Jan Fokke Oosterhof | 35,35 km trailrunnen op Koninginnedag
662
post-template-default,single,single-post,postid-662,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

35,35 km trailrunnen op Koninginnedag

35,35 km trailrunnen op Koninginnedag

Op 23 april volgde ik een inspirerende clinic van de boys van Mud and Sweat Trails over trailrunnen. Deze jongens willen het machtig mooie trailrunnen handen en voeten geven in Nederland en dat doen ze goed. Zelfs zo goed dat ik een week later met een van de twee oprichters en twee andere kerels ga trainen in de bossen. Het plan: ongeveer 30 km van Driebergen Zeist naar Rhenen. Het werden 35,35 lange stoffige kilometers. Collectief besloten we dat het vanaf nu Dust and Sweat Trails moest worden. Een van de lopers genaamd ‘Loopvogel’ schreef een boeiend verslag van de training.

Wat heerlijk dat er nog lopers zijn die dit op Koninginnedag liever doen dan bier drinkend over de markt dwalen. Het was niet voor niets zo lekker rustig in het bos.

Het relaas van Loopvogel

In februari liep ik in een enthousiaste bui van Driebergen naar Rhenen. Mijn lief dropte me aan de rand van het bos en pikte me een paar uur later weer op in Rhenen. 26 Kilomter over de Utrechtse heuvelrug. Ik stuurde de route naar MudSweatTrails en won prompt een Salomon trailrugzakje.

Bij een trailrunningclinic van MST vorige week op de Posbank krijg ik het rugzakje uitgereikt. Aan het eind van de aangename clinic spreek ik met Marc Weening af om de hele heuvelrug eens samen te lopen. Na wat mailen en bellen blijkt koninginnedag een prima dag.  We ontmoeten elkaar op Station Rhenen. Jan Fokke Oosterhof en Jeroen Machielsen hebben zich via Facebook aangesloten en met zijn vieren pakken we in Rhenen de trein naar Driebergen.

Ik heb Marc al gewaarschuwd dat ik niet zo’n snelle loper ben, maar dat mag volgens hem de pret niet drukken. In de trein raak ik onder de indruk van de staat van dienst van mijn meelopers. De ultralopen, bergmarathons en aanverwante prestaties vliegen door de coupé. Niet om op te scheppen, want er wordt flink gerelativeerd, maar toch. Mijn onderhuidse twijfel over het tochtje van vandaag wordt er niet minder door. Twijfel omdat ik de afgelopen weken te weinig heb gelopen. Ook is de afstand wat langer dan in februari en deze zit aan mijn max. En dan is er nog het risico dat ik te hard ga lopen, omdat het tempo waarschijnlijk hoger ligt dan ik gewend ben. Als ik een rugnummer heb kan ik me goed inhouden, want dan loop ik eigenlijk alleen, maar vandaag ben ik de enige die weet hoe de route loopt en ik wil de roedel niet al te veel ophouden. Niet aan denken, gewoon opgaan in de tocht.

Het eerste stuk heb ik nog maar één keer eerder gelopen, maar ik denk dat ik het bos hier redelijk ken. Scheef lopen kan bijna niet denk ik en dus laat ik de gps in mijn rugzak. Lekker rugzakje trouwens. Ik voel hem amper terwijl er toch aardig wat gewicht in hangt. Mooi dat hij zijn vuurdoop krijgt op de route waardoor ik ‘m gewonnen heb. Als ik de gps na de eerste paar kilometers raadpleeg, blijkt toch dat we verkeerd gelopen zijn. Nou hoort dat bij trailrunnen heb ik begrepen, dus lijkt me dat op dit moment nog een positieve toevoeging aan de route. Om weer terug op het goede spoor te komen nemen we een stukje off-trail. 

Het tempo ligt inderdaad te hoog voor mij. Ik laat me wat terug zakken om non-verbaal aan te geven dat het wel wat langzamer kan. In een iets lager tempo draven we verder. Na een kilometer of 10 begint het echt mooi te worden. De paden worden smaller, de bewoonde wereld lijkt steeds verder weg. De rest van Nederland laat zich in één van de grote steden gehuld in oranje gewaden vollopen met bier, dus het is aangenaam rustig op de heuvelrug. De volgende 15 kilometer is zeer bekend terrein. Bij twijfel moet de gps er toch nog een paar keer aan te pas komen. Ondertussen begin ik aardig leeg te lopen. Marc en Jeroen zien er uit alsof ze nog maar net op weg zijn. Jan Fokke vindt mijn tempo wel ok en maakt van de gelegenheid gebruik om me moed in te praten.

Na de Eenzame Eik wordt het weer minder bekend en moet ik wat vaker navigeren. Een goed excuus om regelmatig te stoppen om even bij te komen, want ik zit er nu echt helemaal doorheen. Volgens de oorspronkelijke route is het nog 6,5 kilomter, maar met de omweg bij Driebergen wellicht nog een paar kilometer erbij. Dat vind ik nu ineens niet meer zo’n leuke gedachte, maar goed een man heeft te doen wat een man heeft te doen. 10 Kilometer is onder normale omstandigheden toch maar een uur en wat is nou een uur op een heel mensenleven?

Ik navigeer een beetje vooruit zodat Marc en Jeroen wat langer kunnen doorlopen voor ze weer moeten wachten. Jan Fokke en ik houden de achterhoede in de gaten. JF’s batterij begint ook in snel tempo leeg te stromen en we houden elkaar in evenwicht. Stukkie draven, beetje wandelen. Mijn benen zijn stijf als hout en mijn knie protesteert hevig. De conditie lijkt het nog wel aan te kunnen maar het mechaniek weigert. De kilometers tikken steeds langzamer weg. De laatste vijf lijken voor mij meer op strompelen.

Rhenen gloort aan de bosrand, waar Marc en Jeroen staan te wachten op de strompelaars. Met zijn vieren wandelen we de laatste 100 meter naar het plaatsnaambord die we voor nu even als finish aanhouden. Ik doe mijn meest frisse oogopslag en glimlach voor de finishfoto. Nog twee kilometer wandelen naar het station en dan hebben we er bijna 35 kilometer op zitten. Marc en Jeroen nog fris dravend. Jan Fokke vloekend en hompelend en ik als laatste wandelend. Genoeg pijn. Een goede les. Er is nog veel werk aan de winkel voor de Posbanktrail.

Marc en Jeroen wachten ons met ijskoude cola bij het station op. Geluk zit in kleine dingen. Vooral na een middag draven met aangenaam gezelschap in een wonderschone entourage.

Geen reactie's

Geef een reactie