Jan Fokke Oosterhof | @ NS; Winterse nood met de plaszak in de hand
773
post-template-default,single,single-post,postid-773,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

@ NS; Winterse nood met de plaszak in de hand

@ NS; Winterse nood met de plaszak in de hand

Bijdrage voor een verhalenwedstrijd, volledig geïnspireerd op de NS-plaszak.

De opdracht: maak onderstaande inleiding af…

“Het verre geknars van treinwielen doorbrak de stilte op het perron. Tussen twee koffers stond een jonge vrouw, ineengedoken. De kou vormde rode plekken op haar wangen. Af en toe keek ze ongeduldig om zich heen, angstig bijna. Langzaam kwam de binnenkomende trein tot stilstand, deuren gingen open en enkele haastige voeten lieten lichte afdrukken na in de dunne witte laag op de perrontegels. De vrouw tilde haar koffers op en stapte in.”

 

Door de koude moest de vrouw zeer nodig een toiletstop maken, vandaar haar angstige en ongeduldige blik. Daar kwam bij dat haar trein vertraging had gehad vanwege een bevroren wissel. Ze had daarom van de Spoorwegen een gratis kopje thee ontvangen. Nu was het zo koud geweest dat ze het niet bij één kopje had gelaten. Door de liters thee stonden haar poriën open en had ze nu zulke rode wangetjes. De rode wangetjes waren echter ook van het knijpen. Plassen moest ze, en wel heel nodig. De nood was aan de man.

 [youtube=http://www.youtube.com/watch?v=WB3LDrB-DnY]

Ze haastte zich met de twee koffers door de overvolle coupe zoekend naar de pijltjes die haar de weg naar het toilet zouden wijzen. Ze voelde al een druppeltje ontsnappen. Waar waren die verrekte pijltjes als je ze nodig had. Als dit maar niet zo’n trein was waar geen toilet in zat. Ze holde nu en beukte zich met haar koffers door het smalle pad. Reizigers vloekten en riepen haar na. Het kon haar niets schelen, een hengst konden ze krijgen met haar rechterkoffer, die was immers het zwaarst. Daar had ze haar beautycase in gestopt en haar nieuw laarsjes van slangenleer die zo goed stonden bij haar nieuwe jurkje van de H&M. Gelukkig zag ze door de glazen tussendeur een toiletcabine opdoemen in de tussenruimte. Bijna liet ze van opluchting de druk even varen, maar net op tijd hergreep ze zich.

 

Ze wurmde zich door de tussendeur met haar twee koffers en net toen ze halverwege was begon deze zich alweer te sluiten. Ze raakte met haar koffers verstrikt tussen coupe en tussenruimte door de deur die pompend op haar blaas duwde. Dit kon ze niet gebruiken. De blosjes op haar wangen begonnen nu te ontaarden in ware zweetvlekken en ze had angstogen op steeltjes. Ze leek wel onder invloed van bepaalde middelen. Je zou kunnen zeggen dat ze zich in een doodsstrijd bevond. Met een angstkreet die haar wanhoop aan de dag legde, sleepte ze zich met grof geweld uit haar benarde positie. Omstanders keken geschrokken.

 

Daar stond ze dan eindelijk voor de toiletcabine. Maar wat nu? Er waren namelijk twee deurklinken en welke moest ze hebben? Ze liet haar ene koffer zakken en wikkelde haar mouw om haar hand, ze wilde immers niet met haar handen de deurklink aanraken (of die andere). Ze duwde eerst de verkeerde hendel naar beneden – iets met een wet van Murphy. Daarna duwde ze met haar elleboog op de andere klink waarna ze zich naar binnen wurmde.

 

Binnen trof ze een ‘natte bende’, het had immers gesneeuwd, maar gezien de geuren verdacht ze enkele mannen ervan dat ze niet netjes in de zak hadden geplast, maar van een afstandje hun behoeften hadden gedaan. Ze durfde dan ook haar koffers niet neer te zetten. Besluiteloos stond ze daar. De ene koffer kon half op de wasbak staan en als ze dan met een hand steun bood, zou hij niet vallen. De andere zou ze onder haar arm moeten klemmen.

 

Ze zette de zware koffer in de wasbak en hield hem staande door achterwaarts haar rechterbeen te heffen en haar voet er tegenaan te duwen. Nu kon ze de vrije hand in een tissue wikkelen en het slot dichtdraaien. Ze ontdeed zich tevens met haar vrije hand van haar lange jas die ze over de koffer op de wasbak hing. Met haar andere hand probeerde ze de plaszak open te frutselen, onderwijl de andere koffer onder haar oksel klemmend. Haar verleden als turnster in de nationale selectie, begon zijn vruchten af te werpen, bedacht ze zich.

 

Ze testte de zak. Afhankelijk van de vraag of de zak stijf was en dus vorm behield na het ledigen van (een deel van) de blaas, moest je hem immers wel of niet openhouden. De zak hield vorm, zo wezen haar eerste testen uit.

 

Ze haalde met haar vrije hand haar ceintuur los en ‘stak hem terug’ in de lusjes. Je kon hem immers nooit zomaar laten hangen als een bacteriesprokkelende slurf. Ze stroopte haar broek af tot op de enkels, zo laag mogelijk. Hoe hoger de broek, hoe groter de kans dat hij straks de onderkant van de zak raakte. Ze ging door de knieën terwijl ze met haar ene hand de koffer in de wasbak op z’n plek hield. Met de andere hand hield ze de zak op z’n plek, terwijl ze de andere koffer stijf tegen zich aan drukte. Evenwichtsgevoel was tijdens deze pose essentieel en wederom prees ze zichzelf gelukkig met haar turnverleden.

 

Eindelijk kon ze de druk van de ketel halen en liet ze haar door thee gevulde blaas de vrije loop. Uiteraard kwam net op dat moment de conducteur langs die haar plaatsbewijs wilde zien. Hij stootte hard tegen de deur. Ze schrok zich een ongeluk waarbij de zware koffer in de wasbak de overhand kreeg en weggleed. Voor ze het wist had hij momentum. Ze zette zich schrap, maar door alle gesmolten sneeuw op de vloer gaf haar laarsje vrij snel mee. Binnen enkele tellen lag ze spartelend naast de leeglopende plaszak onder haar twee koffers. De zware was opengegaan en een van haar slangenleren laarsjes vloog door de ruimte.

 

De conducteur op zijn beurt dacht aan een junk en begon met zijn loper de deur te openen. Ze had immers niets gezegd. Ze vond een gemiddeld treintoilet altijd zo goor dat ze gedurende het hele ritueel haar adem inhield. Al haar waardigheid was inmiddels verdwenen, maar haar adem zou ze inhouden.

 

 

Geen reactie's

Geef een reactie