1 – 6 januari 2020

Hiken met je duim omhoog door Schotland dag I


Of: Er bestaat geen slecht weer, of toch wel…

Hoe beter het jaar beginnen dan op 1 januari naar Schotland vliegen, het mooiste land van Europa en misschien wel ter wereld nu nieuw Zeeland onder de smog zit (al ben ik er nooit geweest). Afijn, zo hadden we het bedacht…

Altijd als ik naar Schotland vertrek, mekkert iemand dat het er altijd de hele dag regent en dat ga ik dan keihard ontkennen want zo ken ik het er niet. Dat is veranderd. Vaak als mensen zeggen dat het de hele dag geregend heeft, is het (in ieder geval deels) droog maar zwaar bewolkt. En zo is een land als Schotland opeens niet zo nat en verschrikkelijk en zelfs in de hitte van de zomer zeer geschikt voor actieve buitensporters die willen rennen, klimmen, hiken en wandelen.

Nu heeft Schotland echter voor het eerst in de ongeveer 43 jaar dat ik op mijn pootjes sta haar reputatie waargemaakt. De eerste dag was de voorspelling 98 procent regen. Het werd een dag van 100 procent regen. Zelfs op open zee zag ik minder water. Tot voor kort bezigden wij het Zweedse spreekwoord ‘er is geen slecht weer, enkel slechte kleding’, waarmee ook Bever haar klanten overtuigt toch vooral dure kleding aan te schaffen voor iedere ANWB- wandeling. Ons adagium is nu echter geworden: ‘Er bestaat geen slecht weer, oh ja toch wel…’ en ‘Er bestaat fantastische regenkleding, maar ook die begeeft het (in Schotland…’

We vliegen halverwege de dag naar Glasgow voor vier hele dagen buiten genieten. Op 1 januari rijden er geen treinen of bussen want de Schotten nemen hun jaarwisseling bloedserieus. We zijn dus afhankelijk van liften om dezelfde dag nog Fort William te bereiken.

Schotland leent zich uitstekend voor liften. Zodra duidelijk is dat je een rugzak hebt en een klimmer bent, ben je ongevaarlijk. Het helpt dat we twee felrode en -roze klimjacks hebben (niet ANWB-identiek!). Mijn vrolijke gele muts helpt ook. De mooie vrouw aan mijn zijde is allesbepalend, sprak de lelijke kale vent met markante kop….

Op de kaart heb ik gezien dat er ten oosten van het vliegveld een klein weggetje naar het noorden loopt en noord, daar liggen de highlands. Aldus lopen we om het vliegveld heen via grauwe industrieterreinen. Een lange rechte weg van twee kilometer brengt ons aan de andere kant van het vliegveld. De energie is hier zo belabberd constateren we dat niemand ons hier zal meenemen.

Aldus lopen we door naar een klein dorp waar we de duim weer opsteken. De eerste auto stopt met gierende banden, keert om en stopt voor onze neus. Een vriendelijke kerel zegt ons dat we zo niet door kunnen want het loopt dood. Hij zal ons wel meenemen en aan De andere kant van de rivier afzetten op de weg naar Loch Lomond.

Voor we het weten neemt hij ons helemaal mee naar de noordkant van dit langste zoetwatermeer van Schotland en zijn we opeens halverwege. Andy komt uit Nieuw Zeeland en woont in Edinburgh. Hij heeft als gids gewerkt in de Dolomieten. Momenteel is hij butler bij hele rijke mensen, een soort personal assistent die het huishouden soepel laat draaien. Iris constateert dat hij eigenlijk een zeer dienstverlenend persoon is gezien het feit dat hij voor ons tientallen kilometers omrijdt. Hij maakt zich meer zorgen over de plek waar hij ons eruit zet dan wij zelf. Een bijzonder aimabele kerel en dat maakt het een gezellige rit waarbij we honderduit kletsen.

Eenmaal buiten voor het Tarbet hotel gaat de duim weer omhoog. De tiende auto stopt, een Volkswagen Upp. Iris brult meteen tegen het jonge stel dat ze dezelfde auto heeft. Er komt weinig sjoege. Een jong stel, hij rijdt en zal begin twintig zijn. Al snel blijkt dat wij niet mee zijn voor de gezellige gesprekken maar voor de wegligging. Hij is rallyrijder, schakelt af en aan en met misselijkmakende snelheden duikt hij blinde bochten in waar onzeker toeristenvolk hem waarschijnlijk op de juiste weghelft tegemoet zal treden. Wij worden op de achterbank heen en weer gekwakt met ons rugzakken.

Iris moet haar misselijkheid wegslikken de eerste minuten. Fluisterend vraagt ze me of de hele weg zo blijft. Gelukkig niet want dit is het slechtste deel van het parcours, de smalle bochtige weggetjes langs de oever van het meer Loch Lomond. Het wordt zelfs het vriendinnetje voorin te gortig en ze maakt hem duidelijk dat het geen wedstrijd is. Het helpt niet. Tijdens een inhaalactie moet hij zichzelf corrigeren en kwakt de auto terug achter de slomere toerist. Onze hartslag zit net zo hoog in de keel als de gemiddelde snelheid van deze rit.

Het doet me denken aan een lift die ik in de Alpen had met vriend Marcel de Bakker. We zaten voorin een bus je bij een Indieer die oreerde over terugkeren naar India om daar gereincarneerd te worden en door te gaan naar zijn volgende leven. Terwijl hij op de smalle bergweggetjes rondom Chamonix steeds voor een blinde bocht begon in te halen, stonden wij doodsangsten uit en konden alleen maar denken: reïncarneren prima, maar dan zonder ons graag. We overleefden de rit en ook vandaag halen we veilig Fort william al heb ik tijdens de rit mijn rugzak als extra stootkussen voor mijn buik geklemd.

Terwijl Iris wordt heen en weer geschud boekt ze met haar creditcard via Booking.com een kamer in hotel The Garrison voor 53 euro. Het hotel haakt helemaal aan op de beleveniseconomie met een zogeheten cellenconcept. We hebben een kamer van 3 m2 met een stapelbed en daarachter een tralieraam dat niet open kan. Echt een enorme belevenis! Als hier brand uitbreekt, zitten we als Schotse klimratten in een val van 53 euro. Wel slim op zo je vierkante meters optimaal te benutten.

In de ochtend staan we vreselijk te trutten om beurtelings onze rugzakken te pakken zonder elkaar omver te duwen. Trutten op de vierkante meter. We kunnen onze bagage achterlaten om vandaag de laatste etappe van de West Highland Way van Kinlochleven naar Fort William over 26 kilometer te lopen. We gaan eerst liften naar Kinlochleven zodat we dat niet aan het einde van de dag hoeven te doen.

Als ik mijn kale kop buiten het hotel steek, maak ik direct rechtsomkeer om mijn regenbroek aan te trekken. Ik had bedacht dat na het liften te doen maar het is dusdanig vochtig dat ik me bedenk. Er komt water met bakken uit een hemel zonder zicht op enige verandering. Het klotst door de straten en opeens snappen we de zandzakken in de winkelstraat.

Als we willen gaan liften constateren we dat we dat niet bij een plas moeten doen want ondanks regenkleding spuit het over de stoep heen de voortuinen in als auto’s passeren. Het is nat om niet te zeggen nogal vochtig.

Het is maar de vraag of we worden meegenomen als we zo nat zijn. Gelukkig zijn ze hier wel wat gewend en na een tijdje stopt Michael met zijn busje van de zaak. Michael haalt de downloads op van coaches, ofwel touringcars, waarschijnlijk zodat kan worden ingezien of chauffeurs zich wel aan de rijtijden houden. Michael lispelt nogal gaelic-snel-Schots waar wij iets van moeten maken. Wel weet hij ons duidelijk te maken dat Kin nabij betekent en dat Kinlochleven dus nabij Loch Leven betekent. Smart.

Voordat hij de brug naar Glencoe oversteekt zet hij ons eruit aan het einde van de grote weg. Als ik uitstap, zie ik een kolossale natte vlek op zijn bijrijderstoel. Ook heb ik gelekt op zijn papieren die op de grond lagen. Het lijkt hem niet te deren.

We gaan een kleiner weggetje in dat om het fjord heenvoert. Vrijwel geen verkeer hier dus we gaan maar gewoon lopen. Na een kilometer of twee stopt de tweede bestuurder, een camperbusje met sportief stel. Ze gaan in het dorp een rondje rennen ongeveer acht kilometer. Ze komen uit Sheffield en pakken iedere kans om hier een paar dagen door te brengen.

We zitten op de achterbank en lekken aanzienlijke hoeveelheden regenwater over hun voorraden en de banken en de vloer, over alles eigenlijk. Het stroomt onder de schuifdeur door naar buiten, maar ze vinden het prima als echte ourdoorminded people. Ze zetten ons af bij het paaltje waar de West Highland Way het dorp uitloopt de bergen in.

Terwijl we onze handschoenen en waterdichte overhandschoenen aandoen, komt een meisje in korte tight met haar hond de berg afrennen. Raar wicht! Voor Schotten bestaat er geen slecht weer. Zo constateren we ook als we een half uur verder twee ultralopers in korte broek uit de regennevel zien opdoemen. De knieën doen pijnlijk rood aan. We zeggen dat ze helden zijn maar ze reageren nauwelijks. Dus ploeteren we door de regenslierten verder de berg op en al gauw laten we dorp en Loch achter ons diep in het dal.

Ik liep deze etappe twee keer eerder evenals de West Highland Way maar ik kan me er niets van herinneren. Ik herken ook niets maar misschien is dat niet zo gek. Ze hebben hier een weg aangelegd volgens mij in verband met de drinkwatervoorzieningen die zijn aangelegd. Bovendien zijn alle sprookjesbossen die ik me kan herinneren door stormen compleet vernietigd, omgewaaid en gerooid.

Onze wandeling wordt er een door een langgerekte vallei zonder ook maar iets van beschutting. Vanochtend keek ik bij het ontbijt uit het raam en zei opgewekt dat we wind mee hadden. Dat is niet het geval. Wind en regen blazen ons in wolken met verdikkingen frontaal in het aangezicht. Koud, nat, doorregend, doorweekt zijn woorden die onze queeste omschrijven.

Hoe bizar is het dan dat we halverwege een kudde bejaarden tegenkomen die nonchalant lachend door de regen trekt alsof het een walk in de park is. Normaal gesproken vind je geen bejaarden, kinderen of toeristen tenzij de parking in de buurt is. Zo niet hier, ze lopen hier gewoon in het wild rond.

Pas op driekwart gaan we een ander dal in en wordt de wind inderdaad afgebogen door de bergruggen en hebben we hem in de rug. Dat is Maar goed ook want van voren zijn we compleet doorweekt en van achter… nog niet.

De vergezichten zijn fantastisch. Dit is Schotland uit de boekjes met een kale vallei met parabolisch oplopende bergwanden die pas bij de top terugdraaien. Je ziet zo de ijsmassas voor je die deze komvalleien hebben uitgesleten.

Iris Tacken is niet helemaal fit. Ze loopt op paracetamol maar deze grandeur der natuur maakt het beste in haar los. Fier stapt ze voort en na 24 kilometers stappen we monter Fort William weer binnen.

In de hal van ons cellencomplex kleden we ons om. Ik moet Iris helpen want door koude en nattigheid hebben haar handen functionaliteit verloren, who needs hands! Ik knoop en rits haar broek dicht en ontdoe haar van regenbroek.

Snel rennen we door de regen naar de Nevis Inn, de beste pub van de stad voor een whisky. Iris vindt het bocht niet te drinken maar na een paar sipjes stroomt de warmte door onze lichamen en doen haar handen het weer een beetje.

Nog nooit heb ik zoveel regen op een dag over me heengehad. Schotland toonde me eindelijk haar ware aard. Slecht weer bestaat wel en ook de beste regenkleding slaat door. Geloof de slogan van Bever niet langer!

Na een stevig maaltje duiken we vroeg onder de wol voor de nodige warmte en een film. We hebben voor vijf nachten een slaapkamer geboekt in Orchy Villa, de goedkoopste optie in heel West Schotland. Het is niet de cel van vannacht, maar heel veel groter is het niet. Wel zijn bed en kachel warm en nadat we al onze kleding hebben uitgehangen lijkt het wel of we een garage sale gestart zijn. Overal jacks, broeken, sokken, shirts, handschoenen, mutsen, zooltjes, rugzakken, ALLES is nat.

Na een warme douche, een dubbele pyjama, een dubbel dekbed en een dubbele deken is Iris vrijwel niet meer warm te krijgen. Het illustreert de elementen die we vandaag bevochten hebben.

De barman vroeg me hoe het was. Ik antwoordde hem op Schotse wijze met lichte understatement: It was a wee bit moisty… Volgens hem wordt het morgen zonnig en warm. Op mijn vraag of hij een vuile optimist is, gaat hij met een grijns snel verder met tappen…

Dag II. Beklimming van Ben Nevis hoogste berg van de UK
Of: Liften is liefdadigheid

De Ben Nevis, met zijn 1.345 meter de hoogste berg van Schotland. Drie keer eerder beklom ik hem vanuit Fort Wiliam via de toeristenroute vanuit Glen Nevis. Een keer was een winterbeklimming die ik moest staken wegens gladde ijsplaten en lawinegevaar.

Dat risico lopen we vandaag ook. Iris wil hem graag van haar lijstje vinken dus vol goede moed gaan we op pad. Aan het begin van de vallei gaan de duimpjes op. Auto nummer een stopt, een Duits stel van rond de 50. Hij rijdt onwennig met zijn Schotse huurauto waarvan het stuur aan de verkeerde kant zit. En dan moet hij ook nog eens aan de verkeerde kant rijden. Acht keer eerder waren ze hier dus ze weten exact waar ze ons eruit moeten gooien, bij de houten brug naast de youth hostel. Het scheelt ons een aantal kometers lopen die we in de klim kunnen steken.

Het voordeel van winterklimmen is dat er geen midges zijn, het nadeel dat de dagen maar kort zijn. Om negen uur licht het op, om 16 uur is het… gewoon heel donker. Dat biedt ons een speelruimte van zeven uur waarbinnen het gebeuren zal.

Vol goede moed gaan we op pad. We fotograferen alle noodnummers, informatie en weersvoorspellingen. De klim start daarna direct met een zigzagpaadje steil omhoog dat naar het hoofdpad leidt dat langs de flank van de berg omhoog voert. We zijn goed geoutilleerd met donsjacks, windjacks, regenbroeken, zware bergschoenen, aluminium deken, handschoenen en waterdichte overhandschoenen. Na alle regen van gisteren vormen die laatste een van de beste aankopen allertijden al moet ik denken aan de geniale oplossing van trailrunner Thomas Duckerbeck die roze afwashandschoenen meeneemt op zijn koude en natte bergtrails. Zijn ze elegant? Nee. Zijn ze functioneel? Ja! Alles dat eronder zit, is en blijft droog en dat moeten we met onze functionele gear maar afwachten.

Het weer is vanochtend nog niet zo slecht als je bedenkt dat we vanuit Nederland vertrokken met een prognose van 5 dagen x 98 procent regen. Dat is een eenvoudige som en het antwoord is nat. Verwonderlijk dan ook dat het droog is en ietwat lichter en helderder dan gisteren. We zien de top van onze Ben niet maar kunnen toch ver omhoog de sneeuw in de wolken zien verdwijnen.

Het eerste stuk staat onder klimmers bekend als een snelweg. Brede goed onderhouden paden waarover kinderen, bejaarden en buitenlandse toeristen omhoog kunnen. Desalniettemin zijn Schotse bergen niet te onderschatten. Het weer slaat in een mum van tijd om. Schotland wordt niet voor niets het land met four seasons in one day genoemd. Die ging gisteren overigens niet op, er was maar één seizoen: regenseizoen.

Vandaag wisselt het weer sneller dan je de jas aan en uit kunt trekken. Buien komen ons achterop en opeens is de lucht zwart waarna ze overwaaien en je opeens weer onder felwitte luchten staat met een sprankelende zon die zich toont door een gat in het wolkendek. Verraderlijk dus!

Een vorige keer klom ik hier met vrienden en werd in de middag noodweer voorspeld. Aldus vetrokken wij in alle vroegte met volle uitrusting. Toen we begin van de middag afdaalden, stuitten we op een mama op sneakers die haar kroost achter zich aan omhoog trok. Is het dan gek dat hier mensen doodgaan?

Wij gaan ons niet bij die brigade voegen en houden het weer goed in de smiezen. Als we via de flank het zadel indraaien, zien we dat alle originele paden vervangen zijn door bredere paden. We vliegen dan ook omhoog en via het zadel draaien we rechtsom voor het tweede en moeilijke deel van de klim over een gigantische rotswand met gruis. We passeren een water dat naar beneden stort en dat de helft van de klim markeert. Achter ons stapelen donkere luchten zich op. Ik trek mijn jas vast aan voor we overvallen worden en inderdaad beginnen niet veel later de eerste vlokken natte sneeuw te vallen.

Het pad is hier reeds wit en voor we het weten staan we middenin een witte wereld en razen wind en vlokken ons om de oren. Snel zoeken we handschoenen en overhandschoenen en ritsen kragen omhoog. IJskoude wind geselt onze huid. Dit gaat ergens over!

Gestaag klimmen we verder tot we vanuit het zadel op de flank van dit tweede deel van de berg komen in de hoop dat we daar weer de Glen Nevis in kunnen kijken voor een mooi vergezicht. Helaas, de sneeuwbui raast voor ons uit en ontneemt het zicht. Achter ons wel weer mooi zich op het kleine meer in het zadel en besneeuwde toppen van Munros in de verte.

We zitten tegen de 800 meter en het is bijzonder dat we nog zover kunnen kijken en niet in de wolken zitten. We draaien om vanwege het instabiele weer en de gladde stenen. Dalen bij gladheid blijkt altijd lastiger dan klimmen.

We genieten van enkele zonnestralen als we terugkeren in het zadel en een aantal mooie foto’s schieten. Een stelletje uit India komt van de noordkant aangelopen. Ze zijn daar omgedraaid omdat ze terug moeten naar hun auto. Die belemmering kennen wij niet en op dat soort momenten voelt liften als ultieme vrijheid. We kunnen gaan, staan en afdalen waar we willen en hoeven niets. Er zijn mensen die in dit soort gevallen bij het oversteken van een berg eerst met twee auto’s vooruit rijden, een auto parkeren, met de andere terugrijden en dan pas gaan klimmen. Wij doen het met een lift heen en een lift terug. Liften is ultieme vrijheid en de kans om geweldige mensen te ontmoeten op je pad.

Wij laten het stel en gaan vanuit het zadel niet terug naar de zuidkant maar de North face Trail volgen die mooi moet zijn. We draaien onder een imposante zwarte rotswand door die de aanloop naar de top vormt. De zwarte wand torent hoog boven ons uit, de sneeuw maakt hem nog killer en indrukwekkender.

Via een prachtig pad lopen we om de toppiramide heen en draaien terug een kom in die naar een graat voert tussen de top van de ben Nevis en een andere munro. Links van ons een gigantische witte wand die als een aardplaat uit de aarde te lijkt omhoog gekomen. Een indrukwekkend spiegelglad vlak dat onder een bepaalde hellingshoek gewoon voor onze neuzen oprijst en de kom inleidt.

Euforisch klimmen we verder omhoog terwijl de wereld steeds witter wordt. Steeds verder de kom in waar we een kleine hut moeten vinden. Inderdaad zien we die naar verloop van tijd. Hij markeert ons hoogste punt waar het pad begint dat ons onder de wand door de vallei uitvoert. De hut is een baken van veiligheid in een verder witte en woeste omgeving. Overal zwarte rotskolossen en steenpartijen die boven ons uittorenen. De hut is een private hut en is dicht. Er is zelfs geen winterbunker voor klimmers in nood. Het typeert de ruigheid van de Highland ten opzichte van de Alpen. Hier ben je echt op jezelf aangewezen. Er is alleen een houten kast met radioverbinding naar hulpdiensten.

Naast de hut een klein rood tentje van een klimmer die ergens aan ijsbijlen in een couloir hangt. We nemen ernaast plaats en drinken hete koffie met Thai hot Chili chips, een geflipte combinatie. Nog vreemder is het feit dat we een lief klein vogeltje diezelfde chips voeren. Het is een snow bunting, volgens Google een Arctic specialist, with a circumpolar Arctic breeding range throughout the northern hemisphere.

We helpen het schattige vogelbeest een stukje op weg met zijn of haar winterspek. Ondertussen laten we de kille rotswereld op ons inwerken. De beelden van mijn klimvoorbeeld Joe Simpson die voor dood werd achtergelaten in een gletsjerspleet, schieten door mijn hoofd. Ik lees net weer een boek van hem. Hoe eenzaam moet het zijn om gewond in deze wereld alleen te liggen wachten op hulp. Brrr.

We krijgen het er koud van ondanks de hete koffie en pakken op. Met enige moeite klimmen we over de snelstromende rivier en pakken het pad aan de andere zijde van de rivier op. Onder de wand door slingert het comfortabele pad naar beneden en voert ons weg uit de betoverende witte bovenwereld.

Een downhiller komt ons hijgend grijnzend tegemoet om ons niet veel later met een noodgang weer voorbij te storten. Via de pine forests bereiken we civilisatie als het weer begint te regenen. Gauw steken we de duim op en de eerste bus stopt. De man lijkt ons echter niet gezien te hebben en hij stopt aan de overzijde bij een pand, vast een postbezorger.

We lopen door maar hij roept ons en is zijn klimspullen al aan het wegstouwen in zijn bus. Andrew is een berggids die met groepen wandelt en ze clinics geeft. Vandaag heeft hij een sneeuwgully verkend waarin hij morgen met kinderen aan de slag gaat en ze leert navigeren.

Hij dropt ons nog geen 50 meter van onze kamer en noemt het een win win dat hij ons mocht meenemen want hij moest op een klant wachten en had nu fijn vermaeck… Aldus constateren we dat liften een goede daad is, niet alleen voor het milieu. Niet veel later drinken we daar een pintje Belhaven black Scottish stout op in de Nevis Inn. Morgen vast weer een gave dag…

Dag III. In de voetsporen van Braveheart
Of: Een mooie natte tocht

Gezien de regen en de drup een impasse wat we zullen doen. Diverse tochten passeren de revue maar vallen ook weer af. Gezien het feit dat we slechts zeven uur daglicht hebben, waar opstaan en ontbijten afgaan is onze actieradius beperkt. Zeker als we liften want dat wordt in het donker aanzienlijk lastiger, zelfs met een gele muts en een mooie dame aan je zijde.

Aldus kiezen we voor een tocht door de Glen Nevis, de vallei aan de voet van de Ben Nevis en die naarmate je verder komt steeds ruiger en verlatener wordt. Aan het begin van de vallei werd het dorpje gebouwd waarin Mel Gibson woont in Braveheart. Dat illustreert al hoe dramatisch het landschap is.

We lopen na het ontbijt naar het begin van de Glen, net na de rotonde aan het einde van de stad. Zodra we de duim opsteken stopt met gierende banden een zwarte Ford Focus die bovendien met de velgen tegen de stoeprand ketst, waarna hij scheef tot stilstand kont. De achterramen zijn geblindeerd.

Ik wil naar de andere kant lopen maar Iris roept me terug want er zit al iemand aan die kant. We schuiven aan waarna het gezellig vol wordt. We delen de auto met drie Koerden die in 2005 Noord Iraq verlaten hebben. Er draait muziek uit die hoek van de wereld wat dit een bijzonder exotisch ritje maakt. De auto danst heen en weer over de smalle weg en de ruiten beslaan van onze vochtige outfits.

De jongen voorin laat met zijn telefoon mooie plaatjes zien van zijn thuisland en maakt duidelijk dat de bergen hier qua hoogte onder de dalen daar liggen. De drie kerels zijn onder de indruk van het landschap en slaan verbouwereerd kreten. Dit terwijl de bestuurder hier al eens is geweest. Hij rijdt als een natte krant vandaar ook zijn botsing met de stoeprand. Ze willen voor ons stoppen halverwege voor het uitzicht maar dat hoeft niet want wij lopen hier straks terug.

Aan het einde van het dal eindigen we op een parking. Ik ken het hier nog van 2017 toen ik hier met Christian Bakker de Lowe Alpine Mountain Marathon liep. Vanaf hier liepen we verder de vallei in om daar onze eerste Munro te pakken in een trits van vijf die de Ring of Steal heet. Wij pakten er slechts drie waarna we totaal verdwaald aan de andere zijde van de bergen in Kinlochleven belandden. Dat was het befaamde inlopen voor een adventure race waarbij we zelf moesten navigeren. Gelukkig brachten we het er daar beter vanaf.

De drie boys jumpen uit de auto en slaken kreten en beginnen direct alles dat los en vast zit te fotograferen. We nemen afscheid en pakken en pad op dat ons naar de Steall Falls leidt. Dit is een smalle kloof waar 1 miljard liter water doorheen beukt per seconde, zeker nu na dagen van regen.

Het lawaai is oorverdovend en het schuim spat ons in het aangezicht. Prachtige steensculpturen gevormd door jarenlange slijtage van het allesvernietigende water. Het is naar verhouding druk hier omdat je er met de auto kunt komen en zo zien we mensen die op gympies over de spekgladde zwarte stenen glibberen, evenals een oude man met wandelstok. ‘Fatal accidents have happened here’ zeggen de bordjes. Wij geloven dat.

Na de smalle kloof opent de ongepte vallei zich en doet lieflijk aan, aldus Iris. Groene weides afgewisseld met een lieflijke stroom die uit de bergen komt. Als we wat hoger komen beukt daar een koude wind overheen en doet het opeens aanzienlijk minder lieflijk aan. Het water staat hoog dus nieuwe olifantenpaadjes zijn gevormd hoger op de helling.

Naarmate we verder komen wordt het steeds rustiger. Het is vanaf hier 19 mijl dwars door deze oase van ongereptheid naar Spean bridge. Graag wil ik dat nog eens rennen. Eveneens is het 13 mijl naar Kinlochleven of het stationnetje op Rannoch More (heidevlakte) dat figureert in Trainspotting als het einde van de geciviliseerde wereld.

Als we een bruggetje passeren zetten we ons op de rotsen voor hete koffie, chips en reepjes. Een Chinees meisje volgt ons al een tijdje. Als ik aanbied een foto van haar te maken, glijdt ze met een klap onderuit tijdens het poseren. Oops… Timberland hebben geen grip, waarom ze dan verkopen als bergschoenen.

Twee kerels zijn net als wij onder de indruk van de landslide die iets hoger recent heeft plaatsgevonden. Dan was het dus echt wel heel nat, zelfs voor Schotse begrippen. Als ik vertel dat we morgen wellicht de 19 mijl naar Spean bridge willen rennen, manen ze ons dat niet te doen omdat het pad op tweederde heel slecht en nat wordt. Combineer dat met de verwachte storm en regen morgen en dan wordt het wel echt… zompig. Ze geven ons wel een tip mee voor een wandeling die lijkt op de noordgraatwandeling van gisteren, maar die ligt voor ons te ver weg.

Na de lunch wandelen we terug de vallei uit, langs de parking en over de weg terug richting Fort William. De twee kerels stoppen grijnzend met de vraag of we nou Pools of Hollands zijn. Een van hen is in Eindhoven geweest en ze hadden een weddenschap. Meteen bieden ze ons een lift aan. We hoeven er zelfs niet meer om te vragen! We willen echter nog even lopen.

Even later steken we toch de duim op en een Schots stel in een dikke BMW SUV dropt ons voor onze kamer. Op mijn vraag of ze veel Munros hebben afgetikt antwoordt ze ontkennend. Zij niet, maar hij wel. Ze blijkt er 100 gedaan te hebben, hij 200. We moeten nog heel vaak terug naar Schotland… Sowieso totdat Iris Tacken whisky lust…

Dag IV. Cow Hill Circuit Trail
Of: Een natte ronde met finish in geweldige pub

De vierde en laatste speeldag. Deze midlifers hebben pijntjes na 60 kilometer door nat terrein waden. Knietjes zeuren, bovenbenen idem, ruggen zijn stijf, kapsels willen niet, voetjes verweekt, kleding klam en schoenen meuren als nooit tevoren.

Dit is de dag waarop Netflixen vanuit bed lonkt. Edoch, als we in Holland zijn, Netflixen we en snakken het hele jaar naar de Schotse hooglanden, als je dan vier speeldagen in de bergen hebt, ga je NIET Netflixen. Al zou het wel heel lekker zijn.
Onder een deken.
Met kan koffie.
Kachel hoog.
Regen die met stormwinden tegen het venster beukt.
Stukkie chocolade erbij.
Eind van de middag glas wijn…

En dus springen we uit bed, trekken klamme kleding weer aan en gaan storm trotseren. Vandaag roept het Schotse KNMI code rood dus het moet beestachtig zijn. We gaan rammen.

Liepen we gisteren nog in de voetsporen van Mel Gibson Braveheart, vandaag volgen we een koe. We lopen de Cow Hill Circuit Trail, een rondtocht van 11 kilometer die het topje boven Fort William aandoet.

Hebben we in ieder geval toch nog een topje gedaan al zal enig uitzicht uitblijven. Het ontlokt wel de discussie of het nou jammer is dat we deze dagen geen Munros hebben getopt. Mij maakt het niet uit. Het zou leuk zijn voor de statistieken maar als je in een regenwolk staat te verpieteren met windkracht negen in je muil zonder uitzicht, vind ik dat niet per definitie klinken als vakantie en/ of uitrusten.

De Cow trail begint met een genadeloos saaie klim Fort William uit. Het stijgingspercentage is naar doch stabiel en dat gedurende zeker anderhalve kilometer. Mij broodje tonijn wil er weer uit als ik met verhoogde hartslag puffend de stad omhoog loop.

Meteen leer ik uithoeken van de stad kennen die ik al die jaren niet zag en waar waarschijnlijk nooit een toerist voet gezet heeft. Dan abrupt houdt het dorp op en duiken we linksaf een military road in. Boven het dorp langs lopen we door een haag van prikstruiken. Het lijkt wel duingebied maar dat is niet op zijn plek in deze koude natte Schotse hooglanden.

Slierten regen met verdikkingen trekken aan ons voorbij. Verdikkingen die als snoep op de kermis in de lucht hangen zo reëel, en het lijkt wel of je ze met je knuistjes zo uit de lucht kunt grijpen. De hele dag zouden nevels van druppels zo aan ons voorbij blijven gaan. Ilja Leonard Pfeiffer die ooit een helling typeerde als een plat vlak dat ook maar onder een hoek ligt zou hier een beeldende typering hebben gedaan als waterdruppels zijn ook maar gecondenseerde wolken waar je met je hoofd in staat.

Afijn, de Schotten maakt het geen reet uit, zo blijkt als we twee hardlopers tegemoet komen, van wie een in korte broek en T-shirt. In Nederland plachten we dat een sadomasochist te noemen.

Gelukkig zien we ook hondenbezitters die zelf tot de tanden bewapend zijn met regenkleding en die hun hond in een worstig regenzeil hebben gewikkeld. Het pad blijft uitstekend en krult om de Cow Hill tor we een afslag naar de top krijgen. Ruim 1,6 kilometer op en weer neer. Zonder tussenstop want de top is niet meer dan een afgevlakt heideveld met een zendmast en een panorama van wolkendek. Er tussendoor zien we kortstondig de havenpier en niet meer dan dat.

Op de tweede helft van het circuit slaan we af naar de peat trail. En ook die verlaten we als we een allerschatigste sprookjestrail zien die over houten betimmeringen het bos in leidt. Er volgt een parcours van fluorescerende gifgroene mosbossen gehuld in drukkende duisternis. Het eindigt als een soort duikplank middenin het bos met aan het einde een houten hutje dat je ongetwijfeld tegen astronomische tarieven kan afhuren om te ervaren hoe het is te ontwaken middenin een bos. Daar kennen wij een beter alternatief voor, het heet camperen. Liefst wild.

We keren op rasse schreden terug om via de peat trail verder af te dalen tot we in Glen Nevis staan. Tegenover ons aan de andere zijde van de vallei zie ik de Ben Nevis Inn, een hele oude boerderij die is omgebouwd tot restaurant en bar. Talloze keren stond ik voor een dichte deur, maar vandaag is hij open om ons een passend einde van vier buitenspeeldagen in de Highlands te gunnen.

Twee pintjes laten we rijkelijk vloeien en melancholisch mijmeren we over de tientallen kilometers die we de afgelopen dagen hebben afgelegd. Schotland wat ben je mooi, in alle weersomstandigheden. Het is ronduit oneerlijk dat niet de helft van je 282 Munros op de Veluwe liggen. We’ll be back…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.