. Ik bevind me nu op bekend terrein, de Heumense bossen waar ik met mijn cluppie CIFLA altijd trainde. Met frisse energie doorkruis ik dit deel om neer te strijken bij de Zweefinn voor een kop chocolademelk met slagroom en een appeltaart met slagroom. Alle kleding gaat op de warme kachel waarna ik een half uurtje de benen strek in dit clubhuis van zweefvliegers.

Hatertse Vennen in een zucht

Vol goede moed vertrek ik weer. Een etappe richting de Hatertse Vennen die ik vanaf hier non-stop wil volbrengen. Naast het Montferland vind ik de Hatertse Vennen een van de mooiste gebieden in de regio. Heidegebieden afgewisseld met hellingen en spiegelgladde vennetjes en dennenbossen. Een heerlijk gebied om in te verdwalen. Inderdaad draaf ik – in eerste instantie wat stijfjes – door de bossen om bij Malden eerst het kanaal over te steken en daarna de snelweg. Ik betreed een nieuw gebied, met nieuwe begroeiing. De vennen waar ik me zo op had verheugd vliegen tot mijn spijt in een zucht voorbij. Heel even doe ik de Agnetenhoeve aan voor mijn volgende vogelring en een cola.

Ik pak de extra meters terug naar de route om daar de Koortsboom mee te pakken. Mensen hangen hier een lap of stuk kleding van een zieke in de boom in de hoop dat de boom de koorts overneemt. Je kunt ook een kledingstuk achterlaten dat symbool staat voor iets dat je wilt achterlaten. Volgens de overlevering mag je daarna niet om kijken, want dan werkt het niet. Ik laat een buff achter voor de vriendin van mijn vader die maandag geopereerd wordt, hopende dat daarmee haar pijn door de boom wordt weggenomen. Uiteraard kijk ik niet om.

Een kilometer verder haal ik vier oudere mensen in. Ze zijn slecht ter been, maar stralen, genieten en glimlachen overvloedig. Ik stop voor een praatje. Deze mensen begrijpen het en oreren over het wild, de zon, de vogels en de mooie vergezichten. Vijf minuten delen we met elkaar met op de achtergrond de dichtgevroren vennen, badend in het licht van een waterige zonnetje. Helemaal vrolijk van deze ontmoeting vervolg ik met ferme passen mijn weg.

Als ik dit gebied verlaat, het asfalt weer betreed, meteen links een klein stenen Hans-en-Grietje-boshuisje waar ik bijna had gewoond. De bewoonster ging proefwonen in Amsterdam en heeft – uiteraard – besloten de stap naar de stad niet te maken. Is dat een vreemde beslissing, als hier hertjes en eekhoorns je tuin delen? Ik glimlach en maak een foto.

Mariakapelletje halverwege

Het volgende markante punt is het Brabantse Mariakapelletje dat al kilometers tevoren staat aangekondigd. Ik zit dan volgens het routeboekje halverwege, maar met ruim 70 kilometer in 10,5 uur ben ik halverwege al even gepasseerd. Ik neem plaats in een kerkbankje en neem de tijd om de ervaringen van andere pelgrims te lezen in het pelgrimsboek. Wat me raakt zijn de verhalen over ziekte, rouw, sterfgevallen en verdriet. Duidelijk is dat iedere pelgrim zo zijn redenen heeft om hier te lopen. Ik schrijf mijn eigen ervaringen op en steek mijn collega-pelgrims een hart onder de riem. Van mijn kant geen vergelijkbaar leed, anders dan fysiek en zelfverkozen.

Wat volgt is het ‘ergste stuk’ van de route. Onder een laaghangende zon volgt een aaneenschakeling van lange rechte asfaltstukken door weilanden. Je ziet waar je heengaat, maar voor je gevoel vordert het niet. Het is de brug bij Grave die in de verte maar langzaam dichterbij komt. Gelukkig heeft het oponthoud in het kapelletje me kracht gegeven anders had dit deel oprecht een struikelblok kunnen zijn.

Verbijsterende bestelling

In mijn ultrashuffle stoom ik het pittoreske Grave binnen. Ik heb de keuze: volgelring halen in café de Gouden Leeuw of het VVV. Ik doe beide. Aan de bar in de Gouden Leeuw verwonderde blikken van een aangeschoten stelletje.

Mag ik uw bestelling opnemen?’

‘Ja, graag, een vogelring alstublieft’.

‘Maar natuurlijk meneer!’

Bij het VVV enkel een oudere dame. Ze vertelt me dat andere pelgrims delen van de route hebben overgeslagen vanwege de natte blubber. Deze trailer deert dat uiteraard niets. Ik ontvang mijn tweede vogelring in deze gemeente.

Na Grave krijg ik het zwaar. Eigenlijk bestaat het merendeel van de route nu uit asfalt en weinig afwisseling, hetgeen voor trailers lastig te behappen is. Zoals collega Hans Dickhout het plachtte te zeggen:

‘Ik loop alleen nog een wegwedstrijd als de weg opgebroken is’.

En zo is het maar net. De zon gaat bovendien langzaam onder. Het wordt weer kouder. Ik ga de tweede nacht tegemoet. Ik passeer een gebied van weilanden over een dijk. Halverwege de dijk twee klaphekken achter elkaar. Daartussen steken diverse koeien en stieren met een noodgang voor mijn neus de dijk over. Woest kijken ze me aan omdat ik me in hun domein begeef. Toch iets van afwisseling.

Een dipje

Ik passeer de brug en ga direct rechts naar het dorp Neerloon waar ik bij de Loonsche Schuur mijn vogelringetje van de gemeente Oss ga oppikken. Ik tref inderdaad een jampot met vogelringen aan zoals vermeld in het routeboek. Mijn gemoed begint echt in te zakken nu. Ik ben ruim 13,5 uur onderweg en moet nog 47 kilometer. Ik wandel hier een stuk. Aan de overzijde van de Maas Niftrik, maar dat is nog 5 kilometer, en dan zit ik op 91,5 en dan nog 44,5. Het rekenen is begonnen nu en ik moet zorgen dat het lijntje niet breekt. Ik zoek een beschut plekje op en besluit tot rigoureuze maatregelen. Ik ontkleed mijn bovenlijf, droog me goed af en trek een droge set kleding aan. Ik eet, drink en bel met de vriendin, die uiteraard net dan niet opneemt. Later nog eens proberen.

Droog en warm vervolg ik mijn weg en hervind me. Blijkbaar zat nog ergens een versnelling verborgen. Ik stamp door Ravenstein, maak mijn rondje, klepper de brug over, door Niftrik en ik stop pas weer bij hotel Hoogeerd. Hier heb ik mooi de gelegenheid om voor het eerst sinds mijn start het ‘klootvet’ weer op peil te brengen op de bewegende scharnieren. Ik ontvang mijn vogelring bij de receptie en door, door, door naar die kerk…

Trailen als een stinkende bunzing

Wijchen volgt met aan het einde van het dorp een Aldi waar ik voor het laatst mijn drinken aanvul. Drie blikjes sinas waarvan ik er meteen weer een opdrink. Nu krijg ik vriendin wel even aan de lijn. Ze is bezorgd maar mijn opleving en warme kleding stellen haar gerust. Ze zal me in Nijmegen opvangen. Het lijntje is dun en snel ga ik verder. Restaurant de Leurse Hof volgt, een sfeervol restaurant op een vijfsprong. Ik stink inmiddels als een bunzing en de ammonia-dampen omringen mij na zoveel uren rennen. Temidden van de goed geklede gasten staat deze voddenbaal te bedelen om zijn volgende vogelring.

In de duisternis ploeg ik door naar Bergharen. Ik kijk uit naar dit dorp want dan heb ik er ruim 100 kilometer opzitten, een mentale opkikker. Na vier uur duisternis, een dag rennen, nu weer de kleine wereld binnen het schijnsel van mijn hoofdlamp. Ik snak naar een einde. Toch wil het lijf nog steeds. Ik presteer het om in twee uur bijna 20 kilometer af te leggen. Dat illustreert mijn wens om het af te ronden, maar ook het feit dat dit deel van de route bijna alles over asfalt gaat in plaats van de brokkelige, enkelverslindende weiden van vanochtend. Het lijkt ergens wel of ik nu pas in mijn ritme begin te komen.

Het laatste deel van de route van Afferden, via Winssen, Beuningen, Weurt is een aaneenschakeling van donkere dijken. Met de tanden op elkaar zwaai ik mijn armen en vertoon ik mijn ultra-shuffle. Efficiënt voortbewegen met minimaal verbruik van energie. De hele dag de kou maakt het zwaar.

Why? – Peinzen over sterfelijkheid en bucketboek

Onherroepelijk duikt bij het ingaan van deze tweede nacht de vraag op naar het waarom. Waarom jezelf, helemaal alleen uit je warme bed hijsen en jezelf 136 kilometer voortdrijven door de kou? Niemand die je aanmoedigt, niemand die zegt dat het moet. Je moet dan wel een beetje afwijken als je er toch toe overgaat. Dat zijn de gedachten van bezinning die me op deze pelgrimsroute vervullen. Ik verbaas me over de moeite die je kunt hebben met een enkele marathonafstand, terwijl deze 136 kilometers voorbij lijken te vliegen omdat ik het blijkbaar zo heb gevisualiseerd en bedacht? Sinds het ontstaan van deze route voelde ik dat ik hem non-stop ging volbrengen. Dat had ik op 21 juni – de langste dag van het jaar – kunnen doen, maar het moet gebeuren op 17 februari, een van de koudste dagen van het jaar. Waarom? Het moest zo zijn. Het vloog voorbij. Nu achteraf, kan ik mijn hoofd er niet omheen krijgen waarom het zo snel leek voorbij te gaan. Een dag buitenspelen en grenzen verleggen, van 87,5 kilometer Eigertrail (DNF) rennen naar 136 kilometer pelgrimstocht alléén.

Maar ook de gedachte aan: Is dit wel gezond? Ik denk aan vriend Martin die tijdens de Joop Zoetemelk Classic zijn 35e een hartstilstand kreeg. Een gebeurtenis die me zo vreselijk raakte omdat hij qua leeftijd en sport zo dicht naast me stond, dat ik me volledig met hem identificeerde. Bij mij werd ooit hartruis geconstateerd, blijkbaar groeit je (sport)hart, maar de hartkleppen niet waardoor het hart gaat ruisen. Inmiddels ruist het niet meer, maar toch. In je eentje 136 kilometer rennen en speedmarsen in koude en duisternis maken overpeinzingen over je sterfelijkheid los. En dus ook: wat wil ik nog? Er staan nog zoveel mooi avonturen in mijn bucketboek.

Maan, sterren, sterfelijkheid, leven, sterren, wild, en iedereen die me dierbaar is. Alles passeert de revue. Daarmee wordt het voor mij een ware pelgrimstocht. Een pelgrim die bezint en nederig stappen zet, terug naar Nijmegen. Als ik aan mijn finish de deuren van de kerk aanraak, word ik overspoeld door emoties. In 2006 overleed mijn moeder te vroeg aan de gevolgen van kanker. Dat kan iedereen gebeuren, maar in ieder geval wil ik geprobeerd hebben zoveel mogelijk te leven en mijn bucketlist af te vinken en zo geen slachtoffer van uitgesteld geluk te worden. Sindsdien geef ik mij over aan deze persoonlijke avonturen en expedities.

Daarmee heb ik nog steeds niet altijd antwoord op de vraag naar het waarom, maar ik heb buitengespeeld in de prachtige natuur en ik heb een kroegverhaal. Het kan vast stoerder, beter, anders, sneller, langer, maar het is mijn verhaal en ik heb het alleen gedaan en op mijn manier.

Laatste etappe, gevreesde dijk

Dat zijn zo de overpeinzingen van een afgepeigerde trailrunner op dit laatste, door mij gevreesde deel van de dijk van Afferden naar Nijmegen. Een recht, lang en saai stuk dat mijn mentale hardheid tot het uiterste aanspreekt. De afschuwelijke energiecentrale die de skyline van Nijmegen kleurt weigert om ondanks mijn stappen ook maar een millimeter naderbij te komen. Ik verafschuw dat ding. Nu zeker.

Via de sluis nader ik de Oversteek, de nieuwe brug die Nijmegen via het eiland met Lent en Oosterhout verbindt. Ik moet via het eiland en dan terug naar de stad via de spoorbrug. Afsteken zou nu een eitje zijn, maar ik slaak krachttermen en maak de oversteek. Drie trappen op en vier weer af brengen mij op het eiland. Een eiland dat net als vannacht stijf opgevroren is. Ik strompel met knikkende enkels over de zandrichels die onderdeel uitmaken van de Nijmeegse Bruggenloop. Overdag is het een stukkie van niks en nu is het voor mij een bridge too far. Iets met laatste loodjes.

Afval rapen alias Green Runnen

Twee keer schrik ik. In de bubbel waarin ik me voortbeweeg verschijnt opeens een tweede entiteit naast mijn eigen persoon. Ik stap erop toe en vermoed een dier, maar niets is minder waar. Het betreft volledige vuilniszakken met een sixpack bier ernaast. Er zijn dus ‘gekken’ die gedurende dit koude deel van het jaar hier op het eiland gaan picknicken en hun vuilnis doodleuk parkeren in de veronderstelling dat ‘iemand’ het wel zal opruimen. Ik kan er verschrikkelijk kwaad om worden. Ik besluit Damiaan te vragen of ik een nieuw ritueel aan zijn Walk of Wisdom mag toevoegen. Als oprichter van de Green Runner Movement wil ik vragen of alle pelgrims iedere kilometer één stuks afval willen rapen, dus 136 stuks totaal. Alle pelgrims krijgen bij hun inschrijfpakket al twee afvalzakken mee om afval te rapen onderweg. De ontwerpers van de zaailing, Huub en Adelheid Kortekaas, vragen met dit kleine gebaar om verantwoordelijkheid van de pelgrim op zijn pad. Ik borduur er met mijn initiatief graag op door. Samen houden we de complete omgeving zo schoon. Ook vandaag ruimde ik diverse flesjes en stukjes afval op mijn pad.

Ik dender de spoorbrug over, strompel de trappen af en sjok de kade op. Langs het Labyrinth zoals het routeboekje aangeeft. Dan opeens springt daar mijn vriendin tevoorschijn met een vlaggetje ‘You did it’ en een grote grijns. Een omhelzing, maar nu eerst door, ik moet naar de kerk toe. Ik strompel over de keien met mijn koude benen. Rennen hoeft niet meer. Vlak voor de kerk steekt vriendin af zodat ze me met camera bij de kerk kan opwachten. Ze hijgt. Ik niet meer. Na zoveel uren is de hartslag laag en stabiel. Ik strompel de trappen op langs duivel Moenen en de drie treden naar de kerkdeuren. Ik klauw me vast aan de hekken. Gehaald. Deze pelgrim mag stoppen. Ik hang voorover en tranen komen. Een mooie tocht teneinde. Iets dat moest gebeuren. Vraag me niet naar het waarom, vraag het me maar in de kroeg.

Dan opeens uit het niets is daar het stelletje van vanochtend: ‘Hey duiker, je hebt het gehaald!’ Bizar.

Meer informatie: www.walkofwisdom.org

De weg naar inkeer voor iedereen’, De Volkskrant, Mac van Dinter, 29 augustus 2017.

Boeken

Wandelen, Mindfulnes voor elke stap, Ten Have, Thich Nhat Hahn.

Levenspaden, een inspiratiebron voor levenskunst, Ten Have, Marinus van den Berg en Wim Huijser.

Filosofische wandelingen. Denken over binnen en buiten door de eeuwen heen. KNNV. Eric Brinckmann.

CONTACT | KOFFIE

Aarzel niet en zoek even contact!