- over de prijswinnende inspiratiefilm van Jan Fokke op het 1st Killarney adventure Film Festival -
'...The category of adventurers and explorers that defy being categorised, for those who don't know the meaning of stop, end, rest
- these tireless maniacs are a rare breed indeed...'

‘Jij spoort niet!’ – compliment van een anonieme hardloper.

Grillig is zijn levenswandel. Zijn bergschoenen vormen zijn uniform. Zijn rusteloze aard zorgde ervoor dat hij zo ongeveer alles deed: pandbeheerder, business consultant, berggids, tekstschrijver, marketeer, administratief medewerker, congresmanager, reiziger, eigenaar van een congres- en evenementenbureau, ondernemer, uitgever, schrijver, spreker, poolreiziger, avonturier, filmmaker, wandeltrainer, webdeveloper.

Jan Fokke Oosterhof (1975) is spreker, schrijver, extreemsporter, poolreiziger, avonturier, ontdekkingsreiziger, ondernemer en HSP’er. Na zijn geboorte in Hengelo (O) groeit hij op in het gat Hapert net onder Eindhoven in Noord Brabant. De kleuterschool is een hel. Ik wilde niet terug naar school en zag daar zondag al tegenop; terug naar de hel. Ik krijste de hele tent bij elkaar en mijn ouders hadden de grootste moeite me ‘over te doen’ aan de juf.

Op zijn 8e verjaardag verhuist hij naar Leiden. De verhuizing kan hij zich herinneren omdat hij naast de chauffeur mocht zitten in de DAF-truck, een onuitwisbare herinnering voor een onderdeur van acht jaar.

Ook al groeide ik op in het vlakke Nederland, ik droomde dagelijks van reizen en bergen. Als kind vond ik niets mooier dan soldaatje spelen en denkbeeldige ‘expedities’ door de bosjes maken. Paden kappen met een kapmes (stok) en je ongezien voortbewegen door bevolkt gebied. We bouwden hutten en maakten strooptochten. Geestelijk was ik verder dan mijn leeftijdsgenootjes en dat maakte dat het nooit echt klikte. Ik werd altijd wel gepest en hoorde niet echt bij de populaire mannen. Ook hoorde ik niet bij de zwaksten, maar wel kwam ik vaak voor hen op en dat maakte me een makkelijke prooi. Wanneer ik aan het begin van de zomer het waagde als eerste een korte broek aan te trekken, werd ik uitgescholden, kreeg klappen en het summum was de pestkop die altijd op je hoofd ging zitten midden op het schoolplein en dan een wind liet. Dat deed hij bij een aantal mensen, met als gevolg dat een aantal kinderen probeerde onzichtbaar te blijven tijdens de pauzes. Stay low en zorgen dat je vooral niet met je kop boven het maaiveld uitsteekt, was het motto. Ik voelde me vernederd en nam me voor ooit wraak te nemen op deze etterbakken. Later op de reünie zou ik ze pakken, maar ik heb het uiteindelijk achter me gelaten en ben nooit gegaan. Mijn zusje onderging dezelfde vernederingen, maar hield het niet vol en ging naar een andere school.

Het gevolg was dat ik graag ging hardlopen in de weekenden als uitlaatklep.. Lekker afzien. Ik was er goed in en reisde met mijn vader alle wedstrijdjes in de regio af. Het opgroeien in Leiden laat zich dan ook kenmerken door hardlopen. Constant is hij als jong ventje zijn fysieke grenzen aan het verleggen met voetballen op straat, met krantenwijken – die hij hardlopend volbrengt – en met soldaatje spelen. Hij was eens aan het spelen in de bosjes voor het ouderlijk huis in Hapert, toen hij op een kolossale dode rat stuitte. Hij nam het beest, dat minstens een halve meter mat, mee naar huis, daarmee zijn moeder de stuipen op het lijf jagend.

Op sportief gebied kon ik dus mijn mannetje staan, maar juist niet op de sporten waar het op school om draaide: volleybal, voetbal, basketbal, allemaal technische sporten, maar ik ben van de lange adem en niet van de techniek. Ik werd dus altijd als laatste gekozen. Gelukkig kon ik wel keihard gooien en reageerde ik me dus af bij trefbal, maar ook op de atletiekbaan rende ik mijn rondjes terwijl de rest zat te roken op het springkussen. Eenmaal in de kleedkamer waren mijn kleren verdwenen of ze lagen nat onder de douche.

Eigenlijk bestond al heel vroeg de wens om te zwerven en te reizen en mijn grenzen op te zoeken. Ik ben altijd al een dromer geweest en dagdroomde over verre oorden waar ik rondzwierf met zo weinig mogelijk middelen. Ik zie dat ook terug in het opstel dat ik ooit moest schrijven op de basisschool. Ik vond het opstel op zolder van toen ik 12 jaar oud was, over dromen. Ik wilde professioneel zwerver worden.

Ik genoot toen al van het afzien; het je lichaam op z’n flikker geven. Hardlopen zit er al vroeg in. Mijn opa en oma zijn slecht ter been. Ze rijden stapvoets door een groot bos om de hond uit te laten. Ik rende dan liever met de hond achter de auto aan. Als ik zo, hijgend, naast het open raampje liep, zei oma tegen me: ‘je moet wel je mond dicht doen, anders vliegt er een wesp in’. Ik knoopte het in mijn oren en begon zo door mijn neus in te ademen; een duurloper was geboren. Via de Oranjeloop in Leiderdorp – waar ik altijd probeerde de snelste van de basisschool te zijn, ging ik met het trimloopboekje in de hand alle loopjes in de regio af. Mijn vader begeleidde me daarbij als timer, chauffeur en mental coach. Zo liep ik twintig jaar door Nederland en vandaag de dag is daar Europa bijgekomen.

Daarnaast lees ik al van jongs af aan de boeken van mijn helden. De planken van mijn boekenkast werden opgesierd door de boeken van Pietje Bel, de jongens van de Kameleon en daarnaast de boeken van klimmers als Bart Vos, Ronald Naar, Reinhold Messner en poolreizigers als Pen Hadow en sir Ranulph Fiennes. Ze inspireerden me enorm. Het afzien, het vechten tegen de elementen, de onzekerheid en het avontuur. Ik besloot dat ook mijn leven avontuurlijk moest worden.

Ik doe VWO op het Visser ’t Hoofd in Leiderdorp en Leiden, waar pesten zo ongeveer de reguliere vorm van met elkaar omgaan is. Het absolute hoogtepunt is de bruut die het tof vindt om tijdens de pauzes op je hoofd te gaan zitten en winden te laten. Het mijzelf onzichtbaar maken, verhef ik tot een nobele kunst. Niet omdat ik bang ben, wel omdat ik al iets verder in ontwikkeling ben, als je dat al ontwikkeling zou plachten te noemen. Het feit dat ik Wiskunde A en B doe, draagt niet bij aan dit feit.

Op de kleuterschol, basisschool en middelbare school had hij het niet naar zijn zin. Hij voelde me opgesloten en kon zich soms letterlijk tegen de muren opklimmen. Hardlopen was toen al tijdens de gymlessen de uitlaatklep; hij had alle records. Zijn moeder zag het en hield hem soms langer thuis als hij ziek was. Al is de vraag of ik niet ziek werd van school meer van toepassing. Als ik na schooltijd thuis kwam, moest ik altijd eerst een paar uren buiten rond razen voor ik rustig genoeg was om aan mijn huiswerk te gaan. Ik hoopte dat de universiteit leuker zou worden en had er een geromantiseerd beeld van. Ik dacht aan universiteiten zoals je die in films zag in Oxford en Cambridge, prachtige oude gebouwen en stoffige boeken, waar de kennis bijna uit droop. Boeken met leren covers die erom smeekten bestudeerd te worden in en Chesterfield met een goed glas whisky. Studenten die elkaar stimuleerden en samen tot iets kwamen. De waarheid was enigszins confronterend. De Erasmus Universiteit waar ik bedrijfseconomie ging studeren had een gedrocht van een gebouw. De vraag was of het gestapelde prefab elementen zijn, of een massief betonblok dat is uitgehold. Een ding is het niet: een setting die inspireert. Ook de syllabi nodigden nu niet bepaald uit tot bestudering. De colleges waren soms monstersessies met meer dan 500 studenten waar de docent zijn verhaaltje oplepelde; daar bleef ik al snel verre van. Summum was de autistische, Engels sprekende wiskundeprof die het 700 bladzijden tellende boek over radiaalvergelijkingen en vectoren in een sneltreinvaart doornam tijdens een hoorcollege voor 1.000 apatische studenten. Hier wilde ik zo snel mogelijk uit ontsnappen en dus richtte ik een organisatieadviesbureau op om dan maar naast de studie verdieping en inspiratie te vinden bij leuke bedrijven.

Hij studeert bedrijfseconomie (Bsc.) aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en woont momenteel in Nijmegen. Hij is geïnteresseerd en bevlogen en is in de veronderstelling dat het op de universiteit ergens over zal gaan. De teleurstelling is groot als het blijkt te gaan om rijtjes stampen, meerkeuzetentamens en bonuspuntjes. Hij kan zich er niet in vinden en loopt met argusogen door de inspiratieloze betontoren rond. Op 1 november 1999 – de datum waarop hij officieel ondernemer wordt – richt hij het organisatieadviesbureau Oosterhofplaza op om dan ten minste daarin de verdieping te vinden waar hij als kind al naar snakt.

Minimaal twee keer per jaar gaat hij met  enkele goede vrienden de bergen in. Zo ligt hij eens ergens middenin de Alpen, bij Chamonix met vriend M op de middenstip van een voetbalveld naar de sterren te turen. Het echte leven. Maar als dat nou zo is, waarom lagen we daar dan alleen, vroegen we ons af. Waar waren toch al die anderen?

Door pech haal ik een jaar niet voldoende punten om de beurs te behouden en hij wordt omgezet in een lening. Ik ben woedend en werk met het jaar daarna helemaal te pletter en haal als gevolg daarvan 68 studiepunten, daar waar 42 staat voor een jaar. Ik doe dus anderhalf jaar in een jaar. Ik neem deel aan een studiereis naar de verenigde Staten en ik schrijf naar aanleiding daarvan met twee vrienden een boek over kennismanagement. Naast de studiereis doe ik parallell een onderzoek naar de verbetering van een intranet bij Philips Medical Systems. In aansluiting daarop ga ik stage lopen bij het uiterst moderne en baanbrekende IT-bedrijf, The Vision Web, waar ik meehelp met het opzetten van de tak kennismanagement.

Voor het einde stapt hij uit de studie, met nog één enkel tentamen boekhouden te gaan. Na 27 vruchteloze pogingen waaronder meerdere 1-en en uiteindelijk fysieke bijverschijnselen als trillen en overgeven, brengt hij zijn complete masterjaar inclusief scriptie in om dit vak te compenseren. Het vak boekhouden belichaamt voor hem de volstrekte inspiratieloosheid van het systeem. Liever vroegtijdig uitstappen en écht gaan leven, dan nog langer door in dit zielloze stramien. Na zijn afstudeerscriptie gaat hij voor ruim een jaar op wereldreis, maar zijn vriendin krijgt knokkelkoorts (dengue fever) waardoor ze genoodzaakt zijn hun reisplannen te herzien en in plaats van naar India – het goedkoopste land van de wereld – naar Japan – het duurste land van de wereld – afreizen. Het reizen bevalt en smaakt naar meer. Hij reist een aantal maanden door Azië om bij te komen van de studie en weer in zijn kracht te komen.

Het stoffige klimaat van de betingebouwen in Rotterdam kwam niet overeen met de beelden in zijn hoofd van campussen zoals in Oxford of Camebridge; een pittoresk stadje met bibliotheken vol ingebonden boeken met leren kaften, wachtend om gelzen te worden. Plekken om jezelf te verrijken met kennis.

Hij richtte dan ook al tijdens zijn studie een adviesbureautje op om dan maar zijn heil in de praktijk te gaan zoeken. Tijdens het advieswerk merkte Oosterhof als snel dat hij een drang had naar schrijven. Het kostte hem geen enkele moeite om goede, gestructureerde adviesrapporten te schrijven, dus niet de ellenlange beleidsstukken, verstoken van vakjargon.

Naast zijn studie was Oosterhof lid van een studievereniging van de studie richting Bedrijfskundige Economie. Daar organiseerde hij regelmatig bijeenkomsten voor studenten en mensen uit het bedrijfsleven. Hij organiseerde er ook zijn eerste grote congres, de Hewlett-Packard Nationale Strategiedag, een dag die samenhing met een landelijke scriptieprijs. Het thema was Winstbegoocheling, over het spanningsveld tussen managers en aandeelhouders. Er kwam 200 man op af en de kick maakte wellicht dat Oosterhof later nog eens een congres- en evenementenbureau oprichtte.

 

Als je dan eenmaal aan het werk bent en leuke opdrachten doet en niet te vergeten geld verdient, dan duurt een en ander al snel ietsje langer. Het heeft dan ook even geduurd voordat Oosterhof aan zijn scriptie over kennismanagement begon. Toen hij eenmaal op gang was rondde hij het rapport echter in sneltreinvaart af.

Na zijn wereldreis volgt een kortstondige carrière van acht maanden als congrestijger bij het Leids Congres Bureau. Het kleine kantoor voelt als een gevangenis net als al die jaren op school, ondanks het feit dat zijn buro uitzicht heeft op het Rapenburg – de mooiste gracht van Nederland. Hij organiseert enkele grote, succesvolle congressen en als hij het trucje doorheeft richt hij met een vriend zijn eigen congres- en evenementenbureau 3HOUSE op. Dit vormt eigenlijk een prachtig excuus om in de buitenlucht aan allerlei activiteiten deel te nemen als kiten, paintballen, mountainbiken, hardlopen en kanoën. Leuk zijn de jaarlijks terugkerende MTB-clinics voor scholieren. De meeste meiden zijn direct, collectief, ongesteld, maar sommigen beginnen de lol ervan in te zien. Sommigen.

Toch merkt hij al snel dat hij meer lol beleeft aan het deelnemen aan outdoorevenementen zelf, dan aan het organiseren ervan. Kanoën, mountainbiken, rennen, klimmen, bergwandelen, allemaal veel leuker dan achter een laptop zitten. En ook het organiseren van congressen op de achterkamer levert nu niet bepaald werkplezier op. Hij wil zelf dingen doen en ervaren, weg uit het keurslijf en niet meer geleefd worden, zich vrij voelen. Opgelegde regels en structuren kende hij al uit mijn school- en studietijd. Hij kon er toen niet mee omgaan en nu evenmin. Functioneren in een hiërarchie vindt hij lastig. Hij gedijt in vrijheid en pakt dan kansen en verantwoordelijkheid. Vrijheid leidt tot initiatief, waar hiërarchie beknelt en verlamt. Als hij vrij is, voelt het niet meer als werken. Een lastige spagaat die veel onrust oplevert.

Een twintiger verwoordt het goed in het Volkskrant Magazine (Nr. 441, 20-12-2008, p. 20): hij wil serieus dingen oppakken, maar ‘in mijn hoofd moet het eerst rustig worden; daar is het al zes jaar een chaos. Ik wil van de druk af van wat ik móét’. Een andere twintiger voegt daaraan toe: ‘Gek genoeg maakt de drang om me te bewijzen, het moeilijk te verkroppen dat je nou eenmaal ook minder interessante dingen moet doen. Misschien moet ik mezelf niet zo serieus nemen. Ik denk helemaal niet licht over dingen, dat denken mensen soms, misschien maak ik het juist te zwaar. Ik weet niet wat ik wil, en ik heb besloten eerst eens te accepteren dat ik het niet weet’. Een derde voegt daaraan toe: ‘Ik hoor van anderen altijd dat ze een vaste baan willen, om desnoods jaren te blijven zitten. Hoe dóén ze dat? Dat is niks voor mij. Ik ben constant op zoek. Ik zoek een succesformule, ik wil ergens in uitblinken en daarmee geld verdienen.’ Voor mij herkenbaar, het gevoel altijd gejaagd te zijn, als een dolende ziel, altijd op zoek naar ‘iets’, altijd onrustig, nooit iets afmaken, niet wetend wat je wilt. Mijn leven, dromen en de prestaties die ik neerzet, het mag altijd groer en meeslepender. Het onderliggende gevoel is dus altijd dat het niet af is. Het najagen van de pot goud aan het einde van de regenboog.

Ik herken dat; ik ben constant op zoek naar dat ene. Onrust in mijn hoofd kenmerkt mijn hele zijn. Als ik het boek SOLO lees van Pen Hadow verwoordt op een juiste manier het gevoel dat ik heb (p 82/ 83): ‘..Ik studeerde af met een laag puntengemiddelde, maar tegen die tijd was ik gestopt me daar zorgen over te maken. Ik sportte zelfs niet meer. Ik voelde me erg gefrustreerd en ongelukkig. Ik kreeg het gevoel dat ik mijn leven aan het vergooien was, maar ik was niet in staat om uit het grote zwarte gat te komen dat ik voor mijzelf had gegraven. Ik geloofde nog steeds in het lot, de reden van mijn bestaan, maar ik begon mij steeds vaker af te vragen of ik er ooit achter zou komen wat mijn lot zou zijn. Net als kapitein Scott was ik niet in staat ‘te omschrijven wat over mij komt, het is te onduidelijk. Ik ben geobsedeerd door de gedachte dat het leven een strijd om het bestaan is en dan word ik gedwongen te zien dat mijn pogingen om een plek in de strijd te krijgen, niet zijn gelukt. Ik lijk ouder te worden, terwijl ik met tegenzin de vluchtige momenten toesta, maar niet in staat ben om de controle over de omstandigheden te hebben. Ik lijk iets achter de hand te hebben dat succes tot gevolg kan hebben, maar ik weet niet hoe ik het moet gebruiken. Daarom is er het bewustzijn van verspilling en een echte diepe “onrust”. Al deze gedachten en gevoelens zitten in mij, waardoor ze eenvoudige zaken gecompliceerd maken en de normale gang van zaken verstoren. De uiterlijke kenmerken hiervan zijn de sombere buien die komen en gaan…’

Ook ik herken die enorme onrust en het ondernemersbloed in mijn aderen en ik kan nergens echt aarden. Ik heb moeite met systemen en structuren. Achter een bureau zitten is dan ook niets voor mij en ik irriteer me snel aan bureaucratische beslommeringen. Ik werk nergens lang en richt eigenlijk het ene na het andere bedrijf op, voortdurend onrustig en op zoek naar dat ene. Ik heb voortdurend dezelfde, steeds terugkerende droom: ik schiet met een geweer, met een harde knal iets uit elkaar, of mijn eigen schouder wordt uit elkaar geschoten. Als ik het voor de grap eens opzoek in een dromenencyclopedie staat er zo ongeveer de volgende uitleg: het willen overhalen van een trekker duidt op machteloosheid en op het uitstellen van bepaalde beslissingen; je wilt letterlijk knopen hakken en de trekker overhalen.

Ik heb altijd iets gehad met afzien en met name de pieken en dalen die daarbij komen kijken. Met vrienden maak ik lange wandeltochten, neem deel aan hardloopwedstrijden en ga een aantal keren per jaar de bergen in. Op mijn achttiende maak ik met goede vriend Niels een zwerftocht door Noorwegen, een avontuur waarover we nog dagelijks herinneringen uitwisselen. Ik lees graag de boeken van avonturiers als Ronald Naar, Wilco van Rooijen, Joe Simpson, Jon Krakauer en Bart Vos over klimtochten, expedities en poolreizen. Mijn jeugdhelden. Daarmee plantte ik ongetwijfeld een zaadje dat later zou leiden tot het Frozen Dreams Project.

Ik ervaar het leven als een strijd, een worsteling en met mijn ideële inslag ga ik de strijd aan tegen de bureaucratie. Vriend en collega Peter met wie ik een congres- en evenementenbureau had, zei eens: ‘Jan Fokke, waarom volg je niet gewoon het kronkelige bospad, maar wil je persé rechtdoor en hak je alle bomen om?’ Eigenwijs en volhardend; lastige eigenschappen in het dagelijks leven, maar wel de eigenschappen die van pas komen bij het organiseren van en deelnemen in een poolexpeditie, zo weet ik nu.

Een en ander culmineert in een caravan. In 1999 lift ik met vriend Marcel een maand door Frankrijk. Ik zit vast in mijn werk en weet niet wat ik wil en ben zojuist terug verhuisd naar Leiden, omdat Rotterdam mijn stad niet is. Maar wat nu?

We bezoeken een vriend van mijn reisgenoot, een (ex)docent Frans aan de middelbare school. Op een herfstavond fietste hij in de regen naar huis en er brak iets bij hem. Hij deed niet wat hij wilde. Hij verkocht terstond zijn huis, pakte zijn spullen in twee dozen en gingen bungalowtenten beheren in Frankrijk.

Hij wacht ons op in zijn caravan met een kartonnen doos vol goedkope wijn. We kletsen ons door de nacht, omringd door kaarsen en sterren. Haarfijn voelt hij aan, dat ik niet goed in mijn vel zit en hij begint te zagen. Beetje bij beetje breekt hij mijn schild af, tot ik huilend in een hoekje zit. De essentie: ik ben niet trouw aan mijzelf, volg niet mijn hart en ren mee in de ratrace.

Hij citeert de Vietnamese zenmeester Thich Nhat Hanh: In plaats van te zeggen: ‘zit daar niet zomaar: ga iets doen’, zouden we het tegenovergestelde moeten verlangen: ‘doe niet zomaar iets, ga zitten’. Hij vervolgt zelf: ‘jij moet achterhalen wat jouw passie is, wat jou drijft. Volg de weg van je hart en blijf daarin jezelf trouw. Laat je door niets en niemand weerhouden’.

Een wijze les van een docent Frans. Ik was op dat moment erg ontvankelijk voor zijn woorden; ze maakten van een waakvlam een brandend vuur. Door de gesprekken in de caravan realiseer ik me dat ik het heft in handen moet nemen, controle moet nemen in mijn eigen leven. Het gaat er niet om wat je misschien ooit wilt worden; het gaat erom wat je nu ter hand neemt en tot een goed einde brengt, sterker nog: het gaat erom wie je nu wilt zijn en niet wie je wilt worden. Door dat te doen wat je leuk vindt, doe je net die extra stap en dat straalt af op anderen. Mijn gesprekken in de caravan vormen net de vonk die ik nodig heb om een omslag te forceren en het vuur aan te wakkeren.

Hard werken en vrijheid zit in zijn bloed. Het overlijden van zijn moeder leidde ertoe dat hij gehoor gaf aan zijn wens om vrij te zijn.

Jan Fokke is een fanatieke buitensporter en met name hardlopen is voor hem de manier om zijn hoofd weer leeg te maken. Het resulteert in een lange lijst (RSI van het scrollen, is een reële optie) van deelnames aan wedstrijden. Onlangs rekende hij uit dat hij tenminste één jaar van zijn leven op hardloopschoenen aan het rondhuppelen was. Ook rende hij een jaar lang rond met ledematen in het gips, maar dat is een ander verhaal.

Jan Fokke nam deel aan diverse Nederlandse kampioenschappen zoals het NSK triatlon, het NK triatlon Brandweer, het NK Veldlopen, het NSK Mountainbike en het NK traplopen. Hij rende diverse marathons zoals de klassieke marathon van Marathon naar Athene, Berlijn, Praag, Leiden (4x, snelste tijd 3.16.09) en een handvol ultraruns. Hij volbracht de Crazy Peak Experience alias de Swiss Alpine Marathon, een 78,5 kilometer lange ultraloop door de Zwitserse Alpen over twee bergketens (2.300 m hoogteverschil). Het verenigingsblad van Leiden Atletiek bericht daarover: ‘…Zwitserse bergweiden, stromende beekjes, eeuwige sneeuw op de toppen en hier en daar een milkakoe, dat klinkt toch niet verkeerd als vakantieactiviteit. Maar om dan in zo’n decor 78 kilometer te gaan hardlopen, dat grenst toch aan het krankjorume!…’

Het sportcoachen vindt Jan Fokke een mooi vak en zo coacht hij zijn vrouw tijdens de alternatieve Elfstedentocht in Zweden naar 117 kilometer, maar gelijktijdig ook Ad de Kort, die meteen de 3e positie in het eindklassement weet te behalen. Ad is dusdanig geëmotioneerd dat hij Jan Fokke in de armen valt voor de ogen van Bart Veldkamp en zijn Kenianen en hem zijn prijs, een Zweeds handwerk-paard overhandigt.

Een jaar later coacht Jan Fokke zijn vrouw nogmaals op de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee, maar nu tot aan de finish. Zelf komt hij tot 125 kilometer waarna hij met een lekkend kinnetje naar de EHBO-post moet. SBS6 duwt meteen een camera in de wond, waarna zijn oma zich een hoedje schrikt thuis voor de buis. Hij richt zijn pijlen nu op de Marathon des Sables, een 7-daagse etappewedstrijd door de woestijn. Hier betreft het overigens weer gewoon hardlopen, geen schaatsen.

In 2006 overlijdt Jan Fokke’s moeder plots aan de gevolgen van kanker, net op het moment dat ze met de VUT gaat. Na het opvoeden van twee kinderen, valt het re-integreren op de arbeidsmarkt haar niet altijd even makkelijk. Ze begint leuke dingen uit te stellen… tot het te laat is. Jan Fokke realiseert zich dat je je dromen moet realiseren, niet morgen, maar vandaag nog. Hij maakt een radicale loopbaanswitch. Hij stapt uit zijn congres- en evenementenbureau 3HOUSE en start het Frozen Dreams Project. Hij laat alles achter zich, vanaf nu op zoek naar verdieping en een groots en meeslepend leven.

De visie: als een droom ergens in je achterhoofd zit, is hij bevroren. Als je met je droom aan de slag gaat, kun je hem ontdooien. De stappen om je droom te realiseren: Dromen, Durven, Delen en Doen! De ultieme droom is een expeditie naar Antarctica. Hij wil daarbij anderen inspireren om met een eigen droom aan de slag te gaan door zijn vorderingen te delen als voorbeeld. Zo schrijft, fotografeert en filmt hij wat af tijdens een Mont Blanc expeditie, een Groenlandexpeditie, een expeditie naar Schotland, Duitsland en IJsland en zelfs een weekend met minus 40 in de vriezer van de Leidse Sligro met zijn volledige pooluitrusting.

Het hoogtepunt is de expeditie naar de Groenlandse IJskap. Een exponentiële leercurve en binnen enkele weken wordt deze eerste expeditie – zonder enige poolervaring – uit de grond gestampt. De expeditie zelf wordt gekenmerkt door de dreiging van ijsberen en crevasses, een storm die dagenlang aanhoudt en voortgang onmogelijk maakt en bovendien is alle apparatuur leeg of bevroren. Satelliettelefoon, toughbook en zonnepanelen laten het alle afweten waardoor in Nederland de perceptie ontstaat dat het weleens mis zou kunnen zijn. Na opwarmen van de batterij van de Sathphone is kort contact met Goedemorgen Nederland mogelijk en levert duidelijkheid.

De tastbare resultaten: een Frozen Dreams Inspiratiefilm die een internationaal filmfestival wint, het boek ‘Hardlopen; met succes je grenzen verleggen’ en diverse lezingen voor bedrijven, ondernemersverenigingen, sportverenigingen en scholen. Jan Fokke schrijft het merendeel van de content achter de website die een prijs wint van Panorama, voor leukste en origineelste weblog van Nederland. Ten slotte schrijft hij veel artikelen voor magazines, websites en nog te verschijnen boeken over de avonturen.

In december 2010 doet Jan Fokke een schokkende ontdekking. Een bevriend ondernemer vraagt of hij een website kan ontwikkelen voor een bedrijf. Hij antwoordt: ‘Ja!’ en gaat vervolgens een week keihard studeren, want hij heeft nog nooit een website gebouwd. Het is voor hem ontnuchterend te constateren dat het bouwen van websites geen hogere wiskunde is. Tot voor kort schakelde hij te dure bureaus in die voor te veel geld, te lang bezig waren en iets opleverden waar je niet om vroeg. Nu bouwt hij dan ook regelmatig, héél snel, websites. Het heeft zijn kijk op ondernemen veranderd. Deze website is daarvan een resultaat.

Huidige projecten

Als Jan Fokke niet aan het rondrennen of op expeditie is, verdeelt hij zijn tijd tussen zijn verschillende ondernemingen, het geven van lezingen, het schrijven van boeken, zijn bestuursfunctie bij KWF-Nijmegen, het project ‘Mensen met MS lopen de Vierdaagse’, de Green Runner Movement, Tiny House Platform Nederland en zijn stichting Unlimited Editions.

Todo; Pelgrimstocht Santiago de Compostela

Van jongs af aan droom ik al dat ik in een witte jurk, met een rieten hoed op mijn hoofd en een touw om mijn middels door Spanje dwaal; een pelgrimstocht. Zonder bezittingen waar ik rond tussen de molens van Don Quichotte door de binnenlanden van Spanje. Dit wordt versterkt door een oude prent die ik vond bij mijn ouders op zolder met daarop in houtskool Don Chuichotte, Penache en enkele molens. Ik verslond altijd de boeken van mensen die te voet naar Rome gingen, maar ook een boek als de Alchemist van Paolo Coelho, deed mijn bloed sneller stromen. Zwerven zonder bezit; ik weet nog dat ik het boek met kerst aan mijn beste vrienden cadeau gaf. ‘Van die dromer van die witte jurk’, zullen ze vast gedacht hebben, na het lezen van het kinderlijke sprookje. Een van mijn beste vrienden zei vaak dat ik ‘meer riep dan ik waar maakte en dus niet wist wat hij aan me had’. Ik riep dan op mijn beurt ‘dat als ik maar de helft waar maakte van hetgeen ik roep, ik nog steeds veel meer waar maak dan al die anderen’. En zo vecht k mijn eigen strijd tegen spreekwoordelijke windmolens.

 

CONTACT | COFFEE

Aarzel niet en zoek even contact!