Jan Fokke Oosterhof | Dagboek van een hardloper; safari-joggen en het openen van een weg
538
post-template-default,single,single-post,postid-538,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

Dagboek van een hardloper; safari-joggen en het openen van een weg

Dagboek van een hardloper; safari-joggen en het openen van een weg

Safari-joggen; de hertjes revisited – 26 februari 2011 – Na het succes van de vorige keer – de herten vlogen ons om de oren – heb ik de smaak te pakken. Met hard- en voormalig toploper Dick van den Broek en zijn vrouw Barbara start ik vanaf hotel Postiljon in Arnhem. Dick heeft nog tegen de groten der aarde gerend; Krotwaar, Tanui, Tergat en anderen. Dick die eerst met de toppers liep, loopt nu met mij en de hertjes.

Zijn vrouw doet wat elke vrouw zou doen op de avond voor een hardlooptocht; ze organiseert een kledingparty. Met drie kakelende vriendinnen, waaronder mijn lieftallige vrouw, worden alle restjes kleding op een grote hoop gedonderd, waarna eenieder er om beurten iets uit trekt naar eigen smaak. Barbara is op zoek naar een camouflageoutfit en komt uit de strijd met een roze minirok en een beige ski-jack met roze stippen, beide de restjes van mijn echtgenote. Het zal de herten morgen duizelen voor de ogen. Dick en ik kijken hoofdschuddend op het spektakel toe. Wij houden geen kledingparty, wij gaan de kroeg in en drinken bier met borrelnoten en hebben de grootste lol.

Dick oppert: ‘Lachen Jan, als die kerels morgen een hert spotten en met hun verrekijkertjes staan te gluren, trek ik opeens een enorme gun uit mijn rugzak en dan schiet ik dat hele hert aan flarden. Als ze dan een beetje onthutst kijken, zeg ik: het was toch met wildgarantie?’ Ik vind het een briljant idee en opper dat ik mijn kop zwart zal schilderen. Uiteindelijk houden we het er op dat we gewoon met 19 kilometer per uur zullen vertrekken om onze gidsen op stang te jagen.

Samen met Dick en Barbara arriveer ik in Arnhem op de parkeerplaats voor hotel Postiljon. Per auto rijden we nog een stukje verder. Het valt ons op dat onze gidsen rijden als idioten. Binnen enkele seconden zijn ze uit het zicht verdwenen op een rechte weg zonder enig ander verkeer. Dick volgt vakkundig op volle snelheid en meteen zijn we goed wakker. De adrenaline gutst door de aderen. Gelukkig lopen deze kerels niet zoals ze rijden.

Als we inmiddels rennend het tunneltje onder de snelweg door passeren en de natuur in hollen, is het meteen raak. Een roedel grijze damherten steekt van links naar rechts het pad over. Meteen staan we op scherp. Had ik de vorige keer net een borrel achter de rug en aansluitend een shoarmaschotel, nu heb ik een deo van dennengeur op en ik voel me een stuk fitter. Dat laatste komt uistekend van pas, want met kerels als Dick in je peloton ga je niet passief hertjes kijken. Nee, dan ga je actief in de achtervolging. 

Niet veel later zit ik dan ook middenin een wilde achtervolging. Op mijn ASICS-muiltjes stuif ik over de heide. Nadat we met verrekijkers een roedel edelherten op de heide hebben gadegeslagen, verdwijnen ze over de helling uit het zicht. Meteen zetten Rob en Dick een geruisloze sprint in naar de top van de helling. Dick loopt meteen op de toppen van zijn tenen alsof we middenin vijandelijk vuur zitten. Hij heeft dezelfde aandoening als Rob; wildpassie.

Ik volg met Barbara die een geheel eigen wijze van hardlopen heeft ontwikkeld. Haar stijl kenmerkt zich door een zogeheten penduleschommel van de benen. Gestrekte benen overigens. De Keniaanse kniehef en de Surinaamse Hakken-bil zijn aan Barbara voorbijgegaan. Het deert niet, met haar zo kenmerkende pendulepasje zet ze als een gezwinde hinde de achtervolging in, mij spartelend in laatste positie achterlatend. Dit ken ik nog van de Posbankloop (15k) van twee jaar geleden. Toen kwam ze vanuit het achterveld opzetten om gelijktijdig met mij te finishen in een veel betere nettotijd.

Terwijl we zo geruisloos over de heide galopperen duiken opeens overal om ons heen grijze damherten weg. Deze units weten dat ze een prachtig camouflagehuidje hebben. Tot voor kort stonden ze stil, met hun witte Bambi-achterste van je af en één poot voor hun kop om de witte Colgate-smile te verbloemen, precies zoals een witte ijsbeer zijn zwarte neus verbergt als hij zeehonden op de hielen zit. Ze stonden onopgemerkt te gluren naar het schouwspel dat zich voor hen voltrok. Vier kerels en een dame, geruisloos hobbelend in zwarte kledij, bij elk miniem geluidje tot stilstand komend, verrekijkers trekkend en met ogen op steeltjes de heide afspeurend. Dit alles in de illusie dat een en ander onopgemerkt bleef en we opgingen in de omgeving terwijl tientallen herten ons stonden uit te lachen, een en ander verbloemend met een pootje, vanwege ons kansloze gedrag. Nu stuiven ze weg omdat we te dichtbij komen.

Het doet me denken aan mijn vakantie naar Noorwegen met vriend Niels, ongeveer 18 jaar terug. In de avondschemering zaten we voor de tent met een kop koffie, toen opeens een gigantische rendier uit de bosjes kwam en nonchalant op ons toekeek. Als hij wegwandelt zetten we de achtervolging in naar de top van een kale helling. Het rendier verdwijnt enkele meters voor ons over de top uit het zicht. We haasten ons en als we enkele seconden later de top bereiken, ontwaren we een kale vlakte. Geen bomen, geen struiken, geen glooiingen en bovenal: géén spoor van een rendier. Opgelost als tante Sidonia achter een twijgje, als een mol in een kuiltje. Je krabt je op het achterhoofd en vraagt je af of ze kunnen graven. En zo ja, hoe snel dan wel niet! Zo ook hier, lachend staan ze elkaar in de bosjes signalen te geven om zo nu en dan even te verschijnen voor het eigen vermaeck. En wij maar enthousiast op en neer rennen.

Een half uur later stuiten we op een eenzame dame die met haar fototoestel door het bos wandelt. Verzonken in gedachten krijgt ze vast een rolberoerte als wij zo om zeven uur in de ochtendschemering haar van achteren voorbij rennen. Ze laat het in ieder geval niet merken.

Als we over een klein bospaadje door het bos kronkelen begint ook Dick het spel te doorgronden en gebaart ons waar de herten zitten. Verbeeld ik het me of haalt hij daar zijn neus op. Hij zal toch niet net als gids Rob de herten kunnen ruiken? Na een kilometer of tien duiken opeens links van ons twee gigantische edelherten met gewei op in de hei. Ze kijken hooghartig en huppelen beheerst weg. Lang nadat ze uit het zicht zijn, dansen de geweien nog aan de horizon. We worden er stil van en houden het na een tocht van 17,5 km voor gezien. Ik moet immers vanmiddag nog een wedstrijd lopen ter gelegenheid van de opening van de N322. Safari-joggen en rennen om een weg te openen; twee werelden.

Met dansende geweien aan de horizon verlaat ik meimerend het bos.

Meer informatie: http://www.safari-joggen.nl

De N322-Loop

Ofwel hoe opent een hardloper een weg?

26 februari 2011 – De opening van een weg, altijd een unieke aangelegenheid om een loopje aan te koppelen. In dit geval betreft het de N322 en geheel conform het verwachtingspatroon reis ik af naar de gelijknamige N322-loop. Er zijn slechts 1.000 deelnemers toegestaan en zonder enige actieve marketing zat de loop binnen korte tijd vol. Het tracé dat geopend wordt, sluit de N322 die vanuit Nijmegen het land van Maas en Waal inloopt, aan op de Prins Willem Alexanderbrug die over de Waal loopt en de Betuwe aansluit op het Land van Maas en Waal. We lopen het stuk tussen Wamel en Druten, dus uit die plaatsen staan tientallen lokale toppers aan de start met een actieve schare supporters aan weerszijden van het stuk weg. Ik neem deel samen met vriend Niels die is opgegroeid in Wamel. Daarmee ben ik in het nadeel; hij kent de weg…

Ik liep tweemaal eerder een loop als deze ter gelegenheid van de opening van de N11 tussen Leiden en Alphen a/d Rijn en Bodegraven en Alphen a/d Rijn. In beide gevallen liep ik in de prijzen met een derde plaats. Ik heb dus goede herinneringen aan dit soort loopjes.

Een aantal dingen sprongen eruit.

In de eerste plaats het exotische parcours: de helft rechtuit heen, de andere helft rechtuit weer terug in omgekeerde richting. Afleiding vind je in een brug of viaduct. Je hoeft dus niet over ‘hogere navigatiekunsten’ te beschikken om ‘de weg’ te vinden. Ik vind het dan ook opmerkelijk dat het enige ernstige ongeluk dat ik ooit in mijn hardloopcarrière meemaakte op een van deze loopjes plaatsvond. Iemand dook in de vangrail… De vellen hingen aan armen, benen, romp en gezicht en hij bloedde als een rund. Voor de goede orde: je hebt een (hele) lege weg tot je beschikking – auto’s zijn (nog) niet toegestaan – en je kukelt de vangrail in? Dan wordt het tijd te onderkennen dat je talent ergens tekort schiet. Tijd voor een andere sport, ik adviseer curling of bowlen.

Het tweede dat me te binnen schiet, is de bijzondere gewaarwording van zeven kilometer lang de wind, de regen en de hagel horizontaal van links. Bij de finish een heel peloton van renners dat links verkleumd, wit en gevoelloos was en rechts gloeiend, rood en warm. Na mijn derde positie had ik enige moeite de pers te woord te staan met mijn slechts half functionerende mond en hoofd.

Vandaag zijn de omstandigheden niet anders. Het regent, het is nat, vochtig, nevelig en bovenal waterig en klam. We laten ons dan ook door de vader van Niels bij de start uit de auto zetten in de enkelhoge modder. Daar stuiten we meteen op onze eerste bevinding ten aanzien van de weg die geopend wordt. Voor de ‘opening’ van een weg, is deze weg niet bijzonder af. De deklaag mist, de strepen missen, soms mist zelfs de onderlaag en naast de weg enkeldiepe modderpoelen. Misschien was de N322-geitenpad-loop een betere betiteling geweest.
We waden door de blubber naar de start. Er is een tent neergezet om sponsors, lopers, toeschouwers en organisatie droog te houden. Het is nogal dringen geblazen, maar daardoor wel aangenaam warm. Tv-presentator Jochem van Gelder van dat programma met al die bijdehante kinderen die nog bijdehantere vragen stellen, praat vandaag de boel aan elkaar. Hij komt uit een van de omliggende dorpen (in de volksmond een ‘gat’) en is daarmee een BN-er uit het Land van Maas en Waal. Waarschijnlijk ook meteen de enige. Het geeft hem vast een ongekende sterrenstatus alhier. Ondanks zijn verzopen uiterlijk weet hij dan ook uiterst vrolijk te blijven bij dit naarstige klusje.

Op het moment dat wij plaatsnemen in de tent interviewt Jochem net het meisje dat eerste is geworden op de kinderloop. Hij stelt de intelligente vraag: ‘Wat vond je van het parcours?’, waarop het meisje een zo mogelijk nog intelligenter antwoord geeft: ‘Is goeie weg’. In een aantal opzichten ben ik het met haar eens. ‘Het’ voldoet inderdaad aan een weg: een smalle strook van het land die geschikt gemaakt is voor het wegverkeer. Wegen zijn meestal verhard om de begaanbaarheid voor voertuigen te verbeteren of mogelijk te maken.

In een aantal opzichten ben ik het absoluut niet met haar eens. De deklaag mist en dus ren je over een spiegelgladde onderlaag. Bedenk daarbij dat bouwverkeer olie lekt, voeg daar H2O aan toe en – ik dacht niet dat ik dit als hardloper ooit nog eens zou zeggen – ik heb last van olievlekken op de weg. Bij elke stap glijd ik weg in de afzetfase en ik piep over de weg als een oude schommelstoel. Verre van ideaal.

De laatste minuten voor de start verlaten we Jochem en de tent voor het nodige rek- en strekwerk. Als ik mijn veters tot wedstrijdsterkte aansnoer (tot bloedens toe in verband met de beste feeling met het asfalt) zegt Niels opeens verontwaardigd: ‘Ja duh, zo kan ik me toch niet concentreren!’  Verdwaasd kijk ik op en Niels knikt. Als ik in de richting van zijn knik kijk, snap ik wat hij bedoelt. Er staat een triatlete met een prachtig afgetraind lichaam. Gespierde bovenbenen, een gebruinde huid en lange blonde lokken als gevolg van trainingsstages naar verre, zonnige oorden, vleugels op haar gespierde rug als gevolg van zwemtrainingen en een lichte, zelfverzekerde tred. Voor een vrijgezel als Niels is dit ongetwijfeld afleidend, de zogeheten overdrachtelijke kat op het spreekwoordelijk spek. Mij doet het niets. Het moet Niels een – wederom overdrachtelijke – doorn in het oog zijn, dat ik haar direct vanaf de start kan volgen en hij niet. Ze gaat voortvarend weg en samen zetten we de achtervolging in op de kopgroep.

Bij het keerpunt roept Niels me toe dat ik op de 27e positie lig. Ik lach hem vriendelijk toe waarna hij met rood hoofd en verbeten trek meteen een versnelling inzet. Ik heb mijn voorgangster dan al moeten laten gaan en piepend en glijdend spartel ik om Niels voor te blijven. Twee dingen worden helder: het parcours is niet saai, het is dodelijk saai. Een half voltooide weg ingebed in natte klei. Hier wil je nog niet dood gevonden worden. Ik besluit vooral niet te dicht in de buurt van de vangrail te komen.

In de tweede plaats is die 17,5 kilometer Safari-joggen van vanochtend natuurlijk heel moeilijk te rijmen met een hoog aanvangstempo en een snelle wegwedstrijd. Ik kan dit tempo namelijk nooit vasthouden. Het was enkel en alleen bedoeld om Niels in de beginfase van de wedstrijd te demoraliseren en nu zal hij het me vast betaald zetten. Ik ben er eigenlijk wel een beetje klaar mee en nu moet ik nog gaan uitkijken ook. Op routine volbreng ik mijn race. Ik laat judoka Niels die loopt als een gespierde Bokito op spillepoten, net achter me. Ik volbreng mijn 12,6 km in 57.16 en gelukkig hoef ik Jochem niet te woord te staan met mijn half verkleumde kop. Als hij zou vragen: ‘Wat vind je van het parcours?’, zou ik antwoorden: ‘Ik ga een plekje ontdekken, weg van de (half voltooide) snelweg.’

Nawoord van Niels:

Ik kende de weg niet… het is immers een nieuwe weg, die loopt op een plek waar eerst helemaal geen weg was. Ik ken de omgeving hooguit. Maar die is net zo vlak en landelijk als de rest van onze aangespoelde zandplaat die wij Nederland noemen. Wellicht dat ik meer aan de landelijke luchten gewend ben die hangen rond de dorpen van mijn jeugd. 

De Betuwe en met name Tiel kent behoorlijk wat BN-ers die wereldberoemd zijn in heel Nederland, zoals Isa Hoes (de vrouw van voormalig acteur Antonie Kamerling en zelf ook actrice) en nog beroemder Mary Dresselhuys (actrice), Frank Govers (modeontwerper), Simon Tahamata (voetballer), Frans Duits (smartlap) en niet te vergeten Jomanda (tovertante). Jochem van Gelder (praatjesmaker) is inderdaad een boerenjongen die het tot de Nederlandse televisie heeft geschopt, maar ook hij komt uit het Land van Maas en Waal (nl. uit Beneden Leeuwen) en niet uit de Betuwe. 

Mijn eindtijd was 57:38, 22 seconden langzamer dan jij. Ik mag dan spillepoten hebben en geen hangbuik zoals jij, maar ik vind het erbarmelijk. Ook als je al 17 km op Safari bent geweest. 

Tenslotte: het was niet heel moeilijk om uit de buurt van de vangrail te blijven, want die was er niet… (maar dat is in de dichterlijke vrijheid van het grapje is dat je vergeven hoor). 

Meer informatie: http://www.gelderland.nl/n322-loop/

http://www.dijkenloop.nl/website/?m=278 

Ps supporters bedankt voor de aanmoedigingen en droge kleren!

Geen reactie's

Geef een reactie