Jan Fokke Oosterhof | Koetsjie koetsjie talk
16588
post-template-default,single,single-post,postid-16588,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

Koetsjie koetsjie talk

Koetsjie koetsjie talk

Ik zit in de Intercity van Nijmegen naar Den Haag. Naast me, op de twee andere tegenover elkaar liggende bankjes, een lief klein meisje en haar vader. Het meisje is gehuld in piekfijne roze kleertjes; een poppetje. De vader draagt een lange groene jas, een grijzige pantalon en een bruine trui. Een lange slungelige vent met naast zich een roze tas met de accessoires van het popje. Meteen dringt zich de gedachte op dat deze vader gescheiden is en vandaag één dag de zorg over het kind heeft. Een gedachte die bevestigd wordt door de onwaarschijnlijke ‘koetsjie-koetsjie-factor’. ‘De wat?’, hoor ik de lezer denken.

Mijn ouders hebben me tijdens de opvoeding altijd als een volwassene beschouwd en behandeld. ‘Opruimen’ als commando betekende ook daadwerkelijk dat je je kamer ging opruimen en als ze boos werden dan vervielen ze niet in wanhopig gekrijs en schreeuwpartijen, maar zeiden op zeer beheerste toon: ‘nu is het genoeg geweest, anders zwaait er wat’. Juist in de bescheidenheid, de beheersing en het dalende stemvolume zat een dreiging verborgen die me onmiddellijk deed ophouden met hetgeen dat ik verkeerd deed. Voeg daar aan toe dat ze de ‘r’ wat langer lieten rollen en ik wist precies hoe laat het was. Ik luisterde. Heel volwassen allemaal.

Dan bestaat er een ander soort ouders. Het type dat de meest absurde stemmetjes bezigt en de meest wanstaltige prietpraat de wieg inslingert: ‘Heb jij zulke mooie rooie wangetjes? Ja! Ja! Jaahahaaaaa! (en dan komt ie hoor!) Koetsjie Koetsjie Koe!’ Het is volstrekte debielenpraat. Ik denk ook aan de film Look Who’s Talking waarin tante de wieg in staat te blèren en allerlei ‘lievedingetjes’ communiceert met achterlijke stemmetjes. Op de achtergrond hoor je de stem die in het hoofd van het kind speelt: ‘Zo meid mooie jetsers, daar lust ik wel pap van!’

We keren terug naar mijn treincoupe. Het meisje zit lief braaf uit het raam te koekeloeren en papa blèrt een beetje tegen haar aan; eigenlijk wil hij gewoon aandacht van zijn kind:

Papa: Wil jij wat drinken? Ja! Ja! Jaaaaaaa!

Kind: Eh nee.

Papa: Zal papa even een dekentje pakken, dan kun jij even lekker slapie slapie doen! Ja! Ja! Jaaaaa!

Kind: Eh nee.

Papa: doe maar even zitten dan zal papa je schoenie schoenie aandoen! Ja! Ja! Jaaaaaaaa!

Kind: (kijkt onverschillig en zwijgt)

Papa: Kijk! Ja! Kijk! Ja! Jaaaaaaa! Ja! De trein trekt op! Ja! Hij beweegt! (alsof ie een vogel uit een ei ziet komen)

Kind: (kijkt onverstoorbaar doch vermoeid uit het raam)

Papa: Zal papa naast je komen zitten? Ja! Ja! Da’s leuk! Ja! (en daar komt ie) Koetsjie-koetsjie koe!

Nu ben ik zelf niet erg geneigd tot het nemen van kinderen, ik vind ze zelfs knap lastig en als ze te veel herrie maken, zou ik er zo een kurk in rossen. Hier is echter maar één natuurlijke reactie op z’n plaats: Opstaan, die vent – vanuit het niets – een onwaarschijnlijke peut voor zijn harses geven en dan zeggen: ‘Die zag je niet aankomen hè! Nee! Nee! Neeeeeheeeee! En als je je gedweep niet voor je houdt, als je dat geleuter niet staakt, dan krijg je nog zo’n ros voor je muil! Ja! Ja! Jaaaaaahaaaaa!

Koetsjie-koetsjie-koe!

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.