19/12/2013 Jan Fokke Oosterhof

Een analyse van het voetbalspelletje

Enkele jaren terug vond er in het Zuiderpark in Den Haag een 7-voudige triatlon plaats, ongeveer 26,6 km zwemmen, 1.260 km fietsen en 295,4 km hardlopen. Non stop welteverstaan. Een journalist schreef een prachtig artikel over het evenement en vroeg aan de Nederlandse deelnemer: ‘Als jullie nou zulke extreme uitdagingen aangaan, wat denk je dan als je professionele voetballers ziet die 90 minuten moeten presteren?’ Het antwoord was van een briljante eenvoud: ‘Wel, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het mietjes zijn…’

Als ik bij toeval met mijn snufferd in een Nederlandse wedstrijd voor het WK beland, hoor ik de presentator meerdere malen roepen: ‘Ja dat was een overtreding, hij werd uit balans gebracht!’ Voor de goede orde: er staan 22 miljonairs op een groen veldje en het enige en primaire doel is om de tegenpartij onder de groene zoden te schoppen en dan worden mensen uit balans gebracht? De belangen zijn groot; als iemand ook maar in de buurt van de bal komt, schop je het licht uit zijn ogen. In mijn ogen is dat geen sport meer, maar als dat de allesoverheersende gedachte is, dan gaat het eigenlijk veelal nog wel goed. Zeker als je bedenkt dat we te maken hebben met een poppencircus met 22 glazen acteurs.

Een illustratie van het acteerniveau van voetballers. Een interessant duel; 1 Slowaak versus 3 breedgeschouderde Hollandse kaaskoppen. De Slowaak speelt de bal in de buurt van een van de Hollanders. De Hollander tolt drie keer om zijn as en slaat gruwelijke tegen de vlakte alsof een K1-fighter hem net een high-kick heeft gegeven waar een olifant nog van tegen de vlakte zou gaan. Zeker zes Nederlandse spelers steken tegelijk – als in een synchroondans – de hand de hoogte in, met een verwilderde blik zoekend naar de scheids. Ze kijken alsof er zojuist een aanslag is gepleegd op de mensheid. Dit is geen sport; dit is toneelspel. Dit slaat eenvoudigweg nergens op. Ik kan alleen maar denken: ‘Ga nou eindelijk eens voetballen’.

Kijk nu eens naar wielrennen. 194 renners slepen zich in 22 dagen door heel Frankrijk (en Nederland, België etc.). Duizenden kilometers afzien in hitte, stof, smeltend asfalt, duizelingwekende afdalingen en valpartijen. Ook dit is geen sport, dit is pure heroïek. Het contrast met de voetballende miljonairs die in coaches en vliegtuigen naar dure hotels worden vervoerd, klagend over pijntjes en blessures, is gigantisch.

Dat klagen over pijntjes is niet heel raar. Neem nu bijvoorbeeld eens de geblesseerde Robben. Heb je wel eens goed naar zijn ‘rekken’ gekeken? Ik zie hem warmdraaien voor de tweede helft tegen Slowakije. Hij bukt en probeert met zijn vingertoppen zijn tenen aan te raken en doet dit door telkens heen en weer te wiegen en zo met schokken spanning op de spieren te brengen. Spieren die in de rust lekker zijn verstijfd en afgekoeld. Als ik dit voor de ogen van mijn atletiektrainer doe, komt hij eigenhandig mijn spieren eraf rukken. Lopers rekken 45 minuten en trainen 15 minuten (4 x 800 meter); voetballers rekken 5 minuten en spelen 90 minuten. Dat is een sticker op je hoofd plakken met ‘solliciteer naar blessure’.

Zittend in hun dure hotels doet zich een volgende probleem voor: verveling. In de eerste plaats heb je teveel tijd om te klagen over pijntjes en in de tweede plaats komen de muren na een week of zes wel op je af. Verveling? Kom daar maar eens om bij de renners van de Tour de France. Die zijn zo kapot dat ze eenmaal op hun hotelkamer enkel de binnenkanten van hun oogleden wensen te aanschouwen. Op internet lees ik vervolgens: ‘Bondscoach Fabio Capello stond het de spelers van Engeland toe om aan de vooravond van het WK-duel met Slovenië een biertje te drinken’. Nou nou poeh poeh! Je moet morgen 90 minuten voetballen en dan zouden één of twee biertjes niet kunnen. Als je tourrenner bent en vier Alpencols over moet, zou ik het inderdaad maar uit mijn hoofd laten.

Dan is er het maatpak. Waarom worden elftallen in maatpakken gehesen? Het is als het dresseren van een aap. Een ordinair schreeuwende voetballer die spugend aan de zijlijn zit in een maatpak, zonder stropdas. Het is de spreekwoordelijke lul met een strik eromheen. Hetzelfde gaat op voor de coach die veelal uit dezelfde geledingen komt, kijk naar de Gullits, de De Boertjes, de Koemans en de Van Bastens. In het bedrijfsleven zie je dit fenomeen ook terug: iedereen wil baasje spelen. Met z’n allen zitten ze onderin de piramide en dan willen ze allemaal naar het topje. Dan krijg je dus teveel managers en overhead en bureaucratie. Niet elke speler is per definitie een coach. Schoenmaker blijf bij je leest; voetballer blijf bij je trainingspak.

Hetzelfde gaat op voor mediatraining. Elke gerespecteerde voetballer heeft mediatraining achter de rug, met als gevolg dat geen enkele voetballer nog iets leuks, authentieks over het spelletje kan zeggen. Ik ben blij dat Erben Wennemars en Michael Boogerd nooit mediatraining hebben gehad. Je merkt in ieder geval niet dat de spraakwaterval geremd wordt.

De gekkigheid gaat verder. Een speler krijgt een zogeheten tackel en stort theatraal ter aarde. Hij grijpt met een van pijn vertrokken gezicht naar zijn enkel (de verkeerde?) en rolt minutenlang door de grassprieten. Hij is niet meer in staat zelfstandig het veld te verlaten, zelfs niet hinkelend en of ondersteund door een teammaat – waar zijn die als je ze nodig hebt?

Er komen vier knullige mannetjes het veld opdribbelen in FIFA-hesjes met een brancard. De hesjes doen denken aan een scene uit de film Out of sight met George Clooney. Een politieagent komt binnen in een shirt met daarop CIA. De man in de kamer vraagt: ‘Heb je die ook in UNDERCOVER?’, maar dit terzijde. De voetballer in kwestie gaat met veel omhaal op de brancard liggen, de grimassen zijn niet van de lucht. Zodra de brancard over de zijlijn is, staat de persoon in kwestie op en rent schijnbaar pijnloos het veld weer in. Met alle respect: dan word je als scheids een oor aangenaaid en laat je toch een beetje over je heenlopen. Rood!, zou ik zo zeggen. Dit kun je toch niet meer serieus nemen, het heeft nog het meeste weg van show-wrestling. Bij welke andere sport zijn brancards aanwezig? Niet bij K1-fighting, niet bij Thai-boxing, free-fighting, rugby, American Football etc.

Nog zo een. Bij welke andere sport is er sprake van blessuretijd? Zelfs bij boksen of worstelen hebben ze daar nooit van gehoord.

Voetballers zijn mietjes. Het is gewoon een grote – slechte – show, slapstick a la Laurel en Hardy.

Was getekend,

Een hardloper

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CONTACT | KOFFIE

Aarzel niet en zoek even contact!