15/08/2010 Jan Fokke Oosterhof

De Nijmeegse wandel4Daagse

In 2010 liep ik de Nijmeegse 4Daagse. Een verslag van de tocht volgt hier. Een portret is terug te zien op KRO’s gevoel van de 4Daagse.

De eerste keer

In 1995 loop ik hem, de 40 kilometer, de kinderafstand. In 1996 loop ik hem wederom, maar nu de volwassen afstand, waarmee je het felbegeerde 4Daagsekruisje bemachtigt. Ik loop samen met vriend Marcel. Getraind hebben we niet echt. Het lijkt ons aardig om als training eenmaal van mijn studentenkamer in Rotterdam, naar mijn ouderlijk huis te lopen in Leiden. Dit vanuit de gedachte: beter één keer goed ervaren wat het is dan honderden kilometers trainen, maar dan steeds in etappes van maximaal 35 kilometer.  

Training

Tijdens de trainingstocht bezoeken we een vriend van ons in Delft en eten we een ijsje in Rijswijk bij de ijssalon waar mijn vriendin werkt. Het wordt een slopende tocht van ongeveer 57 kilometer. Als we aankomen en mijn vader opent de deur, lacht hij ons regelrecht uit. Een stel manke zielepoten van begin twintig. ‘Hebben jullie verder nog getraind?’ vraagt hij schertsend. ‘Ja’, zegt vriend M. ‘ik heb nieuwe bergwandelschoenen gekocht’. Ik voeg eraan toe: ‘Ja, en ik heb ze in het vet gezet!’ Mijn vaders ogen rollen in het hoofd en hij loopt hoofdschuddend weg.

Nuchterheid is een deugd

Achteraf bezien werkt onze trainingsstrategie uitstekend. Dit deed zo’n pijn dat we meteen realistisch worden: die 4Daagse, die gaan we dus nooit uitlopen! Laten we er dan maar van genieten. En zo doen we dat en juist door dat genieten en relativeren, wordt het haalbaar. We drinken een biertje, ontspannen bij de BBQ en gaan eigenlijk veel te laat naar bed. Vermanend worden we toegesproken door onze medelopers die honderden kilometers getraind hebben, op tijd naar bed gaan en… uiteindelijk allemaal uitvallen.

Loopprincipes

Op dag I sluit ik met vriend Marcel aan bij onze medelopers, maar dat gaat veel te langzaam besluiten we. We starten om vier uur en komen ’s middags om drie uur binnen. Maar liefst elf uren op de benen. Vanaf dat moment hanteren we een aantal uitgangsprincipes:

– We lopen zo snel mogelijk.

– We nemen geen pauzes en lopen dus aan een stuk door.

– De schoenen mogen na afloop pas uit als we op station Nijmegen zijn.

– We willen voor het tourverslag met Mart Smeets binnen zijn, lees: 13 uur binnen en om 14 uur voor de tv.

Op dag II komen we dan ook al om half twee binnen. Marcel heeft inmiddels de voeten onder de blaren. Zijn kleine teen is maar liefst twee keer zo lang gezien de immense vochtblaar. Leedvermaak verbroedert; ik mag hem lek prikken en het spuit ruim een meter ver. Daarnaast ligt een nagel van een andere teen er bijna af.

Verraad!

Op dag III, als om half drie de wekker gaat, moet Marcel zijn wild geraas staken en hij laat mij alleen het warme bed verlaten. Op zich geen bezwaar, want de eerste uren liepen we toch alleen maar met de walkman op zonder woorden te wisselen. De muziek verjaagt ’s morgens het leed. Het is dus niet zo dat ik een stuk gezelligheid zal moeten missen. Deze derde ochtend heb ik een beetje pech. De sleutel breekt af in het slot als ik het huis wil verlaten waar we logeren. Ik moet dus om drie uur ’s ochtends met mijn stramme, kreupele lijf uit het keukenraam klimmen. Goed dat niemand het ziet, want hoe leg je dat uit. Om 3.18 uur vertrekt de trein vanuit Elst naar Nijmegen. Vanochtend is de nervositeit van de eerste dagen gezakt. Lopers hangen gelaten op de bankjes, sommigen zelfs snurkend.

Ik neem me voor om deze derde dag heel hard door te lopen, zodat ik lang kan herstellen. Het is bijna een tegelwijsheid: ‘als je snel doorloopt, heb je meer tijd om te herstellen’. Ik dring dus bij de start flink voor zodat ik me onder de eerste lopers bevind. Om 12.20 uur ben ik binnen, en al snel zit ik voor de tv om de Tour de France te kijken. De benen omhoog en een koud biertje in de hand.

Antiperistaltisch lopen

Dag IV wordt de langste dag, met een afstand van 53,8 kilometer. Het kost me ’s morgens nogal wat moeite om uit mijn bedje te rollen, gelukkig schopt vriend Marcel me er niet al te zachtzinnig uit; de verrader. Het hele lichaam is stijf en verzuurd. Na de start kost het me dan ook heel veel tijd om in een soort ritme te komen. Wat ik eigenlijk doe is antiperistaltisch lopen, ik probeer het asfalt te beschadigen. Houterig beweeg ik me voort en kom het eerste uur niet boven de vier kilometer per uur uit.

Scheenbeenblessure

Uitvallen ligt op de loer, maar na een uur stuit ik op twee bodybuilders die er aardig de gang in hebben. Ik sluit aan en in de twee uren die volgen leggen we maar liefst 15 kilometer af. Als ik dit tempo nu eens kon volhouden… Dat is – zoals de intelligentere lezer al voelt aankomen – géén optie. Mijn rechterscheenbeen vertoont een prachtige en fenomenale bult die bij elke stap zelfstandig samenknijpt. Het lijkt of mijn been een eigen leven lijdt (met lange ij ja). Mijn voet kan niet meer scharnieren ten opzichte van mijn onderbeen en de rest van de tocht moet ik mijn been achter me aanslepen. Nog dertig kilometer te gaan.

Sunblock

Ik maak deze ochtend ook een foutje. Om tijdens de intocht de toeschouwers te vermaken, heb ik mijn hoofd oranje geschminkt. Daar sta je echter tijdens het lopen helemaal niet bij stil. Op het moment dat de zon zich goed laat zien, steek ik mijn handen in een ton met koud water en giet het heerlijke verkoelende vocht over mijn aangezicht, met als gevolg dat ik de rest van de dag volledig onder een dikke oranje smurrie zit. Niet handig. Duizenden keren krijg ik van de toeschouwers te horen dat mijn sunblock is uitgelopen.

Later op de dag is uitvallen wederom een reële optie, maar dat zou betekenen dat ik nogmaals terug moet keren naar Nijmegen om de hele tocht wederom te volbrengen zodat ik mijn Vierdaagse-kruisje kan ontvangen. Weer een week lang om vier uur starten, 203,8 kilometer afleggen en 300.000 passen zetten. Dat nooit! Op mijn tandvlees sleep ik me achter een groep Nederlandse mariniers aan. Met hun SuperSoakers schieten ze de kinderen langs de kant van de weg nat. Hilariteit alom. Gelukkig lijkt mijn grimas een glimlach. Ergens moeten zij linksaf en blijf ik alleen over om mijn intocht te volbrengen.

Een Kruisje

Elk half uur moet ik gaan zitten en word ik door omstanders gevoed met taart, koeken, cake en koffie. Het houdt me op de been. Het is heet en om me heen vallen mensen flauw, vooral in de laatste kilometers en voor het oog van de tribune. In de buurt van de finish is daar opeens vriend Marcel met een biertje. Hij reikt het niet aan, maar giet het over mijn verhitte kop. De toeschouwers op de tribune applaudisseren en juichen. Het bier loopt langs mijn lichaam naar beneden. Ik heb het gehaald en mag mijn kruisje ophalen.

Aldus mijn eerdere deelname aan de Nijmeegse 4Daagse in 1996.

In 2007 ik van de Randstad naar Nijmegen en – zo dacht ik – zou het nu niet aardig zijn een en ander nog eens dunnetjes over te doen nu ik in Nijmegen woon. Een leuke en makkelijke manier om de omgeving te verkennen en dorpjes te zien die ik normaal gesproken nooit zou aandoen. Zo gedacht, zo geschiedt. Met een team van vier schrijven we ons dit jaar (2010) in voor de 4Daagse. Na een spannende periode van loting blijken we alle ingeloot; ikzelf, vrouw Hester, vriend Niels en vriendin Hinke.

Ik ga het weer proberen; ongetraind uiteraard!


Training en voorbereiding

 

Noeste trainingsarbeid

Voor eenieder vangt meteen een periode van training aan, zo niet voor mij. Trainen voor wandelen, is als trainen voor taart eten. Je kunt het, of je kunt het niet en als je teveel taart eet, krijg je toch wel last van je buik. Dat is mijn filosofie die overigens niet door iedereen zal worden gewaardeerd. Anderen trainen voor dit soort uitdagingen van formaat.

Het grote Enge bos

Zo komt het dat mijn vrouw – zonder mijn aanwezigheid – een training afwerkt van maar liefst 63 kilometer. Alleen, solo, zonder anderen; ieder weldenkend mens zou dit uit z’n hoofd laten. Van Nijmegen loopt ze naar een tante in Deurne, maar zo waarschuwt schoonmama: dan kom je door het grote Enge bos… In dat bos kun je aangerand, beroofd, vermoord, mishandeld en op vele andersoortige wijzen worden gemolesteerd. Daaraan had vrouwlief nog helemaal niet gedacht; dat ze vermoord kon worden en zo komt het dat de oorspronkelijke trainingstocht van 50 kilometer al snel ontaardt in een martelmarathon in haar pogingen het grote Enge bos te omzeilen, onderwijl voortdurend gebeld door schoonmama met de vraag of ze nog leeft. Als ze in Deurne arriveert is tante kort van repliek: ‘Dat bos is hartstikke druk, want ieder die woont, werkt of op andere wijze iets van doen heeft in de buurt van Deurne moet door het grote Enge bos. Het zijn de aanvoerwegen naar het bos waar je op je hoede moet zijn.’ En zo zijn mensen als ze niet oppassen in hun leven meer bezig zich niet te bezeren, dan met gewoon fijn een eindje wandelen.

Saai en pijnlijk

Een dag later werkt vrouwlief met vriendin Hinke een tweede training af van 30 kilometer om na dit weekend toch maar te constateren dat wandelen a. verschrikkelijk saai is en b. ontzettend pijn doet. Nu had ik haar gezien mijn eerdere ervaringen reeds attent gemaakt op deze feiten, maar toch besluit ze haar inschrijving om te zetten van 50 naar 40 kilometer. Niet dat ze het niet aan kan, want daar twijfel ik geen moment aan, maar de 63 saaie trainingskilometers hebben haar mentaal gebroken, daar waar ze bij mij juist een ontnuchterende werking hadden: als iets zoveel pijn doet, haal ik het toch niet en kan ik er maar beter van gaan genieten.

En daarnaast: zelfs ik – als extreemsporter – haal het niet in mijn hoofd om in mijn eentje 63 kilometers af te werken over drukke verkeerswegen. Dat getuigt van een bijna ziekelijk doorzettingsvermogen.

De Heineken wandeldag

Op 3 juli 2010 doen we met z’n vieren twee weken voor de start nog een trainingstocht van 50 kilometer in de regio Den Bosch. De tocht wordt georganiseerd door de personeelsvereniging van Heineken en ik verheug me nu dan ook al op de borrel na afloop. Ik neem deel conform mijn aloude adagium: even ruiken wat 50 kilometer ook al weer was; gruwelijk pijnlijden zodat je er nuchter instapt en de praktijk meevalt.

Vriend Niels en ik starten een uur na de dames en drinken in die tijd ettelijke bakken koffie, het is immers nog vroeg op deze zaterdag. We lopen dan ook de eerste uren als kieviten op een Redbull-dieet. Het kost ons welgeteld zeven uren om het uur weer goed te maken hetgeen betekent dat de dames aardig doorgelopen hebben. Wij halen de eerste uren maar liefst 250 van de 700 deelnemers in en we hebben er veelal een gangetje van meer dan zeven kilometer per uur in. Als we de dames bijhalen lopen we te mankepoten als zieke honden en verrekken van de pijn. Ik heb te stugge bergschoenen aan, Niels te oude en daarmee ook te harde wandelschoenen. Ik heb overal last van drukpunten en mijn linkervoet kent op de bal een prachtige bloedblaar. Vrouwlief zat mentaal dusdanig aan de grond dat ze de hele dag door Hinke mentaal moest worden gecoacht anders had ze ergens een bus of taxi genomen. Hinke zelf heeft pijn in de knieën, last van de buik, warmte-uitslag en blaren van teen tot hiel. Ze gaat onverdroten verder.

Na deze 50 kilometer is me weer volledig duidelijk waarom ik de trainingsfase links laat liggen.

Tijdens het Nationaal Zwitsers kampioenschap berg(hard)lopen waar ik aan deelneem, een week voor de start, koop ik een paar prachtige wandelschoenen in een kleurtje dat de Nederlandse bergsportwinkels met hun benepen, kleinburgerlijke kleurtjes niet in het assortiment hebben.

Daarmee houdt mijn voorbereiding op. Ik ben er klaar voor.

Je eigen kracht ontdekken

In de week voor de 4Daagse verschijnt een artikel in de 4Daagsespecial van weekblad de Brug in Nijmegen over mijn ongetrainde deelname. Ik stuurde na mijn inschrijving een korte column naar de website en werd naar aanleiding daarvan geïnterviewd.

Voor Jan Fokke Oosterhof wordt de 4Daagse het zoveelste grensverleggende project waarin hij de grenzen van zijn eigen lichaam wil testen.

 

Jan Fokke Oosterhof uit Nijmegen loopt de 4Daagse ongetraind.

FOTO: PIET HEIJSEN

Jan Fokke gaat de 4Daagse niet alleen ongetraind in; hij loopt de 4 x 50 kilometer ook zonder pauzes en in een zo’n hoog mogelijk tempo.

Helemaal ongetraind is Jan Fokke niet: hij is al 20 jaar een fervent hardloper en doet veel aan sport. “Ik vind het leuk om te kijken hoever ik kan gaan. Wat kan je lichaam aan en hoe ver kun je je eigen grenzen verleggen? Het geeft een enorme voldoening om je eigen kracht te ontdekken.”
Aanleiding voor deze persoonlijke missie was het overlijden van zijn moeder in 2006. “Ze was een dag met pensioen en vol plannen toen er kanker bij haar werd geconstateerd. Ze is helaas korte tijd later al overleden.”
Sinds die tijd heeft Jan Fokke een persoonlijk doel: mensen motiveren en inspireren om met hun dromen aan de slag te gaan en hun eigen kracht te ontdekken (www.frozendreams.nl). “Uitdagingen aan durven gaan, niet blijven dromen maar ervoor gaan om ze ook echt te verwezenlijken. Grenzen verleggen en verbaasd zijn over wat je allemaal kunt bereiken.” Samen met zijn vriend Paul Kamphuis ondernam Jan Fokke meerdere poolexpedities, beklom hij de Mont Blanc en liep hij diverse marathons. “Voor de poolexpedities hebben we ons voorbereid door een paar nachten door te brengen tussen de frikadellen en frietjes in de koelcel van een groothandel.”
De expedities zijn bedoeld om materialen voor bedrijven in extreme omstandigheden uit te testen. Daarnaast zijn de opmerkelijke verrichtingen bedoeld om de aandacht te vestigen op en geld op te halen voor de strijd tegen kanker.
Het is niet de eerste keer dat Jan Fokke de 4Daagse loopt: in 1995 verscheen hij, eveneens ongetraind, voor de eerste maal aan de start voor de 40-kilometer route. In 1996 herhaalde hij die prestatie voor de 50 kilometer. Wat is hem daarvan bijgebleven? “Het doet pijn”, erkent hij volmondig. “Je spieren verzuren en daardoor krijg je kramp en spierpijn.” Hij verwacht dat hij daar nu ook last van zal krijgen. “Ik ben inmiddels 15 jaar ouder. Voor mij is dat een nieuwe uitdaging; een nieuwe test om te kijken hoever en hoelang ik nu door kan gaan. Mijn streven is om elke dag tussen 12.00 en 12.30 uur over de finish te lopen. Dan ben ik op tijd thuis om de Tour de France te kunnen kijken.”

Het 4Daagsegevoel van de KRO

Op de donderdag in de week voor de start zit ik in de auto als ik terugkom van mijn werk. Mijn telefoon gaat over.

“Hoi Jan Fokke, met Fons de Poel van de KRO”.

“Ehh, goeiemorgen, ehh goeienavond…”

“Jan Fokke, ik zou je graag willen interviewen voor ons programma ‘het 4Daagsegevoel’ en een portret van je maken”.

“Ehh oké, je overvalt me enigszins”.

En zo begint mijn 4Daagseweek maandagochtend op de Wedren met een interview met de KRO.

Maandag 19 juli, een overvolle dag voor de start

De wekker gaat om 7 uur en als een zombie waggel ik de douche in na mijn fietsinspanningen van het afgelopen weekend. Met een groep vrienden heb ik nog een weekendje gemountainbiked in Zuid Limburg. Ik mag dan niet hebben gewandeld om te trainen, aan mijn conditie mag het in ieder geval niet liggen. Ik begin de dag met grondig schrobben, verwijderen van modder en scheren zodat ik tenminste schoon in beeld kom.

Een tv-interview

De Wedren, het parkeerterrein waar de 4Daagsedeelnemers hun startbewijzen ophalen, is nog volledig uitgestorven. Zelfs koffie is uitgesloten. De KRO belt: een probleempje met de camera, ze zijn iets later. Ik pap ondertussen aan met de standbemanning van New Balance. Ze zitten aan een heerlijk mok warme koffie, maar eentje aanbieden ho maar. Dat bevestigt precies de indruk die ik al had van eerdere contacten met deze organisatie. Gelukkig komt de KRO-crew al snel aangewandeld met de camera. Ze doen een korte briefing en eigenlijk is het daarna binnen 15 minuten gepiept. Fijn om zaken te doen met mensen die wel van wanten weten.

Op mijn oude barrel scheur ik snel naar huis om de logeerkamer op orde te maken. We leggen voor onze twee logees – Niels en Hinke – een welkomstpakketje klaar zoals je dat ziet in de betere Bed & Breakfasts: een zeepje, blaarpleisters, een zakje spier-gel voor moeilijke dagen en een reepje ontbijtkoek. Als ze de meet niet halen ligt het in ieder geval niet aan ons weldoordachte welkom.

Feet4feet-onderzoek

We springen snel in de auto, want om 10.40 uur hebben we een afspraak in de Sint Maartenskliniek. Hester en ik werken mee aan het feet4feet-onderzoek, een onderzoek naar de preventie van voetklachten tijdens de Nijmeegse 4Daagse

Veel mensen krijgen te maken met voetklachten. Uit onderzoek blijkt dat 10% van de mensen voetklachten heeft. Met een onderzoek naar het effect van het lopen van de Nijmeegse Vierdaagse op het drukpatroon en het ontstaan van voetklachten heeft de Sint Maartenkliniek in 2008 de eerste stap gezet in het kunnen voorspellen van voorvoetklachten. Omdat de kans op voetklachten toeneemt bij een hoge belasting van de voeten, is er gekozen om het ontstaan van voetklachten in deze groep in kaart te brengen. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het drukpatroon en de afwikkeling van de voet fors veranderd door het lopen van de 4Daagse. Daarnaast is er op basis van deze gegevens een systeem ontwikkeld dat grotendeels kan voorspellen of mensen voorvoetklachten krijgen. Dit is echter gemaakt op basis van het drukpatroon en de klachten van “maar” 60 personen en moet verder ontwikkelt en getest worden.

Door te kunnen voorspellen welke mensen een hoog risico hebben op het krijgen van voorvoetklachten, kunnen in de toekomst preventieve maatregelen genomen worden om deze klachten te verzwakken of te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het geven van een passende schoen of op maat gemaakte steunzool. Uiteindelijk willen de onderzoekers bereiken dat wandelaars met minder voetpijn de 4Daagse kunnen uitlopen.

Gewicht in de schaal

We vullen een uitgebreide vragenlijst in over onze voeten (2) en onze voetproblemen (geen). Daarna moeten we 15 keer over een lange mat met sensoren lopen, afwisselend beginnend met rechts of met links. Op de pc wordt een prachtig drukprofiel zichtbaar van onze voeten. Rood duidt op gevarenzones, de punten waar de druk het grootst is. Meteen valt de plek onder de bal van mijn linkervoet op die zich laat kenmerken door een prachtige bloedblaar. Duidelijk een knelpunt als je schoenen niet in orde zijn, maar gezien mijn gloednieuwe Salomon-muiltjes uit Zwitserland en testsokken van sponsor Smartwool verwacht ik geen problemen. Een probleempje dat wel naar voren komt is mijn gewicht. Vrouwlief komt lachend van de weegschaal (voor de verandering) en kan enkel een grijns van oor-tot-oor tonen met haar 62,8 kilos. Ik daarentegen verlaat de kliniek als een ware brombeer met 84,5 kilo schoon aan de haak. Heel lang wandelen is gelukkig de ideale manier om vet te verbranden.

Voeding inslaan

Meteen scheuren we weer naar de Wedren, waar ik ditmaal mijn startbewijs kan ophalen, in casu een polsbandje met barcode. Vervolgens tuffen we langs de Sligro waar we voor vier wandelaars en vier dagen inkopen doen. Een arsenaal aan voeding waar je normaal gesproken een peloton hongerige soldaten een week van kunt voeden, wat dan weer enigszins in tegenspraak is met mijn plannen om vet te verbranden en af te vallen. Het is echter met name voor onze gasten. Gastvrijheid heet dat, het mag ze aan niets ontberen. Het dak van de cabrio kan niet eens meer open, zo vol zit de achterbak. Na een half uur slepen heeft alles zijn weg van de cabrio, via de lift en de lange gang naar de keuken gevonden. Mij kun je wegdragen en de 4Daagse moet nog beginnen.

Loopmeuren

Rond een uur of drie in de middag vallen Niels en Hinke binnen. Beide planten hun hutkoffers in de toch al benauwde logeerkamer. Niels sleept bovendien een voetenbadje achter zich aan waar de beide dames verlekkerd van gaan kijken. Dan heeft hij nog een arsenaal aan sauzen en gels waar je elke spier, blaar of teen afzonderlijk mee kunt insoppen. Meteen maan ik hem dit toch vooral buiten ons appartement te doen; die meur wil ik niet in mijn huis. Tevergeefs uiteraard en naarmate de week vordert is alles ondergedompeld in een allesverzengende balsemgeur waar we het komend jaar niet meer vanaf zullen komen.

Klootvet voor de Great balls on fire

Dan begint het proces van camelbak-preparatie. Een camelbak is in essentie een waterzak met een miniem omhulsel. De vraag resteert hoe je daar zo veel mogelijk ingepropt krijgt. We nemen niets teveel mee voor een naar alle waarschijnlijkheid zeer warme dag: Zonnebrand, bedekking voor de nek, H2O, of beter H2O tot de macht 2. Het is wikken en wegen. Rol sporttape, vier mueslireepjes, iPod, mobiele telefoon, druivensuiker, portemonnaie, buff en uiteraard een flinke pot klootvet. Elke dag begint immers met het in het vet zetten van de gevoelige plekken, een proces dat meerdere malen per dag dient te worden herhaald. Zachte witte billetjes en dijbenen zijn immers niet gemaakt om 250.000 of zelfs meer keren langs elkaar te schuren binnen vier dagen. Ik heb er veel last van de eerste twee dagen en kan me goed herkennen in de song “Great balls of fire”, waar Niels – zeer terecht overigens – “Great balls on fire” van maakt. Ik draag een strakke korte tight en een wijde zwembroek om schuren te voorkomen. Het helpt voor geen meter en halverwege de week stap ik over op een boxer en een zwembroek.

Smartwool

Heb ik rond de gevoelige delen nogal eens last van schuren deze komende week; zo niet bij de voeten. Enkele weken voor de 4Daagse benader ik Smartwool met de vraag of ik niet een paar sokken kan testen. Dat is geen enkel probleem en al snel heb ik een doos met sokken op de stoep staan. Deze sokken zijn vervaardigd van Merino-wol, de beste wol ter wereld en waar ook de foeilelijke Uggs van worden gemaakt. Ik draag ze in de weken hiervoor al vele malen met fietsen, hardlopen en de Heineken wandeltocht. In overeenstemming met de naam Smartwool betreft het slimme sokjes die niet zoals bij reguliere wol kriebelen. Daarnaast geven ze door de wol, die niet slijt of dun wordt door het wassen, voldoende bescherming, waardoor je minder snel blaren en schuurplekken krijgt. Bovendien zitten er geen naden in de sokken zoals je bij andere meren wel ziet. Ze adverteren niet voor niets met de tekst ‘Blister-free-fit’. Ik kan dan ook oprecht zeggen dat ik overal last van krijg deze komende week, behalve van mijn voeten. Blaarloos kom ik aan de meet. Er zit maar een maar aan de sokken; door de wol houd ik lekker warme voeten, ook bij 33 graden.

Curryattack

De eerste avond kook ik en ik heb bij de Sligro alle ingrediënten in huis gehaald om een pittige Thaise curry te maken. Ooit eerder heb ik dit gerecht gemaakt op een Herenavond toen ik zou koken voor een zestal vrienden. Het was de eerste keer dat ik mijn vrienden collectief tranen zag plengen. Het lijkt me nu een zeer toepasselijk gerecht in gedachtig de psychologische oorlogsvoering. Eens kijken of ik mijn eerste tegenstanders kan uitschakelen voor de start. Toch valt de curry mee aangezien ik één klein maar niet onbelangrijk ingrediënt over het hoofd heb gezien: de pepertjes. Desalniettemin is een en ander pittig en Hinke heeft er met name de eerste wandeluren last van, blijkt later.

Drama

Al de eerste avond worden de eerste voetenbadjes genomen tijdens het wachten. De eerste avond wil je je echt niet inspannen, maar wat dan. Iedereen hangt futloos in de bank. Het is verstikkend warm in huis en dat neemt alle energie weg. Ik zoek het programma van de KRO op waarin ik figureer. In de tv-gids staat het onder de welluidende kop ‘drama’. Dat belooft wat. Het stukje is leuk geworden en de jongens van de KRO hebben er echt iets van gemaakt, al had de interviewer, net als een vriend van mij, nogal eens de neiging het woord ‘avondvierdaagse’ in de mond te nemen, waarna hij zichzelf voor de kop sloeg en riep: ‘Dat moet ik nog even uit mijn systeem rammen’. Daarnaast probeerde hij me steeds quotes te ontlokken door op te merken dat de 4Daagse vast een eitje is voor een duursporter en eigenlijk een wandeltochtje is voor watjes. Edoch ik weet één ding: over 3 uur en 40 minuten gaat de wekker en met deze hitte is slapen voorlopig een illusie, dus leg ik mijn vermoeide lichaam te ruste, wetende dat het morgen een prettig portie pijnlijden wordt. Gelukkig staat vriend Dick op het 25 kilometerpunt met een koud biertje klaar in Arnhem. Met deze vroege start van 3.00 uur wordt dat echter een pilsje voor het ontbijt. Als ie maar koud is.

Dinsdag 20 juli, Dag I, de hete Dag van Elst

Opstartperikelen

2.05 uur. De wekker van de vijftigers gaat. Zo voel ik me ook; een aangeslagen vijftiger. Snel de tanden poetsen, kloten vetten, een zonnebrandsessie op het balkon en gaan. Ik spring op mijn sportfiets, Hinke op haar vouwfiets en Niels op de Kronan – een soort ultradegelijke fiets waarop Conan de Barbarian niet zou misstaan. We haasten ons door de koele nacht. De feestgangers moedigen ons aan en maken ons unaniem voor Helden uit. Je voelt de spanning in de startzone hangen. We plaatsen de fietsen in de officiële stalling en lopen de 400 meter die ons scheiden van de startzone. NB we hebben dus 53,8 kilometer gelopen straks. We horen het startschot vallen en er gaat een golf van geschreeuw door de menigte, die blijft hangen bij de verschillende startbogen en wordt overgenomen door de nieuwe aanwas van lopers bij wie de polsband gescand wordt. Ook wij laten van ons horen. Het duurt veelstelang en het scannen van de barcodes blijkt langer te duren dan de oorspronkelijke ‘knip’ met de tang. Gelukkig blijven de scanmensen geduldig, maar als 10.000 man staat te woelen en joelen, voel je op je klompen aan dat pakweg 20 scanners niet toereikend zijn. Dat blijkt ook het geval en later in de week vervallen in eerste instantie controleposten die later vervangen worden door de traditionele knippers.

De eerste stappen

Niels en ik zullen het eerste half uur warm draaien en dan het tempo opvoeren. Hinke zal in eerste instantie volgen en dan kijken of en hoe lang ze dat kan volhouden met haar kortere beentjes. Gezamenlijk lopen we in het donker over de Waalbrug die vervaarlijk schommelt onder het geweld van de wandelaars. Een menigte dolle studenten probeert ons gratis bier te slijten, ik pas nog even. Eindelijk zijn we onderweg en is het feest begonnen. We duiken de brug af, Lent in. Hinke heeft last van haar maag (de curry?), dus maan ik haar een brandweerkazerne in te duiken. Er draait keiharde muziek en de beats zijn niet van de lucht. Lent is wakker, dat is duidelijk. Niels en ik kijken de ogen uit naar alle enthousiaste supporters die zingen, brullen en aanmoedigen. Als Hinke terugkomt, is daar voor het eerst een bescheiden glimlach. We gaan verder en voeren langzaam het tempo op, waarbij Hinke steeds volgt en altijd tien meter achter ons loopt. Als we na Bemmel door de weilanden struinen, komt de zon op. Wandelaars tot aan de einder. Een serene zonsopkomst en het merendeel van de wandelaars loopt met het hoofd naar links gericht om te genieten van deze eerste zonnestralen. Het is stil in het peloton. Ik betitel het als contemplatie en voldoening.

Onbewust incompetent

We halen iedereen in, maar moeten dan wel door de berm en het gras. Het is geen beleid dat langzaam rechts loopt en snel links inhaalt. Het is ook geen wedstrijd. Toch is het wel prettig als je je eigen tempo kunt aanhouden. Ons motto is immers: als je zeven kilometer in het uur loopt, ben je er binnen acht uur. Als je het tempo laat varen, duik je al snel onder de vijf kilometer per uur en dan ben je gewoon héél lang bezig. Weer wordt duidelijk dat 95% van de mensheid zich totaal onbewust is van hetgeen er om hen heen gebeurt. Of het nu wandelaars betreft die graag willen passeren, uitkijken in het verkeer, stoppen bovenaan een roltrap, een trein inlopen terwijl de andere passagiers eerst nog naar buiten moeten of bewust omgaan met het milieu. Ze zien niets, ze horen niets, ze voelen niets en dat terwijl je van een wandelaar toch mag verwachten dat de zintuigen open staan. Niet dus.

Surprise-support

We tikken de kilometers snel af met Hinke in ons kielzog. Met een grote lus draaien we door de zuidkant van Arnhem. Ik begin nu vriend Dick te sms’en die met koud bier klaarstaat. Geen reactie. Pas na vier keer sms’en, komt terug dat hij het waarschijnlijk niet gaat redden in verband met het naar school brengen van de kinderen. De hitte is inmiddels immens en dus besluit ik het klootvet weer ter hand te nemen. Hinke bezoekt opnieuw het toilet om het laatste restje curry af te schudden. Niet veel verderop komen 30, 40 en 50 weer samen en is van je eigen tempo lopen, geen sprake meer. In Valburg belt Dick dat hij ergens bij Valburg staat; een verrassing. Door de herrie alom hoor ik niets en kan ik enkel hopen dat hij na Valburg staat. Dat is het geval en we besluiten bij hem te wachten totdat Hester aansluit. Dick en zijn vrouw hebben tientallen malen geprobeerd bij ons in de buurt te komen, maar stuitten voortdurend op een muur van wandelaars of verkeer. Nu zijn ze dwars door de weilanden hier naartoe gelopen. Hester komt stralend aangelopen met een wit hoedje op, alsof ze een ommetje maakt.

De gevreesde Oosterhoutse dijk

We nemen afscheid en betreden gezamenlijk de gevreesde Oosterhoutse dijk waar in 2006 twee mensen zijn bezweken aan de hitte. Er was sprake van een combinatie van extreme hitte, windstilte en een hoge luchtvochtigheid. De temperatuur liep toen op de eerste dag op tot 34 graden in de schaduw. Vijf deelnemers kregen last van hun hart en moesten gereanimeerd worden, twee van hen overleden. In totaal werden toen 300 mensen onwel, waarna de organisatie ’s Avonds de 4Daagse van dat jaar afgelastte. Ook vandaag zijn de omstandigheden extreem. De weersomstandigheden voor deze eerste wandeldag: 32ºC, windkracht 3, luchtvochtigheid 35%. Het is moordend heet en niet veel later staat dan ook een soldaat zijn volledige maaginhoud eruit te kotsen. Twee kompanen ondersteunen hem, maar niet veel later rijdt een quad-ambulance met brancard erachter door de berm, ongetwijfeld om hem op te pikken. Op de dijk zijn meerdere waterposten en links van ons zien we in een weiland een aantal ambulances staan. Het is duidelijk dat er maatregelen zijn getroffen om een drama als in 2006 te voorkomen. Achteraf blijkt ook dat een en ander is meegevallen.

Zelfbescherming

In weekkrant De Brug worden de eerste resultaten van een onderzoek van inspanningsfysioloog prof. Dr. Maria Hopman van het UMC St Radbout bekend gemaakt. Ze doet al een aantal jaar onderzoek op basis van een zogenaamde hittepil waarmee ze kan aflezen in hoeverre de kerntemperatuur van de wandelaars stijgt als gevolg van hitte en uitdroging. Ook ik heb me aangemeld voor de hittepil, maar ze had al genoeg proefpersonen. De krant meldt ‘dat vooral mannen slecht naar hun lijf luisteren. Ze nemen minder vocht in dan vrouwen’. Mijn conclusie is dat mensen die weinig sporten veelal helemaal niet weten wat voldoende drinken is. Je kunt tegen iemand wel zeggen dat hij voldoende moet drinken, maar hoeveel is voldoende? En als je in de actie zit en vermoeid en afgestompt bent, sta je er ook nog eens te weinig bij stil: ‘Hoeveel had ik ook alweer gedronken?’ Ik zit later in de week op de tweede dag – de dag van Wijchen – vlakbij mijn huis drie uur lang naar de binnenkomende wandelaars te kijken. Je pikt ze er zo uit: wit bekkie, soms zelfs groen, zwalken, coördinatiestoornissen, fletse oogjes. Als je dan roept: ‘Jij moet meer drinken!’, krijg je terug: ‘Ik drink me te pletter, dat is niet nodig!’ Navraag leert dan dat ze drie bidonnetjes hebben leeggedronken. Als je echter 11 of 12 uren wandelt met aan het einde temperaturen tegen de dertig graden is een bidonnetje per half uur soms al niet voldoende, ook afhankelijk van het zweetgedrag van je lichaam. Drink je die hoeveelheden, dan moet je ook niet alleen water drinken, maar daar wat zout aan toevoegen om te voorkomen dat je darmen helemaal schoon spoelen en vervolgens geen vocht meer opnemen. Ik concludeer dat je mensen bijna een strippenkaart moet meegeven die ze laten knippen als ze weer een bidon laten vullen. Strippenkaart niet vol? Dan krijg je geen kruisje.

GO or don’t GO

Ik zet halverwege de dijk voor de verandering een en ander nog maar eens in het vet. Zeker een halve liter vaseline loopt me dun door de broek. Hester staat ondertussen naar het pand van haar werkgever te staren aan de overzijde van de Waal. Er schijnt een boodschap voor haar op de gevel te staan. Nu heeft ze het gezichtsvermogen van een mol, dus ik moet bijspringen. Ik weet het zeker: er staat ‘Hester GO!’ op de gevel. Het blijkt niet te kloppen. Er staat ‘Hester don’t GO’, omdat ze zojuist ontslag heeft genomen. Hoe ik ook tuur, het ‘don’t’ kan ik niet ontwaren. Ze hebben zich echter ingespannen want de afstand is zeker 800 meter en de andere tekst is prima te lezen.

Na de Waalbrug komen we door een haag van mensen die heerlijk onderuit zitten op het terras en ons toeroepen. Dan maken we een bocht naar links richting de Wedren. Hier staat de stand van het feet4feet onderzoek. We moeten een vragenlijst invullen en aangeven of we al voetproblemen ervaren. Jazeker! Drukpunten op beide hielen is het eindoordeel. Dat belooft nog wat.

Slachtoffers

Eenmaal op de Wedren, zit daar Hester’s collega Ching met man Herald die een tray koud bier draagt. Op dat moment is hij de meest geliefde persoon op de Wedren en we storten ons op hem. Dan blijkt eens te meer dat het niet de inspanning zelf is die bevrediging brengt bij dit soort avonturen, maar het genieten achteraf. Loom hangen we aan onze picknicktafel op de Wedren terwijl er altijd wel iemand is die een koud drankje aansleept. Dan opeens valt een loper naast ons flauw. Hij zit lekker in de zon met zijn kale kop zonder hoofdbedekking. Zijn hoofd is groen en hij wordt overeind gehouden door twee medelopers. De EHBO-ers voeren hem af en laten hem achterover liggen zodat bloed weer naar zijn hoofd stroomt. Het AD heeft in de week voor de 4Daagse een artikel geplaatst met de welluidende kop ‘Gezond aan de wandel’ (17 juli). In het artikel staat dat wanneer de kerntemperatuur van het lichaam stijgt dat grote gevolgen kan hebben. Door het extra zweten gaat het plasmavolume oplaag en neemt de zoutconcentratie toe in het lichaam. Wanneer de temperatuurhuishouding van slag is, kan hyperthermie optreden (oververhitting). Symptomen zijn: kramp, hoofdpijn, duizeligheid, desoriëntatie, stuipen, bewusteloosheid en een verstoorde ademhaling. Drinken is het devies.

Als ik later in de fietsenstalling aankom, is het de beurt aan de volgende. Een oudere man heeft kramp in zijn onderbeen en het wil niet meer stoppen. Waarom ondersteunt niemand zijn hoofd? Waarom geen jasje over hem heen tegen die verblindende zon in zijn ogen? Terwijl ik hem help samen met een Duitser die hem rekt en water met Magnesium geeft, loopt een cordon politieagenten voorbij. Ze hebben eveneens gelopen en kijken niet op of om.

Status

Dag I zit erop. Het viel in alle opzichten mee, behalve feit dat ik in 8,5 uur wel weer binnen wilde zijn en het werd 10 uur. Dit zat deels in het feit dat het scannen van polsbandjes te lang duurde bij start en controles en anderzijds hebben we niet echt vaart kunnen maken op de gevreesde Oosterhoutse dijk.

Hester: geen pijntjes.

Niels: na oeverloze voetinspectie waarbij met militaire precisie losse delen werden verwijderd een GO.

Hinke: twee uurtjes bij EHBO zitten wachten na afloop vanwege pijnlijke knie. Ze mag door met advies: als je harder loopt, heb je korter pijn. Het lijkt een tegelwijsheid. Ik gaf haar vandaag tijdelijk mijn iPod met muziek van de band Kap Bambino, vorig jaar gezien op 4Daagsefeesten. Ze begon te glimmen en liep meteen een kilometer in het uur harder. Terwijl ze na afloop bij EHBO zit, koop ik een MP3-speler voor haar. Het wordt voor haar morgen hangen en wurgen.

De support komt morgen van de ouders van Niels die bij de drinkpost tussen Beuningen en Wijchen staan. Ongetwijfeld heeft de moeder van Niels lekkere koekjes, partjes appel en andere lekkernijen in voorbereiding.

De wekker staat om 3.05 uur.


Woensdag 21 juli, Dag II, de Dag van Wijchen, een off-day

 

Niet mijn dag

Ik heb vandaag een slechte dag en kan maar geen motivatie vinden. Met de iPod in de oortjes tik ik de kilometers af. Ik heb gruwelijk pijn aan mijn schuurplekken en moet steeds mijn broek goed doen om te pijn te verminderen. Het meest slopend is de extra lus van tien kilometer die wij maken ten opzichte van de 40-kilometerlopers. Gelukkig komen Niels en ik twee gezellige kerels tegen en door het kletsen rollen de kilometers onder ons door. Hester wacht op ons aan het einde van de lus en daarna pezen we met z’n drieën voort tot ik het zat ben. Ik wil even zitten en ben helemaal klaar met dat wandelen. Ik duik in een stoel aan de kant en krijg een koude cola aangeboden. Ik stuur de anderen vooruit en zal ze wel weer zien langs de kant waar de ouders van Niels staan te wachten. In mijn eentje ploeg ik voort met de iPod op z’n hardst en Kap Bambino op repeat. Ik loop zo hard dat ik ergens de ouders van Niels passeer. Als ik bel blijkt iedereen achter me te zitten en ik liep toch echt links en keek uit naar een oranje paraplu. Ik besluit na Beuningen te wachten op een stoel langs de kant. Na een kwartier doemen de anderen op. Lachend sluit ik aan. Ik ben in de veronderstelling dat het nog een kilometer of drie is naar de finish. Snel halen ze me uit mijn droom; het is nog acht kilometer. Meteen duik ik morrend terug in mijn stoel. Alles schuurt en doet pijn, mijn ziel nog het meeste. Als ik het gehad heb, loop ik het liefst alleen. Geen afleiding, concentratie en proberen met de muziek in een trance te komen.

De Bierdaagse

Als ik Nijmegen binnenloop zijn daar mijn buren, drie straaljagerpiloten die zich met ligstoelen langs de kant hebben genesteld. Wij doen de 4Daagse; zij de Bierdaagse. Met een man of zes moedigen ze de lopers aan, zich zo nu en dan tegoed doend aan de inhoud van de koelbox die tussen hen in staat. Vorig jaar hebben ze met hun Bierdaagse de voorpagina van de Gelderlander gehaald. Hester is er ook en we krijgen de beste ligstoelen aangeboden. Ik wil echter door en eerst deze schurende lijdensweg afronden zodat ik thuis de schade kan opnemen. Ik krijg een biertje overhandigd evenals schouderklopjes en snel loop ik door. Als je stopt koelt je lichaam af en worden schuurlekken weer rauw. Pas als je weer tien minuten loopt, verdwijnt de pijn en kom je weer in een ritme. Met Hester loop ik via de Waalkade naar de Wedren en ik ben blij dat ik er ben.

Morbide 4Daagsehumor

De tweede dag was voor mij en vele anderen mentaal het zwaarst. Met Niels geniet ik van mijn drankje en we geven ons over aan morbide 4Daagsehumor. Er lopen veel mensen met een shirt met de opdruk ikgeefbloed.nl. Wij willen er ook een met de tekst ikgeefbloedop.nl. Niels zag onderweg een groot bord langs de route met daarop ‘Wandel-aars, succes!’ We vragen ons af of een wandelaars hetzelfde is als een tennisarm. Volgens Niels is de 4Daagse vier dagen voorover vallen en proberen dat te voorkomen door met je benen snel bij te benen. Hij betitelt het als één grote Wegtrekker, behalve als je slaapt. De 4Daagse eindigt op de Via Galdiola; een prachtige Freudiaanse verhaspeling.

Donderdag 22 juli, Dag III, de Dag van Groesbeek, geboorte van een blessure

 

Loopperikelen

Vandaag is mijn dag. Niels en ik starten snel, Hinke moet meteen lossen. We halen talloze mensen in tot we op Harald stuiten met wie we gisteren lang opliepen. Niels en hij raken meteen verwoed in gesprek en gaan ondertussen steeds harder lopen. Het is heerlijk zacht weer met laaghangende sluierbewolking en het is zeker geen straf om hier door de prachtige omgeving te hobbelen. De kilometers vliegen onder ons door. Met de iPod op stap ik in de voetsporen van de beide heren. Harald neemt grote, trage, lange passen. Niels daarentegen die aanzienlijk korter is, neemt hele vlugge, vluchtige passen. Zeker drie passen in de tijd dat Harald er één neemt. Ik balanceer ergens in het midden. Ik heb het gevoel dat als Harald ook maar iets snellere stappen neemt, hij ons zal lossen als bakstenen. Wanneer ik het ter sprake breng, blijkt Harald precies hetzelfde te denken van Niels en ondertussen ben ik degene die afstand neemt.

Overbelasting

We marcheren ergens in de voorste gelederen en ik heb ruimschoots de ruimte om te accelereren. Ik zwaai met de armen, versnel mijn pas en vergroot mijn paslengte. Dit is de eerste keer dat ik maximaal draai. In de voetsporen van twee snelwandelaars wandel ik snel (niet snelwandel) weg van Harald en Niels. De iPod helpt, de klanken van Kap Bambino schallen in mijn oren. Door het zwaaien van mijn armen, zijn mijn vingers zo dik als Duitse Bokworsten, dus zo nu en dan loop ik al zwaaiend met mijn handen in de hoogte door de weilanden. Het helpt maar kortstondig en dat is de reden dat ik twee sjorbandjes aan mijn drinkzak heb gehangen om mijn duimen in te steken. Na twee kilometer zo doordenderen, ontwaar ik steken in mijn linker onderbeen; de scheenbeenpees. Meteen weet ik: dit is niet goed! Ik bind in en na verloop van tijd halen Harald en Niels me weer bij. Ik laat ze meteen lopen, want we zullen elkaar zo weer zien op het kruispunt waar de 40 kilometer erbij komt. Eenmaal daar neem ik plaats op een bankje en begin bezorgd mijn scheenbeen te kneden. Het is op z’n zachtst gezegd nogal pijnlijk. Opeens kwam de plek opzetten en ik weet dat hij niet meer zal verdwijnen; pure overbelasting.

Ontstoken scheenbeenpees

Met Niels wacht ik een half uur op Hester. We hebben zo hard doorgepeesd dat we lang moeten wachten, Niels zal zijn 50 kilometer uiteindelijk zelfs in minder dan 7,5 uur ronden. Na een half uur is Niels het zat en gaat weer op pad. Ik wacht nog tien minuten en sluit me aan bij Hester. Ik voel het meteen: elke stap van deze laatste tien kilometer gaat pijn doen en bovendien neemt de pijn met elke stap toe. Ik begin al snel met het linkerbeen te trekken. Ik krijg visioenen van collega Paul die twee weken terug in Schotland de West Highland Way Ultra liep, een ultraloop over 153 kilometer van Glasgow naar Fort Wiliam. Na 116 kilometer moest hij zijn wild geraas staken gezien een ontsteking aan zijn ‘voetheffer’, praktisch dezelfde blessure die ik nu aan het handje heb. Ik weet dat uitlopen nog maar de vraag is, zeker gezien het feit dat de zeven heuvels van de gelijknamige weg me nog te wachten staan vandaag. Mijn voet wil niet meer scharnieren ten opzichte van het onderbeen omdat dat snel dikker wordt. Mijn snelheid neemt snel af en ik maan Hester toch vooral door te lopen.

Tot de tranen geroerd

Bij een tent van het Sanadome vraag ik of ze ook niet-Sanadome wandelaars willen masseren aangezien het een noodgevalletje betreft. Ik mag gaan liggen. Ze weet wat ze doet en met militaire precisie zet ze meteen de rand van haar duim in de pijnlijkste plek, de haard in mijn gezwollen scheenbeenpees. Ik ben tot de tranen geroerd door haar kwaliteiten, waarop ze nog meer inzet toont en me bewerkt als een blok vlees op de slachtbank. Hester loopt ondertussen door. Haar oom Jan staat een kilometer verderop langs de kant. Terwijl ik op het hakblok lig, kan zij bij hem een kwartier lang support genieten. Het s oneerlijk verdeeld in de wereld. Toch blijkt mijn lijden tijdelijk verlicht, maar al snel is de pijn in alle hevigheid weer terug en ik duik drie kilometer voor de finish een EHBO-tent in. De arts in kwestie grijnst veelbetekenend. Overbelasting, zegt ze, is de oorzaak. Heel veel pijn is de consequentie. ‘Vandaag ga je het (nog) halen’, zegt ze. ‘Je ziet er nog fris uit’, voegt ze eraan toe, maar het sarcasme in haar stem ontgaat me niet. Voor morgen heeft ze er vast weinig fiducie in. Ik moet vanaf nu koelen bij elke EHBO-post met icepacks en ik krijg een pillencocktail mee. Die laatste bewaar ik voor morgenochtend. Als een boer met kiespijn strompel ik (nog) lachend Nijmegen in. In de laatste kilometer stuit ik op mijn pilotenburen die koude pils bij zich dragen. Ik sla de koude-verdoving-in-blikvorm achterover met grote teugen. Eenieder kijkt bedenkelijk. Als ik dit morgen ga redden, is het niet op mijn benen, maar op karakter. Hester weet het, mijn buren weten het, de arts weet het en ik weet het niet alleen, ik voel het ook.

Pijn wordt morgen mijn Leitmotiv.

Vrijdag 23 juli, Dag IV, de PIJNlijke Dag van Cuijk, een Prettige Portie Pijn

 

Lopen voor MS

Gezien mijn ervaring van de dag van gisteren en daarmee de verwachtingen voor vandaag, draaien we er niet omheen. Zuslief schminkt mijn markante kop en zet met witte koeienletters vier letters op mijn kin: P I J N. Nu weten de toeschouwers het ook. Ik draag een collectebus van de Multiple Sclerose Vereniging op mijn rug, misschien ontlokt mijn oprechte pijn medelijden en daarmee gulle donateurs. Naar later blijkt, is dit het geval. Alle artsen en EHBO-ers die ik vandaag ontmoet – en dat zijn er nogal wat – doen een duit in het zakje. Zeker € 10,- haal ik op die manier op in het medisch circuit. Ik heb ook een grote MS-vlag geprepareerd maar besluit dat ik hem thuis laat. Tempo maken wordt al een probleem en als ik ook nog eens mijn armen niet kan inzetten, wordt het zeker een queeste. Ik kan de vlag hooguit inzetten als Nordic Walking Pole, maar dat is dan weer verboden.

Kabouter Plop in de bocht

Zuslief heeft de grootste lol om 3.00 uur ’s nachts als ze mijn kop in de meest exotische kleuren schminkt terwijl ik de collectebus aan mijn drinkzak snoer. Ik trek een fluorescerend geel shirt aan van de Leiden Marathon om nog meer op te vallen. Als toeschouwers je de hele dag enthousiast toeklappen en toejuichen, mag je ze best iets te zien geven. Later op de dag roepen de meeste mensen me toe dat ‘een marathon echt iets anders is dan 50 kilometer wandelen’. Ik kan ze enkel gelijk geven. Vijftien jaar geleden schminkte ik mijn kop oranje en moest ik talloze keren aanhoren dat mijn sunblock was uitgelopen. Vandaag blijk ik – in de woorden van mijn publiek – Kabouter Plop te zijn. Ik draag net als gisteren mijn tweepuntige carnavalsmuts en onverschrokken spring ik met Niels en Hinke op de fiets. Edoch, in de parkeergarage voel ik het al: er zit een kloppend ei op mijn scheen dat een eigen leven leidt. Het klopt, het pulseert en het zendt signalen uit.

Loopstijl

De start is rumoeriger dan de vorige dagen. Er heerst Euforie. De jongens zijn van de mannen gescheiden, we gaan het halen met z’n allen en er wacht ons een acht kilometer lange intocht, is de allesoverheersende gedachte. Al in de eerste honderd meter word ik door Niels, Harald, Hinke en vele anderen gelost. Slechts één enkele remedie gaat me de dag doorhelpen: Kap Bambino. Ik zet het volume op maximaal en begin mijn lijdensweg. Elke stap doet pijn en zendt via de fijne neurotransmitters steken naar mijn hersenen. Toch is het in die eerste uren niet zozeer de pijn, als wel de gedachte dat hij nog tien a elf uren zal aanhouden en alleen maar erger zal worden. Op tientallen manieren probeer ik subtiele wijzigingen aan te brengen in mijn afzet en afwikkeling. Het helpt voor geen meter. De scheen is dik en het ei groeit tot iets van struisvogelachtige proporties. Ik probeer zo monotoon mogelijk te lopen, waarbij ik het linkerbeen inzet als een pendule. De kunst is de maximale reikwijdte van de pendule te benutten, de baan waarbij de voet en het onderbeen net niet teveel scharnieren. Telkens als ik er maar één millimeter overheen ga, wordt ik terechtgewezen en moet ik mijn tempo weer temperen. Al snel begint mijn rechtervoet op te spelen. Links ontlasten, betekent rechts overbelasten. Dit is in één woord: k… Nog 48 kilometer te gaan.

In het gelid

Mijn volgende vluchtpoging: aansluiten bij een groep soldaten. In het gelid, links, rechts, links, rechts. Concentreren op de hielen van de heer of dame voor me, de muziek zijn werk laten doen en als in trance voortschrijden. Het werkt tijdelijk. Het groepsgevoel draagt tijdelijk bij aan het verleggen van mijn pijngrenzen, maar nadien komt de pijn in alle hevigheid weer tot me. Anderzijds blijkt dat de soldaten alles behalve constant lopen. Voortdurend wordt er ingehouden, of juist weer versneld. Dit alles onverwachts en met gegarandeerde pijn. Hoe dan ook probeer ik een continu, monotoon, egaal tempo aan te houden met bijbehorende loopstijl. Nog negen uur volhouden. Harder die muziek.

De man met de hamer

Op alle mogelijke manieren probeer ik de pijn te reduceren. In de Gelderlander staat daarover in de week voor de 4Daagse een prachtig artikel. Sportpsycholoog Rico Schuijers geeft advies over de vraag hoe je de man met de hamer voorbij moet lopen. ‘Grofweg zijn er twee technieken om voor afleiding te zorgen: associëren en dissociëren. Bij associëren erken je de pijn. Die accepteer je. Belangrijk is daarbij dat je op natuurlijke wijze blijft doorstappen en niet gaat trekkebenen om de pijnlijke plek te ontzien. Anders gaan lopen, vergroot de ellende. Door de pijnlijke plek te compenseren, krijg je uiteindelijk overal pijn’. Onbewust heb ik dan tenminste met mijn zo natuurlijk mogelijke pendule-loopstijl het goede gedaan, al krijg ik toch last van mijn rechtervoet. ‘Dissociëren is een tweede manier om de zware kilometers door te komen. Je zoekt afleiding om niet aan de pijn te denken. Vertoef in een andere wereld om de pijn en vermoeidheid te vergeten.’ Ook dat heb ik goed gedaan met mijn recept van Kap Bambino en de Prodigy op de iPod. Toch is het niet toereikend.

Over pijn en prikkels

Ik moet een groep soldaten laten gaan, ze gaan 0,1 kilometer per uur te hard. Eenmaal alleen verval ik in een veel lager tempo en bijbehorend zelfmedelijden en eenzaamheid. De zon komt op, de colonne dendert voort en ik ben langzamer dan alles en iedereen om me heen. Ik ben me bewust van elke stap en in mijzelf gekeerd komt alles heel helder binnen. Pijnprikkels en muzieknoten en langzamerhand duwen de prikkels de noten weg. De pep van de muziek raakt uitgewerkt. Geïsoleerd als ik ben, wordt mijn wereld nog kleiner en het tempo dat er nog was, vervalt in een sukkelgangetje. Golven van pijn stromen door mijn kop. Er lijkt zich in mijn been een bowlingbal te bevinden die klopt en schudt en niet bij mijn lichaam hoort.

Exit; zonder tekst in de berm

Ik worstel door en in de verte zie ik de brug over de Maas naar Grave. Het laatste stuk gaat via een prachtig pad dat zich door de velden meandert. Een immense sliert van wandelaars zigzagt door de velden, verdwijnt onder de brug, gaat op de brug verder en verdwijnt dan wederom uit het zicht. Dit is met recht het grootste wandelevenement ter wereld. Ik moet een dijk op en ga over op hinkelen. De pijn is ondraaglijk nu. Via een stijgende aanloop van 200 meter moet ik de brug op. De moed zakt me in de schoenen want klimmen behoort al een tijdje niet meer tot mijn repertoire. Ik ontwaar links, vlak voor de brug een aantal oranje toiletcabines. Ik laat me tegen een van de units aanzakken en zo zit ik zonder tekst in de berm. Het is over, op precies 25 kilometer voor het einde moet ik opgeven.

Doorlopen of liften

Met het humeur van een oorwurm en de kin op de borst bel ik Hester. ‘Ik geloof dat ik moet stoppen, wandelen lukt niet meer, ik kom de brug niet over…’ Mijn stem klinkt hol en ver weg alsof ik mijzelf van een afstandje hoor praten. Een nieuwe gewaarwording, ik heb al een aantal gekke dingen gedaan, afzien is mijn motto, maar hier ben ik toch echt weer grenzen aan het verleggen. Een poolexpeditie afgebroken door storm, vertraging en als gevolg daarvan te weinig voedsel. De Mont Blanc bracht hoogteziekte met zich mee. Een ultraloop over 78 kilometer in de Alpen liep ik uit met een verzwikte enkel, maar nu moet ik de 4Daagse afbreken met een scheenbeenpeesontsteking. Hester probeert me op te beuren, maar het komt niet echt binnen. Ik heb twee opties: doorlopen met knagende pijn, of liften naar Nijmegen. In beide gevallen zal ik die verrekte brug over moeten. Ik ga eerst maar eens naar het toilet, dan slik ik twee Ibuprofen. Dat laatste meer voor de vorm. Twee van die kleine pilletjes kunnen toch nooit deze pijn wegnemen?

Het brugobstakel

Na tien minuten recuperatie neem ik de brug. Hinkelend neem ik de 200 klimmeters, waarna ik op de brug enkele minuten neem om de pijn te laten wegebben. Nu we er toch op zijn, kan ik maar beter de brug over, door Grave heen en dan naar de EHBO-post die net na het dorp ligt. Dan kan ik daar een lift regelen. Langzaam kom ik weer in beweging en ploeter me over de brug. Een mentale barrière genomen; 25,6 kilometer achter de rug, over de helft. De krul die ik na de brug moet afdalen om er onderdoor te steken is té pijnlijk. Ik hinkel het hele stuk en vraag me af of ik daarmee gediskwalificeerd kan worden. Op zich kan me dit nog maar één keer gebeuren: als ik straks weer terug moet steken over de Maas via de pontonbrug bij Cuijk. Die heeft echter geen hele steile aan en afvoerroutes. Het maakt echter niet uit. Bij de EHBO-post zal ik mijn bijltje erbij neer gooien.

De post gemist

Ik pers mijn lippen op elkaar en strompel over de kinderhoofdjes in Grave. De enthousiaste menigte houdt me op de been. Leuk dorp, er doorheen en dan door naar die verrekte EHBO-post. Na Grave egaal asfalt. Ik kom in iets van een ritme. Ik concentreer me en wandel door. Hoe het mogelijk is, is me een raadsel: ik mis de EHBO-post. Ik kom daar pas veel te laat achter als ik de gemeentegrenzen van Gassel passeer. Ik vraag een ouder stel langs de kant of hier ergens een EHBO-post is. Ze kijken bedenkelijk en wijzen dan in de richting waar ik net vandaan kom. Terneergeslagen ga ik in de stoel naast de dame zitten. Ik ben een rund. Hoe mis je een compleet legerkamp met een rode-kruis-tent? Zo dus. Ik denk dat ik me er onbewust heb langsgeworsteld met de gedachte: dan moet je door naar de volgende post… De oude dame biedt me heel lief een kopje koffie aan. Ik knik met een verdwaasde glimlach en ze gaat koffie zetten. Ik heb de tijd, ik zie wel weer hoe ver ik kom, ik heb niets te verliezen.

Liegen dat het gedrukt staat

Met hangend hoofd overdek ik mijn schrijnende situatie. Ik zit achter de Maas, op het verste punt, tussen twee EHBO-posten, zonder vervoer naar Nijmegen en ben uitgehold door de pijn. Op zich vind ik de pijn niet erg, maar ik wil geen blijvende schade ondervinden. Wat zei de vriendin van Paul ook alweer in Schotland? Als het ontstoken is en dik wordt, kun je je voetzenuw en zelfs de bloedtoevoer naar je voet afknellen. Ik voel aan mijn been. Het staat zo strak dat ‘knallen’ een reële optie lijkt. Het is echter niet rood, dus van een echte ontsteking lijkt geen sprake. Zo is mijn medische diagnose als leek. Ik kan mijn voet nog een beetje bewegen, dus hij valt er nog niet af. De oude dame reikt mijn koffie aan en geeft me een schouderklopje. ‘Is het zwaar jongen?’ ‘Mwah, deze koffie helpt me er vast doorheen’, antwoord ik monter. Ik lieg dat het gedrukt staat. Ik sip de warme koffie en staar in gedachten verzonken voor me uit. Even niks.

Stuiteren versus schoffelen

Dan, vanuit het niets, is daar François. Ik heb hem ontmoet op een feestje van Ching, een collega van Hester. Een prettige joviale vent die ook ieder jaar praktisch ongetraind zijn opwachting maakt.  Hij schuift in de stoel naast me en luistert geduldig naar mijn relaas. Hij zal me begeleiden naar de volgende EHBO-post, vertrouwt hij me toe. Ik drink vlug mijn koffie op en bedank de oudere dame met een dubbele handdruk. François loopt voor zijn doen ultrarustig en ik moet ondertussen echt alles uit de kast halen om bij te kunnen blijven. Hij kletst een beetje tegen me aan, verzet mijn gedachten. ‘Dit is de saaiste lus’, zegt hij. Ik kreun, als teken dat ik hem gehoord heb. Ik heb verder geen tekst, maar ik heb wel een déjà vu. Twee weken terug liep ik in Schotland de laatste 22 kilometer mee met Paul en probeerde hem – tevergeefs – de hele rit op te beuren. Ik maakte grappen en kletste tegen hem aan. Hij knikte zo nu en dan, maar zei achteraf dat hij 22 kilometer lang had geprobeerd om gespreksstof te verzinnen. Er kwam echter niks. Pijn maakt je kop leeg. Ik grom tenminste nog zodat hij weet dat ik het waardeer. Ik zeg hem uiteindelijk dat ik blij ben dat hij me verder helpt, maar hij wuift het weg en wil er niets van horen. Ik strompel achter hem aan en soms moet hij op me wachten. François doet de 4Daagse relaxed. Hij gaat straks in Mook uitgebreid koffie drinken bij familie. ‘Ik loop met je mee naar de post’, zegt hij opgewekt, ‘en dan ga ik weer stuiteren’. Stuiteren? Mijn loopstijl laat zich meer omschrijven als schoffelen. Ik ben honds jaloers.

François alias de Roadrunner

De route van vandaag vormt een driehoek. De eerste zijde loopt van Nijmegen naar Grave. De tweede van Grave naar Cuijk. De volgende EHBO-post ligt op driekwart van deze tweede zijde en daar helpt François me zonder knipperen naartoe. De derde en laatste zijde vormt de intocht van de pontonbrug bij Cuijk naar Nijmegen. De laatste kilometer grom en kreun ik meer dan dat ik ademhaal en ik knars stevig op mijn tanden om in het kielzog van hem te blijven. Bij de post bedank ik hem, geef hem als teken van dank een joviale klap op de schouder, waarna hij wegstuitert als een Roadrunner op Redbull. Ik ben weer alleen, maar ik heb er nu wel 34 kilometer op zitten. Een aanzienlijk deel van de donkere tunnel genaamd dag4-van-de-4Daagse is achter de rug. Soms sprankelt er zelfs een miniem straaltje licht naar binnen aan het einde van de tunnel.

SMS-regen

De EHBO-post ligt heel tactisch een paar honderd meter van de route. Ik beland bij een vrouwelijke arts. De dame bevoelt mijn pijn en weet me daarmee hevig te emotioneren. Dan maant ze me om op mijn tenen te gaan staan voor zover dat gaat. Ze kijkt bedenkelijk. Zo lang ik nog enigszins op mijn tenen kan staan en mijn voet niet tintelt, mag ik verder gaan. Ik koel tien minuten op een bankje met een icepack. Naast me een dame met dezelfde blessure. Ze koelt en kreunt: ‘Ik doe dit nooit weer! Het kost veelsteveel tijd al dat trainen, en dan raak ik ook nog geblesseerd.’ Ik meld haar dat het mij niet zoveel tijd heeft gekost; ik heb immers niet getraind. ‘Dus ik train me helemaal drie keer in de rondte en ik kamp met dezelfde blessure?’ Ik ga maar gauw verder, vind zelfs een ritme en storm op Cuijk af. Daar begint het smsjes te regenen. Blijkbaar heeft Hester ons supporterskamp op drie kilometer van de finish bereikt en heeft François contact gehad. Ching smst: YOU CAN DO IT! Zuslief gooit er overheen: You can do it bro xxx sis. Ook Hester laat zich niet onbetuigd, evenals vrienden Marc, Marcel en schoonmoeder. Het bericht van laatstgenoemde is echter wel wat confronterend: Nog maar drie uur! Aarch, dat drukt de neus op de feiten.

Het 4Daagsehoogtepunt

Ik verval weer in strompelen en in Cuijk lachen de mensen om me. ‘Ach, Kabouter Plop heeft pijn…’ ‘Kabouter P. kan niet meer lachen…’ en ‘Blijven lachen clown!’ Ik knipoog, want meer energie heb ik niet. Ik deel enkel nog high-fives uit aan de kleine kinderen onderweg als afleiding. Soms zit er een geinponem bij die zo hard slaat dat je helemaal uit balans raakt. Je corrigeert en de pijn straalt uit, waarna je enkele passen grimast tot je jezelf hervonden hebt. Cuijk blijft het hoogtepunt van de 4Daagse. Een oud centrum overladen met enthousiaste mensen, terrasjes, kinderen die snoep uitdelen en muziek. Er komt geen einde aan en alles culmineert in de pontonbrug net buiten het dorp die tijdelijk de rivier stremt. Een chaos van gejoel komt op me toe en ik onderga het euforisch. Je weet dat dit het hoogtepunt is, gekker kan het niet worden. De rest is afroming.

Broodje worst

De pontonbrug zelf is een ramp voor mijn been. Hij bestaat uit een oneffen oppervlak van metalen deksels en elke stap snijdt door mijn ziel. Door de drukte en het gejoel weet ik het van me af te zetten en al filmend passeer ik de brug. Pas op de rustige dijk daarna, die ons naar Mook voert, krijg ik een terugval. Een meisje schreeuwt haar longen uit haar lijf. ‘Broodje worst helpt niet tegen de dorst. Een cola wel en ik ben trots op jullie’, of iets van dien aard. Mijn tijdelijke verlossing. Ik neem een broodje worst en een koude cola en zijg neer op een bankje. Gelaten kijk ik naar de sliert die voorbij trekt. Twee kerels naast me vragen zich af of het meisje ooit haar mond houdt. Inderdaad, ze staat op een stoel en oreert aan een stuk door. Ze lijkt een hyperactieve ADHD-er met last van spraakwatervallen. Ik eet mijn broodje en krijg weer smsjes: nog maar tien kilometer. Niels bezigt de filosofie dat de kilometers korter worden als je over de helft bent. Ik deel zijn zienswijze absoluut niet.

Loophumor

Dit is de Via Gladiola, maar je kunt het beter de M-weg noemen: Mook, Molenhoek, Malden, McDonalds en dan eindelijk Nijmegen. Op de automatische piloot ga ik verder. Als ik geen schmink op had, zou mijn gezicht alsnog groen zijn. Hoe lang kan een weg zijn? Een jongen naast me vraagt aan een vriend: ‘Is dit nog steeds Malden?’ Ik antwoord hem: ‘Ja Malden is het langste dorp van Nederland, 14 kilometer’. Verschrikt kijkt hij me aan: ‘Echt waar?’ ‘Nee geintje’, lach ik. Zijn vriend ligt dubbel. Het is de humor die ik deel met Niels. Toen we onze eenmalige trainingsloop van 50 kilometer liepen, moesten we langs 86 afslagen, 86 nummertjes. Een dame riep: ‘We zijn al bij nummer 79!’, waarop Niels en ik in koor riepen: ‘Maar dit is het langste wandelpad van Nederland, dit is een Grande Randonnee’. Humor houdt je op de been.

Engelen bestaan

Aan het einde van Malden laat ik me in een tuinstoel langs de kant zakken bij een café. Een vrouw pakt mijn schouder: ‘Wil je een koud biertje?’ Engelen bestaan. Met een traan in mijn oog laat ik mijn blik over de menigte dwalen terwijl ze bij het café een biertje voor me koopt. Mijn wereld is heel simpel en klein nu: pijn, bier, klein stukje, doorgaan en niet stoppen. Als het biertje op is, geef ik een knipoog en ga verder. Even verderop een meisje: ‘Wie wil er een koud biertje?’ Engelen komen nooit alleen. Navraag leert dat dit biertje € 2,- kost. Dit is een commercieel engeltje van 13 dat net terug is van de supermarkt. Boeien!, zou Niels zeggen. Ik trek mijn portemonnaie en ga door.

Over het waarom

Hester belt: ‘Zie je de McDonalds al?’ Was het maar waar. Ik zie de sportvelden van Malden die ik ken van de mountainbikeroute die hier passeert. Het is niet ver meer. Vlak voor de McDonalds een EHBO-post aan de linkerkant. De twee artsen lachen om mijn pijn en stoppen muntjes in mijn collectebus. Ook ik moet lachen. Zorgzaam leggen ze mijn gloeiende been op een kruk. Als ik een paracetamol neem, moeten ze helemaal hard lachen. Met z’n drieën lachen we wat af. De enige vraag die resteert is: waarom? Waarom onderga je deze lijdensweg en stap je niet gewoon ergens lekker op de bus? Omdat je jezelf een doel stelt en dan alles uit de kast haalt om je doel te halen. Mijn euforie zal zometeen tijdens de intocht zo vele malen groter zijn dan wanneer alles van een leien dakje was gegaan. Als ik me helemaal in de rondte had getraind en alles was vanzelf gegaan, had ik niet deze euforie en verdieping ervaren. Nu is het mijn intocht, mijn moment, daarom ben ik denk ik toch verder gegaan, ook al heb ik de achterkant van pijn gezien en heb ik nog nooit zo lang, zo diep afgezien. En toch, door de dieptepunten te doorleven, krijgen de pieken meer waarde. Door de pijn wordt je wereld  heel klein en maak je alles heel bewust mee. Je bewustzijn vernauwt zich. Nu tijdens de intocht opent mijn bewustzijn zich weer en komt alles in golven binnen: applaus, herrie, muziek, euforie, endorfinen.

Over spandoeken in het meervoud

Van de EHBO-post wandel ik langs de McDonalds door naar het spandoek met ‘Via Gladiola’. Hier staat mijn supportersgroep. Ik loop echter een paar keer op en neer, maar word niet herkend. Een enkeling herkent me wel: ‘Hé, daar heb je die clown alweer!’, maar die herken ik dan weer niet. Een belletje wijst uit dat er een kilometer verderop nog een spandoek hangt. Aarch. Ik ga door met de icepack in mijn sok. Dan uiteindelijk, na elf uur afzien bekende gezichten: Ching, Herald, Hester, Niels, Hinke, François, Marcel, zusje. Tussen de toeschouwers door naar een plekje in het gras. Neerzijgen. Even niks. Ogen dicht en de icepack zijn werk laten doen.

Terug in de realiteit

Iedereen juicht en Hester laat – hoor ik later – enkele tranen. Ik ben leeg. Ik wil enkel zitten, koelen en bier. Zusje heeft een verrassing. Tijdens mijn poolexpeditie hadden we kindereieren om bijzondere mijlpalen en moeilijke momenten te vieren. Ze heeft een aantal eieren voor me gekocht. Ik kan er nog niet om lachen, eerst moet ik even terugkomen uit de pijntunnel, terug in de realiteit. Ik heb vandaag echt een paar jasjes uitgetrokken op de 4Daagse waarvan de KRO-reporter me nog de woorden in de mond wilde leggen ‘dat dit voor mij een als extreemsporter een eitje is en dat het een tocht is voor watjes’. Niet dus, anders zag ik niet groen van ellende.

Euforie na de pijn

Ik merk dat er iemand naar me zit te staren. Vanuit mijn teneergeslagen zithouding kijk ik op. Het is Niels. Hij staart me intens in de ogen. Hij heeft pretogen. Nadat we écht oogcontact hebben gemaakt, begint hij keihard te lachen. ‘Haha, jij hebt echt ontzettende pijn gehad!’ Hij ligt bijna te stuiptrekken van het lachen. Dat is onze humor, de gemeenschappelijke factor die we delen in onze vriendschap. Pijn is fijn. Ik kan niet anders dan keihard meelachen. Niels slaat me joviaal op de schouder en kan oprecht genieten van mijn pijn, een echte vriend. Ching reikt me een nieuwe icepack aan en voor het eerst kijk ik de kring rond. Ik word er een beetje ongemakkelijk van, maar gelukkig hoor ik later dat iedereen zo warm is ontvangen. Herald buigt zich vanachter me over mijn hoofd en schudt me aan mijn schouders: ‘Wil je nog een biertje?’ De voldoening komt in golven over me heen als een warm bad. Dit is mijn finish en de chocolademedaille die ik krijg omgehangen is me meer waard dan het kruisje dat ik drie kilometer later krijg aangereikt.

Een chocolademedaille, chocolade-eieren en een prettige portie pijn, wat wil je nog meer?

Er zijn grenzen verlegd.

Hinke Niels en Hester, gefeliciteerd met jullie prestatie!

Supporters bedankt, met name stuiterbal François en mijn pilotenburen!

Comment (1)

  1. Lawrence

    Schitterend verhaal!

    Ik ben voornemens de 4-daagse dit jaar voor het eerst te lopen, met nu nog flink wat kilo’s aan overgewicht en nul conditie.

    Je relaas maakt me bang en tegelijk heel nieuwsgierig.

    We gaan het zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CONTACT | COFFEE

Aarzel niet en zoek even contact!