Jan Fokke Oosterhof | @running; Nostalgie op de 37e Leidse Singelloop
951
post-template-default,single,single-post,postid-951,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

@running; Nostalgie op de 37e Leidse Singelloop

@running; Nostalgie op de 37e Leidse Singelloop

20 april, Leiden – Ik woon nu ruim vijf jaar in Nijmegen. Een uitstapje naar de Leidse Singelloop. Het Leidse loopleven heeft iets dat het Nijmeegse loopleven vooralsnog ontbeert; iets knus, iets intiems. Het is een grote oase van (h)erkenning. De Engelse taal bezigt voor dit soort gelegenheden het prachtige woord coziness,

SpeedyWONzales en het ongeleide projectiel

Het begint voor vrouwlief en mijzelf al met de ontvangst door vriendin Won. Won die we voor vandaag hebben omgedoopt tot speedyWONzales. Ze loopt nog niet zo heel lang en is tijdens een snuffelstage bij het fenomeen ‘loopevenement’ door een beer van een vent van de weg gelopen. Het gevolg: een zware knieblessure. Dat soort kerels ken ik maar al te goed: gaan tijdens de Rotterdam Marathon vanuit het achterste vak als een dolle van start, de eerste kilometers zigzaggend door het veld en ondertussen een spoor van vernieling achterlatend. Zo belandde ik vorig jaar bijna in een vechtpartij. Op zijn Leids gezegd: ‘Ik hauw lijn!’ Als je dus DOOR me heen wilt om een andere lijn te pakken, dan heb je aan mij een taaie. Aan Won dus niet. Na afloop van de singelloop hoor ik dat ze alsnog geopereerd moet worden aan haar meniscus. Triest.

 

Denksport

De ontvangst is allerhartelijkst. Won staat strak van de adrenaline en kan nog geen seconde stilzitten. Ze wordt gekenmerkt door dezelfde wedstrijdzenuwen die mij jarenlang hebben achtervolgd. Vriendin Kim belooft ergens vlak voor de finish met haar broertje en een biertje klaar te staan. Kim zelf doet niet aan hardlopen, al doet ze wel aan topsport. Ze doet aan denksport, vooral Sudoku’s. De ideale coach voor langs de kant. De catering is afgeregeld.

Loopmaten

Ruim een uur voor de start banjeren we gelaten van Wons Casa naar het startterrein. De fanatiekste amateurs staan dan al met de neus achter het hek om de beste startposities te bemachtigen. Dat heet bevlogenheid. Ruim een uur ‘kou lije’ tot je uit je kooi mag. Voor het hek stuiten we op Marcel Wierenga, de eigenaar van de Leidse Hardloopwinkel. Een warm bad van herkenning. Met hem liep ik monstertrainingen in het Duitse Sauerland in voorbereiding op de 78-kilometer lange Swiss Alpine Marathon. We schreven een boek samen en maakten samen ons marathondebuut. Hij ziet er zoals altijd scherp uit ondanks zijn recente knieoperatie. Dat moet ook wel want op 23 juni lopen we samen de 53-kilometer lange Veluwezoomtrail. Hij gaat het naar eigen zeggen ‘lekker rustig aan doen’. Nu ken ik hem goed genoeg om te weten dat hij als een beest tekeer zal gaan, ondertussen grijnzend high-fives uitdelend. Marcel doet het in stijl.

 

Dubieuze praktijken

Tot mijn spijt heb ik geen wedstrijdnummer, maar een amateurnummer, hetgeen betekent dat ik met de neus achter het hekkie moet starten in plaats van ervoor. Het is traditie op de Leidse Singelloop dat de eerste honderd lopers een wedstrijdnummer krijgen toebedeeld via het informele circuit. Een ongeschreven regel luidt dat deze lopers ook finishen als de eerste honderd lopers. Een andere ongeschreven regel luidt dat deze mensen zelf hun tijden mailen en daar wordt dan een informele uitslagenlijst geproduceerd op www.leidenatletiek.nl. Allemaal heel hush-hush.

 

Parcours

Dit zijn de leuke loopjes. Geen monsterwedstrijden, maar een gemoedelijke, gezellige familieloop rond de Leidse Singels. 6,1, 6,3, 6,5, 6,7 of 6,9 kilometerlang, daarover wisselen de meningen en het doet er ook niet zo toe. In 2006 liep ik hier met de intentie bij de eerste tien te eindigen. Mijn schoonmoeder – die ik toen nog niet eerder had ontmoet – zou bemoedigend langs de kant staan. Achteraf hoorde ik dat ze twee dingen opmerkte toen ik passeerde, 1. hij is kaal en 2. hij kijkt moeilijk. Beide ontkent ze tot op de dag van vandaag, maar mijn bronnen zijn valide. Moeilijk was het. Ik liep voor de neus van schoonmama naar een 19e positie in 21.39. Het gaf een enorme kick aangezien de Leidse Singelloop meer supporters heeft dan de Amsterdam Marathon. Het hele stadscentrum wordt dichtgegooid; één-avond-sport-vóór-alles.

 

Startperikelen

Ook vandaag ga ik me het snot voor de ogen lopen, maar een 19e positie zit er niet in en wel om twee redenen. In de eerste plaats was mijn laatste wedstrijd de Ecotrail over51 kilometer. Ik heb dus zware benen. In de tweede plaats moet ik achter het hekkie starten. Achter het hek ruim 4.900 man. Families, kinderen, een nerveuze aangelegenheid. Ik zoen vrouwlief, geef SpeedyWONzales enige bemoedigende woorden en begeef me op de eerste rij achter het hek. Naast me Kees die vroeger net als ik op alle wedstrijden te vinden was. Een man naar mijn hart. We wisselen van gedachten maar ik kan de kop er niet bijhouden. Ik moet en zal voor het hek starten. Ik vraag de suppoost het hek te openen zodat ik Teun de speaker even de hand kan schudden. Een mager excuus, maar dan ontwaar ik Tim Brouwer de K., trainer bij Leiden Atletiek, voormalig trainingsmaat en vertegenwoordiger van het organiserende Leidsch Dagblad. Smekend vraag ik hem om een nummer voor een gastloper uit den verre. Tim antwoordt: ‘Ja, nog één!’ Ik ben gered, maar ik heb een probleem: nu moet ik volgens de ongeschreven regels bij de eerste honderd lopers eindigen…

 

Ouwe jongens

Ik verontschuldig me bij een beduusde Kees. Nu kan ik ongehinderd warmlopen en me laven aan mijn oude trainingsmaten die allemaal in zwart Hardloopwinkel-Shirt rondrennen (en allemaal bij de eerste tien eindigen). Hans Klanker alias Klankie, Frank Vulker alias Vulk (wiens foto de volgende dag paginagroot in de krant staat afgedrukt), razendsnelle Gerben van der Luijt, triatlete Jolien Visser, trainer Piet Berg, triatleet Jelle. Met de laatste wissel ik langer van gedachten en houd ik gedurende de hele wedstrijd een lijntje. Dat begint al bij de start.

 

 

 

Randdebiel

Na het schot volgt een eerste200 meterrechtdoor alvorens we de singels opdraaien. In die eerste meters moet iedereen even zijn ei kwijt en worden enkele kaarten geschud. Ik houd helemaal links aan, langs de dranghekken. Een vrij smal tunneltje, waardoor ik me naar voren worstel. Dan opeens word ik aan de kant gebeukt door een immense kerel die met meer dan30 kilometerper uur een gaatje vindt dat er niet is en me met een elleboog opzij ramt. Gestoord! Een complete nozem, zouden de Belgen zeggen. De adrenaline schiet door mijn kop en mijn neusvleugels sperren zich. Dit heb ik in ruim 700 wedstrijden nog nooit meegemaakt en voor ik het weet ontsnapt me een: ‘Asociale klootviool! Doe s effe lekker normaal man!’ (het was iets minder subtiel, maar dat laten we hier omwille van fatsoen achterwege) Ook Jelle ziet dat dit niet helemaal in de haak is en hij brult lachend: ‘Pak ‘m Jan!’ Ik start inderdaad (nog) sneller dan ik voor ogen had en later zou Jelle opmerken: ‘Wat ging jij als een idioot van start!’

 

Wedstrijdbeslommeringen

Voor me Marcel die al zijn eerste high-fives uitdeelt, de slijmbal! Waarom loopt die kerel zo makkelijk? We passeren Rob Koster, eigenaar van de Hardloopwinkel in Den Haag, en zijn vrouw. Ze herkennen me niet eens, zo hard gaan we. Ik besluit Marcel te volgen. Dat besluit leg ik enkele seconden daarna naast me neer. Toch gaat het verdacht goed. Ondanks mijn ultrabenen en dito snelheid houd ik lang zicht op de kop van de wedstrijd en het doet niet eens superpijn. Jelle volgt me en hijgt in mijn nek en voor me ontwaar ik Casper van den Burg, viervoudig Nederlands kampioen triatlon op de middenafstand en oud-trainingsmaatje. Gedrieën klepperen we over de singels en laten het gejuich over ons heenkomen. Een minpuntje is dat Marcel langzaam uit het zicht verdwijnt.

 

Fast Fokkie met de witte pet, foto Erik van Leeuwen

 

Oude tijden herleven

Rond kilometer vier staat mijn schoonmoeder op diezelfde plek als die eerste keer, voor eetcafé Babbels. Ze ziet me direct omdat ik voorin zit waar nog ruimte is tussen de lopers. Ik zie haar lippen bewegen als ze iets mompelt. Ze lijkt te zeggen: ‘He, dat gaat best goed!?’ Inderdaad begin ik na enkele jaren rust weer wat snelheid te krijgen. De gretigheid is er weer. De mentale rek lijkt te zijn hersteld. Zonder dat er al teveel snot bij komt kijken, rond ik de singels in 26.17. De eerste loper heeft 20.19 op de klokken gezet. Het is zo’n licht, jong knaapje dat nog niet gepijnigd is door vetrollen, werkweken, zorgen en de geneugten des levens. Zucht, zo was ik ook ooit. Marcel eindigt met23.13 ineen prachtige tijd. Knap, na zijn operatie. Op 23 juni komen we elkaar weer tegen op de Veluwezoomtrail. De avond ervoor gaan we ouderwets koolhydraten stapelen.

Oude tijden herleven!

 

1 Reactie
  • Pistol Pete
    Geplaatst op 11:24h, 14 juni Beantwoorden

    Dat duurt niet lang voor we die ouwe Fok weer terugzien in Leiden als ik dat zo lees. Welkom terug kerel….Bier staat koud.

Geef een reactie