Jan Fokke Oosterhof | Debutant op de Alternatieve Elfstedentocht
161
post-template-default,single,single-post,postid-161,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

Debutant op de Alternatieve Elfstedentocht

Debutant op de Alternatieve Elfstedentocht

Vorig jaar was ik als hardloper getuige van de alternatieve Elfstedentocht in Zweden, de Orsa200k, waar ik mijn vriendin coachte. Ik zag 65 mensen hun ijzers onderbinden en starten; 26 finishten er slechts onder barre omstandigheden. Ik schreef er een artikel over voor IJs Magazine en eindigde met de gevleugelde woorden: volgend jaar ben ik erbij. Het schaatsvirus had me in zijn greep. Zo geschiedde.

 

De uitrustingHet is oktober, begin van het schaatsseizoen als ik mijn contacten aanboor en een paar ijzers op de kop tik. Wouter Janse, de uitvinder van het Silent Skate System (Siskas), de ‘elastieken’ die het ijzer naar de schoen terugbrengen, heeft een paar ijzers van 45cm voor me liggen die geschikt zijn. Ik moet alleen de neuzen laten opslijpen, zodat ze geschikt zijn voor natuurijs (lees: uit de spleten rijden). Via Almgrens, specialist in het schaatsen op natuurijs, bestel ik een paar tweedehands schoenen, de Salomonschoen Active 9 Skate. Zowel ijzers als schoenen bevallen uitstekend en de schoenen geven voldoende warmte en vooral steun aan mijn ‘losse’ enkels.

Vriendin draait elke maandag haar training op Triavium, de ijsbaan in Nijmegen. Dinsdag doet ze zelf haar rondjes; dinsdag wordt ook mijn trainingsavond.

De eerste trainingSinds mijn dertiende heb ik niet meer op schaatsen gestaan, met name vanwege verzwikkingen en verstuikingen van de enkels. Gelukkig bestaan tegenwoordig de beschermende ‘Salomons’, waarmee je zowel kunt schaatsen als langlaufen. Door profs wordt het de ‘kabouterschaats’ genoemd. Weifelend doe ik dan ook mijn eerste rondjes op Triavium, op de kabouterschaatsen, met bijpassende muts. De eerste training leert mij twee dingen. Het wordt nog hard werken de komende maanden voordat ik op 29 januari van start ga, maar daarnaast: schaatsen verleer je niet. Na anderhalf uur prutsen kan ik zowaar een beetje snelheid maken en kom ik rond.

TechniekZo draai ik een aantal weken mijn ronden. De ene week ligt de focus op balans, het ‘achterop de schaats rijden’, door met mijn handen tegen elkaar voor mijn neus in de rondte te rijden (en dat met mijn kabouterschaatsen en muts…). De andere week ligt de nadruk op het bochtenwerk. Met name luister ik naar de tips van een man die zijn rondjes op ‘houtjes’ rijdt, maar die moeiteloos met de snelste ‘klappers’ mee kan. Ik luister gebiologeerd en knoop alles in mijn oren. ‘Ik wil je niet meer horen in de bochten’, zegt hij dreigend, waarop ik een geruisloze kabouter wordt. Dan vervolgt hij ‘ik wil dat je in de bochten je rechterbeen er niet overheen tilt, alsof je over een hekje stapt; je houdt de punt aan het ijs’. Zo al stuntelend, maar vooral observerend en luisterend, ervaar ik elke week 100% progressie.

VisualiserenAls ervaren sporter, weet ik wat het belang is van visualisatie. Ik kijk dus goed naar de toppers en aap na. Het is een genot op naar mijn leermeester op houtjes te kijken en elke nacht, in mijn bed, volg ik hem kilometerslang, elke beweging minutieus imiterend. Ook op de baan volg ik op de voet de mensen die ik net kan volgen. Volgens mij ziet het er dan ook goed uit; vriendin ziet echter geen verbetering en klapt me snoeihard voorbij op de baan. Ze zegt zelfs dat het er niet uit ziet.

Analyse trainingenDan een innovatie die me verder op weg helpt. Op Travium ligt een TimePoint van ChampionChip, een systeem dat via een chip op de enkel, op een groot display je rondetijden weergeeft. Meteen schaf ik een chip aan, want ik zie hiervan duidelijk de toegevoegde waarde. Elke verandering in mijn techniek en balans, heeft een effect op de rondetijden. Vanuit de gedachte ‘meten is weten’, kan ik nu na elke training mijn gegevens raadplegen en analyseren op www.mychampionchip.com. Zo zie ik dat elke training mijn gemiddelde snelheid omhoog gaat en ik snel genoeg zou moeten zijn om de 200km binnen de tijd te volbrengen.

Het natuurijsgevoel creërenNaast de reguliere baantrainingen, werk ik in het bos mijn fietstrainingen af om de spieren te sterken. Van oktober tot de week voor de tocht probeer ik elke week ongeveer twee uur op de ATB door het bos te rijden.

Dan volgen de laatste twee belangrijke trainingen op FlevOnice, de langste buitenijsbaan ter wereld. Deze baan van vijf kilometer biedt mij de ongekende mogelijkheid om mijn natuurijscapaciteiten te testen (wel jammer dat hier geen TimePoint ligt). De eerste keer dat ik me hier op het ijs begeef, tijdens de natuurijsperiode in ons land en één week na de opening van de baan, ben ik euforisch. Ik knal 75 kilometers over de baan en heb eindelijk de ruimte om ‘in mijn slag’ te komen, zonder telkens op hinderlijke bochten te stuiten. Ik kan mijn vriendin die al jaren schaatst moeiteloos volgen. Twee belangrijke lessen die ik meeneem uit deze training: diepzitten als het zwaar wordt en aanpikken bij de juiste treintjes en proberen ontspannen in de slag mee te gaan. Na deze training weet ik het zeker: het zit goed. Weissensee here I come!

WedstrijddagOm exact zeven uur sluit ik aan in de lange rij, terwijl de eerste zonnestralen achter de bergen gloren. Een harde knal en ik mag los. Het ijs is uitstekend (zwarte plaat) en de eerste ronden van 16,6 km vlieg ik over het ijs. Een vriendin van me heeft angst om in treintjes te rijden; gelukkig ik niet, want het is een nerveuze aangelegenheid, die eerste 100 km. Alles krast en klapt door elkaar; 50, 100 en 200 km. Dit komt me gelukkig bekend voor van de trainingen op de ijsbaan in de kerstvakantie: druk! Ik ken geen angst om te vallen en val daarom waarschijnlijk ook niet. Het is wel zaak scherp en geconcentreerd te blijven rijden, maar dat ken ik ook uit het hardlopen en fietsen.

Je wereld klein makenTelkens focus ik me op de volgende drinkpost of bekende supporter. Dit heb ik geleerd van vriend Paul Kamphuis die wist te finishen op de Spartathlon, een non stop hardloopwedstrijd van 246 km van Athene naar Sparta. Door je belevingswereld klein te maken en je te richten op doelen die dichtbij (lees: haalbaar) zijn houd je moed en weet je jezelf te blijven motiveren. Elke ronde eet ik een Squeezy, een gelzakje met veel koolhydraten, om een hongerklop voor te zijn. Tot mijn verbazing blijk ik in het peloton een van de weinigen te zijn die fatsoenlijk zijn bochten rijdt. Mijn baantrainingen hebben resultaat gehad en weinig natuurijsrijders blijken te beschikken over een geoliede bochtentechniek.

KnikkerijsDaar waar in de ochtend sprake is van een zwarte plaat, doet nu de term kaasschaafijs zijn intrede. Door de zon heeft zich een brosse laag ijs gevormd waar je doorheen moet klunen. Als je valt lig je ‘open’. Ik heb een flashback naar Zweden vorig jaar, waar de term vaargeulenijs opborrelde en schaatslegende Jan Roelof Kruithof het had over het zwaarste ijs uit zijn carrière. Insiders spreken hier nu over het zwaarste ijs in 20 jaar op de Weissensee. Ik heb het gevoel alsof ik als kabouter op zevenmijlslaarzen aan het roeren ben in een bak knikkers en introduceer daarom nu de term knikkerijs©

Doorkomsttijden

Ronde Rondetijd Totaaltijd
16 km 40.29 40.29
33 km 40.52 1.21.21
50 km 39.39 2.00.59
66 km 41.36 2.42.34
83 km 47.09 3.29.43
100 km 48.20 4.18.02
116 km 53.43 5.11.44
125 km 29.21 5.41.05

 

Een pijnlijke rug en een lekkende kin

Na 125 kilometer gaat het mis. Het zal een combinatie zijn van een scheur en het aantikken van de schaats van degene die ik inhaal, die me met een rotsmak de hardheid van het ijs doet verkennen. Mijn kin vangt de landing op en na enkele kilometers ‘lekkend uit de kin’ moet ik op de EHBO-post worden gehecht. Ik krijg meteen een camera in mijn neus geduwd en figureer later in de documentaire op SBS6, alleen niet op de manier die ik in gedachte had. Later hoor ik dat oma thuis voor de buis zit en zich rot schrikt als ze mijn kop ziet.

Toch vormt mijn kin niet echt de aanleiding voor het staken van de tocht. Het zijn de pijn in mijn rug en de kramp in mijn bovenbenen die me doen besluiten te stoppen. Een gooi naar de 200 km van een hardloper die te weinig specifieke rugoefeningen heeft gedaan, en dat is meteen de belangrijkste les uit mijn relaas.

Volgend jaar rijd ik hem uit.

Tips voor debutanten

– Doe specifieke schaatsoefeningen voor bovenbenen en rugspieren;- Train op FlevOnice (5km) om het natuurijsgevoel te krijgen;- Draag goede bescherming voor knieën, maar met name de kin…;- Neem tijdig Squeezy’s, gelzakjes met voldoende energie voor een uur, om hongerklop voor te zijn;- Vaseline beschermt, maar ademt niet, waardoor warmtestuwing kan ontstaan;- Abonneer je op de sms-service; je kunt iedere ronde je verwachte finishtijd zien en je weet of je tijdig de laatste ronde ingaat, dit geeft rust;- Volg een treintje, bijvoorbeeld de ‘Wesselstrein’, waarvan insiders zeggen dat ze altijd op tijd de laatste ronde ingaat;- Diepzitters vangen minder wind;- Laat de punten van je ijzers opslijpen zodat je makkelijk door spleten kunt rijden;- Maak je belevingswereld klein; nog maar 2 km naar de volgende drinkpost versus het is nog 180 lange kilometers…

Nawoord

Vriendin slaagt er nu – drie keer is scheepsrecht – wel in haar monstertocht te volbrengen. Als ze na 10 uur en 46 minuten als 312e van de 338 finishers (1.362 starters) onder de Essentboog passeert, stuif ik onder het lint door en rijdt ze me huilend in de armen. Ik vraag haar ten huwelijk en ze zegt ‘Ja’, al wijten vrienden dat aan verminderde weerstand door extreme uitputting.

Geen reactie's

Geef een reactie