Jan Fokke Oosterhof | @Bestaansverwondering; op de pot staat de tijd even stil
1085
post-template-default,single,single-post,postid-1085,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

@Bestaansverwondering; op de pot staat de tijd even stil

@Bestaansverwondering; op de pot staat de tijd even stil

Design Academy Eindhoven
T.a.v. Directie

Betreft: Open brief

Nijmegen, 15 december 2010

Zeer geachte directie van de Design Academy,

Graag wil ik middels deze brief enkele misstanden onder uw aandacht brengen. Misstanden die u ertoe zullen nopen de naam van uw gewaardeerde Instituut te veranderen in de Functional Design Academy.

Onlangs liep ik door de Hema, alwaar een allervriendelijkste dame een lampje aan het vervangen was. Ik had haar nooit eerder gezien en vanuit het niets stootte ze me aan en beet me toe vanuit de grond van haar hart: ‘De ontwerper die deze lamp heeft ontworpen, moeten ze dood maken’. Ik knikte haar instemmend toe toen ik zag hoe de spaarlamp vakkundig was weggewerkt in het ontwerp, vrijwel ontoegankelijk voor degene die de lamp wil vervangen. En zo kwam het dat ik op een prachtige dag aan het winkelen was en opeens, samen met een mij volstrekt onbekende dame, een ontwerper ‘iets’ toewenste. Dat geeft je toch te denken. Ik vraag u: er is toch iets mis met een ontwerp als een nuchtere Nederlandse Hemaverkoopster zomaar opeens ontwerpers gaat doodwensen?

Het heeft mij tot nadenken gestemd en ik kan niet anders dan concluderen dat het leeuwendeel van de Nederlandse ontwerpers de leuze ‘Design boven functionaliteit’ aanhangt, in het verlengde van de naam van uw instituut: Design Academy. Hetgeen ten bron ligt aan misstanden.

Zo heb ook ik een lamp in mijn kamer hangen met gespreide takken die qua vorm alleraardigst is, maar die vrijwel niet te monteren is. Dan stuit ik op een Erasmusbrug die qua Design ongetwijfeld prachtig is, maar die zo smal is dat er net geen twee rijbanen naast elkaar passen. Portemonnees zijn zo ondiep dat briefgeld er net niet in past. Keukens zo strak ontworpen dat je niet meer ziet wat oven of magnetron is.

Onlangs nog raakte ik een verhitte discussie met een vriend die aan uw Instituut gestudeerd heeft. Het onderwerp van discussie: de pot, meer specifiek de toiletpot en de pisbak ofwel het urinoir, voor respectievelijk de grote en de kleine boodschap.

Hoe is het toch in hemelsnaam mogelijk dat 90% van de toiletpotten wereldwijd een plateautje herbergt? Een plateautje waarop mijn uitwerpselen landen en tijdens mijn kortstondige verblijf te bewonderen zijn. Wij geven dan wel collectief af op Franse toiletten, maar als je raak schiet, hoef je in ieder geval niet meer getuige te zijn van je creatie. Het alternatief is overigens ook geen pretje: een waterreservoir waar de boodschap in plonst met als gevolg een zogenaamde ‘natte derrière’. In het eerste geval kan ik gedurende het proces van afwerpen mijn creatie aanschouwen en zit ik gevangen in dampen die ik niet kan ontvluchten. In het tweede geval heb ik in goed Nederlands – een natte reet – hetgeen ik op zich niet erg vind, maar dan wel als gevolg van een douche graag.

Ook het urineren op het eerder genoemde plateau is geen sinecure. Pluk een willekeurige dame van de straat en ze zal zich beklagen over het zogeheten ‘sprinklereffect’. Spetters op bril, toiletpot, vloer en – nog het meest zichtbaar – op het deksel van de verchroomde prullenbak die als gevolg daarvan veelal zelfs roestvlekken aan de dag legt. ‘Waarom gaan die kerels toch niet gewoon zitten?’, is het veelgehoorde commentaar van dames. Welnu, ook ik vraag mij dat af. Als ik zo nu en dan – staand – urineer in korte broek, dan voel ik letterlijk nattigheid. De spetters kriebelen tussen de haren op mijn onderbenen. Ik zit dus veelal omdat ik mij realiseer dat elke broek na zes keer plassen een urinoir an sich is.

Meteen ook realiseer ik mij dat zittend urineren voor kerels ook geen pretje is omdat je al snel met het instrument ‘tegen de bril of de pot hangt’. Een toiletbril of pot heeft namelijk aan de voorzijde geen uitsparing voor de mannelijke instrumenten waardoor deze handmatig van de pot gehouden moeten worden. Wellicht draagt u aan dat mannen dan meer ‘achterop de pot’ dienen te gaan zitten. Welnu, dat is geen oplossing, want dan treden we in het gebied van de remsporen en dan rijst de vraag wat erger is, het probleem of de remedie.

Om een lang verhaal kort te maken: een grote of kleine boodschap tegen de achtergrond van een plateau heeft ronduit smerige consequenties.

Hoe is het toch mogelijk dat geen enkele weldenkende ontwerper deze functionele tekortkomingen heeft geconstateerd? Waarom geen uitsparing in de bril? Waarom een natte derrière? Waarom spetters alom? Waarom niet gewoon een diepe spelonk waarin een en ander verdwijnt? Of in ieder geval iets met verticale dimensies in plaats van het horizontale plateau?

Mijn gewaardeerde vriend ontwerper keek me in eerste instantie verwonderd aan met een blik van: waar maakt die jongen zich toch zo druk om? Naarmate ik in mijn betoog vorderde, kreeg hij echter meer begrip voor de zaak, zeker toen ik het urinoir te berde bracht.

Een urinoir of pisbak is, in tegenstelling tot hetgeen de naam doet vermoeden, geen ‘bak’, maar een ‘vlak’, waarmee ik weer terugkom op de horizontale dimensies van zo-even. Je ketst met je straal op een vlak dat loodrecht op de straal staat. Je hoeft geen briljant natuurkundige te zijn om te kunnen voorzien dat ook dit spetters geeft. Als je als kerel met je handen je instrument in de bak mikt, ervaar je dit fenomeen ook in de vorm van natte handen. Mijn ervaring heeft me inmiddels geleerd dat het de truc is om met de ronding van de pot mee te pissen om zoveel mogelijk de consequenties te minimaliseren. Handen wassen na het plassen is dus niet noodzakelijk vanwege het plassen an sich, maar vanwege de consequenties van het plassen in de – verkeerd ontworpen, lees: niet-functionele – pot. Een logische stap is om – letterlijk – een stap achteruit te doen, waarmee we – figuurlijk – nog verder van huis zijn. Dit werkt in eerste instantie spetterreductie in de hand, edoch ik hoef u niet uit te leggen dat er wegens het mik- en afknijpproces enig residu naast de pot belandt.

Ik concludeer: een hopeloos ontwerp. Designers vieren vervolgens al hun creatieve vermogens bot op bromvliegen die in de pot worden gebakken als mikpunt, waar ik meteen aan toevoeg dat je beter met de ronding van de pot kunt meeplassen, dan op de vlieg. Tijdens het WK voetbal vond ik een heuse grasmat met doel in mijn pot waar ik met een bal in kon scoren met mijn mannelijke straal. Laatst in het dartcafé betrof het een bulls eye. Het aardige is dat veel dames hier nog nooit van gehoord hebben en het pas geloven als ze het met eigen ogen – en rode oortjes – hebben mogen aanschouwen, maar dit terzijde.

Alle genoemde oplossingen zijn echter van het type symptoombestrijding en – letterlijk – dweilen met de kraan open. Als ik op de grasmat mik, spettert het nog steeds. Waarom geen aangepast en functioneel ontwerp van de pot? Bijvoorbeeld een prachtige bloemkelk met diepe stamper die pas na 60 centimeter eindigt in een zwanenhals? Uiteraard een kelk met uitsparing aan de voorzijde, zodat je niet met je instrument contact met de pot maakt. Ik hang mijn instrument in de kelk, urineer in de diepe stamper, zonder mijzelf en veel belangrijker: mijn buurman, onder te spetteren. Er is niets zo erg als na een avond stappen, je plasje doen terwijl een dronken buurman tegen je aan staat te lallen (spetteren uit de mond) onderwijl ook nog eens met zijn krachtige straal een dubbel-effect sorterend. Dubbel gespat, zeg maar. Nu is er een ontwerper geweest die een urinoir ontwierp in de vorm van een vrouwenmond met prachtige dikke, rode en zwoele lippen. Enerzijds was dit ontwerp voor veel respectabele etablissementen te gewaagd, maar anderzijds ging hij weer uit van het bestaande ontwerp en niet van de gebruikerswensen.

Dit alles illustreert dat bij de Design Academy design boven functie gaat en ik kan oprecht namens alle mensen in Nederland zeggen: ‘Het interesseert ons helemaal niets waar we in plassen (vorm) als we het maar droog houden (functie)’.

Aldus zou ik willen voorstellen om in het verlengde van het wereldwijde imago van de Dutch Design de naam van uw gewaardeerde en respectabele Instituut te wijzigen in Functional Design Academy en zo dus niet langer Dutch Design uit te dragen, maar Dutch Functional Design. Wij consumenten staan in ieder geval volledig achter u.

Design ademt de tijdgeest, houdt de designwereld ons voor. Op het toilet staat de tijd even stil; dat zal waarschijnlijk het euvel zijn.

Ik kijk uit naar uw reactie,

Een bestaansverwonderaar

PS Voor de lezer: nooit een reactie van de Design Academy mogen ontvangen (uiteraard).

[vimeo http://vimeo.com/33827113]

Geen reactie's

Geef een reactie