Jan Fokke Oosterhof | Verslag 2e training mensen met MS lopen de Apeldoornse 4Daagse
574
post-template-default,single,single-post,postid-574,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

Verslag 2e training mensen met MS lopen de Apeldoornse 4Daagse

Verslag 2e training mensen met MS lopen de Apeldoornse 4Daagse

Als trainer ben ik betrokken bij het inspirerende project ‘Mensen met MS lopen de Apeldoornse Vierdaagse’. Een bijzonder team van mensen wil een statement maken, namelijk dat de beweging niet stops als je de diagnose MS krijgt. Je moet uitgaan van je krachten en mogelijkheden en het verleggen van grenzen begint bij jezelf. Lees het verslag van de 2e training in Oirschot.

Kijk ook eens op de website die ik voor het project heb gemaakt.

Kijk ook eens naar de mooie foto’s van fotograaf Niels Huneker op deze website aan de rechterzijde.

3april 2011- Het Beerzenpad in Oirschot lopen we vandaag als training voor de 4daagse. De NS maakt het me niet makkelijk vandaag; er rijden geen treinen tussen Nijmegen en Oss. De vervangende bussen gaan rijden op het moment dat de treinen zouden gaan rijden, maar rekening houdend met een langere reisduur, kun je dan dus nooit meer vroeg arriveren. Lees: Beste NS, de bussen moeten dus relatief vroeger gaan rijden. Nu moet ik met de trein via Utrecht. Aldus gaat mijn wekker om 6.25 uur. Daar waar mijn vrouw een uurtje nodig heeft, ben ik gelukkig in enkele minuten wel klaar. Ik ga dus om 6.45 uur de deur uit zodat ik om 9.45 uur in Oirschot kan zijn. Drie uur voor een afstand van 62,5 kilometer. Wandelend zou het een goede 4daagsetraining geweest zijn, ware het niet dat we in Oirschot al 24 km gaan lopen. Zo leuk is wandelen nu ook weer niet.

Navigatiekunsten

Ik arriveer na ruim een uur en 40 minuten in Den Bosch, waar ik instap bij Niels om door te rijden naar Oirschot. Gelukkig heeft Niels de route geprint want Oirschot blijkt een groter gat dan ik gedacht had. De routeplanner stuurt ons door steegjes, zo smal, dat zelfs de kleine auto van Niels aan beide zijden de oude huisjes dreigt te schampen. Opeens rollen we een steeg uit en staan we met de neus voor Bistro de Oude Smitse. Hoezee voor de navigatiekunsten van Jantje F.

Koffie

De auto met Jolanda, Petra en de ouders van Petra staat reeds geparkeerd op het marktplein. Zo heken je de fanatiekste lopers. Jolanda is er voor het eerst bij en maakt haar aanwezigheid kenbaar met een brul en de opmerking: ‘’s ochtends ben ik niet in mijn element’. Gelukkig maakt ze dat naarmate de dag vordert ruimschoots goed. Er volgt nog een KOFFIE! uit haar richting met een zware bromstem en dan verschijnt langzaam de eerste glimlach op haar gezicht.

Drie blaren waarvan een al voor de start

De bestelling is eenvoudig op dit uur: 15 koffie en 1 thee. Fotograaf Niels, de eeuwige dwarsligger die de rails bij elkaar houdt. Dan komt gelukkig ook Ronald Klinkhamer grijnzend binnen. De eerste training moest hij door een terugval missen, nu maakt hij dat ruimschoots goed met zijn aanwezigheid en… twee blaren, waarvan een al voordat er een stap is gezet. Dan ben je fanatiek! Als wandeltrainer ben ik bij deze enthousiaste groep zwaar overbodig, maar nu grijp ik deze ene blaar met twee handen aan om mijn toegevoegde waarde te bewijzen. Ik tape als een dolle en het tape zit dan ook tot zijn knieën als ik klaar ben. Leo komt binnenvallen met zijn gebruinde kop, hij heeft net weer een week in Zuid Frankrijk gezeten. Dan volgt Ronald Dekkers van het Nationaal MS Fonds. Hij heeft nog geen voet over de drempel gezet of hij slingert al – naar goed gebruik – een hatelijke opmerking in mijn richting, waarna de rest van de dag zijn MS-blauw-past-bij-jou-trainingspak mijn mikpunt van spot is. Hij loopt op anatomisch zeer verantwoorde hardloopschoenen en dat moet hij, zo blijkt na afloop uit een sms, bekopen met een blaar;-) Drie blaren zijn de oogst van de dag.

Rood zweet gutst

Nadat de laatste dames hun toiletbezoek hebben afgerond, maakt de groep aanstalten om op pad te gaan. Het is prachtig, zonnig weer en de sfeer zit er direct goed in. Leo en Margreet pakken meteen zoals vertrouwd de kop en Ronald K. blijkt ondanks zijn blaren makkelijk te kunnen volgen. Wat wil je met benen van 1.40 meter! Petra moet op haar beurt drie stappen maken om één stap te overbruggen. Ze werkt zich in het zweet dat haar gezicht rood kleurt. Past uitstekend bij haar rode haar overigens.

Loop je eigen tempo!

Belinda en haar vriend hebben ondanks een prachtige tocht bij hen n de regio – 30+ km – de moeite genomen om deze kant uit te komen. Ze wonen in een uithoek van het land en zijn dus veelal de klos. Hun aanwezigheid wordt des te meer gewaardeerd. Belinda is met al haar positieve energie een aanwinst die de achterhoede dekt conform het wijze adagium ‘Loop je eigen tempo’. Ze traint veel en weet exact welk tempo voor haar optimaal is. Haar vriend loopt stevig door, maar zoals ze heel adrem opmerkt: ‘Wie draagt hier de bagage? Hij wacht zo wel op ons als hij honger of dorst heeft!’ Een stel dat emancipatie hoog in het vaandel heeft.

Pijn is een illusie

Arie is de stabiele factor in het team. Hij loopt ergens in het midden en je hoort hem niet. De woorden ‘ver’ en ‘pijn’ zijn hem onbekend: ‘Gewoon je gevoel uitschakelen, het ene been voor het andere zetten en gaaaaaaaan!’ Een man naar mijn hart. We lopen langs de Beerze en we moeten opletten voor wielrenners (lees: gefrustreerde midlife-mannen met te duur materiaal en een hangbuik die juist in de buurt van wandelaars gas bijgeven). Het mag de pret niet deren, we lopen rechts en zo nu en dan klinkt een ‘fietser voor’ of ‘fietser achter’, waarna eenieder als mak schaapje netjes aan de kant gaat.

Niels en het hondbeest

Over schaapjes gesproken. Wanneer we een blaffende hond passeren vertel ik hoe Niels ooit een hond mores heeft geleerd. ‘…Niels fietst elke dag naar school over een lange dijk langs de Waal, tussen Wamel en het voetveer naar Tiel. Elke ochtend sluit hij aan in een lange stoet van fietsers die zich tegen weer en wind verplaatst richting het pondje. Elke ochtend is daar ook die hond, die zich tegoed doet aan scholieren. Ook Niels moet eraan geloven en heeft hem al enkele malen aan de broek gehad. De grijpgrage kaken van het dier zetten zich in broekspijpen, tassen en jassen. Dan op een dag heeft Niels er genoeg van. Hij wil een gebaar maken voor alle scholieren die bang zijn en elke ochtend plaatselijk een versnelling moeten doorvoeren. In alle vroegte trekt hij zijn zwarte legerkisten aan, smeert wat extra pindakaas op zijn brood voor de kracht en springt op zijn stalen ros. Hij verricht zijn kopwerk in het peloton, maar eenmaal in de buurt van de plek des onheil laat hij zich afzakken, zelfs zo ver dat hij de aansluiting met het peloton verliest.

Een hond van de dijk

Eenzaam ploegt hij voort, terwijl ij in de verte het keffertje zijn werk ziet verrichten. Als het peloton gepasseerd is, blijft de hond alleen achter op de dijk, vervaarlijk blaffend en hijgend. Midden op de dijk kijkt het dier nu eens links, dan eens rechts tot het Niels ontwaart aan de einder. Ferm gaat het hondbeest staan, met de poten wijd. Met de borst naar voren, midden op het asfalt, de tanden ontbloot. Niels op zijn beurt kent geen angst en zet wat aan. De afstand tussen beide wordt kleiner tot een meter of honderd. De hond stapt richting Niels en komt in beweging, tot een draf volgt. Niels schakelt bij en gaat op de pedalen staan. Het moment van impact komt naderbij. Op het laatst gaat Niels stevig in het zadel zitten. Als de hond binnen tien meter komt, geeft hij een korte ruk aan het stuur, alsom het dier op het verkeerde pootje te zetten. Dan stuurt hij terug. De hond is verward en bevindt zich nu voor Niels aan de rechterzijde, precies waar hij ‘m hebben wil, zeg maar. Hij zwengelt zijn rechterbeen zo ver mogelijk achterwaarts, om vervolgens – net als het ondier wil attackeren – het been in een prachtige pendulebeweging terug te halen, zodat de stalen neus van de zwarte legerkist precies onder het kinnetje van het dier hoekt. Niels omgrijpt zijn stuur stevig en ziet hoe het dier in een perfecte boog piepend en jankend, achterwaarts de dijk af stuitert. Met de staart tussen de benen rent het zwalkend het hok in, om er voorlopig niet meer uit te komen. Mission accomplished. Als Niels vanaf dat moment ’s ochtends komt aanfietsen, weet de hond exact hoe laat het is en rent met de staart tussen de benen piepend terug de dijk af, z’n hok in. En Niels? Hij fietst op teenslippers, een subtiel overwinningsgebaar’.

Wandelen verbreedt je horizon

Een van de dames – we noemen geen namen – vertelt eenzelfde verhaal over een agressieve hond. In dit verhaal betreft het geen legerkisten, maar cowboylaarzen met stalen neuzen. En zo kom je dan – om terug te komen op schaapjes – bij een loopster die met haar brommertje op een plotseling overstekend schaap inreed. Door het wandelen, leer je elkaar beter kennen, zeg maar. Het verbreedt je horizon.

Door de drek beuken

Als we linksaf een mooi weggetje opdraaien, staat rechts van ons in het bos een prachtige, pittoreske, idyllische vakantieboerderij verscholen. Het is vakantiewoning ‘De Blokhut’. Niels en ik schudden elkaar de hand; hier gaan we een keer een weekend mountainbiken. Dan gebaart Leo ons de drek in te gaan. De mensen die daar moeite mee hebben, mogen de geasfalteerde weg nog 600 meter volgen. Eenieder walst zonder aarzelen de drek in; het stemt de gemoederen positief. Zelfs Petra rost met haar wandelstok door de bagger alsof het niets is. Dat is ook meteen haar aandachtspunt: ze heeft iets meer moeite met oneffen terrein, maar beukt gewoon door. Geen kinderachtig gedoe, volle bak door en gaan met die banaan.

Man van de dag

De man van de dag is Niels. Met zijn camera schiet hij van links naar rechts over het pad. Hij vliegt tussen de bomen door, ligt op het pad, klimt in een boom, vliegt over een brug, klimt op een dijk en hij vindt zelfs tijd om zo nu en dan zijn territorium te markeren. Eenmaal ligt hij bijna onder een midlife-man met een fiets omdat hij zo gebiologeerd met zijn camera staat te klungelen. Staan de tellers bij anderen straks op 24, bij Niels moet het zeker het dubbele zijn.

Snoep maakt vrienden

Als we een korte stop houden, trek ik een zak Winegums tevoorschijn. Koolhydraten-bommen die elke duursporter op waarde weet te schatten. Later heb ik spijt als ik van Ronald D. een prachtige foto krijg thuisgestuurd met de tekst: ‘Zo lang ik snoep heb, heb ik vrienden’. 18-6 voor Ronald. We steken dwars over de Landschotse heide, een mooi onaangetast stuk met een ven in het midden. Naast het water een bankje waar we een groepsfoto nemen.

Over haakneuzen en diepte

Niels geeft ons en passent een gratis cursus groepsfotografie. Twee dingen steken we van hem op:

  1. Als jij de camera niet ziet, ziet de camera jouw kop ook niet! Niels spreekt duidelijke taal.
  2. Zelf vind je je neus lelijk, maar andere mensen gebruiken hem om je gezicht te herkennen, het geeft je hoofd karakter. Houd je hoofd dus iets scheef om diepte te geven aan je gezicht.

En zo stuurt hij ons later de groepsfoto met de begeleidende tekst ‘een dramatische tafereeltje’. Ja, concludeer ik, 14 haakneuzen komen je tegemoet en de foto heeft veel diepte. Belangrijker: er staat een team, een enthousiaste groep mensen die iets moois gaat neerzetten en dat heeft Niels weten te vangen op de gevoelige plaat.

 

Baggeren door de blubber

Bij camping De Kempenzoom is het koffietijd. Er zit niemand op het terras dus zetten we enkele tafeltjes bij elkaar. Dat moeten we bezuren; de eigenaresse kijkt ons aan alsof ze zojuist 8 citroenen heeft opgevreten, zo zuur. Voorzichtig melden we haar dat we alles weer netjes terug zullen zetten, waarna er een – kleine – glimlach af kan. Het tweede deel van de tocht is een stuk zwaarder, of zoals Leo het treffend omschreef: een deel gaat over verhard terrein. Dit deel duidelijk niet. Het pad golft door de bossen via blubberpaden. Dit is nog eens trainen als je bedenkt dat de 4daagse slechts één kilometer onverhard kent, namelijk de finish waar je door bierbekertjes strompelt.

Potjes vet

We knallen door het bos en de kilometers vliegen onder ons door. Na een lang bospad zien we links aan de horizon de kerken van Oirschot weer opdoemen. De tellertjes staan dan al op 24 km, dus de training zal aanmerkelijk langer worden. Of zoals Petra stelt: ‘Nou ik vind die verrekte kerkjes niet echt dichtbij’. We passeren de snelweg en draaien het dorp in. Via hagelwitte woonwijken lopen we het pittoreske oude centrum weer in. Een mooie lange training zit er bijna op en dan kan het ook bijna niet anders…: ‘We zijn er bijna, we zijn er bijna…’ Och, och, wat ben ik blij dat er nog geen potjes vet voorbij zijn gekomen.

Trainen is afzien

De dag eindigt op twee loungebanken die geposteerd zijn op het meest zonnige terras van Oirschot. Dat heeft Ronald D. van het Nationaal MS Fonds vast zo geregeld. De lege banken wachten gapend op ons en de dames van bediening voorzien ons van Rose. Zucht. Trainen is afzien. Of, zoals een Tibetaans wijsgeer ooit opmerkte:

Wie niet van comfort houdt, kan duizenden dingen doen.
Wie niet van ontberingen houdt, kan niet één ding doen.

En zo is het maar net!

Word vervolgd…

Geen reactie's

Geef een reactie