12/11/2008 Jan Fokke Oosterhof

De Athene Marathon

In 2008 liep ik samen met Joris Pardoel uit Leiden de klassieke Marathon van Marathon naar Athene. Joris debuteerde; ik coachte.

 

De oorsprong van de Marathon

De oorsprong van de marathon ligt in het jaar 490 v.Chr., toen de Griekse soldaat Pheidippides van Marathon naar Athene gesneld zou zijn om het nieuws van de overwinning van de Atheners (onder leiding van generaal Miltiades) op de numeriek veel sterkere Perzen te melden. Dat gebeurde toen Darius koning was over de Meden en de Perzen. Pheidippides legde echter de afstand tussen Athene en Sparta af (246 km) om hulp te vragen aan de Spartanen. Toen deze weigerden liep de bode terug naar Athene (246 km) en in een ruk naar Marathon (42 km). Bij de uiteindelijke overwinning liep hij terug naar Athene (42 km).

Pheidippides en de Marathon en Spartathlon

De tocht van Athene naar Sparta wordt tegenwoordig wederom gelopen onder de naam Spartathlon. De geschiedenis maakt melding van de laatste tocht van Pheidippides, van Marathon naar Athene; deze had een dodelijke afloop. Na het uitbrengen van de woorden “Verheug u, wij hebben gewonnen!” in het centrum van Athene, viel de boodschapper dood neer; hij bleek een zonnesteek te hebben opgelopen. Deze laatste tocht van Pheidippides vormde de basis voor de huidige marathonafstand.

De afstand

De officiële afstand van de marathon zoals die tot heden geldt, werd voor het eerst gelopen bij de derde Olympische Spelen, die van 1908 in Londen. Toen werd de oorspronkelijke afstand van 25 mijl verlengd naar 26 mijl, dit om louter organisatorische redenen ten gevolge van een verzoek van het Britse koningshuis. De afstand kwam enigszins overeen met die van de eerste Griekse marathon: 42 km en 195 meter, de afstand tussen de meet op het terrein voor Windsor Castle tot de finishlijn die precies voor de koninklijke tribune in het White City Stadion in West-Londen was uitgezet. Op de volgende Olympische Spelen werd er echter weer een andere afstand gelopen, en pas 12 jaar later werd internationaal definitief vastgelegd dat de marathon over 42 km en 195 meter verlopen zou moeten worden.

De setting

Wat de klassiek Marathon onder andere bijzonder maakt is de finish die plaatsvindt in het authentieke Olympische Panathinaiko Stadion, de geboorteplaats van de moderne Olympische Spelen. De Athene Marathon is erkend als zijnde het originele marathonparcours en het was ook het parcours van de marathon van de Olympische Spelen in 2004 in Athene. Het parcours gaat geheel over geasfalteerde wegen. Tot de 2003-editie liep men niet verkeersvrij, maar vanaf de 2003-editie (generale repetitie voor de Olympische Spelen in 2004) is het parcours volkomen verkeersvrij.

De lopers; Jan Fokke en Joris

Ik debuteer in 2005 op de Marathon in Leiden in een tijd van 3.16.09. Op 9 november 2008 verschijnen we aan de start in Marathon voor deze klassieke marathon. Joris, sportinstructeur bij Sportcity in Leiden, beschikt over een meer dan uitstekende conditie en debuteert in Athene. Ik beschik inmiddels over meer dan 20 jaar loopervaring en zal hem – daar waar mogelijk – ondersteunen, al ben ik er een tijdje uit geweest.

De voorbereiding van Jan Fokke

Om klaar te zijn voor de uitdaging loop ik in de weken voor de marathon een aantal testwedstrijdjes zoals de Eindhoven Marathon, de Posbankloop en de Bridge to Bridgeloop. Eerder in het jaar nam ik al deel aan de Roparun, de langste estafettewedstrijd van de wereld van Parijs naar Rotterdam over 530 kilometer waarbij mensen, in teamverband, een sportieve prestatie leveren om op die manier geld op te halen voor mensen met kanker.

Joris ondertussen, houdt er zijn eigen (geheime) trainingsprogramma op na. Hij moet als sportinstructeur examen doen in London en wil op de fiets aan de (spreekwoordelijke) start verschijnen. Als training fietst hij in twee dagen heen en weer naar mijn huis, van Leiden naar Nijmegen en terug. Ik begin dan reeds het ergste te vermoeden en neem vanaf dat moment mijn training serieus. Ik vertrek ruim twee weken voor de marathon naar Griekenland voor een vakantie; eilandhoppen op de Cycladen (Andros, Tinos en Santorini); ultrarunning the Cycladen. Het komt er op neer dat ik met mijn vriendin rennend drie Griekse eilanden verken om in conditie te komen en te wennen aan de hitte. Dagelijks rennen we in de zon 3 a 4 uur over de eilanden. De aanschaf van mijn Camelbak van 139,39 is daarbij geen overbodige luxe. De rugzak herbergt zeker twee liter halfwarm water; genoeg om de afstand van taberna tot taberna te overbruggen.

Startperikelen

Dag van de wedstrijd. Ik zit met vriendin in een hotel op de route en in de ochtend neem ikzelf een zeer vroege taxi. Vriendin gaat met een iets latere bus, precies de andere kant uit, richting de plek van de finish van de marathon in Athene, om daar de tien kilometer te lopen die start en finisht in het Olympisch stadion. Ik duik in mijn taxi en ben ruim op tijd aan de start. Meteen doneer ik mijn overbodige kledingstukken in een tas aan de vrachtwagen. Dan dribbel ik rond. Joris is er nog niet. We hebben afgesproken bij het derde startvak (3.30 tot 4 uur) en zullen tezamen oplopen. Klaarblijkelijk is zijn bus er nog niet. Snel doe ik nog een toiletstop (wedstrijdzenuwen). Dan zie ik hem. Eén afspraak hebben we staan: beide zullen we het Leiden Marathon T-shirt dragen, omdat het zo lekker opvallend is; fluorescerend geel. We schudden elkaar de hand. Onze afspraak staat: no mather what happens, samen gaan we op in deze klassieke marathon, doorspekt van historie. De speaker waarschuwt ons voor de start toch vooral naar voren te lopen; vlak voor het officiële startpunt is een of andere klassieke architectonische wondersteen opgeduikeld die met de historie van de klassieke marathon te maken heeft; het zegt me niets. Ik ben hier om te rennen; Joris daarentegen is een historicus, en ondanks mijn 20-jarige loopervaring vertelt hij me weer nieuwe dingen over de Marathon. Gehuld in vuilniszaken absorbeer ik zijn kennis terwijl we wachten op het verlossende schot.

De start gemist; krokodillentranen

Terwijl we wachten is opeens mijn vriendin daar: de bus die haar vanaf Marathon zou oppikken bij het hotel en de hele route zou afrijden naar het stadion voor de start van de 10 km, kwam niet. De chauffeur was vergeten te stoppen bij haar hotel…De EIKEL! De kolossale knurft. Ze heeft nu maar de VIP-bus genomen die vanaf de start de lopers volgt en op strategische plekken stopt. Bij de start droog ik haar tranen en beloof ik haar te zullen aanmoedigen in de bus versus vice versa. En zo vergaat het.

Rennen versus wandelen

Na het schot rennen Joris en ik met een focustempo (©) van 10 km per uur richting het Olympisch stadion. Mijn doel is helder en tweeledig: 1. finishen boven alles, in welke tijd dan ook, 2. Joris in zijn debuutmarathon naar een zo goed mogelijke tijd assisteren. Focuspoint twee heeft tot gevolg dat ik Joris zeg: ‘Vanaf nu elke drinkpost rustig aan de linkerzijde passeren; ik haal nieuw en vers drinkwater; jij probeert je ritme te handhaven, ritme is alles!’ Joris is een coachee die alles absorbeert, maar ook zijn eigen plan trekt. ‘Het is allemaal leuk wat je zegt Jan, maar ik heb één regel voor mijzelf vastgesteld: ik blijf hardlopen en wat er ook gebeurt, ik ga niet wandelen!’. Daarmee ontneemt hij mij mijn eerste les voor marathondebutanten, namelijk: hoe erg de pijn ook is, blijven dribbelen.

Het toejuichen van supporters

Beschaafd gaan we samen van start. In de massa draven we onze eerste tien kilometer. Eén uitschieter; vriendin doemt op met de VIP-bus. Ze is emotioneel nogal aangedaan omdat signor buschauffeur haar vergeten is. Om haar tranen te deppen, maken we de wildste sprongen in ons peloton van brave marathonlopers. Ze zit voorin de bus, de hele bus zwaait uitgerekend naar ons en een toeter is ons zelfs gegund. Onoverwinnelijk op de oudste marathon; dat is wat we zijn.

Griekenland is geen Nederland

Na het marathonmonument op zeven kilometer zien we haar niet meer en lopen we onze eigen wedstrijd. Een dag en een wedstrijd als deze dragen ertoe bij dat je boven jezelf uitstijgt. Joris loopt net als ik luchtig door het Griekse landschap. Uit ervaring weet ik echter dat schijn bedriegt. Tien kilometer gaat eenvoudig; je doet het immers rustiger dan je normaal een duurloop zou aanpakken. Twintig kilometer gaat makkelijk; cause your mind is set on an ultimate goal. Dertig kilometer gaat (normaal gesproken) ook relatief makkelijk: in NEDERLAND. We zijn hier echter in Griekenland en lopen hier maar liefst twintig kilometer lafjes bergop, van 10 tot 30 kilometer. En lafjes is nog lafjes uitgedrukt; er zit een klim in waar je je loopbenen bij aflikt. Onze Egyptische medeloper die een woordje Nederlands spreekt vanwege zijn Nederlandse ex beaamt dat: ‘when you reach 24 kilometres, the heaviest climb starts; it will hurt…’

Blijven gaan

De wedstrijd verloopt, de tijd loopt, wij lopen. Joris loopt zo constant als een Zwitsers uurwerk, zonder ooit lid te zijn geweest van een atletiekvereniging. Een parel voor elke willekeurige atletiektrainer. Joris doet zijn ding. Ik geef hem water, hij loopt. Op en af. We zijn aanhanger van het simpele doch doeltreffende adagium: blijven gaan, hetgeen zich vertaalt in een simpel pendule-loopje dat een nettoresultaat van tien kilometer per uur oplevert, hoe je het ook went of keert, welk terrein we ook tegenkomen. Dan komt er een punt waarop ik hem moet laten gaan.

Een krampaanval

Op 35 km moet ik Joris laten gaan vanwege een krampaanval; ik kan niet meer. Komt dit doordat ik mijn eigen tempo niet loop en met Joris oploop? Mijn eigen looptempo ligt immers hoger. ‘Ik kan niet meer met je meegaan…’, zeg ik Joris. Dat voelt niet best, kan ik je zeggen. Ook voor Joris moet het hard aankomen, terwijl hij zich door zijn laatste zeven kilometer heen moet worstelen; de kilometers waarin de man met de hamer zich laat gelden. Hij aarzelt niet en volgt zijn adagium: niet wandelen, enkel doorgaan tot het streepje. Ik laat me afzakken waarbij de moed meteen in de hardloopschoenen zakt. Voor het eerst in mijn loopcarrière voelt het alsof zowel de kuiten als de bovenbenen gelijktijdig wensen te ontploffen. Ik buk, streel mijn bovenbenen en kijk naar Joris die uit het zicht verdwijnt. SHIT, is echt de enige gedachte die door mijn vermoeide hoofd waart; ik word naar het zuur gelopen door een beginner… Ik concludeer aan de andere kant dat ik steeds het water heb gepakt en dat aan hem heb gegeven, maar hoeveel energie kost dat nu eigenlijk?

Miepie het haasje

Ik rek kortstondig, stilstaand en probeer me te hervinden. Er komt een ‘miepie’ aan met een dansende staart op haar achterhoofd. Ik zie haar aankomen vanuit mijn rechterooghoek en besluit een poging te wagen te accelereren en in haar voersporen te treden. Haar kan het allemaal niet schelen; zij doet haar ding. Ik sjok in loopritme, versnel, versnel nogmaals totdat ik haar ritme te pakken heb. Haar tempo zorgt dat ik mijn pijn vergeet. Ze heeft een even lange pas en door in haar voetsporen te treden en aan prettige dingen te denken nadert de finish ongemerkt. Haar tempo ligt eigenlijk best hoog, want binnen enkele minuten overbrug ik de afstand naar Joris. In het voorbijgaan mompel ik nog naar Joris: ‘Gozer, als ik nu niet even mijn eigen tempo loop, loop ik hem niet uit, chill (of zoiets)’. Joris kijkt niet op of om.

Een (te) groot amfitheater

De laatste vijf kilometer haal ik zelfs mijn haas in, als vriendin me tegemoet komt en mee rent. Ik accelereer en constateer dat versnelling het bloed laat stromen evenals de mind. Het hart en de longen zijn in relatieve rust, enkel de poten doen pijn. De laatste vijf kilometer ros ik erdoor in 25 minuten. Ik finish in 4.16.58. Het stadion dat ik daags tevoren heb bezocht is een beetje een desillusie. Zo groot, zo hoog, zo sfeerloos… Toen ik twee jaar geleden startte op de Swiss Alpine Marathon over 78,5 km in het Olympisch Stadion in Davos, vlogen heli’s over onze hoofden en weerklonken de Carmina Burana door het stadion; ik moest een traan wegpinken. Hier weerklinkt moderne popmuziek in een klassiek amfitheater. We moeten ons ook realiseren dat hier maar 5.000 mensen aan de start verschijnen. Zet dat af tegen een Zevenheuvelenloop met 27.000 lopers en een Berlijn marathon met 40.000 lopers en je begrijpt dat het stadion relatief groot is voor de finishende massa. Ze zijn (nog) niet in staat daar sfeer te creëren.

Een stram lijf en pijn in de poten

Een maal over de finish ben ik amper in staat om mijn kledingzak te bereiken. Vriendin is inmiddels teruggelopen naar Joris. Ik kleed me om bij de ingang van het stadion, maar het kost me tien minuten om een lange broek en trui aan te doen: alles doet pijn. Eenmaal klaar zie ik – slechts elf minuten later – Joris het stadium betreden. Hij heeft het gered. Vier uur en 27 minuten op zijn eerste marathon. ‘Respect voor zijn prestatie’, is het enige dat door mijn hoofd gaat. Ik wurm me op handen en voeten weer overeind en strompel richting finish. Ik zie hem echter nergens meer. Hij blijkt rechtstreeks naar zijn hotel te zijn gelopen en was niet meer aanspreekbaar. Ik stap op mijn beurt in de VIP-bus naar mijn hotel vlakbij Marathon. Uitgeput val ik in de bus in slaap om 1,5 uur later (33 km) pas weer wakker te worden. Ik loop – via mijn hotelkamer- rechtstreeks de hotelsauna in en denk aan de wedstrijd.

Eind van de avond krijg ik Joris per telefoon te pakken feliciteer hem met zijn prestatie.

Debuteren op de klassieke marathon; beter kan het niet.

Joris Pardoel:

2008-11-09 26th Athens Classic Marathon, 2183e pl

Start: 01:22

5km: 30:02

10km: 58:14

21km: 2:01:17

30km: 2:59:12

Finish: 4:27:56

Jan Fokke Oosterhof:

2008-11-09 26th Athens Classic Marathon, 1818e pl

Start: 01:24

5km:  30:02

10km: 58:14

21km: 2:01:17

30km: 2:59:12

Finish: 4:16:58

Parcours:

November
Gem. max. temp. 19°C
Gem. min. temp. 12°C
Gem. temperatuur 16°C
Gem. neerslag 51 mm
Wedstrijddag (9 november)
Gem. max. temp. 20°C
Gem. min. temp. 13°C
Gem. temperatuur 17°C
Zonsopgang 6.52 u.
Zonsondergang 17.25 u.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CONTACT | COFFEE

Aarzel niet en zoek even contact!