Jan Fokke Oosterhof | @Press; 55 x Hitchhiking Scotland (including the infamous ‘Hitchlist’!)
819
post-template-default,single,single-post,postid-819,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

@Press; 55 x Hitchhiking Scotland (including the infamous ‘Hitchlist’!)

@Press; 55 x Hitchhiking Scotland (including the infamous ‘Hitchlist’!)


ofwel een rondje Schotland met de duim omhoog
including the infamous ‘Hitchlist’
Door Jan Fokke Oosterhof

In het verleden liftte ik veel door de Alpen met vrienden, maar ook Schotland passeerde al eens de revue met een vriendin. De praktijk: vriendin gezellig keuvelend met Schotse boswachters voorin de terreinwagen, terwijl ik achterin met de rugzakken door de bordercollie wordt besnuffeld en afgelikt. Maar toch; liften is een kennismaking met de Schotse hospitality. De ervaring leert dat je met een rugzak al snel wordt meegenomen in de bergen. Zeker als er een aantrekkelijke dame naast je staat. Zo ervaar ik dat wederom als ik in augustus 2011 met vrouwlief de duim opsteek. Mijn relaas over 56 keer liften in Schotland; een verhaal over gastvrijheid. Schotse gastvrijheid.

Liften fascineert

Een absolute aanrader is het hilarische boek Round Ireland With a Fridge van de Britse comedian Tony Hawks die met een kleine koelkast in een maand heel Ierland rondlift. Uiteraard is het hele project het resultaat van een weddenschap die hij verliest in de kroeg. Liften heeft me altijd gefascineerd. Liften is iets positiefs. Je ziet elke passerende auto als een kans en als een lift lukt, ervaar je euforie. Als je alles plant en organiseert, ligt je focus op alle dingen die misgaan; een negatieve levensinstelling. Bovendien dwingt liften je om contact te maken met mensen; open, authentiek en met oog voor die ander. Dat is met de Schotten geen straf. Wij starten ons avontuur goedgemutst met vrolijke, felgekleurde klimjacks en een glimlach.

Bus van Edinburg naar Blair Atholl.

16 augustus, Edinburgh. – Gisteren zijn we met het vliegtuig van Schiphol naar Edinburgh gevlogen voor onze vakantie in Schotland. Vandaag pakken we een bus de stad uit naar het dorpje Blair Atholl, waar onze eigenlijke vakantie voor ons gevoel begint. Het is een klein dorp waar het hele jaar vrijwel niets te beleven valt, behalve als wij er zijn, want dan zijn er horse races en zit alles vol. De optie die resteert is kamperen. Gezien de zachte regen en het feit dat onze vakantie net begonnen is, zijn we daar echter nog niet aan toe. Het regende tijdens de hele busrit vanuit Edinburgh en aan het begin van je vakantie is dat slecht voor je gemoed. We besluiten een stukje terug te liften naar het toeristische Pitlochry, waar we overal vacancies zagen.

Lift 1. De gepensioneerde golfer

Vijf minuten liften, levert ons onze eerste lift op. Onze eerste liftconstatering: rode auto’s stoppen, Mercedessen en Audi’s stoppen vrijwel nooit. Die merken zijn te elitair en de bestuurders staan boven ons, lifters. Onze eerste liftgever is een gepensioneerde man die zich komt inschrijven voor een golftoernooi. Hij rijdt eerst even langs de golf course en als we er zo meteen nog staan, neemt hij ons mee. We staan er inderdaad nog even en hij zet ons af in Pitlochry bij de eerste B&B met een vacancies-bordje in de tuin.

We nemen een kamer bij een uiterst praatgrage en extraverte Schotse dame. Zij praat voor twee en (dus) haar man niet. Ze kletst ons bij het welkom meteen de oren van de kop en dus trekken we ons daas terug op de kamer. Gelukkig heeft ze een cunning plan en gaat ze ons koppelen aan haar andere gasten, een Zweeds stel dat morgen langs Blair Athol moet, waar wij net vandaan komen. Onze doorsteek van de Cairngorns, een gebergte, zal daar beginnen. Sluw als ze is, geeft ze hints aan het stel, die stuk voor stuk niet worden opgepakt.

Lift 2. The Swedish couple

17 augustus, Pitlochry – Blair Atholl – Binack Lodge. – De volgende ochtend staan we te liften als het stel het pand verlaat. Ook wij geven subtiel een hint door met onze rugzakken voor de auto te springen. Daar kunnen ze niet omheen en ze zetten ons af aan het begin van de doorsteek die we willen maken van Blair Atholl naar Aviemore.

De Cairngorms

Op aanraden van een vriend willen we een doorsteek maken van de Cairngorms, een gebergte in de Schotse Hooglanden. Het betreft een ruig gebied, een steenmassief met talloze bergtoppen waarvan vier boven de 4000 voet (1.220 meter). Het klimaat, landschap en ecologische omstandigheden zijn op het, door stormen geteisterde, plateau te vergelijken met die in het Noordpoolgebied, aldus de informatieve website buitensport-schotland.nl. Wij doorkruisen het gebergte vanaf het dorpje Blair Atholl naar Aviemore, een tweedaagse tocht van 84 kilometer die zeker met volle bepakking een beproeving zal blijken. Het voordeel van liften is dat we daarna niet hetzelfde eind terug hoeven te lopen om een auto op
te halen. Er volgt een extreem lange wandeldag van 38 kilometer door een dal dat de hele dag lichtjes omhoog loopt. Licht genoeg om ervoor te zorgen dat we ’s avonds met de tong op de knieën de tent opzetten bij Bynack Lodge terwijl een dreigende regenbui zich aandient. Lodge klinkt in eerste instantie veelbelovend, maar we hadden reeds op de kaart gezien dat het woord ‘Ruins’ erbij stond en dat zegt het treffend. Ruines zijn wat we aantreffen, niet meer en niet minder. Er staat zelfs een bordje bij: Dangerous Building, do not go in. Gelukkig hebben we goed ingeslagen vanochtend en dus eten we nu koude-kant-en-klaar-pannekoeken met stroop en plakken spek. Het geheel afgeblust met cola, sinas en water. Een feestmaal na zo’n lange dag.


Lairig Ghru

18 augustus, Bynack Lodge – Aviemore. De tweede wandeldag brengt ons door Lairig Ghru, de bekendste en spectaculaire pas in het Cairngorm-massief. De pas (750 m) is een typische halvemaanvormige sleuf tussen de 1.200 meter hoge pieken. Meer dan 40 kilometer trekken we door de bergen met volle bepakking, grootdeels door enkeldiepe modder en veen. Een ware uitputtingsslag. Het is een zo mogelijk nog langere, slopende tocht dan die van gisteren waar werkelijk geen einde aan komt.

Vanaf het zadel, het hoogste punt van deze tweedaagse doorsteek, zien we reeds de bossen bij Aviemore liggen, maar het kost ons nog uren voor we het Rothiemurchus-woud bereiken. We passeren twee meertjes en klauteren over stenen en rotsen. Daarna moeten we nog urenlang door mos, bog, veen, modder, drek en poelen ploeteren alvorens we bij de rand van het bos zijn, om dan nog weer uren door het bos te trekken. Vrouwlief wordt er misselijk van en zo loop ik enkele kilometers met twee rugzakken te sleuren. Ik ben verdacht fit; als het echt de spuigaten uitloopt, kom ik op de een of andere manier in mijn kracht. Deze wandeling door dit terrein is te lang, het is een heuse endurance trailwalk. Elke vakantie trappoen we er weer in: ‘We moeten onze wilde haren even kwijtraken om tot rust te komen’ om vervolgens zo wild te doen dat e het de rest van de vakantie moet bekopen.
Spierpijn, regen, modder, midges, meer regen, afzien. Uitgeput vallen we na 9,5 uur lopen de bosjes uit, de weg op. Nu is het hopen op een lift, maar het uiterste puntje van een doodlopende zijweg van een zijweg, herbergt ongetwijfeld weinig tot geen voertuigen. Toch hebben we mazzel. Net als vrouwlief de geneugten van het bosplassen ervaart langs de weg, hoort ze het geronk van een terreinwagen dichterbij komen. De beste man snapt meteen welk tafereel hij aantreft en we mogen instappen.

Lift 3. De Schotse stalker

Onze liftgever gaat stalken – in goed Nederlands jagen – met een paar maten. In volledige camouflageuitrusting zit hij in zijn oude, rammelende Range Rover. Hij zet ons net voor Aviemore af op een parkeerplaats, waar zijn maten staan te wachten. De mannen gniffelen als wij ons stram uit de terreinwagen laten vallen. Ze halen de neus nog net niet op en vragen zich af waar hij ons heeft opgeduikeld. Als ik verhaal over de horrifiing midges van vannacht moeten ze lachen. ‘Smoke a pipe son’, zegt een van hen. ‘It helps’. En zo is het maar net.


Aviemore

We strompelen Aviemore in en na enige omzwervingen eindigen we in de Tavern, een hotel waar we een pemium-de-luxe-suite krijgen toebedeeld. Nu maakt het na deze twee dagen niet uit waar ik me in bed kan laten vallen, maar dit klinkt in ieder geval prima. De dame vraagt of het bezwaarlijk is als de badkamer geschikt is voor gehandicapten en mensen in een rolstoel. Ik glimlach vermoeid: ‘nee, dat is juist prima, dan kunnen we de douche inrollen en hoef ik mijn benen niet over de drempel te tillen’. Ze lacht. Diezelfde douche is hemels en we spoelen al onze gemidgde uitrustingstukken af. Alles zit onder de midgeresten. Een miljoen lijkjes, de restanten van een massamoord van afgelopen nacht. We eindigen de dag met een pizza in het hotelrestaurant waar we op teenslippers naartoe strompelen. Wat smaakt die lekker met dat pintje erbij. Dan slapen of beter: bewusteloosheid.

Een rustdag liften

19 augustus, Aviemore – Shiel Bridge – Ratagan. – Het is niet verwonderlijk dat we vandaag een rustdag inlassen. Na een heerlijke kop koffie in de zon, voor de deur van een outdoorwinkel, besluiten we vandaag naar Shiel Bridge te liften. We willen daar de befaamde ridgewalk doen over de vijf toppen van de sisters of Kintail. Eerder liep ik deze tocht met een vriend. Een urenlange wandeling op hoogte, over een smalle bergkam met aan beide zijden spectaculaire vergezichten.

Dit wordt een complexe liftonderneming over 150 kilometer, want we moeten een aantal keren van richting veranderen en dus waarschijnlijk van lift wisselen. We positioneren ons aan het einde van het dorp, na de rotonde. Na ongeveer 30 auto’s stopt een gele bestelbus. Op het eerste gezicht een smoezelige kerel met een dito bestelbus. De man dondert al zijn rondslingerende prullaria in de achterbak en daar verdwijnen ook onze rugzakken in. Ik let goed op dat ik eerder voorin de bus plaatsneem dan onze liftgever, anders zou hij er vandoor kunnen gaan met de rugzakken.

Lift 4. The chilling soundman

Onze liftgever is John. Hij heeft net een paar dagen gechilled in Aviemore, lees: roken en zuipen en dat ruiken we ook. Hij moet nu naar Glasgow om het geluid te doen voor een huwelijk. Met zijn vrouw doet hij aan time-sharing wat betekent dat ze om beurten een huisje bewonen in Aviemore om daar van de rust en de natuur te genieten. We snappen het concept niet helemaal en zouden zelf liever samen time spenden dan sharen, maar we gaan er niet op door. John is een geschikte kerel. Wat volgt, is een werkelijk prachtige route door het ruige Schotse landschap en we wisselen met deze fanatieke roker van gedachten over het – uiteraard – achterlijke anti-rokersbeleid. John blijkt een aimabele kerel met het hart op de juiste plek. Hij heeft zelf van jongs af aan gelift en blijkt tevens een fervent hillwalker (liefst snelle, efficiënte pieken die vanaf een pub te bereiken zijn). We kunnen met John meereizen tot Perth, Stirling of zelfs Glasgow. Hij gooit echter al snel zijn route om en zal ons een eindje op weg helpen door ons af te zetten in Spean Bridge bij het Commando Memorial. Zo traverseren we de hele Highlands zonder van lift te hoeven wisselen en vanaf daar kunnen we weer naar het noorden liften. Na afloop van de lift biedt John ons beide een zakje chips aan uit een doos die achterin zijn gele busje staat. We kletsen nog een kwartier na in de zon, naast het monument voordat John aan de Schotse horizon verdwijnt.

Lift 5. Remi, the sleepy Polish gardener with addictions

Vrijwel onmiddellijk worden we opgepikt door een Poolse tuinier. Hij geeft ons een klef handje. Daar houden wij niet zo van. Hij neemt ons mee met een bijbedoeling: we moeten hem wakker houden. Remi heeft weinig tot niet geslapen, gaat met een aantal vrienden fotograferen op Skye en heeft dringend behoefte aan Schrob. ‘Schrob?’, vraag ik. ‘Yes, Schrob’. Ik heb geen idee. Als hij vertelt dat veel winkels geen alcohol verkopen, begin ik een idee te krijgen. Onze Pool is een rokende alcoholist die slappe handjes geeft en geen oog heeft dichtgedaan. Een enerverend ritje hebben we voor de boeg. Onze Remi is gezien zijn verslavingen nogal nerveus en zo rijdt hij ook. Bovendien wil hij continu aan zijn navigatieapparaatje prutsen en weigert hij stelselmatig te vertrouwen op mijn kaartleeskunsten, met als gevolg dat we bij de eerste kruising verkeerd rijden. Navigatieapparatuur laat het in de Schotse wildernis afweten. Hij neemt niet de eerste, maar de tweede afslag richting Skye en zo zitten we zeker een half uur langer met zweethandjes bij deze Pool in de auto. Het maakt ons niet heel veel uit; nu krijgen we Loch Ness nog even te zien. Remi kwam hier vier jaar geleden vakantie vieren bij zijn broer en ontmoette zijn huidige vrouw. Hij werkt als tuinier, met name op grote landgoederen. Zo vertelt ij het verhaal van een estate owner die hem bij het schoffelen vroeg goed op te letten. Vrouwlief was de trouwring a € 55.000 verloren bij het tuinieren. ‘Bij het tuinieren?’, vragen we ons af. Op de mooiste plekjes stoppen we, want Remi wil graag foto’s maken. Wij vinden het uistekend en nemen weer wat flinke teugen met frisse lucht. Zo maken we prachtige foto’s van het uitgestrekt Loch Cluatchan. We zijn blij als we daarna uitstappen in Shiel Bridge. Remi baalt dat we niet langer meerijden en hem wakker houden en meerijden naar Skye. Het reultaat van de dag: Aviemore – Spean Bridge – Shiel Bridge, 2 liften, 4,5 uur

Een B&B in Ratagan

We nemen plaats in de Kintail Lodge, een markant wit hotel. Normaal gesproken gebeurt hier niets, maar net als in Blair Atholl hebben we pech. Er komen ruim 700 mensen in verband met een charity run die hier eenmaal per jaar plaatsvindt. De deelnemers wandelen of rennen 10 of 18 mijl rondom de Beinn Fhada. Alle hotels en restaurants zitten dus vol. We nemen eerst maar eens een pintje waarna vrouwlief een B&B belt in het dorpje Ratagan aan de andere zijde van het meer. Ik zat daar al eens gedurende een eerdere vakantie met een vriend. De B&B in kwestie zit vol, maar we krijgen onder de tafel het telefoonnummer van haar clandestiene buurvrouw. Ze heeft nog vacancies en voor € 20 pppn mogen we bij haar overnachten. Op de een of andere manier weten we onszelf iedere keer wel weer te redden.

Lift 6. The distinguished gentleman

Een wandeling van 30 minuten brengt ons bij de B&B. Daarna liften we terug voor het eten. Een gedistingeerde Schotse gentleman in blauwwit geruit overhemd en met een prachtig Schots accent neemt ons mee terug naar de Kintail Lodge waar hij met een groep eet. De tent zit vol, maar gelukkig kunnen we een stuk verderop terecht bij The Jacobite, vlak voor het dorpje Morvich. Wederom lopen we naar Ratagan, een prachtige frisse avondwandeling.

Lift 7. Een Assertieve elderly lady

20 augustus, Ratagan – Na het ontbijt liften we met een assertieve elderly lady terug naar de hoofdweg. Ondanks haar leeftijd – vermoedelijk ergens in de 80 – neemt ze ons mee en duidelijk is: zij is de baas. Haar wandelstok ligt achterin op de bank naast me, als signaal dat ze me zo een pak op mijn donder kan geven. Na haar gedistingeerde dorpsgenoot van de avond hiervoor, is dit de tweede keer achter elkaar dat we door de eerste auto worden meegenomen. Het typeert waarom Schotland het ideale liftland is; kleine wegen waar je als buitensporters met rugzak, zonder aarzeling wordt opgepikt.

Lift 8. Duncan the Musician

De dame zet ons eruit bij de bushalte, precies bij de brug waar Shiel Bridge haar naam aan dankt. In het hokje staan vier jongens met immense rugzakken te schuilen en te wachten op de bus. Wij zijn gedwongen in de regen te gaan liften op dit vroege tijdstip. Gelukkig stopt Duncan al snel. Hij is muzikant en komt net van een huwelijk op het eiland Skye. Hij speelt gitaar en hij zingt. Vrouwlief zit achterin naast zijn gear en hij vertelt over zijn land. Hij zet ons eruit bij de parking waar de wandeling zou moeten beginnen. De parking voldoet echter niet aan de eigenschappen die beschreven staan in de Lonely Planet en een pad is nergens te bekennen. We lopen een mijl langs de weg en zoeken naar andere parkings maar vinden die niet.

Lift 9. Kortste lift, weg van de hoofdweg

De regen houdt aan en ik besluit dat we vandaag niet naar boven gaan. Ik heb meer ervaring in de bergen en vrouwlief heeft wat moeite met dalen als het glad is. Bovendien is een ridgewalk vaak zo gelegen dat je niet zomaar halverwege kunt afdalen als het weer slecht wordt. Vrouwlief stemt in en we hebben geen spijt van onze beslissing. Liftend proberen we weg te komen van de doorgaande weg, maar hier wordt te hard gereden. We lopen richting Loch Cluathan, een mooie en uitgestrekt meer, ingesloten door ruige bergkammen. Aan de oever van het meer ligt de Cluathan Inn, waar we een vers bakkie koffie gaan drinken om de teleurstelling te verwerken als gevolg van het weer. Dit blijkt verder dan gedacht en uiteindelijk proberen we toch maar weer te liften. Gelukkig stopt een echtpaar en ze nemen ons de laatste mijlen mee. De koffie doet het humeur weer ietwat opknappen.

Lift 10. De Munroists met de blitse witte sportwagen

Als we naar buiten lopen en voor het raam gaan staan liften, stopt meteen de eerste auto, een blitse witte sportwagen. Het betreft een ouder echtpaar dat met de VUT is. Hij heeft zijn goedlopende slagerij verkocht (vandaar de sportwagen). Ze zijn Munroisten en hebben ruim 180 toppen bedwongen. Het verklaart waarom ze altijd liftende wandelaars meenemen. Ze hebben zelf regelmatig in de regen gestaan, vloekend op elke auto die (te hard) langsreed. Op de vraag welke Munro ze het mooiste vinden, is het antwoord unaniem en zonder aarzeling: Bideam Nam Binein. Ik kan me indenken waarom, gezien mijn eerdere omzwervingen nabij Glencoe, het meest dramatische dal in de Highlands. We besluiten achterin deze witte sportwagen hem te gaan bedwingen.

Kyle of Lochals

Het stel gaat door naar Skye en zet ons af in het dorpje Kyle of Lochals, waar zich de brug naar Skye bevindt. We willen hier in het dorp gaan pinnen om de B&B te kunnen betalen. De Highlands lopen niet bepaald over van de pinautomaten en je kunt ook niet overal extra cash opnemen als je met de creditcard betaalt. Je zou kunnen stellen dat we 30 mijl liften om te kunnen pinnen. Kyle of Lochals was vroeger een bustling city met een haven van waaruit de ferries naar Skye vertrokken. Met de komst van de brug is die tijd voorbij en de lokale economie is ingestort. Het ‘shoppen’ valt dan ook tegen en na een uitgebreide lunch besluiten we terug te liften.

We’ve got the looks

We lopen naar het benzinestation aan het einde van het dorp en voor de neus van vijf zeer stoere, ruig uitziende motorrijders gaan we staan liften. Ze staan echter in de weg. Een liftpositie moet leeg, rustig en overzichtelijk zijn. Geen afleiding zodat de liftgever jou en de stopplek in één oogopslag kan inschatten. Psychologie van de koude grond, maar o zo belangrijk. Het voornaamste is echter je look: draag felle kleuren in plaats van zwarte kleding. Veel hippies en backpackers dragen donkere kleding. Ik draag daarentegen een rode bodywarmer en vrouwlief een felroze windjack zodat duidelijk is dat wij buitensporters en klimmers zijn en geen zwervers, soldaten, padvinders, hippies of ander onsmakelijk volk. Fris, vrolijk en fruitig zijn de kernwoorden. Bovendien staan we achter elkaar, zodat duidelijk is: dit is een buitensportend stelletje. Minder gevaarlijk kunnen we het eenvoudigweg niet maken en het werkt.

Lift 11. Werkman en zijn zoon

Nadat de motorrijders zijn vertrokken, stopt een vader die met zijn zoon waarschijnlijk een boodschap heeft gedaan. Hij draagt werkkleding en is kort van stof. We kruipen achterin en hij scheurt terug richting Shiel Bridge. Halverwege stopt hij In Orktertyre. Hij maakt verder geen woorden vuil aan ons en wij dus ook niet aan hem. Prima zo. Hij transporteert; wij ondergaan. Rondkijken in stilte, niet onplezierig. Op de kruising waar hij ons achterlaat, staat reeds een schooljongen te liften. Een van de ongeschreven regels van het liften is: die het eerst komt, die het eerst maalt. Ofwel: je pikt niet iemand liftspot in. Er is echter een probleem: de jongen heeft geen soul. Hij heeft niet de finesses van het liften in de vingers. Een beetje bangig staat hij met weggedraaid hoofd te ver in de berm. Iedere onbenul ziet dat hij er niet vol voor gaat. Die jongen zal dus nooit worden opgepikt en wij komen niet aan de beurt. Hij kijkt chagrijnig en staat half in de bosjes. Je ziet hem niet eens; kansloos.

Lift 12. De Zuid Afrikaanse shortbread-bakker

We gaan een kruising eerder staan en niet veel later horen we achter ons getoeter. Een rood en gammel bestelbusje dat ons in eerste instantie voorbij reed, is teruggekomen om ons op te pikken. Een Zuid-Afrikaan met een sikje meldt ons: ‘I didn’t want to be responsible for a giant accident so I rode on and came back’. De beste man heeft liftend de hele wereld rondgereisd en het is voor hem een erekwestie ons niet te laten staan. Niet veel later passeren we de schooljongen die er – uiteraard – nog steeds staat. We zwaaien uitgelaten. Hitchhiking is art and we understand this art.

Onze Afrikaan rost over het Schotse asfalt met zijn gammele barrel. Hij is op Skye met een Schotse meid getrouwd. In het centrum van Potree – de hoofdstad van Skye – heeft hij een oud pand opgeknapt en is daar een bakkerij begonnen. Hij maakt shortbread voor de omliggende winkels en horecagelegenheden. Vandaag heeft hij pech. Door de harde wind is de ferry die elders van Skye naar het vasteland vaart, uit de vaart genomen. Nu moet hij dus voor een paar miezerige stukjes shortbread over de brug naar het vaste land en heel ver om een meer rijden om een en ander af te leveren. Het interesseert hem niet. Een bereisd ondernemer en hij vindt het maar wat leuk om voor ons nog een stukje om te rijden, om ons af te zetten bij de finish van de charity run die vandaag bezig is in het dorpje Morvich. Als we op een smal single track weggetje rijden scheldt hij grijnzend op alle sullige toeristen die hem tegemoet komen: ‘Yes stupid lady, you should go to side here so we can pass you! Yes!

Lift 13. De reddende engelen

Na het afscheid kijken we kort bij de finish, maar het is niet heel spectaculair. Bovendien bijt het dat we niet meer mee konden doen. Als fervent hardlopers zijn we maar wat graag van de partij als iemand een dirty thirty organiseert! We eten bij onze Kintail Lodge en lopen daarna naar Ratagan naar de B&B. Voor de zoveelste keer vandaag worden we door een bui overvallen. We hoeven gelukkig de duim niet eens op te steken. Een auto met twee jongens stopt naast ons en ze brullen naar ons dat we in moeten stappen. Ze nemen ons 400 meter mee en besparen ons daarmee 1,2 miljoen Schotse regendruppels. Meedenken, heet dat. Een unicum: we liften nu zonder de duim op te steken, in het donker in de regen. Het moet niet gekker worden.

If Sunday, forget hitch!

21 augustus, Glenshiel Bridge – Skye – Vandaag is een reisdag. We hanteren een nieuwe strategie: als het ook maar een beetje dreigt te gaan regenen, maken we er een reisdag van. Doen we dat niet, dan worden we chagrijnig. We lopen van Ratagan naar de bushalte in Shiel Bridge. Het is zondag en onze Lonely Planet is vrij expliciet: ‘If Sunday, forget hitch!’ Er komt op dit vroege tijdstip niet eens een auto, dus liften is geen optie. Als we in het bushokje staan, komen de jongens voorbij die bij ons in de B&B zaten en die deelnamen aan de Charity Run. Ze zwaaien uitbundig.

Lift 14. De camper met Italiaanse familie

Eén van de eerste auto’s is een camper. Hij stopt zonder aarzeling. Voor we het weten zitten we achterin een camper tegenover twee Italiaanse kinderen. Papa en mama praten honderduit met ons, maar de kinderen zijn enkel geïnteresseerd in de midgebulten op mijn voorhoofd. Ze willen zelfs voelen. We stoppen bij Eilean Donan Castle, een prachtig kasteel dat oprijst uit het meer. We nemen enkele foto’s en gaan weer op pad.

Lift 15. Het Britse stel zonder indruk

Na 20 auto’s worden we weer opgepikt door een Brits stel. Ze nemen ons mee tot halverwege Kyle of Lochalsh. Het is een stel dat geen indruk achterlaat, ondanks plezierige gesprekken en er valt dus ook weinig over deze lift te schrijven. In Kyle of Lochalsh staan we een tijdje te liften bij het benzinestation. Het wil niet echt vlotten. Ik zie echter vanuit mijn ooghoeken dat een stelletje staat te tanken. Ik geef vrouwlief een (zichtbare) knuffel. Als ze wegrijden is het de vrouw die de man maant te stoppen. De knuffel heeft haar doen smelten. Lachend vraagt ze waar we heengaan. ‘Portree’ en dat is ook precies waar zij naartoe gaan.

Lift 16. Het Italiaanse klimstel uit Sicilië

Drie liften en wij zijn alweer onderweg naar onze eindbestemming. Zijn er WK’s liften? Wij participeren! Zij is heel praatgraag, vooral naar vrouwlief toe. Hij moet nog wat ontdooien. Als ik echter een paar woordjes Italiaans in de lucht gooi, smelt ook hij. Van vroegere vakanties met mijn ouders herinner ik me een bizar zinnetje dat vader uitte tegen de douane: ‘Les bambini sont dans la macina’. Ofwel, de kinderen zitten in de auto. Hij ligt dubbel over zijn stuur. Zo nu en dan maken we buiten enkele foto’s van de prachtige scenery en dan heeft hij het koud. ‘Multo Fredo!’, brul ik naar hem, waarna hij lacht van oor tot oor. Niet zo gek overigens, want zij komen uit Sicilië en daar is het momenteel 40 graden Celsius. Beide zitten ze in de Gardia Civil, waarna meteen het woord ‘maffia’ door mijn hoofd spookt, maar dat is niet terecht. Ze doen beide aan wandklimmen want ze zitten in het Scicillian Mountain Rescue Team dat onderdeel van de Gardia Civil is. Vooral zij kletst honderduit en heeft duidelijk te weinig mensen gesproken gedurende haar autovakantie. Ze vraagt hoe we tegen de Italiaanse taal aankijken. ‘Warm’, zeg ik haar. ‘Alsof jullie alles zingen’. Ze vertaalt het voor hem: ‘Si comme cantare!’ Ik grijs en herhaal het: ‘Si si comme cantare!’ Onze liftgevers vinden het allemaal dolletjes en hij ligt weer over het stuur van het lachen. Een leuke rit en we wisselen gegevens uit zodat we via Facebook foto’s kunnen uitwisselen (wat natuurlijk tot op de dag van vandaag op zich laat wachten). Middenin Potree stappen we uit na drie uurtjes liften.

Een kamer bij Disabled David

Gezien de No Vacancies-borden en de waarschuwingen betreffende de drukte, lopen we angstvallig het dorp uit. We stuiten vrijwel direct op een bord: Traditional Forest Cottage, € 30 pppn, Vacancies. We lopen een bosweggetje in en middenin het bos stuiten we inderdaad op een houten gebouwtje. Vrouwlief loopt voorop, belt aan en opeens begint iemand keihard tegen haar te schreeuwen door een open raam. Wat gebeurt er nu? Het is ‘Disabled David’, de eigenaar van de huisjes die aan het bed gekluisterd is. Hij brult of ze het raam wat verder wil opendoen. Daarna gaat het gesprek minder luid verder. David biedt ons twee nachten onderdak aan en er gaat meteen 10 pond van de prijs per nacht af. De kamer is klein, maar leuk, met koelkast, TV en zelf te fabriceren ontbijt. De shared facilities zijn voor ons alleen want er zijn verder geen gasten en de vrouw van David biedt me toegang tot het verwarmde washok waar ik de tent mag uithangen. Na drie uurtjes liften en 10 minuten hebben we een comfortabel onderkomen in Portree. Tijd om te gaan wandelen. Na een sandwich in de haven van het dorp volgt een prachtige wandeling langs de kust die ons via steile kliffen tot een hoogte van 345 meter brengt. Het uitzicht is magnifiek: Wester Ros, Rasaay, Scapay, Gairloch, Skye, De Cuillins, De Trotternish Ridge en the Old Man of Stor, Kyle of Lochalsh, Loch Shield etc. etc. etc.

Skye is truly beautiful’, zou een Schot zeggen.

Point behind the middle of nowhere

22 augustus. Point of Neish – In een brochure lees ik dat het meest westelijke puntje van Skye de mogelijkheid biedt om zeehonden en walvissen te spotten. De vraag is alleen: hoe kom je er? Er gaat geen openbaar vervoer en je zou kunnen stellen: het is the point behind the middle of nowhere… Liften dus! We willen via een inheems weggetje de binnenlanden van Skye doorkruisen gezien de indrukken die we daar kunnen opdoen. We zoeken de juiste weg vanuit Portree en stellen ons op bij een kruising. Al snel stopt een felblauwe SUV met een besnorde Schot. Hij gaat eerst veevoer kopen en dan neemt hij ons mee.

Lift 17. De zelfvoorzienende besnorde Schot in blauwe de SUV

We wachten geduldig en nemen dan plaats in zijn enorme terreinwagen. Enthousiast begint hij te vertellen: ‘Ik was hier ooit drie dagen op vakantie in een B&B vanaf the mainland. Ik werd verliefd op het eiland. Ik verliet mijn vrouw, kocht voor een stuiver een boerderijtje ben nu zelfvoorzienend. Prima vind ik het. Kippen, schapen, geiten, zonnepanelen en vee. Ik heb eigenlijk niemand meer nodig.’ Wij krabben onszelf achter de oren: je vrouw verlaten voor een eiland. Hij zet ons af in de binnenlanden op een single track road en verdwijnt met zijn felblauwe SUV in de Bush.

Lift 18. De Mountain Rescue Lady

Het is stil. Doodstil. Geen wind, geen geluiden en bovenal: geen auto’s. Ik ga midden op de weg liggen en doe of ik ben flauwgevallen; de nieuwe manier van liften. Dan opeens het geluid van een auto. Snel sta ik op. Een kleine cabrio, dat schiet niet op. Dan weer het geluid, een bestelbusje ditmaal. Een pittige dame met rood verbrand hoofd houdt halt. ‘Buckle up!’, zegt ze. Al snel ervaren we waarom. Een zigzaggend, golvend, meanderend weggetje maakt zich meester van het ondoordringbare landschap en zij rost er met de bestelbus overheen. Ze woont aan het einde van dit weggetje, aan de kust, heeft een outdoorwinkel en is lid van de Mountain Rescue Services. Vorige week nog deden ze een oefening waarbij een brancard van een berg moest worden gesleept. Het past bij deze pittige, enigszins exotische, tante. Als we op deze single track road op een toerist stuiten, knalt ze de bus meteen in de achteruit en manoeuvreert behendig naar een passing place.First thing I taught my kids when they learned to drive, was to go in reverse. Touristst can’t!’, zegt ze vrolijk. En inderdaad zijn toeristen wel heel truttig en voorzichtig op deze weggetjes.
Aan de andere kant van het eiland openbaren zich vergezichten. Ze wijst ons op een markante rots: Talisker Point. Daar willen we vanmiddag nog langs, de Tallisker Distillery.

Lift 19. Faire du Stop met een French Couple

Ze gooit ons eruit voor haar outdoorwinkel en wij steken de duim weer op. Meteen stopt een Frans echtpaar dat ons meeneemt over de hoofdweg tot de afslag richting Neish Point. Het stel is nogal rustig, maar ontdooit direct als wij in het Frans beginnen te kletsen. ‘On fait faire du stop, une cirque de la Schotlande’. Daarna kletsen we honderduit in een mix van Frans en Engels.

Lift 20. Saaie Duitse muisjes I

Als we eruit zijn gezet bij de kruising passeren alleen maar families en dus overvolle auto’s. De eerste keer vandaag dat we lang moeten wachten en net als we het op willen geven en naar het dorpje Dunvegan willen wandelen, stopt er een Duits stel. Ze gaan eveneens naar Neish Point. Snel trekt zij haar Apple weg voordat ik er bovenop plof met mijn dagrugzak. Dit stel is saai. Niet saai, maar saai saai, extreem saai. Zij zijn saai, de muziek die ze draaien is saai en ze zeggen saaie dingen. Het kost ons veel moeite om wakker te blijven. Een sfeerimpressie: gezapig, weeïg, muizig, zijig, lijzig en zwijmelig. Zelden ontmoet je mensen die in de buitencategorie saai vallen. Vrouwlief laat per ongeluk haar oog vallen op een notitieblokje. Ze hebben per dag, per uur, uitgeschreven wat ze gaan doen de komende weken. ‘Staan er ook lifters in jullie schema?’, is mijn eerste gedachte.

Carviewers

We ontmoeten veel mensen die per auto alles willen zien, in korte tijd en altijd haastig. Ze hebben een plan, wijken er niet van af en zijn altijd op weg naar iets. Hoe heerlijk reizen wij dan: we liften op de bonnefooi zonder plan. Elke dag laten we ons invallen waar we zin in hebben. We hebben nooit haast en proberen een paar gebieden in Schotland goed te zien en te ervaren. Het voordeel van liften is dat je veel inside information krijgt van locals. Je bent een stapje voor op anderen die met de Lonely Planet rondscheuren.

Onze Duitse muisjes zetten ons eruit en nadat wij het hele gebied hebben uitgekamd, komen zij uit hun auto, gehuld in mutsen, handschoenen en windjacks. Nog een voordeel van liften: je bent een beetje geacclimatiseerd, lees: veel buiten en gewend aan de temperatuur.

Neish Point is – hoe kan het ook anders – een punt aan de kust die je kunt beklimmen, met daarachter een complex met een vuurtoren. Mooie vergezichten, zonder walvissen helaas.

Lift 21. Saaie Duitse muisjes II

Als we teruglopen naar de parking zien we dat de Duitsers achter ons zitten. We lopen vast door over de weg en proberen een lift te krijgen. Dat lukt niet en dan opeens zijn daar onze Duitsers. Ze lachen breeduit en ‘het is echt ongelooflijk dat we hier weer staan. Wat een toeval!’ Wij vinden het ook echt bizar ze weer tegen te komen, wie had dat ooit kunnen denken, hier op deze doodlopende weg in the middle of nowhere? Dit is het einde van de wereld en er lopen 50 verdwaalde toeristen, dus de kans dat je elkaar tegenkomt is… vrij groot. Het typeert onze liftgevers. Met een vorige schoonvader deed ik ooit het infantiele spelletje: ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. Hij had iets op het oog dat doorzichtig was: het doorzichtige omhulsel aan het uiteinde van een schoenveter. Een treffend voorwerp waarmee je ons Duitse stel kunt typeren. Ik weet niets eens of er een naam voor is.

Lift 22. Twee studenten met de Volvo van papa

In Dunvegan drinken we een pintje aan een picknicktafel die in de zon staat met prachtige vergezichten over een baai. Dan liften we terug naar Portree. Een van de eerste auto’s stopt. Twee studenten uit Breading in polo shirts die Skye rondtoeren in de Volvo van de ouders van een van hen. Ze hebben net gezwommen bij Coral Beach, het mooiste hagelwitte strand van Skye en daarmee hebben ze de bewondering van alle toeristen op zich gehaald. Ze zijn ietwat onderkoeld en gaan in Portree in de Isles Inn opwarmen van hun avontuur. Ze zetten ons middenin het dorp af.

Lift 23. De klimmende dorpseigenaar

23 augustus. Beklimming van de Cuillins – Vandaag de beklimming van een aantal Red Cuillins. De Cuillins – black en red – zijn het meest spectaculaire gebergte van Groot Brittannië. We zoeken een liftpositie aan het einde van het dorp Portree en al snel stopt een auto. Een jonge kerel in werkkleding zit aan het stuur. Hij gaat naar Slichagan, een klein gehucht – een hostel met restaurant en bar – van waaruit de Cullins beklommen worden. Sterker nog: volgend jaar gaat hij het hostel runnen. De hele tent met restaurant en bar is van zijn schoonouders. Tot voor kort kwam zij bij hem wonen in Portsmouth maar uitgerekend hij begon Skye te missen. ‘Dan moet je wel heel erg gesteld zijn op je schoonouders als je bij ze woont, werkt en leeft’, aldus vrouwlief.


Beklimming van Red Cuillins

Hij zet ons af bij het bruggetje waar onze klim begint. De wandeling is fenomenaal. Via een smalle schouder klimmen we geleidelijk naar de eerste top, de Beinn Dearg Mheadhonach. Vandaar lopen we nog 200 meter van het pad af, door naar de echte top op 651 meter. Spectaculaire uitzichten naar alle zijden en zelfs de midges staan hier toe dat we even kijken.

Na een korte afdaling volgt een klim naar de Beinn Dearg Mhor op 731m hoogte. Het terrein is eenvoudig. Dan volgt een afdaling over losse keien, scrambling over scree, zoals ze dat hier zo mooi noemen. Helaas zitten we te ver naar rechts en moeten we naar links traverseren over te steil terrein. Wat volgt is een klauterpartij op handen en voeten over een wand die enkel uit losse keien bestaat, eindigend in een smalle kloof die bedekt is met nat, glad mos. Het kost ons een uur om de 300 meter af te dalen en met knikkende knieën van inspanning, bereiken we uiteindelijk het zadel. Van daaruit volgt een klim van 360meter naar meter naar de top Sgurr Mhairi op 775 meter. Wederom een klim over losse keien en in mijn achterhoofd begint te dagen dat vrouwlief na een lange dag klimmen moeite zal hebben om straks 600 meter over ditzelfde terrein weer te dalen.

Halverwege de klim draaien we om en via het zadel zoeken we een mooie ribbe uit die geleidelijk daalt naar Slichagan. Een adembenemende wandeling die ons van 10 tot 16 uur bezig houdt.

Lift 24. De vermoeide werker

We nemen een drankje aan de voet van de bergen bij de herberg. Twee kerels die ons de hele dag vooruit liepen zijn nog zeker een uur zoet met hun afdaling van de laatste top voor we ze uiteindelijk langs zien strompelen. We zijn blij dat we een juiste beslissing genomen hebben. Onze liftgever staat met de barvrouw, die tevens zijn vrouw is te praten en we bieden hem een biertje aan. Onze lift terug verloopt soepeltjes. Aan de overzijde van de weg zit een Duits stel met zoon te rusten. Voor ze boe of ba kunnen roepen, zijn we weg met auto nummer één. Onze liftgever is een vermoeide kerel die vanuit zijn werk in Broadfort naar huis in Portree rijdt. Hij zet ons af voor de pub.

Lift 25. Twee Zwitserse schoonheden

24 augustus. Skye – Glencoe. – Vandaag willen we naar Glencoe om daar de Bideam Nam Binein te beklimmen, de favoriete Munro van onze eerdere liftgevers in de witte blitse Audi sport. Van de 181 Munros die ze beklommen hadden, vonden ze dit immers de mooiste. We worden meegenomen door twee Zwitserse dames die gaan wandelen bij Glenelg. Ze zetten ons eruit in Broadfort waar de afslag naar Glenelg is. Ze hebben een paar dagen op Skye en morgen gaat een van hen terug naar huis. Ze ruiken lekker, evenals hun auto. Ik blijft dus heel stil zitten, in de hoop dat er geen stinkende walmen opstijgen van mijn al dagen klamme wandelschoenen die niet bepaald fris meer ruiken. Ik kan het altijd op de klamme tent gooien.

Niet meer in de flow

In Broadfort zien we weliswaar onze laatste liftgever van gisteren voorbijlopen, maar het lukt niet een lift te krijgen. We verzinnen talloze (onbenullige) theorieën, wijzigen de opstelling van rugzakken en onszelf, maar soms moet je accepteren dat je niet in de flow zit. Dan is het tijd voor koffie. Aan de overkant zit een pittoresk theehuis en we nemen het er even van. We trekken een plan: we lopen na de koffie twee mijl door Broadfort heen naar de Y-splitsing en gaan aan de juiste weg staan die naar de ferry in Armadale leidt die naar Maillaig gaat. Soms zijn dorpen te ingewikkeld, lees: teveel afslagen en verkeer en dan kunnen mensen een en ander niet meer overzien, laat staan lifters beoordelen en in één oogopslag en meenemen.

Lift 26. De wandelende ferry-encyclopedie

Na de afslag worden we opgepikt door auto nummer drie. Een man die voor de ferry werkt, overigens niet vandaag want hij heeft zijn day off. Wat ga je dan in Armadale doen? Maar daar laat hij niets over los. Onze chauffeur is een weinig spraakzame man maar het feit dat hij voor de ferry werkt, is handig: ‘We’ll arrive at 12.45, the ferry leaves at 12.56, you have 6 minutes to buy your tickets and it’ll be 8.10 Pounds’. Onze meneer is een wandelende ferry-encyclopedie. Alles blijkt te kloppen. Wat het echter gecompliceerd maakt, is dat hij op zijn vrije dag niet bij de ferry gesignaleerd wil worden, dus hij stopt uit het zicht, waardoor we nog aardig moeten opschieten.

De Himalayan Craft Market

Na een boottocht van 35 minuten arriveren we in Mallaig. Ideaal is een lift rechtstreeks vanaf de ferry terminal. Als we echter de voetgangerssluis – die vrij lang is – uitgerend zijn, vertrekt net de laatste auto vanuit Mallaig. Liften vanuit een ferry-plaats lijkt eenvoudig. Je kunt eigenlijk maar één kant uit, weg van het water. Er vertrekken echter maar heel weinig auto’s want je zit aan het einde van de wereld. Het water vormt het randje, er zit niets achter. We staan dan ook al snel in de regen aan een volstrekt lege weg die parallel loopt aan de Harry Potter trein, die staat te wachten voor vertrek. Vrijwel niemand verlaat dit oord, schreeuwende kinderen naast, in en om de trein en… een wolkbreuk. We zoeken beschutting in de town hall waar een Himalayan Craft Markt is. We dwalen langs standjes met typische toeristische gewaden, kettinkjes en wierook.

Lift 27. De vrachtwagen met stinkende gardeners

Precies vier minuten later staan we weer in de regen te liften. Ik maakte voor het schuilen een geintje tegen vier kerels die gras stonden te maaien en bladeren stonden te ruimen met een blazer. Zij zijn het die nu als eerste met hun busje met laadbak langskomen. Ze gaan naar Fort William – waar wij heen willen – maar moeten onderweg nog wel twee korte klussen doen. We mogen mee. Dat laten we ons met de regen geen twee keer zeggen. De hele bus wordt ter plekke gereorganiseerd. Drie kerels voorin gepropt en wij met twee andere kerels achterin. Ik zit in het midden, zoals vaker, zodat vrouwlief niet te dicht op vreemde kerels hoeft te zitten. Het is om het subtiel uit te drukken een onwaarschijnlijke bende in de bus. De kerels stinken naar gras, uiteengemaaide hondenstront en sigarettenrook. Zeker drie van hen roken. De jongen naast me vraagt of ik van mediteren houd, als hij hoort dat ik uit Nederland kom. Ik krab achter mijn oor en vraag me af wat deze rokende gardener, met vergeelde, rottende tanden toch met mediteren zou moeten. Dan schiet me de eerste avond in Edinburgh te binnen. Ik zat in de pub en de eerste Schot dit me aansprak vroeg of ik wat drugs had geïmporteerd. Jammer dat we als liberaal landje dit imago op onze nek meetorsen. De reis is verder plezierig en de mannen hebben de grootste lol als ze horen dat we heel Schotland doorliften. Zelf blijken ze door heel Schotland de plantsoenen te doen en soms zijn ze weken van huis en reizen alle eilanden af en slapen in youth hostels. Meteen weet ik weer waarom ik niet in youth hostels slaap. In een klein gehucht moeten de heren hun volgende klus doen en we zijn ‘more than welcome to stay in the van for 20 minutes’. Twintig minuten moet echter voldoende zijn om een nieuwe lift te regelen en in de hozende regen stappen we uit. Ze lachen ons keihard uit en roepen ons na: ‘See ya in a minute!

Lift 28. De geflipte Koreaan

Een erekwestie; we moeten weg zijn voor ze hun klus afhebben. Gelukkig stopt de tweede auto. Een geflipte Koreaan. Hij draait zijn raam open en blijkt de goede kant uit te gaan. Zeker drie minuten lang legt hij uit dat zijn vrouw en kinderen met de Harry potter-trein gaan en hij zal ze op het bekende viaduct fotograferen. Hij moet dus alleen de hele rit per auto afleggen voor een paar foto’s waarop vrouw noch kinderen te zien zullen zijn achter de ramen van de trein. Absurd.

Na drie minuten is hij klaar met zijn relaas en kunnen we eindelijk instappen. Als we zitten, kletst hij weer verder en maan ik hem zijn raam dicht te doen. Het is alsof iemand tien liter water met een emmer naar binnen heeft gekieperd. Het interesseert hem geen fluit. Hij draait het raam dicht en rijdt de parkeerplaats af. Daar heeft de dame die achterop komt niet echt gerekend en ze aquaplaned snel naar de andere baan. Onze Koreaan is even vergeten te kijken. Collectief besluiten we per direct, zonder wisseling van woorden, weinig met hem te praten, zodat hij zich op de weg concentreert. Hij rijdt als een natte krant en deelt de bochten op in rechte stukjes, die hij etappe-gewijs neemt. We houden ons hart vast en snoeren onze gordels strakker aan. Geflipte Koreanen moeten met de trein gaan; met de Harry Potter-trein.

We zijn blij als hij ons eruit zet op de parkeerplaats bij GlenFinnan waar het viaduct zicht bevindt. Ook hij maant ons te wachten in de auto, tot hij foto’s heeft gemaakt. Dan kunnen we daarna mee naar Fort William, maar wij danken hem en gaan aan de weg staan.

Lift 29. The Gay Topographer

Ditmaal duurt het even. Het is nu een dubbele erekwestie. Bij elke auto die aan komt rijden, hopen we dat het niet de plantsoenendienst of de Koreaan is. We liften nu op dubbele reserve en vragen ons af wanneer het WK liften plaatsvindt. Als je lift met maar liefst twee reservejokers, dan moet je kunnen winnen immers. Ons geluk is nog niet op. Er stopt een zilverkleurige wagen met twee kerels, een stel. Een mooie schone, ruime auto. Het betreft twee gedistingeerde, grijze heren die een wandelingetje hebben gemaakt en nu op de weg terug zijn naar hun hotel aan Loch Lomond. Ze komen door Glencoe en zullen ons daar afzetten. Ze vragen waar we vandaan komen. ‘Holland, The Netherlands’ antwoord ik. ‘Is it Holland or Netherlands?’, vraagt de bestuurder. ‘Netherlands’, antwoordt vrouwlief. De beste man blijkt 40 jaar docent topografie te zijn geweest en onderwerpt ons aan een overhoring. In een wolkbreuk rijden we stapvoets door Fort William, waar net de scholen uitgaan, waarna we aan het begin van de hoofdstraat van Glencoe worden afgezet.

Dagresultaat: vijf liften voor Portree – Glencoe.

Lift 30. The Sheffield Couple

We lopen aarzelend langs de B&B’s op zoek naar degene waar ik enkele malen eerder verbleef. Dan vinden we hem – Crianan – en we krijgen zelfs dezelfde kamer, van dezelfde gastvrouw. Het gastenboek wijst uit dat ik hier in 2000 en 2003 verbleef. We gaan wat eten bij de Claitchaig Inn, een hotel dat 2,5 mijl van het hotel ligt. Ik ben geen voorstander van dit soort verplichte wandelingen over bekend terrein, dus ik steek meteen mijn duim weer in de hoogte. Een stel uit Sheffield houdt halt. Ze moeten naar de camping net voor het hotel, maar hij rijdt er langs en stopt uiteindelijk 20 centimeter voor het hotel gezien de hevige regenval. Gisterenavond liepen ze zelf nog in het donker door de regen omdat ze verdwaald waren, waarbij zij heel veel moeite had met afdalen. Het heeft hem zachtmoedig gemaakt. Er s nog een band: ik herken in hem de klimmer die ik ben en in haar de niet-klimmer die vrouwlief is. Hij ziet dat ongetwijfeld ook.


West Highland Way wandeling

25 augustus. Bridge of Orchy – Kingshouse Hotel. – We hebben beide niet de energie om vandaag een Munro te beklimmen en dus stel ik een wandeling voor die ik driemaal eerder maakte en die onderdeel uitmaakt van de West Highland Way, een langeafstandswandelpad. Het is een relatief makkelijke en vlakke wandeling met spectaculaire vergezichten. Eerst liep ik hem met vriend Niels toen we de 153-kilometer lange West Highland Way in drie dagen liepen met volle bepakking.  Toen liep ik hem met een toenmalige vriendin en tenslotte rende collega Paul de West Highland Way Ultra en rende ik deze etappe samen met hem op.

Lift 31. De Britse Aristocraat

Om 9.15 uur gooien we de duimen in de hoogte op de bushalte. Al snel stopt een zwarte Alfa met daarin een echte Britse gentleman, behorend tot de aristocratie. Een good old chap die vast ergens een kasteeltje heeft staan en die werkte in de shipping industry. Hij heeft meer aardappels in zijn keel dan het gemiddelde jaarclubje van het Rotterdams studentencorps. Zijn auto stinkt. Een geur van asbak waarin een natte hond heeft liggen rollen, een en ander logisch afgeleid uit zijn geel gevlekte teerhanden en de hoeveelheid hondenhaar waarin ik op de achterbank wegzak. Eerst moet ik echter twee behaarde colbertjes en een pantalon aan de kant leggen. Onze liftgever steekt grootse verhalen af over de Lairig Gru-passage die wij gedaan hebben en waar hij met ‘zijn’ soldaten liep, tot de middel in de sneeuw, waardoor hij moest omkeren. Hij heeft in Malaya gediend, is gek op de Belgen en kent ook Nederland goed vanwege zijn scheepvaartverleden. Nu is hij met pensioen en ‘heeft het te druk met niets’, zoals hij zelf zegt. Hij heeft dan ook tijd zat om met ons te stoppen zodat wij foto’s kunnen maken van de three sisters, waarna hij ons afzet voor het witte hotel in Bridge of Orchy.

Bridge of Orchy – Kingshouse Hotel

We drinken een kop koffie en lopen in sneltreinvaart de 23,8 kilometer die ons scheiden van Kingshouse Hotel. Ook nu weer is het een prachtige wandeling met de zon in de rug. Helaas kunnen we nergens even stoppen en een rustmomentje pakken, want de midges zijn excruciating. Vlak voor et Ski Center in Glencoe ontmoeten we een Duits meisje. Ze heeft iets weg van Pipi Langkous en legt uit dat de pilaar even verderop is opgericht er nagedachtenis aan de broer van de schrijver van de James Bond avonturen. De beste man heeft daar een hartaanval gehad en het is een onwaarschijnlijk mooie plek met vergezichten. Hij had het slechter kunnen treffen.

Een lijk lift lastig

De Climbers Bar van het Kinsghouse Hotel blijft leuk omdat je weet dat alle Britse topklimmers zoals Joe Simpson Stephen Venables er hun roots hebben en erover schrijven in hun klimboeken. Aan de bar staat een veel te dunne man die zojuist ettelijke Munro’s heeft beklommen. Hij is eng dun en heeft de looks van Mr Bean in het kwadraat. Als we later buiten komen en willen gaan liften, blijkt hij er reeds 40 minuten te staan. ‘Een lijk lift lastig’, concluderen wij. We beloven hem een lift te regelen waarbij hij als derde wiel aan de wagen kan meeliften. Hij gelooft er niet zo meer in en gaat terug naar de bar om een uur en een kwartier lang thee te gaan drinken alvorens de bus komt.

Lift 32. Kim en Kerstie from London

Hij is nog niet terug bij de bar als wij bij een stel uit Londen in de auto zitten. Ze logeren bij de Claitchaig Inn waar wij nu net wilden gaan eten. Kim en Kerstie heten ze, waarbij dient te worden opgemerkt dat Kim gezien zijn naam en de natte, slappe handjes die hij geeft wellicht de vrouw is binnen de relatie.

Lift 33. De B&B-ownster

Na ons avondmaal zie ik op de parkeerplaats hoe een dame twee mensen uit haar auto laat. Lachend vraag ik of wij de twee lege plekken mogen innemen. ‘Of course!’, antwoordt ze. Ze runt een B&B aan het meer – Loch Leven – net voor Glencoe Village en zet ons aan het begin van het dorp af, waar we getuige zijn van een exotische zonsondergang die we snel vereeuwigen met de camera.

Pap of Glencoe

26 augustus. The Pap of Glencoe – Ook vandaag zijn we te moe om echt te gaan klimmen, dus we pakken een makkelijk bergje dat ik al eens gedaan heb, de Pap of Glencoe. De Pap of Glencoe (Nederlands: Tepel van Glencoe), is een 742 m hoge heuvel ten noordoosten van het Schotse dorp Glencoe. De heuvel is goed zichtbaar vanaf de noordzijde van Loch Leven en bereikbaar vanaf de single track road tussen het dorp en Clachaig Inn, aan de noordzijde van de rivier Coe. De Pap of Glencoe vormt de westelijke uitloper van de richel Aonach Eagach, een van de moeilijkst te beklimmen heuvelruggen van Groot-Brittannië.


Amateurs in de bergen

Op de terugweg komen we een gezin tegen in zomerkleding, de kinderen op gladde laarsjes en opa en oma volledig uitgeput. Je realiseert je meteen weer waarom er zoveel stomme ongelukken gebeuren in de bergen. Als je een heel uur regen en harde wind hebt op deze hoogte, in je Gore-tex kleding, dan heb je het héél koud. Hoe moet het deze kinderen en oudjes in amateuristische zomerkleding dan vergaan? En wat als oma een been breekt en een paar uurtjes op de heli dient te wachten?

Lift 34. De kortste lift

Ik ben al moe door de afgelopen (drukke) dagen, maar dit kleurt mijn humeur nog extra. We gaan naar ‘onze kroeg’ en doen de rest van de dag helemaal niets meer. ’s Avonds breken we alle liftwetten, door maar liefst twee keer een lift in het donker te regelen. Normaal gesproken, is stoppen in het donker not done, maar we zijn on a role. De eerste liftgever is een student die een weekendje op de camping zit. Deze lift is dus maar een meter of 500 en kwalificeert zich tot op heden als de kortste lift.

Lift 35. De snelste lift

We zijn nog niet goed en wel uitgestapt als een tweede auto met een rotgang komt aanrazen. Ze werkt in de Claiclagg Inn en kent dit weggetje op haar duimpje. Ze woont 10 mijl verderop in een klein gehucht. Haar shift zit er gelukkig op en met gierende banden stopt ze voor de deur van onze Bed & Breakfast. Met stip de snelste lift.

Alle vooroordelen belichaamd

27 augustus. Glencoe – Crabh Haven – Vandaag is een reisdag. We willen vanaf Glencoe naar het eiland Arran liften, waar ik met vriend Niels ooit geweest ben. Het opstarten is wat roestig vanochtend. Eerst proberen we via de noordkant het dorp uit te liften via de kustweg naar Oban en als dat niet lukt proberen we het gewoon via de zuidkant. Als dat weer niet lukt, gaan we eerst maar eens een kop koffie drinken om het daarna weer te proberen. Ditmaal kiezen we voor de zuidkant via Glencoe. Er staat een oudere dame naast ons die haar kleinzoon op de bus komt zetten. Ze belichaamt alle vooroordelen die je maar tegen lifters kunt hebben.

It’s very very dangerous!’ Waarop wij haar vragen wanneer er voor het laatst een krantenartikel is verschenen over een vermoordde, uit elkaar getrokken lifter? Ze weet het – uiteraard – niet.

A girl hitchhiking!? It’s even more dangerous.’ Ja, maar daar staat wel een beer van een vent naast.

It’s a waste of your time!’ Ach, we zijn heel Schotland doorgereisd en vooralsnog gaat het goedkoper en gemakkelijker dan met de bus.

I would never, ever take you!’ We zouden et ook niet anders willen.

Lift 36. Twee Munro-baggers

Nu wordt het natuurlijk wel een erekwestie om voor de bus met haar lieftallige kleinzoon weg te zijn. Helaas wordt het net erna, als ze uit het zicht is verdwenen en dus niet getuige is van onze leuke volgende liftgever. Twee kerels nemen ons mee. Ze zijn samen op stap geweest en hebben Munro 279 en 280 afgetikt. Ze hebben met z’n tweeën alle toppen afgetikt in een periode van 20 jaar en nu hebben ze eindelijk weer tijd voor andere dingen. De laatste drie bewaren ze voor mei volgend jaar. Het moet een groot feest worden met de hele familie erbij. Stom alleen vinden ze zelf, dat ze niet de Munroe-om-de-hoek voor het laatst hebben bewaard. Nu moet de hele familie vanuit Engeland naar Ullapool verkassen. Het dorp waar nota bene de ergste (6 soorten) en de meeste midges zitten. Ze zetten ons eruit bij de bushalte in Tyndrum. Van daar kunnen we doorliften naar Oban.

Lift 37. Gezapige Duitsers (met frisse, witte sokjes)

De afslag van Tyndrum naar Oban is uiterst onhandig vanuit een liftperspectief. Een gevorkte Y-splitsing zonder een echte berm en meteen daarna een bocht. We verwachten er weinig van en toch stopt er al meteen een Duitser midden op de weg. Wat is dat toch met die Duitsers? Onze laatste Duitse liftgever stopte ook gewoon midden op de weg terwijl hij twee auto’s in zijn kielzog had (Op weg naar Neish Point, Skye). Zo ook nu. Snel stappen we in en onderwijl wordt er hevig getoeterd door een andere auto. Deze liftgevers delen nog een eigenschap met die vorige liftgever: gezapigheid. Ze zijn stil, zeverig en watterig, meer kan ik er niet van maken. Hij is hier gaan wonen. Zij is een vriendin, hier op bezoek die zich laat rondrijden. Ze heeft haar gesokte voetjes op het dashoard en laat het zich welgevallen. Het ruikt superfris in de auto, moet ik constateren en ik probeer me in te beelden wat er gebeurt als ik mijn voeten uit mijn vochtige wandelschoenen zal bevrijden. Gezien het nu reeds hoge gezapigheidsgehalte, denk ik dat onze bestemming dan niet bereikt zal worden. Na ongeveer 35 mijl zetten ze ons af in de haven van Oban.

Tussen het schip en het schip

We maken een toertje boulevard en eindigen aan de kade in de zon met een immense Battered Haddock en chips. Een pittoresk tafereeltje van boten, vissers, zeemeeuwen en etende toeristen. Naast ons een lallende, beschonken visser die zijn zakken met schone was pardoes over de eerste boot heen, in de tweede boot mietert. Gezien het overduidelijk hoge alcoholpromillage in het bloed, eindigt de laatste zak met schone, witte overhemden tussen de boten in. Niet handig. Met een bezem is hij 15 minuten in de weer om zijn was te redden, waarbij we stilletjes hopen dat hij tussen het schip en het schip valt. Plots doemt uit het niets een bonkige kerel op die tussen de schepen klimt en op de kop hangend, de was uit het water hijst. Het blijkt een matroos op zoek naar werk en dit is zijn sollicitatie. Hij wordt hartelijk, dronken bedankt, maar helaas…

Lift 38. The guy with the beachhouse and the SUV

We lopen het stadje uit en gaan weer staan liften. Een kerel met een immense SUV neemt ons enkele mijlen mee. Hij woont ergens aan het water en dropt ons bij de bushalte in een klein dorpje ten zuiden van Oban. Hij verhaalt tijdens de rit over een gigantische storm waarbij 12 bomen omgingen op zijn landgoed en 83 scheepjes aanspoelden op de oevers en zijn strandje. We zien vanaf de heuvel de baai waar hij resideert en geloven hem op zijn woord. Open water tot aan de Verenigde Staten.

Lift 39. De hardhorende tachtiger

Al snel dient de volgende lift zich aan. Een tachtiger die hardhorend is en nogal moeite heeft met de overgang donker – licht. Lees: hij mindert telkens vaart tot… ja eigenlijk tot hij midden op de weg stilstaat, om dan heel rustig weer op te trekken. Levensgevaarlijk. Bovendien deelt hij de bochten op in kleine bochtjes, om dan schoksgewijs met wisselende snelheid de bochten te pareren. Vrouwlief zit voorin en ik hoop maar dat ze hem niet teveel afleidt. Ik houd mijn hart vast en trek mijn gordel strakker aan. Hij gaat naar het dropje Crabh Haven, waar een zeilwedstrijd wordt georganiseerd. Dat is gunstig voor ons: veel verkeer. Helaas gaan ze allemaal naar dat bewuste dorp en is er verder vrijwel geen verkeer. Daar komt nog bij dat de meeste zeilers in cabrio’s, dikke Mercedessen en Porches rijden en die nemen geen lifters mee. Deze mensen zijn te posh, te elitair, te Gaastra.

Lift 40. De sailor

We staan er lang en dopen Crabh Haven om in Crap Heaven. Uiteindelijk stopt er een zeiler. Hij gaat andere zeilers bezoeken in het volgende dorpje, Aerdvark. Hij neemt ons weer zes mijl mee naar de volgende afslag. Deze ligt middenin het bos, is vrij donker en er wordt nogal hard gereden. We proberen het iets verderop, buiten het bos, waar het licht is. We hopen dat ze ons hier goed kunnen zien, maar het helpt geen donder. We zijn gestrand aan het einde van de middag. Na nog eens veertig minuten geven we het op. We gaan een biertje drinken in Aerdvark, dat we voor de gelegenheid omdopen in Aardvarken.

Gestrand in Aerdvark

We lopen anderhalve mijl en zijn benieuwd wat we zullen aantreffen. Dorpjes als Aerdvark en Crabh Haven zitten bij een grote zeilwedstrijd vast tot de nok toe vol. Bovendien is het vast het enige zeilevenement in het hele jaar in deze contreien. Onze vrees wordt bewaarheid als we bij de Isles Inn te horen krijgen dat ze zijn volgeboekt. We kunnen de doodlopende weg (in zee) nog een eindje volgen en dan mogen we onze tent opzetten op een stukje gras naast de lokale goosefarm. Na deze lange dag zien we het niet zo zitten om te midden van ganzenpoep en midges te slapen, dus bestellen we nog maar een biertje in de heerlijke avondzon. Wat nu? We zijn gestrand. Het aardige is dat een dergelijk probleem zich altijd vanzelf weer oplost, een ongeschreven wet van het liften.

Behulpzame Schotse dames

Al snel komt een gezette dame op paardrijlaarzen op ons toegesneld. Ze is de eigenaresse van de manege in Crabh Haven en we mogen in de caravan overnachten waar normaal gesproken haar personeel bivakkeert. Ze gaat nu een half uur tot een uur bier drinken en dan kunnen we met haar meerijden. We kunnen hier wel wat eten en dan houdt ze ons op de hoogte van haar beoogde vertrek. Blijkbaar heeft de behulpzame receptioniste zich over ons ontfermd en dit geregeld. Plots zitten we aan het einde van de wereld op rozen en nemen het er nog maar even van bij de ondergaande zon boven de idyllische baai met bootjes. Na ons eten blijkt de dame echter nog een paar cidertjes te willen drinken met haar beste vriendin. Buiten ons medeweten heeft ze personeelslid Susan van de manege ingeschakeld om ons naar de caravan te brengen. Het moet niet gekker worden. We voelen ons bezwaard. We hadden gewoon kunnen lopen via een binnenweggetje van Aardvarken naar Crap Haeven.

Lift 41. Susan en haar gammele brik

Na 15 minuten is daar Susan met haar kleine wagentje. We proppen ons erin met onze rugzakken en ze scheurt via de hoofdweg langs de kust naar Crap Haven dat we voor de gelegenheid toch maar weer Heaven noemen. Susan is hier gekomen om een maandje mee te werken op de manege, maar inmiddels zijn dat al vijf maandjes geworden omdat het hier ronduit prachtig is. Ze botst over een binnenweggetje met putten en kuilen naar de manage en meldt dat dit haar third car in vijf maanden is. Wij begrijpen waarom; ze neemt niet echt gas terug als de weg minder wordt en al stuiterend vliegen we door de rimboe. Met gierende banden stopt ze voor de manege.


The view to die for

Susan draait zich om en wijst naar de helling waar we de caravan ontwaren. Het is niet de kleine, aftandse caravan met twee afgeleefde stukken schuimrubber-matras, overdekt met mos en schimmels, die we in gedachten hadden. We resumeren: zitkamer, eetkamer, 2x slaapkamer, toilet met (warme) douche, 2-persoonsbed, kachels, verlichting, radio, tv, een goedgeoutilleerde keuken met waterkoker en – in de woorden van Susan – A view to die for. Er is maar één maar: het is allemaal een beetje vies. Susan zit nu in de cottage omdat die op het moment niet verhuurd is en ze had nog geen tijd om de caravan schoon te maken. Waarschijnlijk heeft ze vijf maanden geen tijd gehad om schoon te maken, maar dat zegt ze er niet bij. We durven bijna niets aan te raken en slapen met het hoofd op onze handdoeken in onze slaapzakken gewikkeld. We klagen niet, dit is een leuke en onverwachte wending in ons avontuur en ‘everything beats camping with the midges!’ We maken een prachtige avondwandeling door de baai en trekken ons terug in ons knusse onderkomen met een view to die for.

Lift 42. Audrey en de litterboxcar

28 augustus. Crab Haeven – Mull – Na een warme douche en dito koffie bedanken we onze gastvrouwen en beloven plechtig enkele foto’s te zullen sturen. Betalen is niet aan de orde: ‘It’s just a scrappy old caravan’. We lopen anderhalve mijl naar de hoofdweg en steken de duim weer op. Na 20 minuten in de regen staan met de slappe lach en maf-doend met een gevonden paraplu, besluiten we dat we Arran zo niet gaan halen. We dopen Heaven weer om in Crap Heaven. Het is ook nog eens zondag en er gaan geen bussen. We besluiten de eerste lift te nemen, waar hij ook heen gaat, noord of zuid. We zijn ons momentum kwijt en we moeten hier weg. Terwijl we in onze regenjacks in regen en wind staan te verkleumen, stopt er een dame met een grote familiewagen. Audrey heet ze en achterin de kinderstoel zit Vinnie. Ze heeft met ons te doen gezien het weer en besloot ons mee te nemen. ‘Normaal gesproken neem ik nooit lifters mee hoor’, zegt ze. ‘Maar jullie zijn een stelletje en dan kan het vast geen kwaad, toch?’ Typisch: de helft van de liften krijgen we dit verhaal te horen. Het betekent dus dat we de helft van de tijd meeliften met mensen die nooit lifters meenemen. Wat moeten we daaruit afleiden? Liftgevers liegen? Audrey heeft nogal wat rommeltjes in haar auto. Sterker nog: ik heb mijn hele leven nog nooit in zo’n aftandse, rijdende vuilnisbelt rondgereden. Het is alsof ze vier tonnen met speelgoed op de achterbank heeft omgekeerd en ik kijk dan ook niet op als ik een Playmobile-poppetje uit mijn derrière pluk. Ik zit ondergedompeld in het speelgoed en voorin is het niet veel beter. Vinnie ondergaat het allemaal gelaten, de kleine man in de kinderstoel. Zijn moeder brengt ons gelukkig helemaal terug naar Oban. Audrey vertelt honderduit en vindt dat we vanaf Oban de ferry naar het eiland Mull moeten nemen. Het is daar ongelooflijk mooi, rustig en het is haar droom om daar ooit nog eens te gaan wonen. We horen het aan, maar pas als ze de woorden ‘hagelwitte’ en ‘zandstranden’ in de mond neemt, begint het bij ons te kriebelen. We hebben een nieuw plan. Ze dumpt ons voor het ferrygebouw en een uur later zitten we op de boot naar Mull.

Chillen in een viersterrenhotel

Gezien onze smoezelige caravan en de weinige privacy in de laatste B&B’s opteren we eenmalig voor een zeer luxe hotel (met hopelijk een sauna en zwembad). We gaan een middagje wassen en relaxen op de hotelkamer. Via de telefoon doet vrouwlief een reservering bij het viersterrenhotel de Mull-Inn. Eigenlijk is deze manier van reserveren bij een primitieve vakantie als deze uit den boze, maar voor een keer zien we het door de vingers. Helaas is het niet de luxe kamer die we gehoopt hadden en ook een sauna blijft slechts een fata morgana. Op Schotse eilanden is een en ander – en hoe kan het ook anders – enigszins in vergane glorie. Zo klopt het ook. We drinken Rosé en eten toastjes met Franse kaasjes op de kamer en denken de hagelwitte stranden erbij. Het waait, miezert en is bewolkt.

Glamping

29 augustus- Mull. We starten de dag met verkassen van hotel naar tent. Op de camping bij de ferry blijk je voor twee dagen een comfortabele bungalowtent te kunnen huren. Vrouwlief heeft dit opgesnord in een brochure en ik stem in. Als ik hoor dat de tent een keuken en een kachel heeft, krab ik toch nog eens achter mijn oren. Dit wordt de eerste keer in mijn leven dat ik aan glamping ga doen, een door mij verfoeide combinatie van kamperen en glamour. We hebben een keuken, een douche, vier bedden, toilet en zoals vermeld een flinke gaskachel. Dit levert ons later de eerste avond samen-voor-de-haard op. Samen een flesje wijn drinken, een boekje lezen en eindelijk even echt een eigen stekkie na alle dagen on the road. De dag vullen we met een afwisselende wandeling vanaf de camping door meerdere drooggevallen baaien tot de voordeur van Stuart Castle. Prachtige vergezichten en dwalen door zeewier en poelen in drooggevallen baaien.

Lift 43. Een French couple I

Vanaf het kasteel liften we terug naar de hoofdweg met een Frans stel. Ze zijn net gearriveerd per ferry en gaan nu per auto de westkant van het eiland verkennen. Op de kruising waar we de hoofdweg weer bereiken, liften we verder. We concluderen ook: hier op Mull gebeurt echt hélèmaal niets. Er is zelfs vrijwel geen woon/ werk-verkeer tussen de verschillende dorpjes.

Lift 44. Een anoniem stel dat geen herinneringen oproept

Het duurt dus nogal even, vooraleer we worden opgepikt door een stelletje dat ons meeneemt langs het dorp, onze camping, de ferryterminal, het luxe hotel en door naar het noorden richting Tobermorry, de hoofdstad van het eiland. Halverwege gooien ze ons er echter uit op een volstrekt verlaten kruising. Zelf pakken ze hier een zijweggetje naar een andere ferry die ze weer van het eiland afvoert. Zeker een uur staan we op de kruising in niemandsland. Een localk scheurt met zeker 160 km per uur voorbij. Naar we later horen, vindt hier ieder jaar een ilandralley plaats en de bewoners gebruiken elke aangelegenheid om te trainen. Dan plots stopt er een auto. Het is het Franse stel van zo-even.

Lift 45. Een French couple II

Ze nemen ons mee tot Tobermorry en zetten ons middenin het dorp aan de kade af. Gedurende de middag dwalen we langs de winkeltjes, eten een geweldige fish and chips en halen boodschappen voor in de tent.

Lift 46. Een meedenkende man op krukken

Aan het einde van de middag liften we weer teug naar Craignure. Al heel snel stopt een man die zijn krukken op de achterbank heeft liggen. ‘Ik breng jullie wel even de steile helling op, naar de rand van het dorp, dat lift immers makkelijker dan hier aan de kade’. Zo geschiedt en even later staan we, na een rit over en immens steile weg, bovenop de helling weer langs de weg.

Lift 47. Een Afrikaanse nachtclubeigenaar zonder gun

Vrijwel meteen stopt een gezette kerel die ons kan meenemen tot een dropje halverwege. Als we ons goed en wel geïnstalleerd hebben zegt hij: ‘I used to drive around with a gun in South Africa!’ Wat ons betreft teveel informatie op een verkeerd moment en we aarzelen of we weer uit de auto moeten springen. Waar gaat dit heen?, vragen we ons af. Zijn achtste woord is al gun. Wat hij ons echter blijkt te willen duidelijk maken, is dat dat hier juist helemaal niet hoeft. Onze Zuid-Afrikaan is eigenaar van twee nachtclubs hier op het eiland, maar het gaat er hier heel anders aan toe, zegt hij. ‘Ik heb ergens een huissleutel, maar ik weet niet eens waar ‘dat ding’ is’, zegt hij. Hetzelfde verhaal horen we later nog een keer van de jongen die bij de camping achter de receptie staat. Niemand sluit hier het huis af. Het bevestigt nogmaals ons beeld van vanochtend: Mull is wel héél erg chill. Zelfs zo chill dat we bang zijn dat we de Ben More van 974 meter, die midden op het eiland ligt niet eens kunnen bereiken. We kunnen er simpelweg niet komen. Geen regelmatige buslijn, geen toeristen en zelfs geen lokaal verkeer. Bij het VVV denken ze met ons mee. Liften naar het eerste dorp, een fiets huren en dan per fiets naar de voet van de berg klimmen. Maar liften op Mull, op dat vroege tijdstip…?

Onze Zuid-Afrikaan blijkt een aimabele kerel. Hij vertelt dat hij ondanks zijn vriendelijke uitstraling uiteraard niet wordt geaccepteerd op dit Schotse eiland, als eigenaar van een Schotse nachtclub. Hij wil daarom graag terug naar Zuid-Afrika. Het weer is daarin ook een zwaarwegende factor. Hij zet ons af in Lagan.

Lift 48. De ferry-medewerker in geel

In Lagan krijgen we na een half uur een lift van iemand die op de ferry werkt. Hij draagt dan ook een gele overall die bezoedeld is met olieresten en andere ondefinieerbare vegen (en bijbehorende geuren). Onze man is een no-nonsense werkpaard en we wisselen van gedachten over de storm in New York die de gemoederen bezig houdt. Hij merkt op. ‘If we have a storm twice as tough, we wouldn’t even take notice. Let alone take measures! We have winds of over 128 miles per hour, they don’t even experience half the strength. In New York everything brakes down. Our cottages have been standing here for hundreds of years’. Basically begrijpt hij niet zo goed ‘what’s all the fuss is about.’ Dan merkt hij nog op Hij rijdt een stukje om en zet ons af voor de camping. We hebben onze avond voor de haard en besluiten de wekker vroeg te zetten voor onze aanval van de Ben More morgen.

Sjoemelen met de bus

30 Augustus, Mull – Loch Lomond. Als vrouwlief gewekt wordt door de wekker hoort ze regen. Veel regen. Heel veel regen. Ze draait zich nog eens om. We staan later op en het alternatieve plan voor vandaag is een lift helemaal naar de westkust van het eiland, waar de hagelwitte stranden zijn. Een kwartier lang liften, leert dat er vandaag nog minder gebeurt. Elke dag dat het seizoen vordert, is hier minder verkeer. Ik hak de knoop door: het is hier te rustig, we gaan per direct terug naar het vasteland. Vanaf de ferry boeken we de aansluitende bus naar Tyndrum. Dit is de eerste keer dat we niet liften en sjoemelen. Dat kost maar liefst 14 Pond voor 35 mijl. We zijn de bus dan ook nog niet uit, of we gaan er achter staan om door te liften naar Crianlarich. Vanaf daar willen we weer door naar Loch Lomond om de gelijknamige Ben Lomond te beklimmen.

Lift 49. Een ruige visser met Cantharellen

Er stopt een woest-uitziende kerel en we zijn vóór de bus alweer vertrokken. Het voelt goed en de andere passagiers staren ons na. Onze ruige vent blijkt een visser met een eigen vessel op het eiland Lewis waarmee hij ook excursies met toeristen doet. Vandaag is hij op weg naar Glasgow omdat zijn vader net is overleden. Ziedaar: een ruige bikkel met een klein hartje die iemand zoekt om tegenaan te praten. Als ik instap, ligt zijn bijrijdersstoel vol troepjes en het eindigt met een rit waarin ik de hele weg zijn bakje met sandwiches in de hand houdt, terwijl hij tegen ons aan praat. Als we de rugzakken uit de achterbak halen, vraagt hij ons of we nog een handvol verse Cantharellen mee willen. Onder mijn rugzak blijkt tevens een bak vol verse kreeften te staan. De tas zal nog wel even nastinken van deze lift.

Lift 50. Oude dame met Cocker Spaniel

Vanaf Crianlarich liften we naar Inversbeg met een oude dame en een Cocker Spaniel. Vrouwlief op de voorstoel, ik met de kont in de hondenharen. De dame heeft met de hond de Ben Nevis beklommen en is nu op de terugweg naar de Cumberlands. Ze heeft nog een rit van zes uur voor de boeg en ik vermoed dat ‘wakker houden’ en ‘entertainment’ haar voornaamste redenen zijn, dat wij haar metgezellen zijn. Via de smalle – soms single road – wegen rijden we langs de oevers van Loch Lomond. Inversbeg blijkt niet zoals verwacht een dorp te zijn, maar een hotel, een camping en twee huizen. De ferry gaat niet vanaf hier naar de overzijde van het meer, waar de Ben Lomond zich bevindt. We moeten een dorp terug zijn, dus morgenochtend moeten we met de bus. Vooralsnog nemen we onze intrek in het hotel.

Lift 51. De dame met de hazewindhond

30 augustus – Inversbeg, Durham, Rowardennan, Ben Lomond, Tyndrum, Callander. – Aan het ontbijt horen we een dame tegen twee kerels over haar plannen vertellen om de Ben Lomond te gaan beklimmen. Als ze opstaat van het ontbijt, ren ik haar achterna en regel een lift. Wederom zit vrouwlief voorin – alleen bij dames – en ik achterin met de hond. Ditmaal geen lieve, aanhankelijke Cocker Spaniel, maar een flinterdunne hazewindhond met een niet functionerende alvleesklier. Het is een nerveuze, angstige hond, maar toch maak ik snel vriendjes. Om 9 uur zitten we samen met een aantal andere klimmers op de ferry voor een overtocht van 45 minuten. In Rowardennan zien we Inversbag aan de overzijde liggen op een paar honderd meter afstand. Zwemmen was aanzienlijk sneller geweest.


Beklimming van de Ben Lomond (947 meter)

We zijn blij dat we ‘Dull Mull’ hebben achtergelaten en beginnen rustig aan onze beklimming van de Ben Lomond (947 meter). We halen zeker 20 mensen in en zien onder ons de vergezichten over Loch Lomond en de eilanden steeds spectaculairder worden. De frisse lucht en de bergpaden doen me voornemen om thuis meer te gaan trailrunnen. In vier uur en een kwartier zijn we terug op de parkeerplaats van een wandeling waar vier tot zes uur voor staat. Het is goed om weer lekker actief bezig te zijn geweest in plaats van liften en reizen.

Lift 52. Het gezette gromstel

Ik krijg dan ook al snel spijt als we met onze volgende lift van Rowardennan de Hooglanden uitreizen naar Drymen. Ook vrouwlief kijkt angstig uit het raam als de bergen verdwijnen en roept: ‘Hoe lang duurt deze lift nog?’ Onze negatieve gevoelens hebben ook te maken met de lift, Een ronduit gezet stel dat bijna uit de auto barst. Ze wonen in de buitenwijken van Glasgow en zijn een weekendje weg. ‘Did you also climb Ben Lomond?’, vraag ik enthousiast. Nope. Wat ze dan wel gedaan hebben, isme niet helemaal duidelijk. Ze hebben naar eigen zeggen geen last van de midges gehad, dus dat kan alleen maar betekenen dat ze binnen gezeten hebben in een kroeg of hotel. Zij kletst nog een beetje met ons, maar hij laat enkel diepe grommen horen. Vaker zij  het de dames die met ons kletsen en lijkt het hele liftgebeuren bij hen tegemoet te komen aan een hang naar avontuur. Door het meenemen van lifters straalt het avontuur een beetje op hen af en voelen ze zich alive. Een intense belevenis die een gat opvult in hun behoefte naar een beetje spanning in het leven. Het stel zet os af op het dorpsplein in Drymen voor het Winnock Hotel. Een fantastisch onderkomen waar ik twee jaar eerder verbleef toen ik met een groep hardlopers en een filmcrew op doorreis was. We drinken een biertje en trekken een plan: we willen terug de bergen in! Het bevalt ons helemaal niets dat we met deze laatste lift zienderogen de Highlands uitreden en de heuvels voor groene weiden inruilden. We hebben vandaag de zuidelijkste Munro van Schotland (>3.000 voet) beklommen en zien iets ten noordoosten nog een berg, de Ben Ledi. Ooit zat ik in Callander bij een B&B en vanaf de ontbijttafel zag ik deze prachtige berg en beloofde mijzelf hem ooit te beklimmen. We hebben een plan.


Liftspinsels

Net na Drymen gaan we langs een rustige weg staan liften. Het lukt voor geen meter. Als ik opkijk, snap ik waarom: we staan voor huisnummer 13. Lifters verzinnen allerhande theorieën waarom een en ander wel of niet lukt. De praktijk is dat je gewoon aan het toeval bent overgeleverd. Je kunt hooguit je kleding aanpassen, vriendelijk lachen en hopen op: een man alleen, een voormalig lifter, een vrouw met medelijden, een boswachter, een politieagent, een forens, een bijna-slaper die je moet wakker houden of een anderszins tot stoppen geneigd persoontje. Als ik de rugzakken wegdraag van nummer 13 naar nummer 15 en vrouwlief de duim nog eens opsteekt, komt piepend een auto tot stilstand, of beter een voiture.

Lift 53. Marion, de Française from the violins

We zijn overgeleverd aan Marion, een Française die met haar zoontje op weg is naar huis. Ze heeft haar man ontmoet op de universiteit in Edinburgh en heeft destijds al liftend met hem Schotland verkend. Ziehier, ze is van het type ex-liftster annex moeder-met-meelij. Ofwel een kleine, kwetsbare Française die gewoon een stel lifters meeneemt. Enthousiast vertelt ze over haar leven in Schotland. Ze wil nooit meer weg en is gek op het land. Alleen haar bioritme wil maar niet wennen aan de korte dagen in de winter. We vertellen haar dat ze nummer 54 op de lijst wordt. Dat vindt ze fantastische en als we uitstappen, roept ze ons nog na: ‘I’m Marion, I make violins!’ En aldus verschijnt zij op de liftlijst die inmiddels begint door te dringen in Schotland: Marion, de Francaise from the violins.

Lift 54. ‘Good deed’-Saskia

Ze zet ons eruit op een kruising in the middle of nowhere. We liften op drie verschillende posities rondom de kruising, maar lijken niet weg te komen. Er wordt simpelweg te hard gereden. Maar net als je op de vervelendste positie staat, kan alleen de leukste lift zich aandienen. Zo geschiedt. Er stopt een overvolle familiewagen met moeders aan het stuur, dochterlief ernaast in de bijrijderstoel en zoonlief achterin. Wij proppen onszelf ernaast met de rugzakken op schoot. De nieuw aangeschafte wandelstok van vrouwlief prikt in mijn oog en ik kan geen kant uit. De dame in kwestie stelt zich voor als Saskia. ‘I saw you standing there on the way overhere en you were still standing there on my way back. It’s a shitty spot and I took pitty on you’. Ze vertelt het vol passie en overgave en ratelt honderduit. De kinderen zwijgen. ‘Sorry because of the smell’, Grijnst ze. ‘My daughter just came from gymnastics and my son plays rugby’. Inderdaad, nu ze het zegt: het stinkt hier alsof er al een week een lijk ligt te rotten. Met name haar zoontje is de boosdoender. De kinderen zwijgen nog steeds. ‘Och, I never take hitchhikers, this is amazing!’ brult Saskia. ‘This is my good deed totay. I helped two Dutchees! Great!’ Wij vinden het ook great. We willen naar Aberfoyle en dan door naar Callander, maar Saskia brult: ‘Ah, what the heck, I’ll take you to Callander and do some shopping overthere!’ She’s on a role. De kinderen doen er nog steeds het zwijgen toe. Het is een aardige rit en mijn voeten slapen inmiddels. ‘I live in a small cottage on the right, near the River Tay’, zegt Saskia. Wij zeggen dat we haar een kaartje zullen sturen. Een cottage aan de River Tay halverwege Callander moeten we toch kunnen vinden met Google Streetview! Ze neemt ons mee vanaf een rotplek, we passen nauwelijks naast haar stinkende koters en ze rijdt om, om een goede daad te verrichten en te getuigen van Scottish hospitality. Middenin het centrum van Callander zet ze ons af voor een hotel. Als ik uitstap val ik bijna voorover met mijn kin op de stoep. Alle gevoel is uit mijn voeten, toch was dit de leukste, meest spontane en sprankelende lift.

Hostility versus hospitality

Als we drie minuten gelopen hebben, komen we haar weer tegen. De supermarkt blijkt vandaag gesloten, dus ze moet onverrichter zake terug naar haar cottage. Ze lacht als een blij kind. ‘Saskia from the good deed!’, schreeuwt zo ons lachend na. ‘For the list’.

We zwaaien als ze wegrijden. Haar kinderen zwijgen nog steeds, maar ze zwaaien wel lachend terug. Ooit zei ik tegen een oude man bij wie ik in de garage had mogen bivakkeren tijdens een regenbui: ‘Thanks for your hostility’, terwijl ik hospitality bedoelde.

Schotse hospitality met Saskia als boegbeeld.

Schotse gastvrijheid

Tevreden laten we ons in de banken van een sfeervolle, typisch Schotse pub neerzakken met een pint. Voor ons een oude man die opeens ruzie krijgt met een maat tijdens het biljarten. De maat stormt woedend naar buiten. Niet begrijpend roept onze oude man dat hij er niets van snapt. ‘I’m stressed!’, brult hij met de handen ten hemel geheven. Wij knikken lachend en manen hem te chillen en te ‘ohmen’ conform het ritueel van Boedhhistische monniken. Als we vertrekken, pakt hij met twee handen mijn hand beet en vraagt waar we vandaan komen. Ik antwoord en vanuit de grond van zijn hart brult hij: ‘You’re lovely! Have a great time and enjoy your holidays!’ Wederom die Schotse gastvrijheid.

Een eigen vleugel

We wandelen naar de buitenwijken van Callander en vrinden een prachtige vrijstaande Schotse villa met vacancies. We bellen aan en een markante, gedistingeerde man met een witgrijze baard opent de deur. Een aimabele kerel met pretogen; alles straalt uit dat hij het een en het ander heeft gezien van de wereld. We vragen of we van zijn B&B gebruik mogen maken. Hij schudt van niet en wuift ons hem te volgen. Aan de achterzijde van de villa heeft hij een small cottage, verbonden met het huis, maar toch een zelfstandige vleugel met sfeervolle slaapkamer, eigen gang, douche, toilet en keuken. Een waterkoker, koffie, thee, TV. ‘It’s all yours and it’s cheaper’, zegt hij glimlachend. Wij glimlachen ook en voor € 20,- pp hebben we een eigen vleugel van een villa tot onze beschikking.


Beklimming van de Ben Ledi

31 augustus. Ben Ledi, Callander – Edinburgh. – ’s Ochtends ontmoeten we onze gastheer en maken hem deelgenoot van onze plannen om de Ben Ledi te gaan beklimmen. ‘Are you prepared?’, vraagt hij. ‘Otherwise I have to put on my boots and get you down. You look smart enough though…’ Uit zijn woorden lees ik af dat hij werkzaam is voor de Mountain Rescue Service, hetgeen hij ook bevestigt. ‘Keep right when you pass the cross, otherwise you’ll end up in the middle of nowhere’. Hij leegt uit dat hij ooit een meisje moest redden ergens op een top. Meteen daarna kwam een melding binnen van twee mensen die in de problemen waren op de top van de Ben More. Hij wilde net in de helikopter stappen toen zijn collega – politieagent Harry – hem tegenhield. ‘Nu is het mijn beurt voor een helivluchtje!’ Hijzelf moest te voet. Net op tijd kwam hij aan om te moeten zien dat de wieken va de heli een steen raakten en braken. Harry viel uit de helikopter en werd onthoofd. Ook de twee klimmers die gered moesten worden, kwamen om. Later heeft onze gastheer met alle maten van de Mountain Rescue Serviece een kruis op de top van de Ben Ledi geplaatst, nabij Callander, de woonplaats van Harry, om hem te herdenken. Wij zien inderdaad het kruis tijdens onze beklimming. ‘There is a bottle of whisky somewehere’, zegt hij. ‘We take a wee sip every time we get up there, to remember Harry. Maybe you’ll find it, but I won’t tell you where it is.’ Als we boven zijn, zoeken we wel even, maar we geven het al snel op als we tientallen rotspartijen zien, waar flessen verborgen kunnen liggen in spleten. Als we hem al gevonden hadden, hadden we hem in ieder geval laten liggen. Onze aimable gastheer blijkt al 48 jaar bij de Mountain Rescue Service te werken. Op klimvlak zijn wij midges, in zijn ogen, maar hij waardeert onze serieuze aanpak van een achthonderder en ziet dat we respect hebben voor zijn bergen. En passent laat hij met een knipoog vallen dat hij op de top van de Manaslu stond. Ik weet genoeg. ‘Visit us again when you are in the country!’, ebt nog na in onze oren als we het dorp uit wandelen om weer een lift te gaan pakken.

Ben Ledi, de berg van God

Het bijzondere is dat we vanaf zijn huis in één rechte lijn de weg oversteken, het park doorkruisen, de rivier volgen en eindigen op het Ben Ledi car and visitors-park. Alsof het lot het zo gewild heeft. Ben Ledi, de berg van god. Ooit was ik in Callander en verbleef in een B&B. Tijdens het ontbijt zag ik vanuit het raam deze prachtige berg en ik beloofde mijzelf hem ooit te beklimmen. Vandaag is die dag. We eindigen de vakantie met een beklimming van de berg van God. Dit is een van de zuidelijkste toppen van de Highlands, samen met de Ben Lomond die we twee dagen terug beklommen en dus zijn de vergezichten spectaculair. Geen bergen die in de weg liggen. Vanaf de top zien we in de verte een klein topje met een mast. Het blijkt later een berg(je) in Stirling te zijn. Onze allerlaatste lift brengt ons tot aan de voet van dit bergje, op een industrieterrein. Laat dit opgemerkt zijn: vanaf de Ben Ledi zie je Stirling liggen, ongeveer 30 kilometer verderop.

Lift 55. Laatste lift; De German business man

Vanaf de outskirts van Callander liften we mee met een Duitse zakenman in een BMW. Hij heeft zijn thuis in Schotland gevonden. Hij komt van een vergadering in Inverness en neemt de scenic route terug naar Glasgow. We nestelen ons in zijn comfortabele wagen en ons hart is vervuld van weemoed. We verlaten de Highlands en het wordt al snel drukker. ‘It looks like the first traffic congestion’, zegt vrouwlief weemoedig. Onze Duitse liftgever is bang dat hij ons pardoes meeneemt naar Glasgow als hij niet snel een afslag vindt, dus hij is waakzaam. Wij gelukkig ook en hij laat ons achter op een industrieterrein in Stirling te midden van een vlechtwerk van wegen en viaducten. De Highlands zijn definitief verleden tijd. Hij is bang dat we hier niet meer wegkomen. Wij ook. Gelukkig gaat er precies drie minuten later een bus naar het station en vanaf daar een uur later een bus naar Edinburg. Het voelt als sjoemelen. Bussen is lang zo leuk niet als liften en het avontuur is eraf.

Besluit; Schotse gastvrijheid

In 19 dagen liften we maar liefst 55 keer en ontmoeten enkel leuke liftgevers. Ze hebben allemaal hun eigen verhaal, rijden om, geven ons chips en Cantharellen en stoppen op onmogelijke plekken en voorzien ons van inside details die we naders nooit gehoord hadden. Altijd kwamen we ingelicht op nieuwe plekken aan en hadden een stapje voor op toeristen. We rijden honderden kilometer met mensen van de Mountain Rescue Service, bezorgde moeders, hippies, zakenlui, hoveniers, klimmers, bootwerkers, muzikanten en natuurfotografen.

Liften is iets positiefs. Je ziet elke passerende auto als een kans en als een lift lukt ervaar je euforie. Als je alles plant en organiseert, ligt je focus op alle dingen die misgaan; een negatieve levensinstelling. Bovendien dwingt het je om contact te maken met mensen, open, authentiek en met oog voor die ander. Dat heb je niet in de bus.

Het illustreert mijn visie: een buitensporter met rugzak wordt in de bergen altijd meegenomen. Bergen verbroederen. Het illustreert ook dat liften niet levensgevaarlijk hoeft te zijn in de zin dat lifters verdwijnen en beroofd, in sloten worden teruggevonden. Je wordt hooguit aangereden, vooral in Edinburgh. Vandaar ook dat we sjoemelen en daar de bus nemen. Het gaat tegen onze natuur in, maar we arriveren veilig op het vliegveld. Met pijn in het hart nemen we afscheid van de Schotse gastvrijheid.

De infamous Hitchlist

Lift 1. De gepensioneerde golfer

Lift 2. The Swedish couple

Lift 3. De Schotse stalker

Lift 4. The chilling soundman

Lift 5. Remi, the sleepy Polish gardener with addictions

Lift 6. The distinguished gentleman

Lift 7. Een Assertieve elderly lady

Lift 8. Duncan the Musician

Lift 9. Kortste lift, weg van de hoofdweg

Lift 10. De Munroists met de blitse witte sportwagen

Lift 11. Werkman en zijn zoon

Lift 12. De Zuid Afrikaanse shortbread-bakker

Lift 13. De reddende engelen

Lift 14. De camper met Italiaanse familie

Lift 15. Het Britse stel zonder indruk

Lift 16. Het Italiaanse klimstel uit Sicilië

Lift 17. De zelfvoorzienende besnorde Schot in blauwe de SUV

Lift 18. De Mountain Rescue Lady

Lift 19. Faire du Stop met een French Couple

Lift 20. Saaie Duitse muisjes I

Lift 21. Saaie Duitse muisjes II

Lift 22. Twee studenten met de Volvo van papa

Lift 23. De klimmende dorpseigenaar

Lift 24. De vermoeide werker

Lift 25. Twee Zwitserse schoonheden

Lift 26. De wandelende ferry-encyclopedie

Lift 27. De vrachtwagen met stinkende gardeners

Lift 28. De geflipte Koreaan

Lift 29. The Gay Topographer

Lift 30. The Sheffield Couple

Lift 31. De Britse Aristocraat

Lift 32. Kim en Kerstie from London

Lift 33. De B&B-ownster

Lift 34. De kortste lift

Lift 35. De snelste lift

Lift 36. Twee Munro-baggers

Lift 37. Gezapige Duitsers (met frisse, witte sokjes)

Lift 38. The guy with the beachhouse and the SUV

Lift 39. De hardhorende tachtiger

Lift 40. De sailor

Lift 41. Susan en haar gammele brik

Lift 42. Audrey en de litterboxcar

Lift 43. Een French couple I

Lift 44. Een anoniem stel dat geen herinneringen oproept

Lift 45. Een French couple II

Lift 46. Een meedenkende man op krukken

Lift 47. Een Afrikaanse nachtclubeigenaar zonder gun

Lift 48. De ferry-medewerker in geel

Lift 49. Een ruige visser met Cantharellen

Lift 50. Oude dame met Cocker Spaniel

Lift 51. De dame met de hazewindhond

Lift 52. Het gezette gromstel

Lift 53. Marion, de Française from the violins

Lift 54. ‘Good deed’-Saskia

Lift 55. Laatste lift; De German business man

1 Reactie
  • Gian
    Geplaatst op 20:48h, 09 februari Beantwoorden

    Oei, deze lees je niet even snel in het pauzeblok.

Geef een reactie