Jan Fokke Oosterhof | @Publicatie; Gastcolumn Trainingsinstituut Bijleveld
270
post-template-default,single,single-post,postid-270,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

@Publicatie; Gastcolumn Trainingsinstituut Bijleveld

@Publicatie; Gastcolumn Trainingsinstituut Bijleveld

Lef!

Afgelopen zomer liep Jan Fokke Oosterhof ongetraind de vierdaagse…
Dat had nogal wat gevolgen en daarvoor werd hij behandeld door ‘onze’ Ilse van der Zee. In zijn column schrijft hij met humor en zelfspot over zijn ervaringen.

Een confronterend bezoekje aan de fysiotherapeut

Juli 2010 – Ik loop de Nijmeegse 4Daagse, ongetraind. Een leek zou zeggen: ‘Dat is onverstandig’. Een verstandig iemand zou dat ook zeggen: ‘Als je vier keer 50+ kilometer wandelt, ongetraind, dan is dat op z’n zachtst gezegd niet zo handig, dat is vragen om problemen.’ Om misverstanden meteen maar uit de weg te ruimen: die persoon heeft het bij het rechte eind. Edoch, ik vind het leuk om te kijken hoeveel ik fysiek en mentaal aankan, ongetraind. Je grenzen opzoeken, heet dat. Welnu de 4Daagse kan ik aan. Ik heb wel mijn grenzen een beetje verlegd. Wat was het geval?

Ons 4Daagsemotto was: binnen 8 uur elke dag binnen, dan kun je precies vanuit je luie stoel de Tour (de France) kijken. De snelle rekenaar concludeert meteen dat je dan bij dagafstanden van 50+ kilometer een gemiddelde van tegen de 7 km/ uur moet lopen of zelfs meer. Daarin zat hem het venijn. Op de derde dag waren we aan het speedmarsen met 7,3 km/ uur en toen zei mijn been (zeer terecht overigens): ‘Knulletje, zoek jij het maar fijn zelf uit.’ Een scheenbeenpeesontsteking.

Voor de leek: het kan op korte termijn niet echt kwaad, maar je kan er niet omheen en bij elke stap ga je door het plafond van de pijn. Dat is lastig als je 60.000 stappen op een dag moet maken. Dat combineert nogal beroerd. Zo liep ik dus mijn laatste dag op het tandvlees en een pijnlijk onderbeen te hinkepoten als een stuk aangeschoten wild. De grenzen waren dichtbij. Ik citeer enkele stukjes uit mijn dagboek:

‘…Slechts één enkele remedie gaat me de dag doorhelpen: Kap Bambino. Ik zet het volume op maximaal en begin mijn lijdensweg. Elke stap doet pijn en zendt via de fijne neurotransmitters steken naar mijn hersenen. Toch is het in die eerste uren niet zozeer de pijn, als wel de gedachte dat hij nog tien a elf uren zal aanhouden en alleen maar erger zal worden. Op tientallen manieren probeer ik subtiele wijzigingen aan te brengen in mijn afzet en afwikkeling. Het helpt voor geen meter. De scheen is dik en het ei groeit tot iets van struisvogelachtige proporties. Ik probeer zo monotoon mogelijk te lopen, waarbij ik het linkerbeen inzet als een pendule. De kunst is de maximale reikwijdte van de pendule te benutten, de baan waarbij de voet en het onderbeen net niet teveel scharnieren. Telkens als ik er maar één millimeter overheen ga, word ik terechtgewezen en moet ik mijn tempo weer temperen. Al snel begint mijn rechtervoet op te spelen. Links ontlasten, betekent rechts overbelasten. Dit is in één woord: k… Nog 48 kilometer te gaan…
… Ik moet een groep soldaten laten gaan, ze gaan 0,1 kilometer per uur te hard. Eenmaal alleen verval ik in een veel lager tempo en bijbehorend zelfmedelijden en eenzaamheid. De zon komt op, de colonne dendert voort en ik ben langzamer dan alles en iedereen om me heen. Ik ben me bewust van elke stap en in mijzelf gekeerd komt alles heel helder binnen. Pijnprikkels en muzieknoten en langzamerhand duwen de prikkels de noten weg. De pep van de muziek raakt uitgewerkt. Geïsoleerd als ik ben, wordt mijn wereld nog kleiner en het tempo dat er nog was, vervalt in een sukkelgangetje. Golven van pijn stromen door mijn kop. Er lijkt zich in mijn been een bowlingbal te bevinden die klopt en schudt en niet bij mijn lichaam hoort…
… De enige vraag die resteert is: waarom? Waarom onderga je deze lijdensweg en stap je niet gewoon ergens lekker op de bus? Omdat je jezelf een doel stelt en dan alles uit de kast haalt om je doel te halen. Mijn euforie zal zo meteen tijdens de intocht zo vele malen groter zijn dan wanneer alles van een leien dakje was gegaan. Als ik me helemaal in de rondte had getraind en alles was vanzelf gegaan, had ik niet deze euforie en verdieping ervaren. Nu is het mijn intocht, mijn moment, daarom ben ik denk ik toch verder gegaan, ook al heb ik de achterkant van pijn gezien en heb ik nog nooit zo lang, zo diep afgezien. En toch, door de dieptepunten te doorleven, krijgen de pieken meer waarde. Door de pijn word je wereld heel klein en maak je alles heel bewust mee. Je bewustzijn vernauwt zich. Nu, tijdens de intocht opent mijn bewustzijn zich weer en komt alles in golven binnen: applaus, herrie, muziek, euforie, endorfinen…’

Na afloop van mijn 4Daagse pak ik voor het eerst sinds jaren de hardlooptrainingen weer actief op. Ik nam tijdens de 4Daagse deel aan een onderzoek naar drukpunten in de voet. Ik moest op de weegschaal gaan staan en concludeerde dat ik maar liefst 13 kilo boven mijn cruisegewicht opereer. Voor mij markeerde deze 4Daagse het startpunt van een periode van keihard trainen en afvallen.

Aldus herstel ik twee weken van mijn pijnen en begin mijn trainingsregime. Al snel blijkt dat de directe pijn wel weg is, maar de consequenties nog niet. Ik blijk volgens collegae mijn linkerbeen niet goed achterwaarts door te trekken; ‘hakkenbillen’ voor de leek. Zelf ervaar ik een gemis aan kracht en heb ik na afloop van de training aan de linkerkant een dove bil. Normaal gesproken ben ik van overtuiging dat dit slechts een kwestie van tijd is. Ik ken mijn lichaam buitengewoon goed en ik ben in twintig jaar hardlopen eigenlijk nog nooit echt geblesseerd geweest. Na overbelasting heeft het lichaam tijd nodig om de balans te herstellen; het systeem moet zich re-settelen. In de volksmond: het rot wel weg. Na enkele weken intensief trainen, rot het toch niet snel genoeg weg. Mijn euvel irriteert me en het belemmert me in mijn trainingsvreugde. Een bezoekje aan de fysiotherapeut dan maar.

Ze zit in de kelder van het pand en werkt er nog niet zo lang. Ze stelt me talloze vragen die ze vastlegt in haar elektronische patiënten dossier en ze hoort geduldig mijn relaas aan. Het causale verband is nogal transparant: overbelasting leidt tot klachten. Ik had het zelf kunnen inkloppen in haar dossier. Ze denkt waarschijnlijk: wat doet die jongen hier, hij weet dondersgoed waar hij mee bezig is. Dat klopt, maar ik wil oefeningen, de blik van een professional.

‘Kleed je maar uit!’, is haar gebod.
Daar sta je dan. Inmiddels 83 kilo schoon aan de haak. Op sokkenvoeten sta ik in mijn zwarte slip voor de spiegel. Ze zit op een pianokrukje achter me en analyseert mijn fysiek. Ik ook. Ik zie een dikke pad op sokken, een lillende pens met hangschouders, een smeuïge rollade zonder de touwtjes om hem bij elkaar te houden. Na je 35e krijg je een band om je middel als je je niet netjes gedraagt en op je intake let, een stootkussen. Meen ik daar enige spot in haar ogen te bespeuren…? Ze heeft confronterende spiegels, mijn fysiotherapeute. Ik zie een spekrug waar de vetmetingsklem op vast zou lopen. Collega Paul zegt dan: ‘Dat kan wel zo zijn Jan, maar je loopt wel twee marathons in een week en het Zwitsers Nationaal Kampioenschap berglopen en de 4Daagse, ongetraind.’ Op mijn beurt zeg ik dan: ‘dat kan wel zo zijn, maar daar koop ik hier niets voor and I’m not the man I used to be.

Ter plekke besluit ik nog fanatieker te gaan trainen. De fysiotherapeute is milder: ‘Je schouders hangen recht (op de pianotoets na die ik heb overgehouden aan een mountainbikeongelukje), je heupen staan recht, je onderrug staat mooi recht, je kniebuigingen zijn in balans en symmetrisch en je looppatroon is technisch correct.’ Dat laatste had ik zelf ook reeds geconstateerd. Ik ben het product van jarenlange baantrainingen en loopscholingsoefeningen. Ik breng haar en passent de ‘skippings’ en ‘tripplings’ bij, die zij wel kende, maar onder een andere naam (krijg ik nu korting?).

Haar analyse: door het 50+ km hinkepoten als een manke gazelle is mijn linkerbil wat overontwikkeld. De kniehef gaat daardoor uitstekend, maar de bil zit in de weg bij het naar achteren doorstrekken van mijn been. Ik heb een arsenaal aan oefeningen meegekregen en merk meteen verbetering. Ik constateer dat ze een bijzondere baan heeft: op een krukje zitten en halfnaakte mannen op sokkenvoeten analyseren voor een aantal (nietsverhullende) spiegels en de meest exotische oefeningen laten uitvoeren. Het summum is de oefening waarbij ik op de rug lig, voetzolen op elkaar zet en met gebogen benen de knieën zo ver mogelijk zijwaarts naar buiten moet duwen, in mijn zwarte slip. Gelukkig constateer ze dat er geen enkele bewegingsremming is.

Een confronterend bezoekje aan mijn fysiotherapeut!

Ps. Deze column is volledig voor eigen verantwoording en rekening. Het betreft mijn interpretatie van de gang van zaken. Ik ben bijzonder content met mijn fysiotherapeute en dank haar voor de professionele analyse en behandeling. Ik ben genezen! Als en fitte jonge gazelle draaf ik door de herfstbossen, of draaf ik nu door? Bedankt!

Geen reactie's

Geef een reactie