Jan Fokke Oosterhof | @Column; Mijn kaalheid onder de loep. Ik ben HOT!
987
post-template-default,single,single-post,postid-987,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,qode-page-loading-effect-enabled,,qode_grid_1200,footer_responsive_adv,hide_top_bar_on_mobile_header,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive
 

@Column; Mijn kaalheid onder de loep. Ik ben HOT!

@Column; Mijn kaalheid onder de loep. Ik ben HOT!

Kaalheid en kaalslag, ofwel Alopecia Androgenetica. – Haar. Meer specifiek: mannen en hun haar, mannen en hun wijkende haar. Kijk, vrouwen en hun haar dat is veelal minder een issue. Vrouwen zijn zo ijdel als wat, maar op haarvlak heersen de mannen. Dat het goed zit, dat is dan wel weer een issue bij de dames en natuurlijk de verkleurde permanentjes bij ouwe taarten die paars uitslaan of slecht onderhouden kapseltjes, waarbij het haar geel uitslaat, of gezichtsbeharing zoals dat zo mooi heet. Een wijkende haarlijn is echter bij dames minder een issue. Sterker nog; op sommige vlakken zou die zeer gewenst zijn.

Misschien is de oorzaak voor mijn kale plateau te achterhalen bij mijn vader. In mijn jeugd knipte hij ons kinderen regelmatig in de tuin. Wij, zittend op een krukje in ons nakie. Edoch hij was een fervent knipper c.q. kapper die niet kon knippen, met als gevolg dat mijn échte kapster later opmerkte: ‘hoe komt het toch dat jij drie kruinen herbergt? Dit heb ik nooit eerder zo gezien!’

Op mijn 18e begon het fenomeen zich te voltrekken en waren de eerste voortekenen reeds zichtbaar. Volgens het klassieke patroon dunde het haar uit vanaf de slapen omhoog en later ook vanuit de kruin als een olievlek, zoals wanneer je dat steentje in het water werpt. Op een bepaald moment had ik een dusdanig wijkende haarlijn dat er geen sprake meer was van inhammen, maar van één inHAM, eerder een baai, en dan nog een riante baai. Bovendien had ik een Joodse keppel, of een witte plaat op het achterkappi, zo je wilt. Kaalheid van mannen voltrekt zich veelal volgens een heuse schaal, de ‘Norwood-Hamilton-schaal’. Deze schetst de stadia van male pattern baldness: eerst aan de slapen, later ook aan de kruin, tot beide kaaltegebieden op elkaar aansluiten en uiteindelijk alleen een ring van haar aan de zijkanten en achterkant van het hoofd overblijft.

Nu ben ik niet zo’n ijdeltuit, dus implantaten a la Joling zijn aan mij niet besteed. Hetzelfde geldt voor een haarstukje; geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt. Ook ben ik geen Ivo Niehe, die Nico Dijkshoorn in zijn column in de Pers zo treffend omschrijft als ‘die kale man met al dat haar’. Zo’n type dat de arm heft en dan met een halvemaanboog het haar zijdelings over het kale middenpad plakt, het liefst met speeksel. Zo’n type dat een hekel heeft aan windvlagen. Ooit afgevraagd hoe dat heet? Het betreft de zogeheten ‘kale kluft’, een kapsel waarbij boven het ene oor een lange pluk is gekweekt die bovenlangs naar het andere oor gevoerd wordt. Dit is althans de term die Justus van Oel aan het fenomeen gaf in het fictiewoordenboekje ‘Kunt u Breukelen?’ Hij koppelde betekenissen waar nog geen woord voor was aan rare plaatsnamen, geïnspireerd door de Britse schrijver Douglas Adams, die hetzelfde verschijnsel ‘Scraptoft’ noemde.

Ik heb geen last van deze verschijnselen en bovendien heb ik in de woorden van een vroegere kapster ‘een mooie kop’, dat wil zeggen geen littekens en butsen of deuken. Ik maak melding van een ‘vroegere’ kapster gezien het feit dat er nu niets meer te knippen valt; zij beoefent daarentegen nog wel steeds haar vak. Een mooi egaal schedeltje heb ik dus, en daarom heb ik de kop gekapt in de overdrachtelijke zin en ga ik blootgeschedeld door het leven. Mijn motto: als je dan toch niet meer kunt ontkennen dat je kaal wordt, neem dan het heft in handen en scheer de kop kaal. Bovendien zijn kale mannen tegenwoordig HOT! Ik refereer aan Umberto Tan, David Beckham, Zinedine Zidane, Bruce Willis en ondergetekende dus.

Het cruciale moment dat ik echt met mijn neus op de feiten werd gedrukt, was bij de start van een hardloopwedstrijd, of eigenlijk daarna. Er waren vanaf een hoge steiger foto’s gemaakt bij de start. Thuis achter mijn pc-tje zocht ik mijzelf terug de massa op www.aktiefoto.nl, maar wat ik zag waren geen actiefoto’s. Verre van zelfs. Ik zag een kalend achterhoofd en toen besloot ik; het was genoeg. Vriend L. daarentegen zit nog in de ontkenningsfase. Hij besteedt de nodige zorg en aandacht aan zijn coupe. Het zit dan ook als een huis, maar bij de juiste lichtval kijk je er dwars doorheen. Het is als een uitgedund sparrenbos; het zijn meer losstaande stammen. Edoch, ik denk dat hij nog niet aan zijn kaalheid heeft toegegeven omdat hij onder de impressie is dat hij flaporen heeft en niet zozeer omdat hij een lelijk schedeldakje zou hebben. Ik benadruk graag even dat HIJ onder die impressie is, voordat hij alhier de spreekwoordelijke haren uit mijn hoofd trekt. Flaporen zijn echter een ander probleem dat voldoende input levert voor een volgende column.

Gelukkig staan wij kale mannen niet alleen! Dertig procent van de mannen begint te kalen voor het dertigste levensjaar, vijftig procent voor het vijftigste en tegen het zeventigste levensjaar is nog slechts tien procent van de heren in het bezit van een weelderige dos.

Ik wil er nog wel over zeggen dat je maar beter ‘kaal in de oren’ kunt zijn. In de neus ook trouwens.

Zucht; mannen en hun haar.

 

Geen reactie's

Geef een reactie