Jan Fokke Oosterhof | @Kunstzinnig; Zwemmen in een zee van foto’s
778
post-template-default,single,single-post,postid-778,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

@Kunstzinnig; Zwemmen in een zee van foto’s

@Kunstzinnig; Zwemmen in een zee van foto’s

3 november 2011 – Vanochtend sloeg ik de Volkskrant open en zag een foto getiteld ‘zee van foto’s’. Verbijsterd zat ik te kijken. Reclameman en fotoverzamelaar Erik Kessels ligt in zijn beeldenzee in museum Foam (foto van Joost van den Broek). Er zijn bijna een miljoen foto’s gedownload op een willekeurige dag in de herfst van 2011 en die zijn geprint.

 

In een interview voor Foam Magazine (vrijdag 4 november) vertelt Erik: “I wanted to illustrate the sheer vastness of the digital era we live in now. We take, collect, receive, and store millions of pictures every year. I wanted to show one day. One day of photos uploaded on the internet, but instead of living on Facebook or Flickr, I wanted to give them a physical space as opposed to a cyber one. I call it 24 Hrs In Photos.”

De foto maakt wat bij me los. Het is als zwemmen in geld en dat fascineert me.

Nu de andere kant en daartoe maak ik eerst een uitstapje.

 

In een eerder blog maakte ik melding van de stickeractie op de A12. De ministeries van Verkeer en Waterstaat, VROM en LNV proberen de samenhang tussen snelweg en omgeving te versterken. Ze doen dat middels een ‘regenboogroute’ langs de A12. In totaal betreft het 1.650 kleurrijke stickers die op evenzoveel lantaarnpalen geplakt zijn in de middenberm. Rood staat voor stad, paars voor wonen, werken en recreatie, lichtgroen voor weide en donkergroen voor bos. De stickers moeten op speelse wijze de A12 een identiteit geven. Vraag heden ten dage een willekeurige automobilist die dagelijks de A12 neemt en hij zal je verwonderd aankijken en niet weten waar je het over hebt. Hij zal helemaal ogen op steeltjes hebben als je meldt dat het realiseren en aanbrengen van de 1.650 kleurenstickers een speelse € 120.000,- kostte.

 

In datzelfde blog maakte ik melding van de Pindakaasvloer van kunstenaar Wim T. Schippers. Het betreft een soort lijst waarin zich een hoeveelheid pindakaas bevindt, in dit geval ongeveer900 liter. De vloer heeft een afmeting van 4 bij14 meteren is precies2,5 centimeterdik. Een en ander uitgesmeerd over de vloer in een egale, overal even dikke laag, uiteraard. Het concept was al eerder te zien in 1969 bij Galerie Mickery in Loenersloot en later in het Centraal Museum in Utrecht. Ik lees: ‘Het werk past in de conceptuele werkwijze van de beeldend kunstenaar en moet aangeven dat alles in principe zinloos en onzinnig is, maar daarom nog wel de moeite waard’. Zucht. Met het eerste ben ik het volledig eens: alles is in principe zinloos en onzinnig, getuige ook de naam van mijn weblog ‘bestaansverwondering’. Ondertussen legt museum Boijmans van Beuningen wel een aardige som neer voor het kunstwerk. ‘Reken maar dat het een markconforme prijs betreft’, ginnegapt de kunstenaar.

 

Terugkomend op de fotozee. Ik krijg hier net als bij de stickeractie en de Pindakaasvloer een naar onderbuikgevoel bij en wel om twee redenen. In de eerste plaats vraag ik mij als rechtgeaard bedrijfseconoom af: wat kost dat? Een miljoen foto’s printen? En veel belangrijker: wie betaalt dat?

 

Ik lees op de website http://www.photoq.nl/ een artikel van de hand van Kim Knoppers die Erik hielp bij het maken van de vloer. Het artikel meldt: ‘De grootste uitdaging bij het uitvoeren van Eriks idee, leek ons om op tijd zo’n gigantische hoeveelheid foto’s te laten printen. Maar wat hadden we ons daar in vergist. De grote printbedrijven draaiden er hun hand niet voor om’. Mijn gedachte is meteen: ‘Nee hèhè, als ik een order krijg om 1 miljoen foto’s te printen, dan draai ik daar mijn hand niet voor om. Zo’n order krijg ik nooit weer; het is eens iets anders dan die knullige vakantiekiekjes van al die brave amateurfotografen. This is serious business!’ En wederom mijn gedachte: ‘wie betaalt dat?’ Erik Kessels? Het museum? Subsidie? Ik ben er nog niet achter.

 

Het artikel van Knoppers meldt tevens: ‘…Eigenlijk zou je het landschap kunnen zien als een monument voor de vluchtige digitale foto’s die op internet verschijnen maar eigenlijk nooit een werkelijke afdruk worden. In de woorden van Kessels: “Het is een soort virtueel afval”. Bij Foam krijgen ze een ‘leven‘ in de werkelijke wereld…

 

Ik denk dat daar mijn onderbuikgevoel vandaan komt. Virtueel afval veroordelen en een statement maken door een zee van fysiek afval te creëren. Het mooie aan internet is nu juist dat we met z’n allen geen schade meer aan het milieu toedienen en toch alles kunnen delen, becommentariëren en bekijken.

Waarom 1miljoen foto’s printen die in 24 uren op het net verschijnen?

Ik verwonder me, wederom. 

 

 

Geen reactie's

Geef een reactie