Jan Fokke Oosterhof | Het nationaal Zwitsers kampioenschap berglopen
134
post-template-default,single,single-post,postid-134,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

Het nationaal Zwitsers kampioenschap berglopen

Het nationaal Zwitsers kampioenschap berglopen

La course de montagne Montreux-Les Rochers-de-Naye, ofwel 1.600 meter klimmen over 18,8 km

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=TErp3Ko-IB8&feature=player_embedded]

Sinds enige tijd heb ik een account aangemaakt op www.looptijden.nl. Dit is een website waar je al je hardlooptijden kunt invoeren waarna je grafieken en overzichten kunt bekijken waaruit je (eventuele) progressie duidelijk wordt. Nu kostte het mij enige inspanning aangezien ik 680 wedstrijden moest invoeren. Bij het configureren van mijn mieterse spreadsheetje raak ik in contact met Koen, de maker van de website. Het klikt en een week later loop ik bij hem in de buurt de IJsselsteinloop over tien kilometer. Inmiddels ben ik huiscolumnist en perswoordvoerder rondom zijn net uitgebrachte iPhone hardloopAPP. Zo komt het dat Koen me attendeert op la course montagne Montreux- les Rochers-de-Naye, een bergloop over 18.800 meter en 1.600 hoogtemeters. Dit is ook meteen het Zwitsers nationaal kampioenschap berglopen. Meteen beginnen mijn neusvleugels te trillen en mijn oren te klapperen. Als fanatiek hardloper moet ik tenminste eenmaal deelnemen aan het ZNK Bergschnellrennen, toch?

Na zijn mail heb ik tien minuten later twee tickets aangeschaft, want vrouwlief is ook niet vies van een sportieve challenge. Als ik een week voor vertrek een overnachtingsplek ga zoeken, krab ik toch even achtermijn klapperende oren. Er is een Internationaal Jazz festival in Montreux en bovendien is het de stad waar de Zwitserse upperclass graag verpoost. Het mondaine stadje biedt hotels in de range van € 286 -1.386, PP! Daar gaan mijn oren pas echt van klapperen en ik besteed er als (brood)loper maar geen aandacht aan. Alle campings in de buurt zitten vol dus belanden we op een camping in het naburige dorp Vevey, op een kwartier lopen van de tramhalte. Dat is een uitdaging met enorme rugzakken in de hitte. De camping heeft echter een (het enige) voordeel, namelijk dat je de berg die we gaan beklimmen op een afstandje kunt bewonderen. Terreinverkenning is zo geen enkel probleem. Je moet wel je hoofd in je nek leggen…

Rochers de Naye is een berg van 2,042 meter boven het stadje Montreux. De finish ligt in het zadel dat zichtbaar is op de linkerfoto. De sneeuw is er vanwege het dramatisch effect.

De wedstrijddag. Al om 6.30 uur pakken we de tram om van onze camping op tijd bij de start te zijn. We zijn er dus vroeg bij. Slapen was vannacht nauwelijks een optie. Gezien het Jazzfestival staat de nabijgelegen tent op 20 centimeter (die andere vier ook). De tent herbergt een jazzband die vannacht na het spelen thuiskwam en haar (luide) conversaties tot een uur of vijf voortzette. Mijn talenknobbel die resulteerde in een bloeddorstig SILENCE hielp voor geen meter. Nu is het echter onze beurt. Niet al te zachtzinnig kleden we ons aan, lees: ik heb nooit eerder met zoveel lawaai een onderbroek aangetrokken. Ik spoel mijn mond een keer extra bij het poetsen, om niet te zeggen ik rochel de hele camping wakker. Ik heb er zin in, zoveel is duidelijk. Met zoveel adrenaline in mijn donder loop ik nog een Nederlands record in Zwitserland.

Ik loop vandaag met een Nederlandse vlag op de borst en Koen heeft een oranje Wuppie aan z’n schoen bevestigd gezien het WK voetbal. Vandaag speelt Nederland de finale tegen Spanje. Mijn vlag is echter eerder om Nederlandse toeschouwers op mijn nationaliteit te duiden; Koen daarentegen is een fervent voetballiefhebber en zou het liefst getooid gaan in een oranje jurk, dito krullen en klompen.

We starten in de dorpsstraat met ongeveer 500 lopers. Na het schot volgt het eerste en enige vlakke stuk van 400 meter. Onder luid gejuich rennen we door de winkelstraat. Dan draaien we linksaf, een steile straat in die meteen de toon zet voor de rest van de wedstrijd. Een stijgingspercentage van tenminste 12 % legt de weg aan de dag. Ik hijg meteen als een malafide buffel net als velen met mij. Het tempo zakt al direct tot onder de vijf kilometer per uur. Dacht ik zojuist nog in termen van ‘eitje’, nu is dat niet meer het geval. Via smalle stadsstraatjes en steegjes werken we ons omhoog, het dorp uit. Steil is een understatement en al spoedig bevinden we ons boven het dorp in de bossen. Zigzaggend kruipen we over de helling tot het smal wordt en we in looppas in de file moeten aansluiten. ‘Dit is goed’, denk ik. Het drukt het tempo en dwingt me om niet overhaast de berg op te knallen. Ik pak een haarspeldbocht en zie een meter rechts van me, twee meter onder me het lint van lopers me tegemoet komen. We klimmen als een dolle. Links van me tegen de helling het eerste slachtoffer van vandaag, een snelle dame. Een misstap? Kramp? Ik zal het nooit weten. Als het lint wat oprekt, ren ik een tijdje achter een jongedame met dansende rode paardenstaarten. In dit stadium van de wedstrijd film ik alleen als we noodgedwongen in looppas moeten vervallen.

Uiteindelijk vallen we het bos uit, de asfaltweg op en bereiken we op 708 meter hoogte het dorpje Gilon waar zich een drinkpost bevindt. Nu al bijna op de helft; dat valt mee! Het doet me denken aan de 78,5 kilometer lange Swiss Alpine Marathon. De eerste marathon volbracht ik in 3.27 uur, maar dan zit je nog maar op een derde van de tijd die je moet rennen. Zo ook hier. Gelukkig ken ik het hoogteprofiel binnenstebuiten. Na de post een haakse bocht naar links voor een steil stuk dat overgaat in een serie haarspeldbochten waardoor je zigzaggend de helling oprent. Dit deel gaat volledig over asfalt en het frustrerende is dat je steeds boven je de sliert hardlopers ziet zodat je weet wat er nog komen gaat. Je zou dit deel kunnen omschrijven als een Kuitenbijter met een hoofdletter K. Een monotone, lange, immer aanhoudende, nimmer aflatende puist van een klim. Dit zijn wegen die je normaal enkel vanuit je auto ziet als je naar Andorra of een ander verlaten bergoord rijdt. Rechts van me een groep supporters die mijn naam scandeert (van het startnummer) en me in het Nederlands toejuicht (van de Nederlandse vlag). Ik lach uitbundig en vraag hen waarom ik deelneem aan deze beproeving; zij weten het ook niet.

Het is bloedheet op deze flanken waar de Zwitserse zomerzon je vol in z’n grip heeft. Ik ben kleddernat en probeer voldoende vocht tot me te nemen en tevens repen en Squeezy’s om mijn zouten en mineralen een beetje op peil te houden. Onder me begint zich een steeds uitgestrekter panorama te ontvouwen. Het meer strekt zich uit tot Geneve, links en rechts omzoomd door toppen zo ver het oog reikt, met hier en daar een verdwaald stukje sneeuw. Het is heiig en ik kan nog net enkele bootjes ontwaren in het azuurblauwe water. Het zweet parelt over mijn gezicht. Stilte op een verdwaalde koeienbel na en het gehijg van mij en mijn medelopers. Ik ben blij dat ik net twee marathons heb gelopen om aan mijn hardheid te schaven. 18,8 km klimmen zonder herstel (dat is niet gelijk aan onvolledig herstel!) is een flinke kluif voor de psyche. Het nare is dat die verrekte Zwitsers niet anders gewend zijn en me schijnbaar moeiteloos aan alle kanten passeren als mijn aanvangsenthousiasme wat is getemperd. Als een afgestompte hijgende polderkoe slof ik de berg op, voorbij gestoven door Alpenvolk van alle leeftijden en allooi.

Na ettelijke S-bochten begin ik licht in het hoofd te worden en te twijfelen aan de zin van het grotere geheel. Gelukkig is het middenstuk van Caux op 8 km (1.048 m) naar Sonchaux op 13,3 km (1.261 m) relatief vlak over een bosweg. Relatief, zeg ik erbij. Degene die in Nederland een steiler stuk vindt, mag me mailen. In Sonchaux volgt een haakse bocht naar links. Een markant punt: hier stopt de weg. Asfalteerders besloten dat het leggen van wegen vanaf dit punt ondoenlijk was. De stenen en keien knerpen onder mijn Salomon offroad trainers. Als ik een enkel moment mijn ogen naar boven draai om de helling te verkennen – ik red het niet en moet ook mijn hoofd meedraaien – word ik door weemoed bevangen en ik realiseer me: nu gaat de wedstrijd pas beginnen. 

Ik ontwaar een sliert lopers die zich zigzaggend een weg baant tussen de koeien door , door groene weilanden zo ver het oog reikt. Nog maar 4,6 kilometer te gaan, maar welk leed wacht mij nog. Hijgend stiefelen we in colonne ons lot tegemoet. Er volgt een drinkpost waar een aangeslagen, groengele loper op de grond zit. De kleuren slaan niet op zijn tenue. Hij wordt gadegeslagen door de drie vrijwilligers die de drinkpost bemannen. Ik pak een stukje banaan en een bekertje water. Hij krabbelt omhoog en wil toch verder gaan. Hij sloft voor me uit. Na tien passen draait hij zich verslagen om. Hij kan niet meer, is gebroken door het terrein. Slachtoffer nummer twee.

Kreunend kruip ik verder. Zelfs gewoon lopen is een opgave met deze verzuurde stammetjes. Ik denk dat mijn laatste renmeters geweest zijn. Keien sieren het pad en zwalkend trekken we ons omhoog aan de begroeiing die over het pad hangt. Het is broeierig, heet en windstil. Gelaten ondergaan we ons lijden, door en door tot het voorbij is. Ik haal een kerel in die alle tekenen van vitaliteit en leven verloren is. Hij klampt aan en steunend en kreunend worstelt hij zich in mijn kielzog omhoog.  Leedvermaak verbroedert. We knipogen en rusten om de vijftig meter. Hij is een Oostenrijker. Ik leid, hij lijdt harder. We halen een kerel in. Hij ligt met kramp en zonder tekst in de berm. Een grote kerel. Te weinig gedronken en teveel gezweet. Dat kun je niet bijdrinken, dat zit in je genen. Hij komt niet meer uit zijn kramp en heeft infusen nodig om zijn zouten en mineralen aan te vullen. Hij wordt bijgestaan door twee EHBO-ers met een quad en even later suist hij naar het dal in de helikopter. Slachtoffer nummer drie.

Met z’n tweeën gaan we door. Ik film even waarbij hij stoer door het beeld rent om meteen daarna hijgend in wandelpas te vervallen. Telkens wanneer ik probeer aan te zetten, voel ik kramp opkomen, dus ik laat het wijselijk achterwege. Als we boven de boomgrens komen, zien we net onder de kale top de finishboog. Het pad loopt langs de flanken voor ons gevoel nog oneindig ver door. We praten slechts over enkele honderden meters. Zuchtend en kreunend zoeken we steun bij elkaar. Soms staan we minutenlang zwijgend met de handen op de bovenbenen voorover om dan verder te gaan als een van ons met tegenzin aanstalten maakt. We hebben teveel gegeven in de eerste kilometers. Ik maak een filmshot waarin ik antwoord geef op de vraag van een Zwitser hoe wij polderlopers ons voorbereiden op een bergloop in Nederland. Welnu, wij zijn goed in visualiseren, wij verbeelden ons hoe we bergen beklimmen. De praktijk wijst uit dat het niet hetzelfde is. Het is van de zotte dat wij, uit een land dat zo plat is als een pannenkoek, uitdagingen van dit formaat aangaan. Ik loop hier even tegen mijn persoonlijke Mount Everest aan.

Dan eindelijk onder een klein voetgangersbruggetje door. Meteen draai ik rechtsaf een trap op. Die verrekte Zwitsers weten in de laatste 100 meter nog een obstakel te verwerken. Koen neemt hier zelfs het woord ‘sadisten’ in de mond in zijn verslag van de race. Dan is daar de finishboog. Voor de vorm jog ik en ik film mijn finish, inzoomend op de klok: 3.13.34 en een 203e positie in het mannenveld, 186e in mijn categorie.

De laatste kilometer in meer dan 13 minuten met een stijgingspercentage van meer dan 20%.

Koen heeft wat meer haast met een respectabele 2.09.41.

Ik geef mijn Oostenrijkse loopmaat een high five en met een kolossale pul cola genieten we zwakjes na.

Volgend jaar weer!

Nawoord

Op de terugweg vanaf de top kun je lang nagenieten van je prestatie als je in het overvolle, te warme, benauwde, te kleine toeristentreintje aan de andere kant weer afdaalt. Onthoud: alles en iedereen – d.w.z. lopers, toeristen, klimmers, toeschouwers, wandelaars, supporters – moet met hetzelfde treintje. Mijn advies: terugrennen, dat is comfortabeler.

Meer informatie: http://www.montreuxlesrochersdenaye.ch/

Geen reactie's

Geef een reactie