15/01/2015 Jan Fokke Oosterhof

I am Rebel

[blockquote cite=”OSHO:”]Een rebel is iemand die tegen de maatschappij ageert, die het hele spel doorheeft, en er eenvoudig uitglipt. Ze wordt onbelangrijk voor hem. Hij is er niet tegen. En dat is het mooie van rebellie: Het is vrijheid. De revolutionair is niet vrij. Hij is voortdurend met iets aan het vechten – hoe kan hij dan vrij zijn? Hij ageert voortdurend tegen iets – hoe kan er vrijheid in ageren zijn?

Vrijheid betekent begrip. Je hebt het spel begrepen, en als je ziet dat dit de manier is waarop de ziel wordt verhinderd te groeien, de manier waarop je niet wordt toegestaan jezelf te zijn, dan stap je er eenvoudig uit zonder een litteken op de ziel. Je vergeeft en vergeet, en je blijft, noch uit liefde, noch uit haat, zonder enige gehechtheid aan de maatschappij. Voor de rebel is de maatschappij eenvoudig verdwenen. Misschien leeft hij in de wereld of misschien verlaat hij de wereld, maar hij maakt er geen deel meer van uit, hij is een buitenstaander.[/blockquote]
Rebellen zijn ook nodig.

Het is crisis, er gebeuren vreemde dingen. Groei, groei, groei. Economen struikelen over elkaar heen om te duiden, maar het lukt niet (meer). Abram de Swaan in Bakens in niemandsland: ‘De Nederlander is zijn kompas kwijt en staart onzeker de toekomst in’.

Er is een antihouding nodig; tegensprekers. P.F. Thomése verwoordt het helder in zijn Albert Verweylezing (2011) getiteld het Raadsel der verstaanbaarheid:

‘…Zeker in een maatschappij die gebaseerd is op de principes van materialisme, gelijkheid en vooruitgang, moet erop worden gewezen dat iedereen met zijn allen ook ongelijk kan hebben, dat waar zovelen het eens zijn, er een fout in het spel moet zijn. Het is voor zo’n eenheidsmaatschappij noodzakelijk dat er voortdurend door de voldongen feiten heen wordt gepraat. Het hoeft geen geschreeuw te zijn, het kan evengoed, zo niet beter, gefluister zijn. Als er maar een tegengeluid is. Een tegenstem laat de mogelijkheden zien, de onbenutte werkelijkheid. Bij alles wat er gebeurt, is er zoveel dat niet gebeurt, dat deel blijft uitmaken van de angst, het verlangen, de twijfel, dat onofficieel blijft voortbestaan in de limbo van de mogelijkheden…’

Aan een antihouding ligt verwondering ten grondslag. Oprecht verwondering is nodig. Bestaansverwondering.

Zolang mensen zich maar blijven verwonderen en verder kijken dan hun neus lang is, blijft er hoop. Verwondering vormt de basis voor wijsheid en meer concreet de basis voor alle vernieuwing, innovatie en creativiteit. Een wijze geeft geen antwoorden, maar verwondert zich en stelt – de juiste – vragen.

Een belangrijke eigenschap voor een antihouding is lef. Je verzet je tegen het oude en weigert het klakkeloos te accepteren. Je steekt je kop boven het maaiveld uit en voelt je soms kapitein eenoog in het land der blinden. ‘Ben ik nou gek?’, denk je, maar dan blijkt – tot je eigen verwondering – dat er niet zoveel mensen zijn die zich over dingen verwonderen. Het valt nogal tegen. Verwondering kost ook veel energie. Je staat alleen, neemt het voortouw en stuit op weerstand. Je bent Don Quichot in strijd tegen de windmolens.

Waarvan akte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CONTACT | COFFEE

Aarzel niet en zoek even contact!