01/07/2014 Jan Fokke Oosterhof

Workshop dromen realiseren; van boswachter tot berggids…

Via via ontvang ik een e-mail van Beroepproeven.nl. De dame die erachter zit is Yvette Haas. De vraag aan mij is of ik bereid ben kinderen van de lagere school een workshop van 1,5 uur te geven zodat ze kunnen proeven aan mijn beroep. Nu vond ik mijn eigen onderwijs ongeveer het equivalent van jarenlange eenzame opsluiting en beroepsoriëntatie was het kamertje van de conrector met stoffige boeken waar je uit eigen initiatief maar een beetje moest gaan zoeken, dus mijn bereidheid om het voor de huidige generatie kinderen wèl leuk te maken, is op z’n zachtst gezegd buitenproportioneel. Ik geef me op en mag maar liefst drie keer aan de bak als ‘poolreiziger’.[blockquote text=”Ga meteen met je droom aan de slag en durf daarbij hulp te vragen (#dtv). Als je een goed idee hebt, mag je mij bellen.” show_quote_icon=”yes”]

Wanneer ik tijdens de eerste workshop aangeef dat ik ondernemer ben, krijg ik meteen verontwaardigde reacties. ‘Jij bent poolreiziger! (beetje alsin: ‘Ik wil bolletjeskoekjes!’)’. Ik moet terug in mijn hokje. Les 1 van vandaag: een ondernemer kan veel verschillende dingen tegelijk ondernemen en veel dingen kun je doen in een ondernemersjasje. Maar dan in kindertaal uiteraard.

Wat zijn dan de grootste verschillen volgens hen met een loonbestaan? ‘Als je een baas hebt zegt hij dat je allemaal dingen moet doen. Als je ondernemer bent, zeg jij dat allemaal mensen dingen moeten doen’. Geen speld tussen te krijgen, of toch? Collega Linus: ‘En wat nou als je eigen baas en ZZP-er bent?’ De kinderen peinzen dat ’t kraakt: ‘Dan moet je alles dus zelf doen’. Les 2 is gevallen.

Ik begin mijn betoog altijd met de opmerking dat mijn vrouw vroeg naar het werk vertrekt en dat ik dan de vrijheid heb om in mijn kamerjas met een bakkie koffie achter de laptop te kruipen en de mail te doen. Dat zien de kinderen wel zitten. Je moet dan echter wel zelf de discipline hebben om je werk a. te verzinnen en b. uit te voeren. Kun je dat niet, dan is een baas geen overbodige luxe. Dat beamen ze. De meesten hebben een baas nodig is de consensus, want nu hebben ze ook de juf nodig.

Nadat ik verteld heb wat ik allemaal doe – spreker, schrijver, elektrotechnische keuringen, websites bouwen, expedities, colleges geven, hardlooptrainer – vraag hoe ze denken dat mijn kantoor eruit ziet. Mijn gedachtegang: Ik heb mijn kantoor altijd bij me, laptop, telefoon, grijze cellen en visitekaartjes. Een jongen denkt daar anders over en antwoordt stellig: ‘Rommelig!’ Ik sta met mijn mond vol tanden. ‘Waarom denk je dat dan?’ ‘Als je zoveel doet, kan je kantoor nooit netjes zijn’. Punt.

Na de eerste verkenningen vertel ik over mijn sportexpedities. Dan komen de vragen pas echt los. ‘Had je een geweer op de ijskap? Heb je ijsberen gezien? Kon je vuur maken op het ijs?’ Toch blijft die ene onvermijdelijke (en daarmee vermijdelijke) vraag dit keer uit: ‘Hoe poep je bij minus 30?’ Het antwoord is van een verbluffende eenvoud: ‘Snel!’

Dan mogen de kinderen zelf hun droom(baan) gaan opschrijven of tekenen. Sommigen zijn wispelturig en wisselen in 10 minuten van politieagent, naar brandweer, naar soldaat en dan toch maar ondernemer, want dan kun je het allemaal tegelijk doen. De chemisch technoloog wordt na mijn verhaal toch maar berggids worden. De ander blijft toch boswachter, maar constateert dat dit in de bergen waarschijnlijk aanzienlijk afwisselender is.

Sommige dames zijn verrekte realistisch: ‘Ik begin een ranch, maar realiseer me terdege dat er ook minder leuke facetten aan het werk zitten, zoals het opruimen van de poep van de dieren iedere ochtend. Dat hoort erbij en daar moet ik me gewoon overheen zetten.’ Voor de goede orde: 7 jaar he!!! Of deze: Ik word chirurg want daarmee verdien ik snel veel geld. Daarmee koop ik een goedkoop huisje op de Philippijnen. Ik bezoek daar dolfijnencentra want ik wil babydolfijntjes opvoeden’. Op mijn vraag: ‘Hebben jullie nog tips voor haar om haar droom waar te maken?’, komt een jongen stellig terug: ‘Nee, zij heeft het allemaal al veel te goed uitgedacht’.

Kroon op mijn dag is de jongen die archeoloog wil worden. Zijn droom: ‘Ik wil op een VOC-schip van Nederland naar Griekenland varen en dan weer terug via Groot Brittannië’. Op mijn (domme) vraag: ‘Wat doe je op dat schip?’, komt terug: ‘Varen’. Op mijn andere vraag: ‘Waarom een VOC-schip?’, komt terug: ‘Nou, er zijn al zoveel lelijke vrachtschepen en teveel cruiseschepen, dus’. Niets tegen in te brengen.

Andere mooie dromen. Een meisje wordt vliegende dierendokter die kangoeroes en pinguïns over de hele wereld helpt. Een jongen wordt speler voor het Nederlands elftal en scoort het beslissende doelpunt tijdens de WK-finale… In ieder geval is les 3 binnengekomen: Durf groots te dromen en laat je nergens door belemmeren. Hij komt er wel.

Aan het einde van de les deel ik visitekaartjes uit want dat is les 4: Ga meteen met je droom aan de slag en durf daarbij hulp te vragen (#dtv). Als je een goed idee hebt, mag je mij bellen.

Een bijzondere dag. Na drie workshops keer ik huiswaarts met drie zonnebloemen en een grijns op mijn ondernemerskop.

Wordt vervolgd.

[/vc_column][/vc_row]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CONTACT | KOFFIE

Aarzel niet en zoek even contact!