Jan Fokke Oosterhof | De Batavierenrace; twee etappes in genadeloze hitte
715
post-template-default,single,single-post,postid-715,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

De Batavierenrace; twee etappes in genadeloze hitte

De Batavierenrace; twee etappes in genadeloze hitte

7 mei – een vriendin nodigt vrouwlief en mijzelf uit om met haar team de Batavierenrace te rennen, een estafettewedstrijd van Nijmegen naar Enschede voor en door studenten. Wij zijn binnen ons team de (derde) middaggroep die het stokje overneemt in Barchem om het naar de finish te brengen. In de bus naar Barchem valt me reeds op dat we met een studentenestafette van doen hebben; ik ben de enige die kaal is. Onze leus wordt dan ook niet voor niets: G&G, de oudjes kunnen ook nog mee! Hetgeen ik later verbaster tot: G&G, de dood loopt met ons mee. Je zult er maar bij horen.

Bocht om Barcem

Eenmaal in Barchem rijden de bussen dwars door het dorp heen. Smekende blikken, wij willen eruit, wij willen rennen. Wij constateren dat we de start gaan missen. Al voor de start verdwaald zijn. Waar gaat dat heen? Waar moet dat heen? Na een lange omweg arriveren we op een eveneens lange weg die Barchem inloopt en waar zeker 50 touringcars achter elkaar staan opgesteld. Wij sluiten aan en na anderhalf uur zitten, bestaat onze eerste actie uit het overspringen van een sloot, met bagage. We zijn er klaar voor.

 

Een adrenalinestier mag los

Als we alle bussen passeren, moeten een aantal teamgenoten het bos in voor een sanitaire stop. Het Barchemse bos is lokaal nogal verzuurd aangezien 3.300 lopers hier aankomen en een net zo grote groep weer afgevoerd wordt met de bussen. Eenmaal in Barchem zoeken we ons heil tegen de kerk, op een heerlijk muurtje in de zon. De sfeer is ontspannen, zonnebrand wordt gesmeerd en dames halen dampende koffie. Dat mag; ik moet als eerste aantreden en mag de benen nog even laten rusten. Langzaamaan beginnen wedstrijdzenuwen hun werk te doen. Dat kon ook niet uitblijven als onder je neus andere teams al starten. Wij zitten in de zesde en laatste startgroep. Bedenk dat er ongeveer 330 teams meedoen en constateer dat we dus 270 teams voor onze neus zien vetrekken, dan gaat het wel kriebelen. Lees: ik ben zo opgefokt als een stier die na een jaar eenzame opsluiting wordt losgelaten in een veld vol maagdelijke koeien. Met de adrenaline lekkend uit de neus begeef ik me met kompaan Niels richting start.

Op jacht

Niels zal me op de fiets begeleiden. De praktijk is dat hij me vooruit scheldt als een hysterische vader die twee kinderen in een veelbelovend jeugdelftal heeft. Lees: je zou je als buitenstaander gezien de hoeveelheid decibellen en armgebaren kunnen afvragen of ik dit nog wel kan waarderen. Het antwoord is een volmondig: Ja. Ik ken hem nu ongeveer 35 jaar en hoe meer hij me beledigt, hoe meer gas ik geef. Dat is ook nodig want ons team ligt zes minuten achter op de officiële zesde en laatste starttijd. Ik dacht me te kunnen gaan meten met studentjes, maar nu moet ik bij de start al in de achtervolging. Het mag de pret niet drukken. Sterker nog: het motiveert enkel, opvreten zal ik ze. Wij gaan niet hardlopen, wij gaan jagen.

Scheldkanonnades

Als de laatste loopster van de vorige batch komt aanrennen, neem ik het hesje over en spurt meteen weg als een hinde. De kruising over, de weg af, fietsers voorbij en binnen de kortste keren zit mijn hart heel hoog in de keel. Ik verkeer in een marathonconditie, ofwel lang en langzaam en dit is kort en snel. Even wennen. Waar is Niels? Waarom hoor ik geen scheldkanonnades? Hij moet eerst even plassen. Nu dan maar zo hard lopen, dat hij me pas na vier kilometer kan bijhalen. Fietsende oudjes kijken verbouwereerd als ik voorbij stoom. Dan eindelijk de vertrouwde beledigingen van Niels. Ik geef gas bij. Niels leest ondertussen de snelheden af van het Garmin-klokje van mijn vrouw en schreeuwt ze lieflijk in mijn oor. ’14 in het uur; harder klootviool!’ ‘Kijk uit een auto!’, hijg ik waarop Niels adrem antwoordt: ‘Hou je kop, jij loopt, ik lul.’ Daar moet je het dan maar mee doen.

Prooien verslinden

Ik geef alles, maar opeens moet ik linksaf en de fietser rechtdoor. Ik word de binnenlanden ingestuurd, terrein dat voor fietsers onbegaanbaar is. Na een paar honderd meter volgt rechtsaf een helling die omhoog reikt tot de einder. Ik passeer een aantal huizen. Het is bloedheet en mijn hartslag kruipt richting de 190. Mijn hoofd ontploft bijna. Wat is het heet en waar is die verrekte Niels met het water? Straks even doorgeven aan de lopers die na mij komen. Dan duik ik het bos in. Single tracks, heerlijk. Draven zoals dat bedoeld is. Kuilen en bulten nemen als een soepele trailrunner. Korte pasjes bergop, lekker draaien bergaf. Opeens een geluid achter me. Het is een off road-motor van de organisatie die me op gepaste afstand volgt. Ik zie dat we verderop rechtsaf draaien en daar zie ik de eerste lopers die ik ga pakken. Ik laat me opnaaien en met de motor in mijn kielzog geef ik gas bij. Ik vreet mijn concurrenten op alsof ze stilstaan. Al snel heb ik de eerste te pakken en in een lange steile klim volgen er nog zeven. Op volle toeren bereik ik de top, waarna we het asfalt weer op gaan. De motor heb ik afgeschud en ik richt me op de prooien die zich intervalsgewijs voor me bevinden.

Lopers in de berm

Ik achterhaal er nog drie als ik op een kruising arriveer waar de fietsers ons weer staan toe te juichen. Ik heb een tong van leer en met de grootste moeite pers ik er een ‘BRltschWATER chrs’ uit. Gelukkig erkent Niels het als het gangbare H2O. Ik wandel enkele passen en vloek; man-o-man wat is het heet. Later op de dag zou dit nog slachtoffers vellen. Een dame van een ander team reikt me een flesje water aan. Ik knik vriendelijk en mik in één teug een halve liter water in een dor en verschraald hol. Ik voel het niet eens vallen en ik ga weer op pad. Vijf van de9,5 kilometerafgelegd, elf lopers ingehaald. Uiteindelijk worden het er 17. Eén voor één pak ik ze met Niels als fietser voor, naast en achter me. Bij iedere loper die ik passeer, begint hij enthousiaster op me in te schreeuwen. ‘LOPER!’, brult hij steeds, waarna hele teams verschrikt de berm inschieten, precies zoals zijn intentie was. We grijnzen en ik versnel tijdelijk. Toch moet ik mijn te hoge tempo in de hitte bekopen met zo nu en dan enkele wandelpassen om de hartslag weer op orde te krijgen. Niels maant me iets langzamer te lopen, maar ik heb een cruisetempo dat me de minste energie kost. Langzamer kost uiteindelijk meer tijd.

De dood loopt met ons mee

Bij de laatste bocht geef ik vol gas en stuif de bocht om onder et toeziend oog van mijn juichende teamgenoten. Ik jaag op de ‘man met het rode shirtje’ die ik net niet meer kan bijhalen als 18e prooi. We zitten weer in de wedstrijd en rochelend draag ik het hesje over aan vrouwlief. ‘Veel drinken water..’, is het enige dat ik hijgend kan uitbrengen. Mijn keel voelt alsof ik maandenlange bronchitis heb gehad. Ik heb het snot voor de ogen gelopen zoals het hoort en Niels en ik geven elkaar een high-five. Het nieuwe tweetal is reeds lang op pad als ik weer genoeg op adem ben om richting de bus te gaan. Als team doen we het uitstekend en we lusten onze concurrenten rauw, maar dat kan ook niet anders als je motto is: de dood loopt met ons mee.

Running Bokito-style

Niels loopt etappe 23 en uiteraard laat ik de kans niet voorbij gaan hem te begeleiden op de fiets. Ik zal hem verbaal pijnigen, tot op het bot vernederen en zijn ziel vertrappen. Laten we beginnen met zijn loopstijl. Daar waar mijn sportieve activiteiten zich veelal laten kenmerken door lang, duur, pijn en afzien, houdt Niels zich bezig met kort, explosief, pijn en afzien. Ik loop hard, mountainbike en pik een verdwaalde Run-Bike-Run mee, Niels heeft een eigen judoschool en pakt zo nu en dan een lesje Aikido mee. Ik heb de benen, Niels het gespierde torso, lees: ik ben geen vechter, Niels is geen loper. Niels loopt met een gespannen bovenlijf alsof hij ieder moment zijn tegenstander een ros voor zijn muil wenst te geven. Mijn eerste commentaar is dan ook: ‘Ontspannen lopen!’ Niels kijkt me met vlammende ogen aan en bijt me toe: ’Loop ik dan niet ontspannen?’ Oops. ‘Ehh, nee niet echt, maar misschien kun je wel niet meer ontspannen lopen als je zoveel spieren hebt…’ Gelukkig krijg ik geen hengst voor mijn kop. Toch loopt hij zo constant als een goed geolied dieseltje. Met een cruisesnelheid van tussen de 12,5 en 13,5 per uur roffelt hij over de keien en pakt de een na de ander, in zijn poging eveneens 17 mensen in te halen. Het worden er uiteindelijk 14, maar hij hoeft er niet zo nu en dan bij te wandelen. Zijn explosieve klasse blijkt in de laatste meters.

Twee raspaardjes; één poortje

Na het inhalen van 13 kansloze amateurs, komt er één kerel opzetten uit het achterveld. Niels heet echter een geheim wapen, getiteld eindsprint. Als zijn volger hem op400 metervan de finish dreigt in te halen, begin ik plots keihard te schreeuwen, waarna Niels direct in volle sprint gaat. Zijn volger volgt en ook diens fietser schreeuwt de longen uit het lijf. Het is een vreemd schouwspel: twee lopers in volle sprint en twee schreeuwende, wild gebarende fietsers die een hels kabaal maken. Gezamenlijk halen ze een andere loper in en ook diens fietser brult, maar tevergeefs. Op deze raspaardjes zit vandaag geen maat en zo denderen deze sprintende roofdieren in gezwinde spoed op één poortje af. De adrenaline giert ons door het lijf en bevend kijk ik op mijn klokje en zie23,5 kilometerper uur staan. Niels verliest nipt, maar het doet niets af aan zijn prestatie. Bovendien is het beter voor die andere loper om niet tegelijk met Niels door één poortje te moeten. Dan was die hengst alsnog gevallen.

Apeldoornse taferelen

Niet veel later worden alom high-fives uitgewisseld. Dit was leuk, dit was sportief en het poortje is nog heel. Als we zo staan na te genieten komt ineens vanuit het niets een auto aangescheurd. De bestuurder rijdt nog net niet in op het publiek, maar het scheelt weinig en Apeldoornse taferelen flitsen me door het hoofd. Een dame die hier in de buurt woont blijkt door de plotse drukte in haar rustieke buurtje opeens het verstand te zijn verloren. 3.300 studenten en een sliert busjes die op één da haar straatje passeren, worden haar teveel. Gelukkig weet een suppoost haar tot stilstand te manen en niet veel later is daar de politie om haar verstand terug te vinden. Wij springen ondertussen met het team weer in de bus voor een volgende etappe.

Klassebak.

Aan het einde van de dag mag ik nog eens opdraven voor de 25e en laatste etappe. Vriendin Carmen loopt de 24e etappe. Dat is exact dezelfde etappe, maar dan voor de dames. Zowel dames als heren zullen na 6,7 kilometer finishen op de sintelbaan waar duizenden mensen ons staan op te wachten. Zo starten de dames om 17 uur en de heren om 17.30 uur vanaf het marktplein in Enschede. We zijn maar net op tijd om Carmen te laten starten. Vlug pinnen we met twee man sterk de startnummers op haar borst en rug, waarna ze al van start moet. Het is vreemd dat we later 220e worden van de 330 teams terwijl we zo achterin het veld zitten en we zo in tijdnood zitten. Ik wijt het aan het feit dat iedereen vandaag van Nijmegen tot Enschede wind tegen heeft, waardoor het hele schema nadelig beïnvloed wordt. Carmen laat zich op geen enkele wijze ontmoedigen en loopt in recordtijd van het marktplein naar de sintelbaan op de campus. Ze wordt 20e overall bij de dames. Een klassebak.

Rennen met Tarzan en de kippen

Ik sta ondertussen een half uur te wachten op het marktplein, terwijl het team met een noodgang met de bus naar de campus scheurt om Carmen binnen te halen. Gelaten zit ik in de schaduw tegen een dranghek, terwijl de toppertjes zich losschudden. Ik zie nu al dat ik in dit veld geen potten ga breken. Dat kan ook niet na die 9,5 van vanmiddag. Het is nog steeds moordend warm en ik zie witte, serieuze studentenbekkies tijdens het warmlopen. Opeens is daar ook Tonnie Dirks, mijn jeugdidool. Voor het eerst bekruip me het gevoel dat ik nog wel even mee kan. Ik mag dan geen student meer zijn, Tonnie is dat zeker niet. Een enkeling gaat tijdens deze laatste etappe verkleed, maar de meesten laten dat gezien de hitte achterwege. Ik wilde wel, maar toen bleek hoe ver de start van de parkeerplaats verwijderd was, werd teruggaan voor een verkleedpartijtje onmogelijk. Ik heb wel een fluorescerend geel shirt aan. Andere kerels dragen speedos, tarzantenues en een enkeling gaat als kip, hetgeen mij later in de wedstrijd de opmerking: ‘Kop op kip!’ ontlokt, een opmerking die ik in 700 wedstrijden nog niet eerder bezigde.

Een gevalletje hittestuwing

Het lopen gaat in essentie knudde. De sfeer in Enschede is ronduit geweldig als we een eerste rondje om de kerk maken. Daarna is het toch vooral de hitte die me de das omdoet in combinatie met de pijnlijke spiertjes. Op een van de laatste rechte stukken gaat iemand tegen de vlakte door hittestuwing. Zelfs na het bieden van 15 minuten eerste hulp, weet ik nog niet als laatste te finishen. Kortom: als je vermoeid bent, is perceptie je grootste vijand. Het valt eigenlijk – zoals altijd – mee. De persoon in kwestie – een jonge student – gaat genadeloos neer en twee supporters staan erbij. Ik stop meteen want een wedstrijd is alleen leuk als iedereen in goede gezondheid de finish bereikt. De jongen is ver heen. Dikke wit-blauwe lippen, sloom praten en nauwelijks aanspreekbaar. Hij heeft grote angstige ogen. Ik begin met koelen door met mijn pet te wapperen en ik spuit wat water op zijn polsen en in zijn nek. Zo nu en dan leg ik een natte hand op zijn voorhoofd om hem te koelen en gerust te stellen. Plots vraagt hij om drinken. We tillen hem overeind, maar het is of je een natte vaatdoek wil plooien; tevergeefs. Met een knie en een hand, houd ik hem enigszins overeind, terwijl ik hem water voer, maar hij spuugt het weer uit. ‘ORS’, murmelt hij. Een zoutoplossing zou inderdaad niet verkeerd zijn, vriend, maar dat is nu niet iets wat ik bij me heb als ik een korte etappe hardloop. Hij is ver heen, maar toch ook bij, want even later vraagt hij zelf of ik hem in de stabiele zijligging wil leggen, omdat hij denkt dat hij gaat wegvallen. Braaf doe ik wat er van me gevraagd wordt en ik leg hem stabiel op zijn zij. Meteen zucht hij en sluit zijn ogen. Gelukkig komen dan vanuit de verte twee EHBO-ers aangespoed. Ze zullen het ongetwijfeld heel druk hebben gehad. Kort geef ik mijn diagnose en vervolg mijn weg.

Pirouette van een fitte hoender

Langs de studentenflats nader ik de baan. Vanaf de balkons wordt enthousiast geschreeuwd en studenten proberen uit alle macht om me nat te spuiten met tuinslangen. Ik ben weer fris na dat kwartiertje pauze en als een jonge hinde dans ik de baan op. Ongelooflijk wat is daar een volk op de been! Er staan tientallen motoren te toeteren en de tribunes barsten uit hun voegen. Hoe verwonderend dan ook dat ik te midden van die chaos, bovenin de massa iemand van mijn team hoor roepen. Ik zwaai en maak een pirouette voor mijn supporters. Het moet een raar gezicht zijn; ik kom als een van de laatsten de baan op en ben nog zo fit als een hoentje. Ik hoor mijzelf praten: ‘Die kerel had best een beetje door kunnen lopen!’ Het is niet belangrijk. De Batavierenrace is volbracht. Ik kan weer een mooi avontuur bijschrijven op mijn hardloopconto.

What’s next!?

Wedstrijdinformatie:

De Batavierenrace is een studentenestafette over ruim 175 km in 25 etappes van het Universitair Sportcentrum van de Radboud Universiteit Nijmegen via Duitsland en de Achterhoek naar de campus van de Universiteit Twente. De Batavierenrace is met ruim 7500 deelnemers volgens Guinness Book of Records) ‘s werelds grootste estafetteloop. De SOLA-estafetteloop in Zürich is groter, met jaarlijks ongeveer 10.000 deelnemers, maar de organisatoren daarvan hebben nooit een aanvraag gedaan voor het Guinness Book of Records.

Dit grootste studentensportevenement van Nederland vindt jaarlijks eind april plaats. De start is altijd in de nacht van vrijdag op zaterdag om 00:00 uur. Er zijn herstarts in Ulft, Barchem en op de Oude Markt te Enschede. De finish is op de sintelbaan van de Universiteit Twente, de laatste etappe start sinds 2005 in de binnenstad van Enschede. Na afloop vindt het studentenfeest plaats op de campus van de Universiteit Twente.

In navolging van de Batavieren, die in 50 vóór Christus op vlotten de Rijn afzakten, werd voor de Batavierenrace dezelfde route gekozen: van Nijmegen naar Rotterdam, maar vanwege infrastructurele problemen is het traject verplaatst.

 

Geen reactie's

Geef een reactie