Jan Fokke Oosterhof | Gastcolumn MTB-clinic Bart Brentjens
1403
post-template-default,single,single-post,postid-1403,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

Gastcolumn MTB-clinic Bart Brentjens

Gastcolumn MTB-clinic Bart Brentjens

Op 6 november nam ik deel aan een mountainbike clinic van Bart Brentjens. De column plaatste hij op de website van zijn Mountainbike Racing Team.

6 november 2010 – Met de trein reizen we van station Nijmegen naar Ravenstein. Van daar moeten we volgens de routeplanner nog 16 minuten fietsen naar onze eindbestemming, restaurant de Kriekeput in Herpen aan de rand van Natuurgebied de Maashorst. We fietsen vandaag in en op de Herperduin, een onderdeel van het natuurgebied. We kunnen meteen infietsen, want de Schaijkseweg blijkt open te liggen en enkel een geoefend mountainbiker mag vandaag in staat worden geacht de start zelfs maar te bereiken. Het is fris, nat en herfst.

We parkeren onze bolides onderaan de afrit en duiken de zaal in voor een warme bak koffie. Dan plots is daar the man himself. In eerste instantie een weinig opvallend figuur, maar zet hem op een frame met twee wielen en ’s mans aura overstijgt de Herperduin. Hij rijdt vandaag op een Trek-fiets die pas in 2011 officieel uitkomt, een fiets met grotere wielen dan wij allen bezitten. Betekent dat dat je minder je best moet doen op die pedalen om hard te gaan?; het heeft er in ieder geval alle schijn van.

Bart Brentjens alias Bartman en Mister Mountainbike; ik noem hem de FietsGod. Er zijn zelfs heuse treinen naar hem vernoemd. Rijd ik deuken in pakjes boter; hij doet het in gewapend beton en staal.
‘Kan die kerel een beetje fietsen?’ vraagt vrouwlief?

Bart is een vriendelijke vent blijkt al snel, zeer toegankelijk en aaibaar. Meteen valt zijn postuur op, hij heeft dezelfde borstkasomvang als Lance Armstrong, daar kan gewoon veel meer zuurstof in dan bij gewone stervelingen. Navraag leert dat hij in zijn toptijden wel eens een rusthartslag onder de 30 had en ‘dan voel je je niet zo heel best meer hoor’, zo vertelt hij me. Van zijn teamgenoten hoor ik dat hij ooit meewerkte aan een onderzoek naar sportharten waarbij de artsen opmerkten dat ze nog nooit zo’n groot hart hadden meegemaakt. Blijven fietsen en verantwoord aftrainen, is dan wel het devies. Aardige anekdote is dat ik opmerk ‘dat hij de weg hier in het bos wel aardig kent’. ‘Ja hoor’, gniffelt hij. Ik zie later dat zijn woonplaats Schaijk is, op vijf minuten lopen hier vandaan.

De voormalig Olympisch kampioen mountainbiken verzorgt vandaag een Mountainbike Masterclass voor de Lions Club Oss De Maashorst. Met de clinic wordt geld ingezameld voor Stichting Dolfijn in Schaijk. Na een kort openingswoord van Raymond Klaassen, de voorzitter van de Lions Club en een korte inleiding van Bart gaan we ons opdelen in groepen. Er zijn drie groepen: beginners, semi-gevorderden en gevorderden. Vrouwlief start bij de beginners en ik meld me bij de gevorderden. Met een groep van 11 gaan we op pad onder leiding van de aimabele Belg Tim Wynants die in het Trek-Brentjens Mountainbike Racing Team van Bart zit. Hij neemt ons mee naar een sliert houten palen waar we zo snel mogelijk tussendoor moeten zigzaggen. Het moet voor hem een leuke aanblik zijn. We houden te weinig afstand, knallen op elkaar, over elkaar en tegen de palen. Dat hij het niet uitgiert van het lachen, mag een mirakel heten. Het lijkt wel rijles. Afstand houden is het devies. Dan gaat het al beter, al willen sommige rijders nog steeds even zandhappen. Ook de bewegende onderdelen doen aan zandhappen en de MTB-clinic wordt zo vanaf de start een knarsende aangelegenheid.

Hij voert ons naar een leuke helling in het parcours alwaar we aan onze bochtentechniek gaan schaven. Meteen valt op dat ik de enige rijder zonder clickpedalen ben. Over het algemeen ondervind ik daar geen hinder van en ik krijg veelal de opmerking naar mijn hoofd dat ik zelfs zonder clickpedalen de meesten eraf fiets. Ik kan gewoon niet wennen aan die krengen en het geeft me het gevoel dat ik motor rijd met autogordels. Tim doet ons voor hoe we onze bochten moeten rijden. Het devies: niet met je poten aan de remmen komen, de bochten zo wijd mogelijk nemen en het terrein gebruiken. Om beurten maken we snelheid waarna we eerst een rechter- en dan een linkerbocht nemen. Als onvervaard snelheidsduivel zonder angst ros ik ‘m door de bochten waarna Tim me op de vingers tikt: ‘Handen van de remmen!’ ‘Ja maar, ik probeerde een goede indruk te maken door extra hard de bochten in te gaan en enkel met mijn pinkjes te remmen…’ Hij wil er niets van weten: niet remmen en vloeiende bochten rijden, zonder plotse stuurbewegingen. Een enkeling rijdt de beide bochten conform zijn eisen en die mag het nogmaals voordoen. Inmiddels heb ik een partij zand in mijn ketting verzameld waar de honden geen brood van lusten en bij elke klim heb ik chainsuck waar je pijn van in je sporthart krijgt. Nu ben ik geen liefhebber van fietsonderhoud, dus de oorzaak ligt gevoelsmatig daar, maar later merkt Bart op dat zelfs hij er met zijn futuristische 2011-ros last van heeft. Gelukkig maar, al vliegen de krachttermen me uit de mond.

Het laatste onderdeel dat Tim ons voorschotelt is, hoe kan het ook anders: zo lang mogelijk door het mulle zand ploeteren. Niet te licht schakelen, druk op het achterwiel houden en bovenal gaan met die banaan. Het gaat me redelijk goed af, al glijd ik in de laatste meters met een voet even van het pedaal waarna ik als enige mijn momentum verlies. Eigen schuld, dikke bult. Ik ben een triatleet op hardloopschoenen op een antiek rijwiel met chainsuck. Wel veel geleerd van Tim. Er volgt een eerste wissel waarna we op pad gaan met Frank Beemer, eveneens opererend in het Trek-Brentjens Mountainbike Racing Team van Bart.

Frank neemt ons weer helemaal terug naar de basics. We gaan de surplace oefenen. Hij vertelt dat het belangrijk is om in een klim niet uit de pedalen te hoeven als er voor je geremd wordt. Het is een kwestie van balans en gewichtsverdeling. We oefenen op het vlakke en duidelijk is: we kunnen allemaal hard met het snot voor de ogen, maar de basics hebben we in ieder geval niet allemaal onder de knie. Met de pedalen voor en achter en de vingers aan de remmen is het staand op de pedalen zoeken naar evenwicht. Tweemaal houden we een wedstrijdje, tweemaal winnen dezelfde rijders. Ik heb nog een lange weg te gaan. Hierna gaan we surplacen in het terrein. Halverwege een klim moeten we even volledig roerloos staan, waarna we weer mogen optrekken. Het levert me geen problemen op, terwijl een enkeling zelfs onder de fiets weet te eindigen. Frank eindigt zijn clinic met een potje ouderwets duwen. We moeten met de schouder tegen die van onze buurman leunen en dan voorwaarts! Na een ritje tegen een van de deelnemers mag ik het opnemen tegen Frank. Frank is 74 kilo, ik ergens in de tachtig. Ik gooi mijn hele persoontje in de strijd en in een gevecht om leven en dood worstelen we ons over de smalle bospaden. Aan het eind vindt Frank het mooi geweest als hij met een kluitje het bos in dreigt te worden gestuurd, maar dit kan natuurlijk schijn zijn…

Dan volgt een laatste wissel en mogen we met Bart aan de bak. Bart laat er geen gras over groeien. Hij geeft gas en ik zie enkel stukken modder voor me door de lucht vliegen. Ik geef gas en zet de achtervolging in. Er ontstaat een kopgroepje van drie en daarachter blijf ik steken achter een andere rijder. De paden zijn smal en heuvelachtig en ik zie geen gaatje om er voorbij te steken. Als het me uiteindelijk wel lukt, is de kopgroep bijna uit beeld. Als een dolle vlieg ik er achteraan. Nu eens even geen chainsuck en met angstwekkende snelheid vlieg ik over bladen, langs bomen en door plassen. Hardrijden is niet mijn dilemma. Bart here I come!
Er volgt een ogenschijnlijk onschuldige plas in een dalletje. Helaas is dat niet het geval. In de plas een diepe poel van zachte modder en mijn voorwiel wringt zich in de grond, met een klap schiet ik uiteindelijk door, maar de voetjes schieten wel van de pedalen en weer die achterlijk chainsuck. Samen met twee anderen weer in de achtervolging. Een bochtje om en daar staat Bart nonchalant op een grassprietje te kauwen terwijl hij zonder een spoor van vermoeidheid, transpiratie of een versnelde ademhaling, sereen het bos in staat te staren. De deelnemers staan hijgend om hem heen met rode, kloppende koppen, terwijl ze zwaar hijgend staan te dampen. Ik parkeer naast hem en tracht mijn uiterlijke sporen van inspanning te onderdrukken. Bart kijkt naar mijn gele ros: ‘Zo zo, een echte Specialized Stumpjumper Pro, da is een goed fietsje, gaat al een tijdje mee’. Ik knik instemmend terwijl ik begin te gloeien van binnen. Alsof je van je moeder een aai over je bol krijgt als je een goed rapport hebt gehaald. Met de borst naar voren en de kin hoog klets ik even met ‘mijn’ Bart en we wisselen chainsuck-ervaringen uit.
Met diezelfde chainsuck krijg ik te maken als we daarna gaan oefenen in het klimmen en tegelijkertijd schakelen. Knarsetandend rijd ik knarsend de helling op terwijl ik mijn fiets helemaal verrot scheld. Nooit, nooit, nooit heb ik last van chainsuck en vandaag heb ik een abonnement zoals vroeger bij de ECI-boekenclub, waar ik maar niet vanaf kan komen. Vloekend moet ik lopend met de fiets omhoog. Na ettelijke klimmen, gaan we het dalen oefenen. Bart heeft een alleraardigst hellinkje en ik gooi me er vol in om mijn chainsuck-klimmetjes te compenseren. Twee vingertjes aan de remmen, de kont achter het zadel en volle bak door het mulle zand. Dalen is niet mijn probleem. Ik ken geen angst hetgeen zich veelal uit in littekens, wonden en belangrijkst: snelle afdalingen. Dan zit de clinic erop en rijden we terug naar de zandverstuiving.

Een afsluitend wedstrijdje: wie rijdt het verst door het mulle zand. Grote stoere kerels doen hun poging en liggen al snel met fiets en al in het zand. Dan volgt de enige dame uit ons groepje van gevorderden. Ogenschijnlijk zonder enige moeite trapt ze alle kerels voorbij, over de helling, uit het zicht, naar de einder, weer een helling op, waar ze uiteindelijk gedwongen door zwaartekracht en vermoeidheid gelukkig toch tot stilstand wordt gedwongen. Bart vloekt eens binnensmonds en kijkt lachend naar zijn schare van aanbidders. ‘Dat kon wel eens lastig worden…’ Hij trekt zich even terug om zijn concentratie uit Olympische tijden te hervinden en rost dan met brute kracht het zand in. Maar liefst één meter verder komt hij. Dan is het de beurt aan Tim. Onze pezige, tanige, kleine Belg straalt niets dan kracht uit en verdwijnt eveneens in de mulle zandwoestijn. Naast Bart komt hij tot stilstand, waarna een stevig applaus volgt. Niet veel later zie ik hem echter al weer terugkomen met zijn fietsje: ‘Met een gedeelde eerste plaats met Bart neem ik geen genoegen’. Hij geeft nogmaals alles en als hij Bart voorbij dreigt te gaan, duwt die zijn mooie fiets even voor de neus van Tim. Een streek die getuigt van Olympische sluwheid. Wij deelnemers kunnen enkel buigen voor het machtsvertoon dat onze instructeurs aan de dag leggen. Ik concludeer dat het tijd wordt voor een nieuwe fiets, het mag immers niet aan mijn materiaal liggen, en dan een jaar sleutelen aan mijn basics. Volgend jaar ben ik zeker weer van de partij, al was het maar vanwege de 1.500 euro die we ingezameld hebben voor de Stichting Dolfijn in Schaijk.

Bart, Tim en Frank, bedankt voor de leerzame en confronterende ochtend!

Jan Fokke Oosterhof

Geen reactie's

Geef een reactie